Noten

 

Léon Hanssen

De schepping van een aards paradijs

Piet Mondriaan 1919-1933

 

 

Lijst van afkortingen

 

a: afschrift

AAA: Archives of American Art, [Smithsonian Institution, Washington D.C.]

AMVC: AMVC-Letterenhuis [Antwerpen]

ASRL: Art Science Research Laboratory, New York, Rhonda Roland Shearer Collection

CR: Catalogue Raisonné [Robert P. Welsh, Joop M. Joosten, Piet Mondrian. Catalogue Raisonné]

d: doorslag

HGA: Haags Gemeentearchief [’s-Gravenhage]

HGM: Gemeentemuseum Den Haag [’s-Gravenhage]

ht: handschrift

IISG: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis [Amsterdam]

KB: Koninklijke Bibliotheek [’s-Gravenhage]

KMM: Kröller-Müller Museum [Otterlo]

m: microfiche of -film

MoMA: Museum of Modern Art [New York]

mt: manuscript

N.N.: Nomen Nescio [anonieme auteur]

NRC: Nieuwe Rotterdamsche Courant

o: origineel

PM: Piet Mondriaan, resp. Mondrian

RKD: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie [’s-Gravenhage]

SM: Stedelijk Museum [Amsterdam]

t: transcriptie

tt: typoscript

UB: Universiteitsbibliotheek

v: verblijfplaats

WMC: Werkgroep Mondriaan Correspondentieproject [’s-Gravenhage, RKD]

x: xeroxkopie

 

 

Ouverture

 

14

1) tot ‘het vechten’ […] gaat komen’:

PM aan H. van Assendelft, 6 januari 1919 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) De werkelijk […] moet voortkomen:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. IX”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 11 (september 1918) 125-127, 131-132; 126, 132 n. 8.

3) een ware […] schilder- en beeldhouwkunst:

Verg. Siegfried de Rachewiltz, Die düstern Adler / Aquile funeste. Der Erste Weltkrieg in Kunst, Literatur und Alltag. Wahn und Wirklichkeit / Arte, letteratura e vita quotidiana nella Grande Guerra. Tra delirio e dolore (Merano: Schloss Tirol / Castel Tirolo, 2005) 211.

4) die zijn pendant […] Kasimir Malevich:

Uwe M. Schneede ed., 1914. Die Avantgarden im Kampf (Bonn: Snoeck, 2013) 8-9, 29, 191-193.

 

15

1) ongevraagd meelas:

PM aan Dop Bles, 3 augustus 1914 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ’oude heer’:

PM aan Willy Wentholt, 26 februari 1921 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) ’dat doet me niets’:

PM aan Theo van Doesburg, 10 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) stond hij […] te tekenen:

A.M. Hammacher, “Piet Mondriaan 1872-1944”, Kroniek van Kunst en Kultuur 8 (1947) 9 (september) 233-237.

 

16

1) die hij […] leren kennen:

Verg. Mandy Prins, “Salomon B. Slijper (1884-1971), vriend, verzamelaar en mecenas van Piet Mondriaan”, in: Huibert Schijf, Edward van Voolen eds., Gedurfd verzamelen. Van Chagall tot Mondriaan (Zwolle: Waanders, 2010) 144-171, 187-190.

2) rijmpje:

Petra Timmer, Metz & Co. De creatieve jaren (Rotterdam: 010, 1995) 39.

 

17

1) ’s Avonds gingen […] madonna’ gedoopt!:

M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293.

2) het wezen van zijn maatschappelijke bestaan:

PM aan Willy Wentholt, 6 december 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) op zijn geweten hebben:

De identificatie van Nico Beukel met Mondriaan in: Aleid Loosjes-Terpstra, “Mondriaan in een donkere spiegel”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 5 (1989) 5, 4-15; 4: ‘Het is duidelijk dat Piet Mondriaan voor deze figuur model heeft gestaan […] en ook dat Van Moerkerken weinig sympathie voor hem had.’ Over De ondergang van het dorp, verg. ook Jaap Grave, “Die Darstellung der Künstler- und Lebensreformkolonien in der niederländischen Literatur um 1900”, in: Jaap Grave, Peter Sprengel, Hans Vandevoorde eds., Anarchismus und Utopie in der Literatur um 1900. Deutschland, Flandern und die Niederlande (Würzburg: Königshausen & Neumann, 2005) 54-64.

 

18

1) Het werd herfst. […] de Veluwe:

P.H. van Moerkerken, De ondergang van het dorp (Amsterdam: P.N. van Kampen en Zoon, [21921]).

2) ‘dat ’t slechts […] dat mooie’:

PM aan Aletta de Iongh, ongedateerd [april 1912] (o: Otterlo, KMM).

3) recente tekening:

CR: B72 Church Façade 7, 1915.

4) brief:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [eerste helft oktober 1915] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Dit is de eerste brief van Mondriaan aan Van Doesburg. De tekening, ofschoon volgens Mondriaan ‘op een kathedraal geïnspireerd’, was gebaseerd op de Nederlands-hervormde kerk van Domburg. Het citaat uit: PM aan A.O. de Meester-Obreen, augustus 1915 (o: ’s-Gravenhage, RKD; gepubliceerd in: W.H.K. van Dam, “Een onbekende brief van Piet Mondriaan” [aan Augustine Obreen, ‘Aug. ’15’], Oud Holland. Uitgave van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie 104 (1990) 3/4, 341-343).

5) ‘fiere teederheid’ en ‘broze hoogheid’:

Resp. Carel Scharten, “In oorlogstijd”, n.a.v. In Oorlogstijd. Uit het dagboek van Stijn Streuvels. Augustus-november 1914 (Amsterdam: L.J. Veen, z.j.), De Gids 79 (1915) 151; P.C. Boutens, “Aan Elisabeth, Op dezen tijd koningin van België”, in: P.C. Boutens, Verzamelde lyriek. Tweede deel 1922-1943 (Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1968) 663-664; 664. Boutens’ gedicht, opgenomen in zijn bundel Zomerwolken (Amsterdam: P.N. van Kampen, 1922) 49-51 maakte deel uit van het Koningin Elisabeths-Boek.

 

19

1) Frans Bastiaanse:

Verg. PM aan Frans Bastiaanse, 30 (?) juli 1915 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh); N.N., “Koningin Elisabeths-Boek”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 september 1916; Henri H. van Calker, “Het Koningin Elisabeths-Boek” [met illustraties van het omslag en de twee titelbladen], De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland, 9 september 1916; N.N., “Koningin Elisabeths-Boek”, Het Centrum, 9 september 1916; P. Valkhoff, “Le livre de la Reine Elisabeth”, La Revue de Hollande 2 (1916) III (juli-december 1916) 335-336; Meyltje van Aalst, Eddie de Paepe, “Hilversum in de Eerste Wereldoorlog”, Eigen Perk. Hilversums Historisch Tijdschrift 2004-3, 403-414; 412-413. Uit de bronnen op te maken dat Mondriaans tekening vergezeld ging van een ‘toelichting’ geschreven door de dichter H.W.J.M. Keuls.

2) van de aardbodem verdwenen:

E-mail van prof. dr. Gustaaf Janssens, afdelingshoofd bij het Algemeen Rijksarchief (Afdeling ‘Archief van het Koninklijk Paleis’) , 29 november 2010.

3) de reproducties […] enkele publicaties:

Theo van Doesburg, “Aanteekeningen bij twee teekeningen van Piet Mondriaan”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 9 (juli 1918) 108-111; Theo van Doesburg, Klassiek-barok-modern. Lezing (Antwerpen: De Sikkel, 1920) ill. II.

4) Geestelijk […] onbewogenheid der ziel’:

Theo van Doesburg, “Kunst-kritiek. Moderne kunst: Stedelijk Museum, Amsterdam. Expositie Mondriaan, Leo Gestel, Sluiters, Schelfhout, Le Fauconnier”, Eenheid. Weekblad voor maatschappelijke en geestelijke stroomingen, [nr. 283] 6 november 1915.

5) Compositie X (schilderij) in zwart wit:

CR: B79 Compositie 10 in zwart wit (Composition 10 in Black and White), 1915 (v: Otterlo, KMM).

 

20

1) Kerststemming:

Bremmer interpreteerde het werk voor het eerst als een ‘Kerststemming’ tijdens een lezing over ‘De Nieuwe richtingen in de schilderkunst’ op het Algemeen Kunstcongres in het Concertgebouw te Amsterdam. De kunstenaar en publicist Otto van Tussenbroek bracht vanuit de zaal naar voren dat Mondriaan als schepper beter zou weten wat het werk voorstelde dan Bremmer als interpretator. Mondriaan, niet aanwezig tijdens de lezing, maar van deze discussie op de hoogte gesteld, betuigde vervolgens zijn instemming met de visie van Bremmer. De vergelijking met de door elkaar geworpen stapel lucifers maakte Bremmer eveneens tijdens zijn lezing op het Algemeen Kunstcongres. Verg. N.N., “Algemeen Kunstcongres”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 december 1915; PM aan H.P. Bremmer, 5 januari 1916 (o: ’s-Gravenhage, HGA; gepubliceerd in: J.M. Joosten, “Documentatie over Mondriaan (2). 26 brieven van Piet Mondriaan aan Lod. Schelfhout en H.P. Bremmer 1910-1918 (deel 2: 6 brieven 1915-maart 1916)”, Museumjournaal 13 (1968) 5, 267-270. Nadat Bremmer de ‘lijnencompositie’ ook in een artikel had begrepen als ‘de effene blanke stemming van een kerstnacht’, wederom met instemming van Mondriaan (‘bizonder goed’), ging hij ertoe over het werk in de collectiebeschrijvingen van Hélène Kröller-Müller officieel te betitelen als Kerststemming. Deze interpretatieve titel bleef tot kort na de Tweede Wereldoorlog in gebruik. Verg. H.P. Bremmer, “Lijnencompositie”, Beeldende Kunst 3 (1915-1916) 9 (juli 1916) 106-107, afb. 72; PM aan H.P. Bremmer, 1 augustus 1916 (o: ’s-Gravenhage, HGA; gepubliceerd in: J.M. Joosten, “Documentatie over Mondriaan (3). 26 brieven van Piet Mondriaan aan Lod. Schelfhout en H.P. Bremmer 1910-1918 (deel 3: 10 brieven 1916-1918)”, Museumjournaal 13 (1968) 6, 322-323; A.M. Hammacher, “Piet Mondriaan 1872-1944”, Kroniek van Kunst en Kultuur 8 (1947) 9 (september) 233-237.

2) ‘men zou zeggen […] onder sterrenhemel’:

[H. van Loon] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922.

3) ‘onderaan midden in een pier’:

PM aan A.H. de Meester-Obreen, augustus 1915 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; in facsimile weergegeven in: W.H.K. van Dam, “Een onbekende brief van Piet Mondriaan” [aan Augustine Obreen, ‘Aug. ’15’], Oud Holland. Uitgave van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie 104 (1990) 3/4, 341-343).

4) ‘elke dag […] vergeestelijking er van’:

A.M. Hammacher, “Piet Mondriaan 1872-1944”, Kroniek van Kunst en Kultuur 8 (1947) 9 (september) 233-237.

5) ‘a matter of holes and ditches’:

Geciteerd in: Paul Fussell, The Great War and Modern Memory (Londen, Oxford: Oxford University Press, 1975) 41.

6) Ik hoop dat de Duitschers […] misschien!’:

PM aan H. van Assendelft, ongedateerd, vermoedelijk oktober/begin november 1914; geciteerd uit: J.M. Joosten, “17 brieven van Piet Mondriaan aan ds. H. van Assendelft 1914-1919”, 218, alwaar met de onjuiste datering ‘sept. 1915’, overgenomen uit de veilingcatalogus van Kornfeld und Klipstein, Bern, 14 juni 1968. De brief gaat echter vooraf aan: PM aan H. van Assendelft, 11 november 1914; gegevens uit: Auktion 44/II, Buch- und Kunstauktionshaus F. Zisska & R. Kistner, 26 oktober 2004.

 

21

1) ‘’t militairisme […] uit zijn!’:

PM aan Theo van Doesburg, 4 januari 1916 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘Wat gaat de oorlog mooi!’:

PM aan Willy Wentholt, 2 oktober 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) de lof […] hem toezwaaide:

PM aan Theo van Doesburg, 13 februari 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD), met uitspraken naar aanleiding van: Herman F.E. Visser, “Neuere holländische Malerei”, Das Kunstblatt 2 (1918) 10 (oktober) 314-323; 319-320.

4) ‘angstig […] “duitsch” in verband staat’:

21 juni 1921.

 

22

‘De moderne […] ruimtelijke verhouding.’:

B. van der Leck, “De plaats van het moderne schilderen in de architectuur”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 1 (oktober 1917) 6-7.

 

24

1) The Spiritual in Art:

Edward Weisberger ed., The Spiritual in Art: Abstract Painting 1890-1985 (Los Angeles, New York: Abbeville, 1986).

2) meest sublieme vorm:

Verg. Wystan Curnow, “The Studio, 26 rue du Départ, Paris”, in: dez., Modern colours (Auckland: Jack Books, 2005) 11-12; 12; Mark Delrue, Kunst en spiritualiteit (Tielt: Lannoo, 2005) 138-139. Onderwerpt men Zwart vierkant uit 1915 overigens aan een nadere inspectie, dan vallen tussen de craquelures van het zwarte veld andere kleursporen op: rood en blauw. Onder de verflaag bevindt zich kennelijk een andere voorstelling.

 

25

1) ‘Wat het onbeschilderde […] kan zijn.’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924. Overigens nam Mondriaan afstand van een aantal uitspraken in het bewuste artikel: ‘Zooals je al dacht zijn er sommige dingen verkeerd overgekomen. […] Verder zijn er nog eenige kleinigheden die ik anders zei.’ Uit: PM aan Cornelis van Eesteren, ongedateerd [na 27 oktober 1924] (v: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Wellicht valt ook het citaat over Malevitsj onder die ‘dingen’ en/of ‘kleinigheden’. Verg. ook Cornelis van Eesteren aan PM, 27 oktober 1924 (New Haven, Yale University, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Deposit Cage Mdrian/Holtzman range 85, sect 1; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) Op de man af gevraagd:

Geciteerd in: Virginia Dortch Dorazio ed., Peggy Guggenheim and her Friends (Milaan: Berenice Art Books, 1994) 67.

3) blijft iets raadselachtigs houden:

Verg. Willem Sandberg, “malevich the father of suprematism”, in: Donald Karshan, Malevich. The Graphic Work: 1913-1930. A Print Catalogue Raisonné (Jerusalem: The Israel Museum, 1975) 7-9; 7-8: ‘often i have asked myself / how to explain / the simultaneous apparition / of geometric abstract art / during the first war (1915) / in russia and holland? / […] / during world war one / malevich and mondrian / return to the roots of art / to the essence: / straight lines, primary colors / geometric form / there was no communication / between them […].’

4) Bert Schierbeek:

Bert Schierbeek, “Mondriaan”, in: Verschoven van het licht tot in de mist. 16 dichters over Mondriaan (Eindhoven: Stichting Plint, 1994) z.p. [gedicht nr. 12]; opgenomen in: Bert Schierbeek, De gedichten. Karin Evers ed. (Amsterdam: De Bezige Bij, 2004) 446.

 

26

1) Simon Schama:

René Zwaap, “‘Nederland is nog niet van me af’” [interview met Simon Schama], De Groene Amsterdammer, 4 oktober 1995.

2) David Winner:

David Winner, Brilliant Orange. The Neurotic Genius of Dutch Football (Londen: Bloomsbury, 2000); David Winner, “Voetbal is ons beste imago”, NRC Handelsblad, 15 juni 2004.

3) Kees Fens:

Kees Fens, “De macht van het vierkant (1)”, de Volkskrant, 23 juni 1995.

4) Rudi Fuchs:

Rudi Fuchs, “Mondriaan”, in: H.W. von der Dunk e.a., Erflaters van de twintigste eeuw (Amsterdam: Em. Querido, 1991) 21-34; herdrukt onder de titel “Piet Mondriaan” in: Rudi Fuchs, Tussen kunstenaars. Een romance (Amsterdam: De Bezige Bij, 2002) 47-60; 52, 60.

5) ’een zeer Nederlands kunstenaar’:

Ludo Beheydt, “Hoe Nederlands is Piet Mondria(a)n?”, Ons Erfdeel 2009-3, 40-51; 50.

 

27

1) Frederik van Eeden:

Frederik van Eeden, “Gezondheid en verval in kunst”, Op de hoogte. Maandschrift voor de huiskamer 6 (1909) 2 (februari) 79-85.

2) João Cabral de Melo Neto:

João Cabral de Melo Neto“De ingenieur” [uit de bundel O engenheiro, 1945], in: João Cabral de Melo Neto, Gedichten. Een bloemlezing. Vertaald door Arie Pos (Baarn: De Prom, 1990) 7.

 

28

i10:

Piet Mondriaan, “Neo-Plasticisme. De Woning – De Straat – De Stad”, i10. Internationale revue 1 (1927) 1 (januari) 12-18; 17.

 

 

1 De ernst van de grote stad

 

31

1) een Nederlandse krant:

N.N., “De onrust te Weimar”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 21 juni 1919.

2) ‘Ik vind een wereldstad […] leven.’:

PM aan S.B. Slijper, resp. 2 april 1916 (o: ’s-Gravenhage, RKD). De taalfout in het origineel: ‘Ik vindt […]’ is stilzwijgend verbeterd. Het principe van stilzwijgende verbetering van evidente taalfouten is ook elders bij citaten uit brieven van Mondriaan gehanteerd.

3) een pension aan de Ruysdaelstraat:

Mondriaan werd op 14 juli 1919 uitgeschreven in de gemeente Laren, zijn woonplaats sedert 1914. Het Larensch Nieuwsblad. Weekblad voor Laren van zaterdag 19 juli 1919 vermeldt onder de rubriek ‘Vertrokken personen’ de naam P.C. Mondriaan.

4) een criticus:

Wagenaar Jr., “De Amsterdamsche Week. Tentoonstelling Hollandsche Kunstenaarskring”, Leeuwarder Courant, 28 februari 1920.

5) Dit schilderij:

CR: B102 Composition with Grid 8: Checkerboard Composition with Dark Colors, 1919 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Citaat uit: PM aan Theo van Doesburg, 18 april 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) een brief aan architect J.J.P. Oud:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 24 juni 1919 (‘’s nachts 1 uur’) (o: ’s-Gravenhage, RKD), ook geciteerd in: Els Hoek, “Mondriaan”, in: Carel Blotkamp e.a., De beginjaren van De Stijl 1917-1922 (Utrecht: Reflex, 1982) 67.

 

32

1) tegenover de communist Chris Beekman:

Theo van Doesburg aan Chris Beekman, 31 juli 1919, geciteerd uit: Lieske Tibbe ed., Een revolutie gaat aan gekijf ten onder: De Stijl en de ‘Russische kwestie’, najaar 1919. Een briefwisseling tussen Theo van Doesburg, Chris Beekman, Robert van ’t Hoff, J.J.P. Oud en Antony Kok, met inleiding en annotaties (2006; http://repository.ubn.ru.nl/bitstream/2066/27565/1/stijlbrieven.pdf) 21.

2) Wij zijn de pionniers […] uit.’:

PM aan Theo van Doesburg, ‘Maandagavond’ [januari/februari 1918] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Toen we het perron […] Parijs:

Betty van Garrel, “De Mondriaankenner. Salomon Slijper: ‘Mondriaan was een vriend voor het leven’”, Haagse Post, 27 juni 1964.

 

33

1) Jan van der Hoeven Leonhard:

Behoorde tot de allereerste groep verzamelaars van Mondriaan, wiens werken hij hoofdzakelijk via Simon Maris aankocht. Zijn belangstelling was ontbloeid nadat hij in 1904 een groot olieverfdoek (CR: UA21 Aan ’t Gein (On the Gein)) als geschenk had gekregen bij zijn huwelijk met M.H. van de Water, een nicht van de schilder Jozef Israëls. Van der Hoeven Leonhard was een drijvende kracht achter het Genootschap Nederland-Frankrijk en een hartstochtelijk ijveraar voor de wereldvrede.

2) ‘razend vuil’:

PM aan S.B. Slijper, 21 juli 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) Tour Donas:

Roger Biron, “Tour d’Onasky”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 6 (april 1919) 65, met Bijlage XI: afbeelding ‘Nature Morte’.

 

34

1) Archipenko, die van mening was:

Zo althans volgens Mondriaan, die deze wetenschap weer van Diego Rivera had. Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Volgens Kristien Boon, Marthe Donas (Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2004) 47-49, was het echter Theo van Doesburg die haar influisterde een pseudoniem te kiezen waarachter zij haar vrouwelijke sekse kon verschuilen.

2) ‘ik kon haar nooit goed uitstaan’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 4 april 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Over Tour Donas’ kersverse echtgenoot, de filosoof Harry Franke Van Meir, vertelt Mondriaan na hun kennismaking dat het een ‘vreeselijke vent’ is: ‘“Je m’occupe de la filosophie”… Zeker van de koude grond!’

3) ‘Fransche kennis’:

PM aan S.B. Slijper, 21 juli 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) optrekje aan de Pijlsteeg:

Verg. Mellie Uyldert, “Kruiden, sprookjes en oud-Laren. Mondriaans atelier aan de Pijlsteeg”, De Gooi en Eemlander, 15 februari 1969.

5) schreef hij naar Nederland:

PM aan S.B. Slijper, 21 juli 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) Ik ben blij […] Holland.’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

35

1) bracht hem tot de verzuchting:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 21 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) voor een deel met kunst nagekomen:

CR: B19 Bloeiende appelboom (Flowering Appletree), 1912 (v: ’s-Gravenhage, HGM); PM aan Lodewijk Schelfhout, 7 juni 1914 (o: ’s-Gravenhage, RKD; gepubliceerd in: J.M. Joosten, “Documentatie over Mondriaan (1). 26 brieven van Piet Mondriaan aan Lod. Schelfhout en H.P. Bremmer 1910-1918 (deel 1: 10 brieven 1910-1914)”, Museumjournaal 13 (1968) 4, 208-216).

3) Hollandsche Kunstenaarskring:

Verg. Judith Wesselingh, “Conrad Kickert als voorvechter van het Nederlands modernisme”, Jong Holland 12 (1996) 3, 4-13; 9 vlgg.

4) Kickert en diens tweede vrouw Gée:

PM aan Willy Wentholt, 8 oktober 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

36

1) baronnenkroon:

Schriftelijke informatie Wouter Ritsema van Eck en Jan Robert Ritsema van Eck, 11 mei 2006.

2) zijn zenuwen gingen er kapot aan:

PM aan Willy Wentholt, 8 oktober 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) kleine studie over kindersterfte:

M.-M. Ritsema d’Eck, La lutte contre la mortalité infantile dans des rapports avec le personnel soignant et la loi Roussel (Parijs: A. Legrand, 1919).

4) schreef hij aan zijn vriendin Willy Wentholt:

PM aan Willy Wentholt, 8 oktober 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

5) bekende hij aan de Van Doesburgs:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 oktober 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) ‘moderne dansmuziek der dancings’:

P. Mondrian, “Het Neo-Plasticisme (de Nieuwe Beelding) en zijn (hare) realiseering in de muziek. Aanvulling tot het artikel ‘De Bruiteurs Futuristes Italiens en “het” nieuwe in de muziek’”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 1 (januari) 1-7, 2 (februari) 17-21; 17.

 

37

1) In den modernen […] evenwichtigheid:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. IV. De redelijkheid der Nieuwe Beelding”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 5 (maart 1918) 49-54; 53.

2) een weinig vrolijke brief aan Slijper:

PM aan S.B. Slijper, ‘Zondagavond’ [november/december 1919] (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) beducht voor corpulente dames:

Betty van Garrel, “De Mondriaankenner. Salomon Slijper: ‘Mondriaan was een vriend voor het leven’”, Haagse Post, 27 juni 1964; ‘Interview met Maud van Loon’ door Cis Heijdenrijk-Osendarp [1988] (Amersfoort, documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

4) commentaar richting de Van Doesburgs:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 19 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

38

1) verscheidene werken aangekocht:

PM aan S.B. Slijper, resp. 2 april en 3 mei 1916 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) prentbriefkaart:

PM aan S.B. Slijper, 5 juli 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘roode molen’:

CR: A692 Molen (Mill); The Red Mill, 1911 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Citaat uit: PM aan S.B. Slijper, 21 juli 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Slijper nam het minder gunstige oordeel betreffende dit werk van de schilder automatisch over, blijkens PM aan S.B. Slijper, ‘Zondagavond’ [november/december 1919] (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘De roode molen vind ik ook niet zoo heel best, zooals ik je wel schreef maar ’t is geloof ik alleen in heel heel sterk licht wel goed.’ In: PM aan S.B. Slijper, 3 mei 1916, was Mondriaan tegenover Slijper, die bepaald naar zijn werk hunkerde, nog positiever geweest over het schilderij: ‘In Parijs heb ik, behalve de roode molen, nog wel dingen die goed zijn.’

4) een groot vrouwelijk naakt:

Resp. CR: B5 “Portrait of a Lady,” 1912 en B7 “The Large Nude,” 1912 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

5) twee ovale abstracte composities:

Resp. CR: B53 Composition in Oval with Color Planes 1, 1914 (v: New York, MoMA) en B55 Composition in Oval with Color Planes 2, 1914 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Beide werken werden door de kunstenaar vlak voor verzending naar Slijper in 1919 te Parijs gesigneerd.

6) een groot stilleven […] ‘grijze boom’:

Resp. CR: B18 Still Life with Gingerpot 2, 1912; B6 Landscape with Trees, 1912 en B4 The Gray Tree, 1911. Ook de voorstudie van de ‘grijze boom’ maakte trouwens deel uit van de Parijse Mondriaan-collectie die in 1919 naar Slijper ging: CR B3 Tree: Study for The Gray Tree, 1911 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

7) zulke studies, vijftien in totaal:

Te identificeren zijn resp. CR: A682 Lighthouse at Westkapelle with Clouds, 1908-09; A684 Lighthouse at Westkapelle in Pink, 1909; A694 Sea toward Sunset, 1909; A695 Seascape, 1909; A 699 Beach with One Pier at Domburg, 1909; A701 Dune Sketch in Bright Stripes, 1909; A702 Pointillist Dune Study, Crest at Center, 1909; A703 Pointillist Dune Study, Crest at Left, 1909; A704 Pointillist Dune Study, Crest at Right, 1909; A707 Dune Sketch in Orange, Pink and Blue, 1909; A708 Zomer, duin in Zeeland (Summer, Dune in Zeeland), 1910 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

 

39

1) ‘uit vrees […] gappen zal’:

PM aan S.B. Slijper, resp. 21 juli 1919; 12 september 1919; 15 november 1919; ‘Zondagavond’ [november/december 1919] (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) de zending:

De ontvangst van de werken door Slijper blijkt uit: PM aan S.B. Slijper, 15 november 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) Van den Briel signaleert:

Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 79. Van den Briel haalt in zijn herinneringen chronologisch overigens dingen door elkaar. Hij verkeerde in de veronderstelling dat Mondriaan reeds werk aan Slijper verkocht aan de vooravond van zijn eerste verhuizing naar Parijs, in 1911. Maar toen kenden de schilder en de Blaricummer elkaar nog helemaal niet. Van den Briels uitspraken over Mondriaans ‘ruimere beurs’ te Parijs dankzij de ‘groote aankoop’ van Slijper kunnen uitsluitend betrekking hebben op de tweede overstap, in 1919.

 

40

1) een brief aan Albert van den Briel:

PM aan Albert van den Briel, ongedateerd [1925]; geciteerd uit: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 11. De term ‘jodenmijnheer’ in: PM aan Theo van Doesburg, 21 maart 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Met die mijnheer is daar waarschijnlijk niet Slijper bedoeld.

2) schimmel en ongedierte:

PM aan S.B. Slijper, 6 januari 1928 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

41

1) wat hem een uitspraak ontlokte:

PM aan S.B. Slijper, 21 juli 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) aan de orde van de dag:

N.N., “Frankrijk. De kolennood”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 november 1919.

3) ‘Zoo is […] een moeielijkheid’:

PM aan S.B. Slijper, 15 november 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) tekende daarbij aan:

J.J.P. Oud, “Piet Mondriaan”, in: Piet Mondriaan herdenkingstentoonstelling. Ter gelegenheid van de tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum te Amsterdam November-December 1946 (Amsterdam: Stadsdrukkerij, 1946) 29-34; 31; dez., “Mondriaan, de mens”, in: L.J.F. Wijsenbeek, J.J.P. Oud, Mondriaan (Zeist: W. de Haan; Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1962) 61-81; 73.

5) De vijf dansende ‘Composities met kleurvlakjes’:

CR: B87 Composition with Color Planes 1, 1917 (v: Zürich, Stiftung Rolf und Margit Weinberg); B88 Composition with Color Planes 2, 1917 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen); B89 Compositie No. 3, with Color Planes 3, 1917 (v: ’s-Gravenhage, HGM); B90 Composition with Color Planes 4, 1917 (v: Loenen aan de Vecht, collectie Jan en Hannie van Eyck-van Rooyen); B91 Compositie No. 5, with Color Planes 5, 1917 (v: New York, MoMA).

 

42

1) was reden voor hem te concluderen:

A.M. Bremmer-Beekhuis, Brieven van kunstenaars aan H.P. Bremmer, ongepubliceerd manuscript (’s-Gravenhage, HGA), geciteerd uit: Hildelies Balk, De Kunstpaus. H.P. Bremmer 1871-1956 (dissertatie Vrije Universiteit, Amsterdam, 2004) 227. Bremmers oordeel was gebaseerd op de volgende reeks werken die hij in 1918-1919 van Mondriaan in zijn bezit kreeg: CR: B92 Composition with Color Planes and Gray Lines 1, 1918 (v: Zumikon, Max Bill/Georges Vantongerloo Stiftung); B93 Composition with Color Planes and Gray Lines 2, 1918 (verloren gegaan); B94 Composition with Color Planes and Gray Lines 3, 1918 (verloren gegaan); B99 Composition with Grid 5: Lozenge Composition with Colors, 1919 (v: Otterlo, KMM); B100 Composition with Grid 6: Lozenge Composition with Colors, 1919 (v: KMM); B101 Composition with Grid 7, 1919 (Bazel, Kunstmuseum).

2) wilde hij geen verlies lijden:

Hildelies Balk, De Kunstpaus. H.P. Bremmer 1871-1956 (dissertatie Vrije Universiteit, Amsterdam, 2004) 227.

3) een wat klagerige brief:

PM aan S.B. Slijper, 9 februari 1920 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

43

1) een groot ding:

CR: B49 Tableau III: Composition in Oval, 1914 (v: Amsterdam, SM).

2) kunnen we nog zaken doen:

PM aan S.B. Slijper, 9 februari 1920 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Een ‘klein’ schilderij als door Mondriaan aangegeven, werd niet door Slijper in 1920 van hem aangekocht. Het ‘geschilderde zelfportret’, op dat moment tijdelijk onder de hoede van Mondriaans vriend Simon Maris, kan alleen maar zijn geweest: CR: C23 Self-Portrait, 1918; het kwam inderdaad in het bezit van Slijper (v: ’s-Gravenhage, HGM).

3) een getekend zelfportret:

CR: C21 Self-Portrait, 1916 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

4) in ruil voor een zwart colbert:

PM aan S.B. Slijper, 4 januari 1916 en enkele ongedateerde brieven uit dat jaar (o: ’s-Gravenhage, RKD); verg. ook Marina de Vries, “Een zelfportret voor een colbert. De vriendschap tussen Slijper en Mondriaan”, Het Parool, 30 oktober 1998.

5) een van de vele opmerkingen in zijn brieven over pecunia: PM aan S.B. Slijper, 4 augustus 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) vertrouwde hij Slijper toe:

PM aan S.B. Slijper, 21 juli 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

7) dat zijn werk […] geworden was :

PM aan Willy Wentholt, 4 december 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

44

tegenover Van Doesburg:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [december 1917] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

 

2 Eenling in Parijs

 

45

1) Rivera […] nu verhuisd:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Le retour à l’ordre:

Nog steeds het standaardwerk hierover: Kenneth E. Silver, Esprit de Corps. The Art of the Parisian Avant-Garde and the First World War, 1914-1925 (Princeton: Princeton University Press, 1989); verg. ook Romy Golan, Modernity and nostalgia. Art and politics in France between the wars (New Haven, Londen: Yale University Press, 1995).

3) Guillaume Apollinaire:

‘L’Esprit Nouveau et les Poètes’, tekst van een lezing voorgedragen door de eigenaar van theater Le Vieux Colombier te Parijs op 26 november 1917, verschenen op 1 december 1918 in de Mercure de France. Nederlandse vertaling, ‘De nieuwe tijdgeest en de dichter’, in: Guillaume Apollinaire, Over kunst. Inleiding Evert van Uitert. Vertaling Jan Pieter van der Starre (Amsterdam: Voetnoot, 1997).

 

46

1) ideologische koerswending:

De ‘retour à l’ordre’ was in de katernen van De Stijl aangekondigd door een artikel van Gino Severini: “La peinture d avant-garde”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 2 (december 1917) 18-20; 3 (januari 1918) 27-28; 4 (februari 1918) 45-47; 5 (maart 1918) 56-60; 8 (juni 1918) 94-95; 10 (augustus 1918) 118-121. Mondriaan reageerde furieus in een brief aan Van Doesburg: ‘Severini schrijft nu zoo duidelijk dat ze “les objects, les corps” willen repressenteeren – dat is ’t juist. Wij willen slechts hetgeen die voorwerpen tot uitdrukking brengen – verhouding – beelden. Laten ze ’t maar voor te abstract aanzien, en laten ze zelf doen wat ze willen.’ (PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [december 1917]; o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘zeer abstracte kubisme’:

Guillaume Apollinaire, “À travers le Salon des Indépendants”, Montjoie!, 18 maart 1913, in: dez., Chroniques d’art 1902-1918. Textes réunis avec préface et notes par L.-C. Breunig (Paris: Gallimard, 1981 [1960] = Collection idées 436) 373-383; 378; vertaling van de passage over Mondriaan in: Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 19-20.

3) ‘Poolsche Jood’:

PM aan Theo van Doesburg, 4 december 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) In een van […] uit Parijs:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 21 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) omdat hij ‘[…] hen beiden voelde:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [december 1917] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) een artikel uit 1920:

André Lhote, “Le Cubisme au Grand Palais”, La Nouvelle Revue Française, 14 (januari-juni 1920) 78 (1 juni 1920) 467-471. De aandacht op Lhotes artikel werd gevestigd in: Christopher Green, “Les cubisme de ‘l’École de Paris’”, in: L’École de Paris. La part de l’Autre (Parijs: Paris-Musées, 2000) 58-70; 62-63. Over Lhote verg. Jane Lee, “André Lhote, art critic for La Nouvelle Revue française”, in: Malcolm Gee ed., Art criticism since 1900 (Manchester: Manchester University Press, 1993) 85-96.

 

47

1) de jaarlijkse Salon des Indépendants: 

Verg. in de Nederlandse dagbladpers: [W.F.A. Röell] ‘Van onzen correspondent’, “Salon des Indépendants I, II”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 en 19 februari 1920.

2) ‘nog niet gereed’:

PM aan S.B. Slijper, 9 februari 1920 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) bleek Mondriaan […] moeite te hebben:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 9 februari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Theo van Doesburg gaf in een kort artikel meer blijk van het doorgronden van wat er gaande was: dez., “Rondblik. Parijs. – Salon des Indépendants (Grand Palais des Champs-Elysées). Het kubisme en de meer-moderne kunstuitingen”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 5 (maart 1920) 47-48.

4) waren niet terug te draaien:

Christopher Green, Cubism and its Enemies. Modern Movements and Reaction in French Art, 1916-1928 (New Haven, Londen: Yale University Press, 1987) 49 vlgg.

5) schreef de correspondent van Het Vaderland:

[W.F.A. Röell] ‘Van onzen correspondent’, “Salon des Indépendants”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 13 februari 1924. De Nederlandse zustervereniging, de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars ‘De Onafhankelijken’, had de Indépendants in een brief verzocht af te zien van het voornemen de Franse kunstenaars te scheiden van de vreemdelingen. Verg. N.N., “De Onafhankelijken”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 28 februari 1924.

6) brief naar het thuisfront:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

48

1) Femme assise dans un fauteuil (Eva):

Geveild in 1997 bij Christie’s New York voor $ 24.752.500.

2) Harlequin:

New York, MoMA.

3) een aantal recente […] schilderijen:

Michael C. FitzGerald, Making Modernism. Picasso and the Creation of the Market for Twentieth-Century Art (New York: Farrar, Straus and Giroux, 1995) 75-76.

4) rapporteerde hij:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Mondriaan hanteerde in zijn brieven een eigenzinnig en niet altijd gemakkelijk te doorgronden systeem van afkortingen. Zo kortte hij de achternaam van de galeristenbroers Rosenberg in het briefcitaat af tot ‘Ros.’ In deze biografie zijn zulke afkortingen voor de leesbaarheid stilzwijgend aangevuld, zoals ook de storende schrijf- en spelfouten waaraan Mondriaan zich regelmatig bezondigde om dezelfde reden doorgaans zijn gecorrigeerd.

5) Paul Rosenberg:

Over de relatie van Picasso tot Léonce en Paul Rosenberg, waarbij hij nogal geringschattend doet over de eerste, verg. John Richardson, with the collaboration of Marilyn McCully, A Life of Picasso. The Triumphant Years 1917-1932 (New York: Alfred A. Knopf, 2007) 108-110.

6) verzekerde hij Van Doesburg: :

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 16 september 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

49

1) zijn eerste […] ruim een decennium:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 23 januari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waarin hij aan de voorbije expositie in de rue de Boëtie refereert: ‘Mooie Picasso’s en ook een naturalisten portret (naast elkaar!).’ De tentoonstelling was geopend 20 oktober-15 november 1919. Verg. Rosalind Krauss, “1919. Pablo Picasso has his first solo exhibition in Paris in thirteen years: the onset of pastiche in his work coincides with a widespread antimodernist reaction”, in: Hal Foster, Rosalind Krauss, Yve-Alain Bois, Benjamin H.D. Buchloh, Art Since 1900. Modernism, Antimodernism, Postmodernism (Londen: Thames & Hudson, 2004) 160-165.

2) de beroemde tekening van de componist:

De tekening is gedateerd ‘24-5-20’ (v: Parijs, Musée Picasso), gereproduceerd in: Josep Palau i Fabre, Picasso. From the Ballets to Drama (1917-1926) (Keulen: Könemann, 1999) 202, afb. 728.

3) iedereen (die mensch is!) […] uitdrukt’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 6 juni 1917 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘onafgebroken respect’:

Yve-Alain Bois, “‘Solange wir “Menschen” sind’”, in: Gottfried Boehm, Ulrich Mosch, Katharina Schmidt eds., Canto d’Amore. Klassizistische Moderne in Musik und bildender Kunst 1914-1935 (Basel: Kunstmuseum Basel; Bern: Benteli Verlag, 1996) 377: ‘Mondrians unablässige Achtung für Picasso?’

5) Er is ooit scherp opgemerkt:

Hans Platschek, “Die sprachlosen Propheten – Kandinsky, Mondrian, Malewitsch”, Frankfurter Hefte 1(1975) 1 (januari) 57-66; 61.

 

50

1) deze passage:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst. X. Van het natuurlijke tot het abstracte, d.i. van het onbepaalde tot het bepaalde. (IV)”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 11 (september 1918) 127-134; 133 n. 15.

2) augustus 1918:

Verg. PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [augustus 1918; met beginzin: ‘hartelijk dank dat je me wêer zoo goed hielp met corrigeeren.’] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) de kop in te drukken:

Peter Alma, “De Schilderkunst in Frankrijk en Hier”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, 6 maart 1920; gepareerd door: Theo van Doesburg, “Het Picasso’sche Kubisme en de Stijlbeweging”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 11 (september 1920) 89-90; 12 (november 1920) 99-102. Over Alma’s artikel zie hieronder; over de houding van Nederlandse kunstenaars ten aanzien van Picasso, verg. Jan van Adrichem, De ontvangst van de moderne kunst in Nederland 1910-2000. Picasso als pars pro toto (Amsterdam: Prometheus, 2001) 91 vlgg.

4) ‘gloedvolle strengheden’:

Jed Perl, “The Colossus”, The New York Times, 11 november 2007.

5) zijn hele leven hetzelfde schilderij:

Fritz Billeter, “Ein Überlebender aus grosser Zeit – Serge Brignoni im Gespräch”, in: dez. ed., Serge Brignoni (Zürich: abc-Verlag, 1997) 13-41; 22, geciteerd in: Angela Thomas, Mit Subversivem Glanz. Max Bill und seine Zeit. Band 1: 1908-1939 (Zürich: Scheidegger & Spiess, 2008) 325: ‘… comme ce type doit s’ennuyer, il peint pendant toute sa vie le même tableau.’

 

51

1) sardonische uitspraak:

Verg. Igor Stravinsky and Robert Craft, Conversations with Igor Stravinsky (Garden City, ny: Doubleday, 1959) 84: ‘Vivaldi is greatly overrated – a dull fellow who could compose the same form so many times over.’ Igor Stravinsky sprak zijn bewondering uit voor Mondriaan naar aanleiding van diens CR: B50 Composition No. VI / Compositie 9, 1914 (v: Riehen / Basel, Fondation Beyeler), waarin hij een bevestiging vond van zijn stelling dat ‘an artist must avoid symmetry but he may construct in parallelisms.’ Hij betrok dit principe als volgt op het bewuste schilderij: ‘Mondrians Blue Facade (composition 9, 1914) is a nearer example of what I mean. It is composed of elements that tend to symmetry but in fact avoids symmetry in subtle parallelisms.’ Geciteerd uit: Igor Stravinsky and Robert Craft, Conversations with Igor Stravinsky (Garden City, NY: Doubleday, 1959) 16.

2) Bram van Velde:

Charles Juliet, Conversations with Samuel Beckett and Bram van Velde. Translated by Janey Tucker, with an introduction and notes by Adriaan van der Weel and Ruud Hisgen (Leiden: Academic Press Leiden, 1995) 62: ‘Mondrian is the Buddha of painting. I saw him once. You wondered how a man could radiate such charisma.’; 77: ‘… perhaps he was too faithful to a single discovery. And perhaps that kind of painting was right for the period. But now peace and harmony are no longer possible. There is only anguish.’; 142: ‘You have to allow yourself to be destroyed.’

3) ‘die vond ik veel vooruitgaan’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘Zelfs Léger […] Cubisten werk’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 4 december 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) een ‘ouderwetsch’ element:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) ‘nieuw realisme’:

Verg. Christopher Green, Léger and the avant-garde (New Haven, Londen: Yale University Press, 1976) hoofdstuk 7-9; Werner Schmalenbach, Fernand Léger. Translated by Robert Allen, with James Emmons (New York: Harry N. Abrams, 1985) 84; Katharina Schmidt, “Fernand Léger: Zu den monumentalen Figuren- und Wandbildern aus den zwanziger Jahren”, in: Gottfried Boehm, Ulrich Mosch, Katharina Schmidt eds., Canto d’Amore. Klassizistische Moderne in Musik und bildender Kunst 1914-1935 (Basel: Kunstmuseum Basel; Bern: Benteli Verlag, 1996) 324-327.

7) verklaarde hij […] zijn vrouw Lena:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 7 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

52

1) Bullier:

Le Bal Bullier was een populaire dansgelegenheid in Montparnasse, 31, avenue de l’Observatoire, gelegen tegenover de brasserie La Closerie des Lilas, op de kruising met Boulevard Saint Michel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de balzaal gebruikt voor de fabricage van legerkleding. Na de heropening in 1920 waren de avant-gardekunstenaars hier kind aan huis.

2) Kahnweiler:

Verg. Pierre Assouline, L’Homme de l’art. D.-H. Kahnweiler 1884-1979 (Parijs: Gallimard, 2002 = Collection Folio 2018 [11988]).

3) En rot […] wel prijzen geven:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 1 december 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD). De naam van de kunsthandelaar is in deze brief verbasterd tot ‘Kannwayler’, terwijl hij diens naam in een vroegere brief wel correct had gespeld (PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 12 juni 1920; o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) veilingresultaten:

Isabelle Monod-Fontaine, Claude Laugier eds., Daniel-Henry Kahnweiler. Marchand, éditeur, écrivain (Parijs: Centre Georges Pompidou, 1984) 132.

5) Kahnweiler van zijn kant:

Daniel-Henry Kahnweiler, Der Gegenstand der Ästhetik. Einführung Wilhelm Weber (München: Heinz Moos, 1971) 73.

6) standaardwerk over Juan Gris:

Daniel-Henry Kahnweiler, Juan Gris. Sa vie, son œuvre, ses écrits (Parijs: Gallimard, 1946) 236 : ‘La pseudo-peinture d’un Mondrian, inachevée, parce que ne pouvant l’être, ne parvient pas à être peinture, c’est-à-dire écriture. Elle s’arrête à un stade préliminaire qui en fait une sorte de décoration. Elle n’atteint pas au beau, mais reste confinée dans l’agréable. Elle est hédoniste, en dosant ses proportions, ses couleurs, pour plaire au spectateur. Elle n’a pas d’action, pas de rayonnement, n’est que surface colorée, sans au-delà aucun. De vagues spéculations pseudo-pythagoriciennes ne changeront rien à cette évidence. Cette tentative enfin est d’autant plus artificielle qu’elle n’a aucun fondement. Elle ne part pas de l’émotion vécue – comme la peinture – mais elle n’est pas non plus – comme le vrai ornement – ou bien stylisation, ou bien emblème figé, ayant perdu son sens.’

 

53

zijn hekeling van de ‘pseudo-schilderkunst’:

Verg. Yve-Alain Bois, “Kahnweiler’s Lesson”, Representations 18 (1987) 1 (april) 33-68; 67-68 n. 99. Verg. ook Robert Motherwell, “Preliminary Notice”, in: Daniel-Henry Kahnweiler, The Rise of Cubism. Translated by Henry Aronson (New York: Wittenborn, Schultz, 1949 = The Documents of Modern Art) VI-VII; VII.

 

54

1) nog maar ‘half’ aan De Stijl hing:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 9 februari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) een artikel voor De Nieuwe Amsterdammer:

Peter Alma, “De Schilderkunst in Frankrijk en hier”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, 6 maart 1920.

3) Kleingeestig en zijn conclusie is onzin’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, resp. 20 maart en 19 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) een ‘Mondriaan’ uit 1920:

CR: B107 Composition C, 1920, in 1948 uit het voormalige bezit van Peter Alma overgegaan in de collectie van het MoMA, New York; CR: B114 Composition with Yellow, Red, Black, Blue, and Gray, 1920, in 1922 door Mondriaan geschonken aan Peter Alma en diens vrouw Brecht Willemse ter gelegenheid van hun huwelijk (sedert 1960 in de collectie van het SM, Amsterdam); CR: B139 Composition with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray, 1922, in 1986 uit het voormalige bezit van Bart de Ligt geveild bij Christie’s, Londen, voor £ 770.000.

5) twee opeenvolgende artikelen in De Stijl:

Theo van Doesburg, “Het Picasso’sche Kubisme en de Stijlbeweging”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 11 (september 1920) 89-90; 12 (november 1920) 99-102.

 

55

1) Zijn commentaar […] Van Doesburgs:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 4 december 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) zo legde […] schilderen uit:

Gustave Courbet aan Jules Champfleury, november/december 1854, opgenomen in: Letters of Gustave Courbet. Edited and Translated by Petra Ten-Doesschate Chu (Chicago: University of Chicago Press, 1992) 131, brief 54-8.

3) de ‘meest […] in Frankrijk’:

Verg. Julian Barnes, “‘The Proudest and Most Arrogant Man in France’”, The New York Review of Books, 22 oktober 1992.

 

56

1) … het oude […] (schijnbaar)-ernstige omgeving:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, ‘Novbre ’19’ (o: ’s-Gravenhage, RKD). De uitval naar Kickert als de man die destijds in Amsterdam de touwtjes van de Moderne Kunstkring strak in handen hield, maar die zijn Parijse onderkomen kennelijk hoogst burgerlijk gestoffeerd had, wijst erop dat Mondriaans rancune jegens hem nog niet geluwd was. Het contact tussen beiden raakte na Mondriaans vertrek naar 5, rue de Coulmiers in het ongerede. In 1922 besloot Kickert zijn collectie schilderijen te schenken aan het Haags Gemeentemuseum in oprichting (verg. PM aan S.B. Slijper, 8 mei 1922; v: ’s-Gravenhage, RKD). De werken kregen zolang onderdak in het Stedelijk Museum te Amsterdam, totdat zij in 1934 een plaats vonden in het toen opgeleverde Gemeentemuseum aan de Stadhouderslaan te ’s-Gravenhage. Het betreft de werken: CR: A649 Night Landscape II, c. 1908; A672 Apple Tree in Blue: Tempera, 1908-09 en B19 Bloeiende appelboom (Flowering Appletree), 1912.

2) aan de […] Kickert, overdeed:

Verg. Konrad Kickert aan Jan Bronner, 1 november 1920: ‘j’ai de la veine, j’ai retrouvé mon ancien atelier, 26 rue du Départ.’ (o: ’s-Gravenhage, RKD; aangehaald in: Lucien Gard, Conrad Kickert. Le peintre hollandais de Montparnasse (z.p. [Pleaux] Editions Anne et Lucien Gard, 2006; www.conrad-kickert.org) ‘v – Epanouissement à Chevreuse > Retour à Paris’.

 

57

1) dat ’t een […] te dansen:

PM aan Willy Wentholt, 8 oktober 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) En zoo kwam ik er aan’:

PM aan S.B. Slijper, 15 november 1919 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

 

3 De eeuwige vrijgezel

 

58

1) informeerde Mondriaan […] Nederlandse vriendin:

PM aan Willy Wentholt, 13 augustus 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) Die leuke gelegenheid […] kunnen zijn:

PM aan Willy Wentholt, 6 september 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) Meer dan een danspartner:

Verscheidene gegevens in dit hoofdstuk zijn bijeengebracht door Leo Heijdenrijk en Cis Heijdenrijk-Osendarp. Zij zijn de initiatiefnemers tot het Mondriaanhuis in Amersfoort, het geboortehuis van de schilder, waarvoor zij destijds naast een museumfunctie ook een functie als documentatiecentrum voorzagen. Bij het verzamelen van bronnenmateriaal van en over Mondriaan wisten zij de hand te leggen op diens brieven aan Willy Wentholt. Mede door het vroegtijdige overlijden van Leo Heijdenrijk kon het plan deze brieven, voorzien van documentatie, te publiceren geen doorgang vinden. Ik dank Cis Heijdenrijk-Osendarp hartelijk voor haar bereidwilligheid de materialen ter beschikking te stellen voor deze biografie.

 

59

1) minister van Marine:

Jan Wentholt werd in 1905 minster van Marine in het liberale kabinet-De Meester, twee jaar later als partijloos liberaal in het coalitiekabinet-Heemskerk. De Tweede Kamer bracht hem in 1912 ten val toen hij gelden vroeg voor de bouw van een pantserschip voor de verdediging van Nederlands-Indië. Zijn opvolger werd Hendrik Colijn.

2) noodzakelijke diploma’s:

Het doctoraal Frans haalde Willy Wentholt uiteindelijk in 1924.

3) De Lairessestraat 42:

Volgens de aan het bevolkingsregister ontleende gegevens in: Mandy Prins, “Salomon B. Slijper (1884-1971), vriend, verzamelaar en mecenas van Piet Mondriaan”, 148, woonde Slijper van 1912 tot aan zijn vertrek naar Blaricum in oktober 1917 samen met zijn stiefmoeder Mathilda Cohen op het adres Nicolaas Witsenkade 27 bovenhuis. Van februari tot mei 1917 stuurde Mondriaan zijn brieven aan Sal Slijper echter naar pension Bakels aan de De Lairessestraat 42 te Amsterdam, hetzelfde adres waar Willy Wentholt stond ingeschreven.

4) ‘leuke meisjes’:

Mandy Prins, “Salomon B. Slijper (1884-1971), vriend, verzamelaar en mecenas van Piet Mondriaan”, 148.

 

60

1) doch het brengt […] gevoel mede:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. 2. De Nieuwe Beelding als stijl”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 2 (december 1917) 13-18.

2) zijn reeds verder:

PM aan Willy Wentholt, 21 februari 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) hij zal […] hebben gehoord:

Mondriaan kan hebben gedacht aan de muziek van Erik Satie, of aan Igor Stravinsky (die als Rus weliswaar pas in 1934 de Franse nationaliteit verwierf), wiens Le sacre du printemps tijdens de première op 29 mei 1913 een groot schandaal in Parijs veroorzaakte.

4) kwam hij tot de ontboezeming:

PM aan Willy Wentholt, 27 februari 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

5) te druk had […] zijn geschrift:

Verg. PM aan Theo van Doesburg, 8 maart 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘[…] Ook ben ik druk met het vervolg-artikel: vindt je goed dat ik ’t ditmaal wat laat zend. Ik zal maken dat je ’t voor de 15e hebt. Zou ’t dan nog met jouw opmerkingen terug kunnen naar mij?’ Het ‘vervolg-artikel’: Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. VI. De redelijkheid der Nieuwe Beelding. (vervolg)”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 7 (mei 1918) 73-77.

6) Hollandsche Kunstenaarskring:

Hollandsche Kunstenaarskring. 4de Tentoonstelling. Amsterdam, Stedelijk Museum, 16 maart-7 april 1918.

7) ‘want ik heb […] zoo al zei’:

PM aan Willy Wentholt, 2 maart 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

8) mooi meegenomen:

PM aan Theo van Doesburg, 8 maart 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

61

1) zo vroeg hij in een brief:

PM aan Willy Wentholt, 7 maart 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) Hamdorff:

een hotel in Laren, met café, restaurant en zaalruimte, gehouden door de vermaarde Jan Hamdorff.

3) Spitzweg:

Carl Spitzweg, Der ewige Hochzeiter, ca. 1860, 48 x 27,5 cm (v: Essen, Villa Hügel).

4) Op zaterdagmiddag 16 maart 1918 schreef hij haar:

PM aan Willy Wentholt, 16 maart 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

62

1) acht nieuwe werken:

CR: B87 Composition with Color Planes 1, 1917 (v: Zürich, Stiftung Rolf und Margit Weinberg); B88 Composition with Color Planes 2, 1917 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen); B89 Compositie No. 3, with Color Planes 3, 1917 (v: ’s-Gravenhage, HGM); B90 Composition with Color Planes 4, 1917 (v: Loenen aan de Vecht, collectie Jan en Hannie van Eyck-van Rooyen); B91 Compositie No. 5, with Color Planes 5, 1917 (v: New York: MoMA); B92 Composition with Color Planes and Gray Lines 1, 1918 (v: Zumikon, Max Bill/Georges Vantongerloo Stiftung); B93 Composition with Color Planes and Gray Lines 2, 1918 (verloren gegaan); B94 Composition with Color Planes and Gray Lines 3, 1918 (verloren gegaan).

2) Greshoff:

[ J.] Gr.[eshoff], “De Hollandsche Kunstenaarskring”, De Telegraaf, 19 maart 1918.

3) Als voorbeeld gaf hij diens manier van dansen:

Jan Greshoff, “Piet Mondriaan” (‘Schrijversdagboek’).

4) toen het buitengewoon mooi lenteweer was:

N.N., “Plaatselijk Nieuws Laren”, Larensch Nieuwsblad, 25 mei 1918.

5) schreef hij haar hierna heel romantisch:

PM aan Willy Wentholt, ‘Vrijdagavond’ [24 mei 1918] (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

63

1) Ruim twee […] de schilder:

PM aan Willy Wentholt, 10 juni 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) Pijlsteeg:

Thans Ruiterweg 5, Laren. Mondriaan huurde sedert november 1916 twee kamers op dit adres. De schilder maakte overigens in deze periode als werkruimte ook gebruik van een hut, gelegen ‘op een idyllisch plekje tussen de Schapendrift en de Eemnesserweg in het Gooise dorp Blaricum’. Verg. Lien Heyting, “De hut van Mondriaan. Strijd om bestemming historische kunstenaarshutten in Blaricum”.

3) ‘Wat gaat de oorlog mooi!’:

PM aan Willy Wentholt, 2 oktober 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

4) waarmee Mondriaan te kennen gaf:

PM aan S.B. Slijper, 17 oktober 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) juichte hij in een brief aan Willy:

PM aan Willy Wentholt, 15 november 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

64

1) L.B. Lindeboom:

Verg. The Lindeboom Collection of early Works by Piet Mondriaan. Christie’s Amsterdam. Twentieth Century Art. Wednesday 1 December 1999.

2) De Lairessestraat:

Albert Hulshoff Pol woonde in de De Lairessestraat op nummer 12, dus nog dichter bij het Concertgebouw dan Willy Wentholt, op nummer 42.

3) Hij sprak de hoop uit:

PM aan Willy Wentholt, 18 november 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

65

Mondriaan probeerde […] te stellen:

PM aan Willy Wentholt, 6 december 1919 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

66

1) had hij […] te chaperonneren:

PM aan Willy Wentholt, 7 januari 1920 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) een brief aan Van Doesburg:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 12 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Ze ried dit kennissen graag aan:

Jo Steijling aan J.J.P. Oud, 10 oktober 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) merkte Mondriaan op:

PM aan J.J.P. Oud, 24 november 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), met een menslievender toon over haar: ‘Jo Steijling is wel bizonder heh? Leuk dat je ’t haar wat aangenaam maakte want ze verdient ’t wel en ze heeft een moeielijk leven, zooals alle menschen die niet “gewoon” zijn, heh?’

5) overgenomen door Sal Slijper:

Een door Slijper opgestelde ‘Inventaris van schilderijen, teekeningen. Aquarellen, enz. van Piet Mondriaan’, startdatum 1 september 1948 (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief S.B. Slijper), vermeldt als afkomstig van Jo Steijling: een tekening uit 1914, een compositie uit 1918 en twee composities uit 1921. Waarschijnlijk zijn dit: cr: B60 Church Façade 4, 1914 (v: [in 1985] Rhinebeck, NY, Stephen Mazoh & Co); B95 Composition with Grid 1, 1918 (v: Houston, Museum of Fine Arts); B125 Composition with Red, Blue, Black, Yellow, and Gray, 1921 (v: ’s-Gravenhage, HGM); B130 Composition with Large Red Plane, Yellow, Black, Gray, and Blue, 1921 (v: ’s-Gravenhage, HGM). De ‘doeken’ waren overigens door Jo Steijling aan Slijper te koop aangeboden op een moment dat ze in Hilversum wilde verhuizen. Verg. Jo Steijling aan S.B. Slijper, 1 november 1950 (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief S.B. Slijper).

 

67

1) Na Jo’s overlijden:

Over Jo Steijling: Lien Heyting, De wereld in een dorp. Schilders, schrijvers en wereldverbeteraars in Laren en Blaricum, 1880-1920 (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1994) 215-217; J.J. van der Burg aan Lien Heyting, 4 juni 1988 (Amsterdam, archief Lien Heyting); documentatie L.J. Heijdenrijk en F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp, Amersfoort.

2) kittelde hij haar:

PM aan Willy Wentholt, 13 april 1921 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) schreef hij dan ook aan Slijper:

PM aan S.B. Slijper, 29 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘de schilder die de liefde niet kende’:

Hasibi Nacul, “Piet Mondrian: el pintor que no conoció el amor”, Contenido [Mexico], 1 juli 2000.

 

68

1) Dat dierlijke gegiechel:

Geciteerd uit: Peter P. Rohde, Sören Kierkegaard in Selbstzeugnissen und Bilddokumenten (Hamburg: Rowohlt, 1979 [1959] = Rororo Bildmonographien, 28) 36. Kierkegaard had overigens de neiging zichzelf te positioneren als een acteur in zijn dagboeken, die daardoor ook een sterk fictioneel karakter krijgen. Verg. Joakim Garff, Søren Kierkegaard. A Biography. Translated by Bruce H. Kirmmse (Princeton, Oxford: Princeton University Press) 56-59.

2) vita ante acta:

Vroegere levenswandel.

3) ‘Een boetedoener […] dat was genoeg’:

Peter P. Rohde, 53.

4) ‘Nee, pas […] geestelijke beïnvloeding.’:

Søren Kierkegaard, Of/of. Een levensfragment. Vertaald en geannoteerd door Jan Marquart Scholtz (Amsterdam: Boom 2000) 362-363.

 

69

1) ‘een bloem die niet meer geurt’:

Søren Kierkegaard, Of/of. Een levensfragment. Vertaald en geannoteerd door Jan Marquart Scholtz (Amsterdam: Boom 2000) 470.

2) haar ‘vrij maakt’:

Søren Kierkegaard, Of/of. Een levensfragment, 455.

3) zijn alter […] laat zeggen:

Søren Kierkegaard, Of/of. Een levensfragment, 470. Neptunus (Poseidon) veranderde zijn minnares Kainis na door haar bewezen seksuele diensten in een man. Vermeld moet worden dat dit op haar verzoek geschiedde.

 

70

1) verontwaardigd stelling nam:

In de sociaalpsychoanalytische literatuur is het gegeven van de ‘opstand tegen de vaders’ een bekend gegeven; verg. het klassieke Gérard Mendel, La révolte contre le père. Une introduction à la sociopsychanalyse (Parijs: Payot, 1978 [1968]).

2) tussen ethiek en overgave aan God:

Arnold Heumakers, “De liefde van een zelfkweller”, NRC Handelsblad, 21 april 2000.

3) ‘het universeele, de harmonie, de eenheid’:

Piet Mondriaan, “De nieuwe beelding in de schilderkunst. 1. Inleiding”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 1 (oktober 1917) 2-6; 4.

4) ‘But I had to seek the true way alone’:

Piet Mondrian, “Toward the True Vision of Reality” [eerste publicatie 1942], in: dez., Plastic Art and Pure Plastic Art 1937, and other essays 1941-1943. Robert Motherwell ed. (New York: Wittenborn, 1945 = The Documents of Modern Art, 1 1945) 10-15; Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian, 338-341; 338. “Toward the True Vision of Reality” werd door Mondriaan in samenwerking met Charmion von Wiegand in het voorjaar van 1941 geconcipieerd.

 

71

1) Het […] in de kunst:

[H. van Loon] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922. In zijn eerste ‘Manifeste du Futurisme’, hoofdbestanddeel van het artikel “Le Futurisme”, Le Figaro, 20 februari 1909, had F.-T. Marinetti als punt 9 opgenomen: ‘Nous voulons glorifier la guerre – seule hygiène du monde – le militarisme, le patriotisme, le geste destructeur des anarchistes, les belles idées pour lesquelles on meurt et le mépris de la femme.’ (‘Wij willen de oorlog – de enige hygiëne van de wereld – verheerlijken, het militarisme, het patriottisme, het destructieve gebaar van de anarchisten, de mooie ideeën waard om voor te sterven, en de minachting voor de vrouw.)

2) zijn artistieke hoofdopdracht:

Het woord ‘tragiek’ vormt reeds een sleutelterm in Mondriaans eerste grote essay “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst” (1917-1918); de auteur gebruikt het woord dertig keer. In de laatste tijdens zijn leven gepubliceerde tekst, “Pure Plastic Art”, gepubliceerd in de catalogus bij de tentoonstelling Masters of Abstract Art. An Exhibition for the Benefit of the American Red Cross (New York: Helena Rubinstein’s New Art Centre, 1 april-15 mei 1942) 7-11, duikt de term weer op in de cruciale passage: ‘Culture progresses in the measure that we feel the oppression of the tragic – an oppression caused by the unequivalence of these two polarities [the aspiration toward equilibrium and that toward disequilibrium] in human life.’

3) W.F.A. Röell:

[W.F.A. Röell] (‘Van een bijzonderen correspondent’), “De architecten van den ‘Stijl’ te Parijs”, De Telegraaf [avondblad, derde blad], 23 oktober 1923.

4) L’art ne doit pas émouvoir le coeur:

Citaat uit de ‘brochure’ niet van Mondriaan, maar van Theo van Doesburg; verg. dez., (‘eenige fragmenten uit de theoretische arbeid’) De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 12 (december) 185.

5) abolir le naturel:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 12.

6) kwellend voor […] te zien:

Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 168-170.

 

72

1) de partner op een ‘afstand’:

David Shapiro, “Mondrian’s Secret”, in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; 318.

2) zijn kleurenspectrum:

Verg. Walter Hess, “Piet Mondrian (1872-1944)”, in: dez., Das Problem der Farbe in den Selbstzeugnissen moderner Maler von Cézanne bis Mondrian (Mittenwald: Mäander, 1953) 141-145.

3) een retorica van zuiverheid:

Verg. Mark A. Cheetham, The Rhetoric of Purity. Essentialist Theory and the Advent of Abstract Painting (Cambridge, Massachusetts: Cambridge University Press, 1991); John Golding, Paths to the Absolute. Mondrian, Malevich, Kandinsky, Pollock, Newman, Rothko and Still (Londen: Thames & Hudson, 2000).

4) gevangenistralies:

Willem de Kooning: “Mondrian puts you in a jail behind those bars”, geciteerd in: Phong Bui, “In Conversation. Alex Katz with Phong Bui”, The Brooklyn Rail. Critical Perspectives on Arts, Politics, and Culture, mei 2009 (www.brooklynrail.org/2009/05/art/alex-katz-with-phong-bui).

5) pact met de tijdeloosheid:

Fairfield Porter, Art in Its Own Terms. Selected Criticism 1935-1975. Rackstraw Downes ed. (New York: Taplinger, 1979) 74-75.

6) Ad Dekkers:

Verg. Paul Kempers, Margreeth Soeting, Als golfslag op het strand… Ad Dekkers in zijn tijd = Waves breaking on the shore… Ad Dekkers in his time (Amsterdam: Stedelijk Museum, 1998).

7) Robert Rauschenberg:

Geciteerd in: Branden W. Joseph, “White on White”, Critical Inquiry 27 (2000-2001) 1 (herfst 2000) 90-121; 91: ‘they are large white (1 white as 1 god) canvases organized and selected with the experience of time and presented with the innocence of a virgin.’

 

73

1) evenwichtige verhoudingen:

Het ideaal van ‘evenwichtige verhoudingen’ wordt reeds uitgesproken in: Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. 1. Inleiding”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 1 (oktober 1917) 2-6; 4; later in: P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) en weer later in het tijdens zijn leven ongepubliceerd gebleven manuscript “L’Art Nouveau-La Vie Nouvelle” (1931-1932). Van belang voor Mondriaans afwijzen van elke expressietheorie is een statement in Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 8: ‘Ainsi, en montrant l’action des choses complètement et en clarté, la description approximative, le tragique dominateur disparaissent par l’équilibre plastique. Dès l’instant où l’on montre les choses dans une clarté complète, elles sont supprimées en tant qu’idées: il ne reste que la plastique des rapports.’ Verg. voor de Nederlandse vertaling: P. Mondrian, Het Neo-Plasticisme. Algemeen Manifest van de Beeldende Gelijkwaardigheid. Vertaling uit het Frans en verantwoording: Anneke Alderlieste. Beredenering: dr. Cor Blok (Amersfoort: Stichting Mondriaanhuis, 1994) 10: ‘En zo, door de werking van de dingen geheel en in klaarheid te tonen, verdwijnen de vage beschrijving en het overheersende tragische door het beeldend evenwicht. Zodra de dingen in volledige klaarheid getoond worden, bestaan zij niet meer als ideeën: er is enkel de beelding van verhoudingen.’ Zoals het ideematige uit ‘dingen’ weggezuiverd kan worden, zo is het ook met het gevoelsmatige mogelijk.

2) Adorno:

Theodor W. Adorno, Ästhetische Theorie (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1997 = Gesammelte Schriften in zwanzig Bänden. Rolf Tiedemann ed., Band 7) 197: ‘Soviel zumindest ist an den zugleich ausdrucksfeindlichen und sich selbst, wie Mondrian, als positiv erklärenden mathematisierten Kunstwerken evident, dass sie den Prozeß über den Ausdruck nicht entschieden haben.’; verg. T.W. Adorno, Aesthetic Theory. Translated by C. Lenhardt (Londen: Routledge & Kegan Paul, 1984) 171-172 ‘Authentic art is familiar with expressionless expression, a kind of crying without tears. […] Faced with anti-expressive and mathematized art, which interprets itself in purely positive terms (e.g. Mondrian), we can state firmly that the legitimacy of expression has by no means been destroyed once and for all by these works.’

 

 

4 Vechten met de materie

 

74

1) “Klein restaurant – Palmzondag”:

Herdrukt in: Piet Mondriaan, Twee verhalen. Met een inleiding van August Hans den Boef en een studie van Carel Blotkamp (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1987) 21-27.

2) heele drukte:

PM aan Lena Milius, ongedateerd [oktober 1919] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) entresol:

De beschrijving van de ruimte is ontleend aan: Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 142.

4) zo liet […] de klus weten:

PM aan S.B. Slijper, ‘Zondagavond’ [november/december 1919] (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

75

een ware “toevlucht” voor den mensch:

Verg. Piet Mondriaan, “Neo-Plasticisme. De Woning – De Straat – De Stad”, i10. Internationale revue 1 (1927) 1 (januari) 12-18; 12, 15, 17. De bij dit artikel opgenomen foto ‘P. Mondriaan. Atelier van den schilder’ toont niet meer de werkruimte in de rue de Coulmiers, maar het beroemd geworden atelier in 26, rue du Départ, het adres waarheen de schilder op 22 oktober 1921 terugkeerde.

 

76

1) waren hem een gruwel:

Verg. Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988): ‘Hij veranderde in Parijs geregeld van bakker en andere winkeliers, om t.o.v. hen een vreemde te kunnen blijven.’

2) Ook irriteerde het hem:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 16 mei 1920; PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan Simon Maris en Noot Maris-den Breejen, 21 maart 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) een tegenvaller:

Theo van Doesburg, “Rondblik. Parijs. – Salon des Indépendants (Grand Palais des Champs-Elysées). Het kubisme en de meer-moderne kunstuitingen”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 5 (maart 1920) 47-48.

4) Section d’Or:

La Section d’Or – Paris. Kubisten en Neo-Kubisten. Rotterdam, Rotterdamsche Kunstkring, 20 juni-4 juli 1920; ’s-Gravenhage, Haagsche Kunstkring, 11 juli-1 augustus 1920; Arnhem, Korenbeurs, Vereeniging ‘Artibus Sacrum’, september 1920; Amsterdam, Stedelijk Museum, 23 oktober-7 november 1920. Verg. N.N., “Stedelijk Museum”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1 november 1920, waaruit: ‘Het Stedelijk Museum bevat op het oogenblik drie tentoonstellingen; […] even onbelangrijk moet de tweede, van “La Section d’Or” genoemd worden, waar zelfs Mondriaan, die toch wel tot sommigen, – al zijn het ook maar enkelen – van zijn landgenooten spréékt, niet te verstaan is. Mij is het althans niet gelukt, uit zijn groote blokken, in de drie primaire kleuren gehouden, met zwarte en licht-grijze vlakken er tusschen, ook maar eenige schoonheids-aandoening te krijgen.’ Mondriaan exposeerde hier CR: B105 Composition A, 1920 (v: Rome, Galleria Nazionale d’Arte Moderna); B106 Composition B, 1920 (v: Ludwigshafen, Wilhelm-Hack-Museum); B107 Composition C, 1920 (v: New York, MoMA).

 

77

1) toch geen groot artiest:

PM aan Theo van Doesburg, 1 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit ook: ‘Ik geloof dat Léger meer [dan Hellesen, lh] artiest is maar meer ouderwetsch.’

2) of er niet […] hem overschoot:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) dat de specialist […] bronchittes was:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 juli 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ik ben nooit gelukkig in dat opzicht:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 16 mei 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) eeuwigdurende verandering:

Yve-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie. Nederlandse bewerking Toke van Helmond (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 68.

6) moeten verzoeken:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 9 februari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

78

1) schreef hij aan Van Doesburg:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) niet alleen ’t schilderen, heh:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Ook in deze brief, geschreven na afloop van de schoonmaak, geeft hij uiting aan zijn vakantiegevoel.

3) een brief aan Slijper:

Verg. pm aan S.B. Slijper, 4 juni 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Het in deze brief bedoelde atelier is niet meer dat in de rue de Coulmiers, maar in 26, rue du Départ, derde verdieping.

4) werkte Mondriaan […] doeken tegelijk:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, resp. 21 augustus en 14 september 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) opfrissen van de werkruimte:

Verg. Yve-Alain Bois, “De beeldenstormer”, in: Angelica Zander Rudenstine ed., Piet Mondriaan 1872-1944 (Zwolle: Waanders, 1994) 313-380; 356: ‘Mondriaan verandert zijn atelier telkens wanneer hij iets nieuws ontdekt in het schilderen en hij begint zelden aan een nieuwe serie doeken, zonder eerst zijn atelier een nieuw verfje te geven.’

6) zo liet hij Van Doesburg weten:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 oktober 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) zooals ik in ’t artikel schreef:

Bedoeld is een passage uit: Piet Mondriaan, “Natuurlijke- en abstracte realiteit”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 10 (augustus 1919) 109-113: “3e Tooneel. Nacht – de sterren staan nu aan een helderen hemel boven een wijde zandvlakte”, 111: ‘In de Nieuwe Beelding blijft het rythme, hoe verinnerlijkt ook, evenwel steeds bestaan en is zelfs nog wisselend door de ongelijkheid van de maatverhoudingen waarin de verhouding van stand, de oerverhouding, gebeeld wordt. Dit doet haar dan ook levende werkelijkheid voor ons menschen blijven.’

8) een zes- à zevental:

CR: B104 No. VI / Composition No. II, 1920 (v: Londen, Tate Gallery); B105 Composition A, 1920 (v: Rome, La Galleria nazionale d’arte moderna e contemporanea); B106 Composition B, 1920 (v: Ludwigshafen am Rhein, Wilhelm-Hack-Museum); B107 Composition C, 1920 (v: New York, MoMA); B108 Composition I, 1920 (in februari 2009 geveild uit de collectie van Yves Saint Laurent en Pierre Bergé); B109 Composition II, 1920 (v: particuliere collectie); B110 Composition III / “Komposition No. XIII”, 1920 (v: Keulen, Museum für Angewandte Kunst, Sammlung von Prof. Dr. R.G. Winkler).

 

79

1) Composities met kleurvlakjes:

CR: B87 Composition with Color Planes 1, 1917 (v: Zürich, Stiftung Rolf und Margit Weinberg); B88 Composition with Color Planes 2, 1917 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen); B89 Compositie No. 3, with Color Planes 3, 1917 (v: ’s-Gravenhage, HGM); B90 Composition with Color Planes 4, 1917 (v: Loenen aan de Vecht, collectie Jan en Hannie van Eyck-van Rooyen); B91 Compositie No. 5, with Color Planes 5, 1917 (New York: MoMA).

2) in wisselende kracht zijn aangebracht:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 oktober 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘een ding’:

Praten over een kunstwerk als een ‘ding’ herinnert aan Herman Gorter die de voltooiing van zijn 4400 regels tellende gedicht ‘Mei’ meldde met de woorden ‘Het ding is af.’ Verg. Herman Gorter aan Alphons Diepenbrock, 15 november 1888; gepubliceerd in: Enno Endt ed., Herman Gorter Documentatie 1864-1897 (Amsterdam: G.A. van Oorschot, 21986) 170 (brief 1888: 21).

4) Het heeft mij […] 6 bezig:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 4 december 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) welk werk […] kunnen zijn:

In de catalogus van de herdenkingstentoonstelling uit 1994, Angelica Zander Rudenstine ed., Piet Mondriaan 1872-1944 (Zwolle: Waanders, 1994), 192-193, wordt dit eerste voltooide werk uit de naoorlogse periode te Parijs nog geïdentificeerd als ‘85 Composition A; Compositie met zwart, rood, grijs, geel en blauw’ (CR: B105 Composition A, 1920; v: Rome, Galleria nazionale d’arte moderna), terwijl in CR II, 276-277, de keuze valt op B104 No. VI – Composition No. II, 1920 (Londen: Tate Modern).

 

80

1) om de werken van elkaar te onderscheiden:

Verg. CR II, 186-189.

2) die afbreuk deden:

Als voorbeeld uit vele, CR: B279.308 Composition (with Red ?) (unfinished ?). 1937 / Composition with Yellow, Blue, and Red. 1939-42, 1937/1942 (Second state) (v: Londen, Tate Modern), dat in het museum te boek staat als: Composition with Yellow, Blue and Red 1937-42. Een eerste aanzet tot een dissertatie over de betiteling van Mondriaans werken in: John C. Welchman, Invisible Colors. A Visual History of Titles (New Haven, Londen: Yale University Press, 1997) “Chapter 6. Composition i: Naming the Non-Iconic in the Work of Piet Mondrian and Wassily Kandinsky”, 176-208.

 

81

1) tot aan […] afscheid nemen:

Behalve een keer, onomstotelijk, voor een expositie in Nederland: Fransche Schilderkunst uit de Twintigste Eeuw, Amsterdam, SM, 9 april-2 mei 1932; verg. CR III, 32 met een tentoonstellingsfoto waarop het schilderij te zien is.

2) aan J.J.P. Oud rapporteerde:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 24 februari 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia).

3) Het is in elk geval dit schilderij:

CR: B104 No. VI / Composition No. II, 1920 (v: Londen, Tate Gallery).

4) zoals een kenner het uitdrukt:

Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 56.

5) De compositie bestaat uit:

Ronald Alley, “Mondrian’s Composition in Grey, Red, Yellow and Blue, 1920 (Tate Gallery)”, The Burlington Magazine 110 (1968) 781 (april 1968) 216, 217 (afb.); dez., “T.915 Composition in Grey, Red, Yellow and Blue c. 1920-7”, in: dez., Catalogue of The Tate Gallery’s Collection of Modern Art other than works by British Artists (Londen: The Tate Gallery in association with Sotheby Parke Bernet, 1981) 532-536.

 

82

1) de nieuwe harmonie:

Verg. hierover Els Hoek, “Mondriaan”, in: Carel Blotkamp e.a., De beginjaren van De Stijl 1917-1922 (Utrecht: Reflex, 1982) 72-73.

2) een zwart-witreproductie:

De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 10 (augustus 1919) bijlage XIX, afb. tegenover p. 109. Het betreft CR: B99 Composition with Grid 5: Lozenge Composition with Colors, 1919 (v: Otterlo, KMM).

3) moest hij […] gelijk geven:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 6 september 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Een maand […] nogmaals weten:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 oktober 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) dat Mondriaans […] compositie rammelde:

Het onderwerp van discussie: B110 Composition III / “Komposition No. XIII”, 1920 (v: Keulen, Museum für Angewandte Kunst, Sammlung von Prof. Dr. Richard G. Winkler)

6) kwam hij […] ‘nieuwe harmonie’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, resp. 15 juni 1920 en ongedateerd [na 15 juni 1920; antwoord op een reactie van Van Doesburg op de eerste brief] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) Na ’t geen […] is ’t niet:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 12 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

83

1) Bill:

Max Bill, “Die Komposition 1/1925 von Piet Mondrian”, Jahresbericht 1956 der Zürcher Kunstgesellschaft (Zürich: Zürcher Kunstgesellschaft, 1956) 3-7; 4-5, n.a.v. CR: B165 Tableau No. I: Lozenge with Three Lines and Blue, Gray, and Yellow, 1925 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich).

2) buiten de kaders van het doek:

De vraag of Mondriaan zijn voorstellingen wellicht groter heeft bedoeld dan het schilderijvlak, wordt aan de orde gesteld in: Louis Veen, 1931: Mondriaan versus Mondriaan (scriptie Algemene Cultuurwetenschappen, Open Universiteit Nederland, Faculteit Cultuurwetenschappen, 2003) n.a.v. het schilderij CR: B229 Lozenge Composition with Two Lines, 1931, ten onzent beter bekend onder de titel ‘Compositie met twee lijnen’. Veen betrekt in zijn analyse drie componenten: (a) de lijst, (b) de zwarte lijnen en (c) het beeldvlak. (a) Mondriaan, zo expliceert hij, besteedde veel aandacht aan de ‘teruggetrokken’ lijst. Waarom zoveel aandacht voor een lijst, als hij van mening was dat het schilderij zich tot het oneindige voortzet? [b) Sommige zwarte lijnen blijken over de rand heen te zijn geschilderd, andere stoppen juist voor de rand. De kunstenaar is daar niet consequent in. Waarom zou hij de lijnen hebben laten stoppen voor de rand, als hij van mening was dat het schilderij zich tot in het oneindige voortzet? (c) De grootte en stand van het beeldvlak (= canvas) is bepalend voor de compositie. Mondriaan ging intuïtief te werk, hij plaatste de lijnen op het gevoel. Dat kan alleen maar wanneer hij rekening hield met de randen van het beeldvlak. De verhoudingen van de vlakken worden bepaald ten opzichte van het beeldvlak en niet ten opzichte van de oneindige ruimte. Het bepalen van een compositie kan met andere woorden niet zonder de begrensde ruimte van het beeldvlak. Ook het evenwicht tussen de rechthoekige vlakken kan alleen intuïtief bepaald worden binnen een begrensd beeldvlak. Conclusie: het is niet mogelijk Mondriaans schilderijen als onbegrensd te beschouwen.

 

84

1) Het bewuste artikel van Röell:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Een bezoek bij Piet Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 9 juli 1920.

2) Als gediplomeerd ingenieur:

Informatie over W.F.A. Röell ontleend aan: J.A. Pollones, “In Memoriam W.F.A. Röell”, De Gids 96 (1932) IV, 374-376; [H. van Loon], (‘De correspondent van de N.R.C. te Parijs schrijft aan dat blad’), “Jhr Ir W.F.A. Röell †”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 12 november 1932; N.N. (‘Onze correspondent te Parijs’), “Jhr. W.F.A. Röell †”, Algemeen Handelsblad, 13 november 1932; N.N., “Jhr. Ir. W.F.A. Röell overleden. Vooraanstaand journalist te Parijs. Verbreider van de Fransche kunst in ons land, en van de onze in Frankrijk”, De Telegraaf, 13 november 1932; telefoongesprek met de heer R.A. Röell, 28 september 2007.

3) completeerde hij […] met de kunstenaar:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Een bezoek bij Piet Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 9 juli 1920; [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924; [W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926; [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Zijn nieuwe levensleer”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 12 maart 1932. De artikelen van Röell zijn, zoals destijds gebruikelijk, niet gesigneerd.

4) H.E.H. van Loon:

[H. van Loon] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922; H. van Loon, “Piet Mondriaan, de mensch, de kunstenaar”, Maandblad voor Beeldende Kunsten 4 (1927) 7 (juli) 195-199; H. van Loon, “Abstracte schilderkunst. Een tentoonstelling te Parijs – De beteekenis van Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30 maart 1930; H. v.[an] L.[oon], “Piet Mondriaan” (‘Parijsche Brief’), Het Hollandsche Weekblad, 28 augustus 1937; H. van Loon, “Piet Mondriaan 70 jaar. De stichter van het neo-plasticisme”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 6 maart 1942.

 

 

85

1) boodschapper van de avant-garde:

Bastiaan van der Velden, W.F.A. Röell. Boodschapper van de avantgarde (Enkhuizen: Labyrint, 1996), uitgave van een aantal artikelen van Röell over dada en surrealisme uit Het Vaderland en De Vrije Bladen; W.F.A. Röell, “Pablo Picasso”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 35 (1925) 69 (januari-juni) 304-315.

2) een mooie inkijk in Mondriaans atelier:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Een bezoek bij Piet Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 9 juli 1920.

 

 

5 Aan de grote boulevards

 

88

1) de verzendkosten […] met werk:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) twee werken […] het jaar 1921:

CR: B118 Composition with Large Yellow Plane, 1921; B119 Composition with Large Red Plane, 1921. De werken waren geëxposeerd geweest op de tentoonstelling Les Maîtres du Cubisme in de Galerie de l’Effort Moderne van Léonce Rosenberg, mei 1921.

3) schreef hij […] Tweede Kamer:

Geciteerd in: N. Nanninga, “Thomas Johannes Stieltjes”, Rotterdam’s Jaarboekje, reeks 7, 8 (1970) 177-187; 178.

 

89

de diep ingewortelde drang:

Hans Redeker, “Mondriaans dwaaltocht als uniek Haags bezit”, Ons Erfdeel 15 (1972) 4, 110-114; 113-114.

 

90

1) panter:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961.

2) Albert Plasschaert:

Verg. N.N. [= A. Plasschaert], “Schilderkunst-Kroniek. Hollandsche Kunstenaarskring, Amsterdam II”, De Amsterdammer Weekblad voor Nederland, 10 mei 1919; dez., “Schilderkunst-Kroniek. Hollandsche Kunstenaarskring, Amsterdam II”, De Amsterdammer Weekblad voor Nederland, 29 april 1922.

3) Hij waarschuwde de Nederlandse museumwereld:

A. Plasschaert, “Nederlandse schilders. Jan Sluyters in de Kunstzaal van Lier. J.H. Gosschalk bij d’Audretsch”, De Groene Amsterdammer, 21 september 1929.

4) waarin de sexualiteit […] overheerscht:

H.v.M., “Jan Sluyters’ levenswerk in het Stedelijk Museum te Amsterdam”, krantenknipsel z.b., 28 december 1931; geciteerd in: Mieke van der Wal, Jan Sluijters. Vrouwen (Zwolle: Waanders; Assen: Drents Museum, 2002) 24.

5) Het bewuste werk:

Jan Sluijters, Negerin met rode sjaal (Tonia Stieltjes), ca. 1922 (v: Assen, Drents Museum; langdurige bruikleen van E. Gerritsen-Sluijters). Voor een complete lijst van Sluijters’ portretten van Tonia Milgens verg. Jacqueline de Raad, “On ‘painting from negroes’ and Jan Sluijters’ favourite model Tonia Stieltjes”, in: Arnoud Bijl, Marlies Kleiterp eds., Black is beautiful. Rubens to Dumas (Zwolle: Waanders, 2008) 125-135, 368-370; 369-370 n. 10. Twee werken op papier zijn afgebeeld in: Anita Hopmans, Jan Sluijters 1881-1957. Aquarellen en tekeningen (Zwolle: Waanders; ’s-Hertogenbosch: Noordbrabants Museum, 1991) 177-178.

 

91

1) zich gedwongen zag ontslag te nemen:

Documentatie van de kinderen uit het eerste huwelijk van Tonia Milgens (x: Utrecht, archief Carel Blotkamp).

2) had reeds lang geen hoge pet meer op:

PM aan Simon Maris, 7 april 1930 (o: ’s-Gravenhage, RKD); gepubliceerd als brief 10 in: Paul Gorter, m.m.v. Joop M. Joosten, “Mies Maris’ vergeten ‘Mondriana’”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 14 (1998) 3, 35-47: ‘Je schreef over Van Dongen. Die vind ik altoos een heel groot artiest en ’t hindert me te hooren dat Jan Sluyters vlak erna wel succes had!’ Het op- of afwaarderen van Sluijters tegen Van Dongen vice versa was destijds een vast onderdeel in het repertoire van de kritiek, verg. Anita Hopmans, “Jan Sluijters en Kees van Dongen. ‘Een critische vergelijking’”, in: Dominique Colen, Jacqueline de Raad eds., Jan Sluijters. Schilder met verve (Laren: Singer Museum; Zwolle: Waanders, 1999) 63-95.

3) schijnbaar indolente:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961.

4) intense bewondering:

Mathilde Visser aan Hans L.C. Jaffé, 15 augustus 1966, gepubliceerd in: De Sandwich-man. Het Aica-archief 1 (1998) 2 (februari 1998) 33-37; 33.

5) blanke ziel:

W. Steenhoff, “Tentoonstelling Hollandsche Kunstkring Sted. Museum”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, 5 maart 1919.

6) Steenhoff:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961.

7) dankzij Steenhoffs bemiddeling:

De indruk dat het eerste contact dateert uit de pre-Parijse periode komt uit PM aan Simon Maris en Noot Maris-den Breejen, 21 maart 1920, gepubliceerd als brief 3 in: Paul Gorter, m.m.v. Joop M. Joosten, “Mies Maris’ vergeten ‘Mondriana’”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 14 (1998) 3, 35-47, waaruit: ‘Kennissen van me ook met twee kinderen, de Stieltjes, zijn nog steeds hier in een hoteletje.’

8) een brief van 9 februari 1920:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 9 februari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

92

1) mijn laatste artikel:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 3 (januari 1920) 27-31: “Vervolg 6e Tooneel”.

2) kleine of groote patjakkers:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 10 juli 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) van den Briel:

Albert van den Briel aan Robert P. Welsh, 25 december 1967 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Hij had bewondering […] ras:

Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 55.

5) Het was […] Alles voor Piet:

Seuphor uit een gesprek, geciteerd in: Coos Versteeg, Mondriaan. Een leven in maat en ritme (’s-Gravenhage: SDU, 1988) 115.

 

93

1) son rôle d’enfant gâté:

Michel Seuphor, Le commerce de l’art (Brugge: Desclée De Brouwer, 1966) 49-50.

2) een concept van een briefje:

Groen gekartonneerd notitieboekje Tonia Stieltjes (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) Een brief van Van Doesburg:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 24 februari 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

95

1) Alles beweegt […] roode veer…:

P. Mondriaan, “De groote boulevards”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, i: 27 maart 1920, II: 3 april 1920; herdrukt in: Piet Mondriaan, Twee verhalen. Met een inleiding van August Hans den Boef en een studie van Carel Blotkamp (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1987) 13-20.

2) een sympathiebetuiging:

PM aan J.J.P. Oud, 25 februari 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. ook Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian, 124-125. Als ondersteunend bewijs voor de futuristische tendens in de tekst van Mondriaan verwijzen de auteurs naar een exemplaar van F.T. Marinetti, Les Mots en liberté futuristes (Milaan: Edizioni Futuriste di “Poesia”, 1919), afkomstig kennelijk uit de nalatenschap van Mondriaan, met de opdracht van de auteur: ‘P. Mondrian, simpátia futurista.’

3) nog erg naturalistisch in begrip:

PM aan Willy Wentholt, 25 februari 1921 (t: Utrecht, archief Carel Blotkamp).

4) een brief aan Van Doesburg:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 17 mei 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Uit de brief blijkt dat hij ook een oude kennis uit zijn Amsterdamse jaren, de schrijver Arthur van Schendel, die hij net in Parijs gesproken had, vanwege diens gereserveerde houding tot ‘de oude kliek’ rekende.

5) Elders heet het:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 september 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

96

1) “De groote boulevards” had afgedrukt:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, resp. 20 maart en 1 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) veel meer dan hij had verwacht:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 16 mei 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Van Deyssel:

L. van Deyssel, “Futurisme”, De Nieuwe Gids. Maandblad voor letteren, kunst, wetenschap en wijsbegeerte 35 (1920) 5 (mei) 703-723. Fragmenten uit deze lange bespiegeling werden afgedrukt in: H.P.L. Wiessing, “Mondriaan Futurisme volgens L. van Deyssel”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, 15 mei 1920. Door Wiessings wijze van aaneenplakken van de citaten leek het alsof Van Deyssel (in Mondriaans woorden) voor hem wegsmolt ‘als een stuk ijs in warm water’; verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 17 mei 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) in een bedankje:

PM aan Lodewijk van Deyssel, 18 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) Novalis:

Verg. N.N., “Een gesprek met Lodewijk van Deyssel. (K.J.L. Alberdingk Thijm, tegen zijn zestigsten verjaardag.) II. (Slot)”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 mei 1924; Harry G.M. Prick, Een vreemdeling op de wegen. Het leven van Lodewijk van Deyssel vanaf 1890 (Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2003) 1341 n. 6. De vergelijking van Mondriaan met de negentiende-eeuwse denkers ook bij: A.M. Hammacher, “Czaky en de beeldhouwkunst”, Elsevier’s Maandblad 42 (1932) 83 (januari-juni) 6 (juni) 369-381; 373-374: ‘Men kan van iemand als Mondriaan zeggen […] dat hij de cubistische strategie ten einde heeft gedacht, zooals geen der andere initiateurs. Wie zijn conclusies onbevooroordeeld leest, zal moeten erkennen, dat zijn evenwichtsdrang en zijn besef van de kunst als een functie in een levenscomplex, met dienende bestemming, weinig afwijkt van hetgeen wij in de vorige eeuw als een droomkracht met groote spanning uit de romantici der ambachtelijke renovatie zagen opgaan.’

 

Fotokatern, nr. 13 en 14

Beide foto’s zijn door A.S. de Meijere (Amstelveen) in permanente bruikleen gegeven aan het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Ik dank mevrouw De Meijere voor het beschikbaar stellen, ten behoeve van deze biografie, niet alleen van de foto’s maar ook van diverse genealogische gegevens over Wim en Tonia Stieltjes.

 

97

1) tamboereerde hij:

PM aan S.B. Slijper, 19 maart 1932 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) Klein restaurant – Palmzondag:

Herdrukt in: Piet Mondriaan, Twee verhalen. Met een inleiding van August Hans den Boef en een studie van Carel Blotkamp (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1987) 29-73; 21-27.

3) Dat restaurant:

Overtuigend is aangetoond in: Jolein van Kregten, “Verklarende aantekeningen bij De groote boulevards en Klein restaurant – Palmzondag”, in: Ankie de Jongh-Vermeulen e.a., Mondriaan Montparnasse. Jubileumbundel Mondriaanhuis Museum voor Constructieve en Concrete Kunst 2005 (Amersfoort: Museum voor Constructieve en Concrete Kunst, 2005) 62-66; 66, dat dit restaurant ‘zeer waarschijnlijk’ gelegen is geweest op de avenue d’Orléans nabij de Boulevard Jourdan. Om die gelegenheid te bereiken hoefde hij maar de rue de Coulmiers uit te lopen.

4) etensuur:

Bedoeld is het middageten.

5) Ik ben nu […] alors:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) klopte vervolgens aan bij de redactie:

PM aan H.Th. Colenbrander, redactiesecretaris van De Gids, resp. 1 en 7 juni 1920 (o: Leiden, UB).

7) Aan Oud deed hij zijn beklag:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 28 maart 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia). Verg. ook Theo van Doesburg aan Anthonie Kok, 24 mei [of juni?] 1920, gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 296, 299 n. 26 en 27.

 

98

1) Zijn dit nog tegendeelen:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 30 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) zag het […] zijn opgave:

Verg. ook Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 132-137. Mondriaans onvermogen met literaire middelen hetzelfde te bereiken wat hij met het penseel vermocht, werd reeds opgemerkt in: [W.F.A. Röell], “Een bezoek bij Piet Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 9 juli 1920, waaruit: ‘M. geeft daarin niet alleen alle indrukken, in de willekeurige volgorde, waarin ze zich opdringen, maar tevens alle zijweggetjes zijner onbewuste overpeinzingen. Het lijkt dus eerder impressionistisch proza, dat veraf staat van zijn vereenvoudigden, beeldenden stijl. M.’s pen schrijft alles op, terwijl zijn beeldend oog schift en kiest.’

 

99

1) dilettant:

Verg. Carel Blotkamp, “Mondriaan als literator”, in: Piet Mondriaan, Twee verhalen. Met een inleiding van August Hans den Boef en een studie van Carel Blotkamp (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1987) 29-73; 30.

2) Van Vriesland:

Victor E. van Vriesland, “Brief uit Parijs”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, 24 april 1920.

3) ‘constructieve […] en vorm’:

De ‘constructieve eenheid van inhoud en vorm’ was als ideaal gedefinieerd in: Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Antony Kok, “Manifest II van ‘De Stijl’ 1920. De literatuur”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 6 (april 1920) 49-50; 50.

4) dambordletterkunde:

Term uit: N.N., “Dambordliteratuur”, Het Centrum. Dagblad voor Utrecht en Nederland, 10 april 1920, waarin Mondriaans literaire oefeningen uit De Nieuwe Amsterdammer als ‘geweldigzware en diep-ondoorgrondelijke hersens en gemoeds-zwoegerijen’ worden afgedaan.

 

100

1) ‘werkelijk aanzienlijke litteraire waarde’:

Victor E. van Vriesland, Het werkelijkheidsgehalte in de letterkunde (Amsterdam: Em. Querido, 1962) 176-177.

2) ver boven de begroting gegaan:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 19 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) t materieele bindt heh:

PM aan Til Brugman, 2 november 1923 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) twee ton aan guldens:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961.

 

101

1) in de annalen:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961.

2) betalende gasten te zoeken:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), ‘Samedi’ [1932, jaartal toegevoegd door de briefontvanger] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Gerefereerd wordt kennelijk aan een buitenverblijf van Stieltjes.

3) vroegtijdig moeten afbreken:

PM aan Ella en Louis Hoyack, 17 oktober 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) zo wil het verhaal:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961. Jan de Meijere beoordeelde de herinnering van zijn zuster Marcella aan die ene roos op de baar, zoals ook het afsluiten op last van de deurwaarder van het huis aan de Square de Port-Royal als een voor haar kennelijk ‘mooi beeld’, maar in werkelijkheid ‘onjuist’ (typoscript aantekeningen Jan de Meijere, x: Utrecht, archief Carel Blotkamp). Een ander detail wordt echter bevestigd in een contemporaine brief van Mondriaan: ‘Om 9 uur hadden ze Tonia begraven, alleen met hun drieën. Daarna gegeten in een restaurant en toen wilden ze ’t liefst bij mij zijn, ’t geen ik natuurlijk apprecieer. Maar ik geloof dat ik nog ’t meeste in de war was.’ Uit: PM aan Ella en Louis Hoyak, 6 november 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Uit een andere brief blijkt bovendien dat Stieltjes en de kinderen inderdaad zeer kort nadien moeten zijn verhuisd: PM aan Ella en Louis Hoyack, 18 december 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) bekende hij in een brief:

Michel Seuphor, Le commerce de l’art (Brugge: Desclée De Brouwer, 1966) 49-50; PM aan Ella en Louis Hoyak, resp. 6 november en 18 december 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. ook PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), ongedateerd? [eerste gedeelte van de brief ontbreekt] [november 1932] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ce qui est seulement vraiment triste c’est que Tonia Stieltjes est morte depuis un mois. Tu comprends comme cela m’a touché.’

6) In Parijs heb ik nu niemand meer:

PM aan Arthur Müller-Lening, 22 december 1932 (gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie. Nederlandse bewerking Toke van Helmond (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 34-35; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

 

6 Licht moet komen en klaarheid

 

102

1) een bezoek aan Parijs:

Verg. Theo van Doesburg aan J.J.P Oud, 11 mei 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia): ‘Ik heb Mondriaan uitvoerig over jouw plan geschreven en hem adres hotel gevraagd.’ Verg. ook PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 augustus 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Dat hotel Terminus is wel goed maar voor hetzelfde geld kan Oud ook in de stad als hij dat liever wil. Ik kan natuurlijk alleen een kamer bespreken als hij me precies de dag van komen opgeeft. Een goede kamer is 12 frs. zonder ontbijt.’

2) driehonderd gulden van zijn vader:

J.J.P. Oud, “Mondriaan, de mens”, in: L.J.F. Wijsenbeek, J.J.P. Oud, Mondriaan (Zeist: W. de Haan; Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1962) 61-81; 77 vlgg. Verg. ook J.J.P. Oud aan Willem Sandberg, ongedateerd (t: veilingcatalogus Bubb Kuyper, Haarlem, november 2004, 41/3793), waaruit: ‘Ik heb Mondriaan nooit in Holland ontmoet meen ik, wèl in Parijs, waar ik wel eens een week met hem samen was (met hem at; de gehele dag met hem doorbracht en alleen in een hotel sliep).’

3) op de Place de la République:

Verg. echter J.J.P Oud aan Theo van Doesburg, ongedateerd [eerste week van augustus 1920] (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief en bibliotheek Theo en Nelly van Doesburg, 151), waarin hij melding maakt van zijn vertrek op vrijdag (7 augustus 1920). Om Mondriaan niet lastig te hoeven vallen had hij zijn hotel via Cook geboekt.

4) de eerste keer dat de schilder:

PM aan J.J.P. Oud, 23 januari 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit ook: ‘Ik zal ’t prettig vinden U te mogen ontmoeten, als U hier komt.’

5) een terugblik:

J.J.P. Oud, “Piet Mondriaan”, in: Piet Mondriaan herdenkingstentoonstelling. Ter gelegenheid van de tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum te Amsterdam November-December 1946 (Amsterdam: Stadsdrukkerij, 1946) 29-34; 30.

 

103

1) boegbeeld […] kunstenaarslichting:

Verg. Thomas Vaessens, “De ster van een ongekend medium. Chaplin als boegbeeld van een nieuwe kunstenaarslichting?”, Vooys. Tijdschrift voor Letteren 11 (1993) 3-4 (juli) 146-162.

2) snorretje:

Vreemd genoeg brengt Oud zelf de snor van Mondriaan niet als punt van gelijkenis met Chaplin ter sprake. Wellicht had hij, toen hij zijn herinneringen ophaalde, alweer een beeld van een vlekkeloos geschoren Mondriaan voor ogen.

 

104

1) voor de gehele aardbevolking aansprekend:

Alfred Roth, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, Auguste Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 144. In zijn eigen geschriften of brieven spreekt Mondriaan nergens over Charlie Chaplin.

2) tot een uur of twee ’s nachts:

Verg. PM aan Eugene en Gwen Lux, 17 november 1934 (o: Parijs, Trusteam CB Patrimoine; x: Amersfoort: Mondriaanhuis), waaruit: ‘En général, je travaille jusqu’à 2 Hre du matin.’

3) Half geschoren […] verwijderen waren:

J.J.P. Oud, “Mondriaan, de mens”, in: L.J.F. Wijsenbeek, J.J.P. Oud, Mondriaan (Zeist: W. de Haan; Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1962) 61-81.

4) Ik ben blij […] kan leven:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 25 augustus 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

105

1) een autobiografische toneeltekst:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 8 (juni 1919) 85-89: “1e Tooneel. Late Avond – vlak land – wijde horizon – hoog daarboven de maan”; 9 (juli 1919) 97-99: “2e Tooneel. Grillige boomgroepen teekenen zich tegen de heldere maanlucht af”; 10 (augustus 1919) 109-113: “3e Tooneel. Nacht – de sterren staan nu aan een helderen hemel boven een wijde zandvlakte”; 11 (september 1919) 121-125: “Vervolg 3e Tooneel”; 12 (oktober 1919) 133-137: “Slot 3e Tooneel”; De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 2 (december 1919) 15-19: “4e Tooneel. Een molen van zeer nabij – scherp en donker tegen de heldere nachtlucht – de wieken staan stil in den vorm van een kruis”, “5e Tooneel. Tuin met in Stijl geschoren boomen en heesters – huis”, “6e Tooneel. De gevel van een kerk – als een plat vlak tegen het duister, in schijnsel van ’t stadslicht”; 3 (januari 1920) 27-31: “Vervolg 6e Tooneel”; 5 (maart 1920) 41-44: “7e Tooneel. Atelier van z.”; 6 (april 1920) 54-56: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 7 (mei 1920) 58-60: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 8 (juni 1920) 65-69: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 9 (juli 1920) 73-76: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 10 (augustus 1920) 81-84: “8e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; herdrukt in: Herbert Henkels ed., Piet Mondriaan. Gedurende een wandeling van buiten naar de stad (2 dln. ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum/Gravura, 1986) I, 28-85.

2) op advies van ‘Does’ veranderde:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [Laren, mei 1919] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Mijn nieuwe stuk […] mijn werk:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 4 december 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) een fragment van de beschrijving:

Piet Mondriaan, “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 7 (mei 1920) 58-60; 58-59.

 

106

‘maagdelijke onberoerdheid’:

Zoals bijvoorbeeld reeds geconstateerd in: J. Bendien, “Piet Mondriaan – 60 Jaar”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 42 (1932) 84 (juli-december) 3 (september) 168-174, reproducties XXXV-XXXVI; 172. Mondriaans schilderijen riepen bij veel Europese schilders die na hem kwamen, zoals de leden van de Cobragroep, agressie op. Zij voelden de drang zijn ‘maagdelijke doeken’ te vullen om te weten ‘hoe kunst moet zijn’. Constant, “C’est notre désir qui fait la révolution” (1949), geciteerd uit: Ad de Visser ed. [vertaling], De tweede helft gedocumenteerd. 130 teksten en documenten aangaande de beeldende kunst (Amsterdam: SUN, 2002) 103-105; 104. Oorspronkelijk in: Constant, “C’est notre désir qui fait la révolution”, Cobra. Organe du front internationale des artistes experimentaux davant-garde. Édition: Experimentele groep in Holland, nr. 4, 1949, 3-4; 3: ‘Allons remplir la toile vierge de Mondrian même si ce n’est qu’avec nos malheurs. Le malheur n’est-il pas préférable à la mort, pour les hommes forts qui savent lutter?’

 

107

1) hierna uiteenzette in een artikel:

Piet Mondrian, “De Realiseering van het Neo-Plasticisme in verre toekomst en in de huidige Architectuur”, De Stijl 5 (1922) 3 (maart) 41-47; 5 (mei) 65-71; 68. Het artikel was een polemische tegenzet tegen: J.J.P. Oud, “Over de toekomstige bouwkunst en hare architectonische mogelijkheden. Lezing gehouden door den Heer J.J.P. Oud, voor de vereeniging ‘Opbouw’”, Bouwkundig Weekblad. Orgaan van de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst Bond van Nederlandsche architecten 42 (1921) 24 (11 juni 1921) 147-160.

2) Blotkamp:

Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 137 vlgg.

 

108

1) de tekst toegestuurd van zijn lezing:

J.J.P. Oud, “Over de toekomstige bouwkunst en hare architectonische mogelijkheden. Lezing gehouden door den Heer J.J.P. Oud, voor de vereeniging ‘Opbouw’”, Bouwkundig Weekblad. Orgaan van de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst Bond van Nederlandsche architecten 42 (1921) 24 (11 juni 1921) 147-160. In: Ed Taverne, Dolf Broekhuizen, “De dissidente architecten: J.J.P. Oud, Jan Wils en Robert van ’t Hoff”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 365-396; 369, wordt gesteld dat Oud zijn lezing naar Mondriaan had gestuurd kort na zijn bezoek aan Parijs ‘in de zomer van 1921’, maar dat bezoek vond plaats in augustus 1920; verg. aldaar n. 15, waar wel de correcte datum staat vermeld.

2) een brief van 17 augustus 1921:

PM aan J.J.P. Oud, 17 augustus 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) Ook leerde hij Oud een lesje:

PM aan J.J.P. Oud, 30 augustus 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) beet hij van zich af:

J.J.P. Oud, geciteerd in: PM aan J.J.P. Oud, 18 september 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

109

1) In een epistel aan Theo van Doesburg:

J.J.P. Oud aan Theo van Doesburg, ongedateerd [augustus/september 1921] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Nietzsche:

Friedrich Nietzsche, Also sprach Zarathustra. Ein Buch für Alle und Keinen, Erster Theil, ‘Vom Wege des Schaffenden’: ‘Schreien wirst du einst “ich bin allein!”’

3) Piet is me […] opgeheven:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 12 september 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia).

 

110

1) ‘maar al te graag’:

Ed Taverne, Dolf Broekhuizen, “De dissidente architecten: J.J.P. Oud, Jan Wils en Robert van ’t Hoff”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 365-396; 370.

2) door zijn vriend zag ondergebracht:

Piet Mondrian, “De Realiseering van het Neo-Plasticisme in verre toekomst en in de huidige Architectuur”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 3 (maart) 41-47; 5 (mei) 65-71; 65.

3) concludeerde hij licht tandenknarsend:

PM aan J.J.P. Oud, 4 april 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Oud had Mondriaan kennelijk een vriendelijke en verzoenende brief geschreven naar aanleiding van het interview: [H. van Loon] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922.

4) getuige een brief van Lena Milius:

Lena Milius aan Theo van Doesburg, 22 september 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) veel verder terug in de tijd:

Verg. voor deze stelling: Craig Eliason, “‘All the serious men are sick’. Van Doesburg, Mondrian and Dada”, Simiolus. Netherlands quarterly for the history of art 34 (2009-2010) 1, 50-55.

 

111

1) Van Doesburg, die hem toebeet:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 3 november 1921; geciteerd in: Els Hoek ed., Theo van Doesburg oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum; Otterlo: Kröller-Müller Museum; Bussum: Thoth, 2000) 291-292.

2) In het weekblad De Bouwwereld:

Théo van Doesburg, “De architect J.J.P. Oud ‘voorganger’ der ‘kubisten’ in de bouwkunst?”, De Bouwwereld. Weekblad voor theorie en praktijk 21 (1922) 30 (26 juli 1922) 229-230; opgenomen in: Ed Taverne, Cor Wagenaar, Martien de Vletter eds., J.J.P. Oud. Poëtisch functionalist, 1890-1963. Compleet werk (Rotterdam: Het Nieuwe Instituut, 2001) 238. De aangevallene reageerde met: J.J.P. Oud, “Bouwkunst en kubisme”, De Bouwwereld. Weekblad voor theorie en praktijk 21 (1922) 32 (9 augustus 1922) 245, waarop een ingezonden stuk volgde: Theo van Doesburg, “Het kubisme voor het laatst”, De Bouwwereld. Weekblad voor theorie en praktijk 21 (1922 35 (30 augustus 1922) 270. Omdat Van Doesburg ontevreden was over de ingekorte weergave van deze inzending, publiceerde hij de oorspronkelijke versie ervan, voorafgegaan door een boosaardige introductie als: Th.v.D., resp. “De consequentie van de pen en de teekenhaak” en “Terechtwijzingen”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 9 (september) 141-142.

3) in het herdenkingsnummer van De Stijl:

J.J.P. Oud, [zonder titel] ‘Rotterdam, Mei 1931’, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur, dernier numéro 1932 (Van Doesburg 1917-1931) 46-47; 46.

 

112

1) bracht hij […] een misverstand:

PM aan J.J.P. Oud, 2 september 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) Dada:

Laurent Le Bon ed., Dada (Parijs: Centre Pompidou, 2005) 771.

3) twee toestanden […] definitie uitsloten:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürlus eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 1, 202.

4) In april 1920 heette het nog:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) een brief aan Van Doesburg:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 10 december 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

113

1) dada-veldtocht:

Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Nelly van Moorsel en Vilmos Huszár gaven in de periode 10 januari-14 februari 1923 op acht locaties in Nederland een serie dadaïstische avondvoorstellingen en een middagvoorstelling.

2) een duidelijke analogie:

Verg. P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Editions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 11: ‘On ne pourra jamais apprécier assez le travail et le mouvement des Cubistes, Futuristes ou Dadaïstes, mais tant qu’ils se serviront de la morphoplastique, même en l’affinant ou en la stylisant, ils n’arriveront pas à la mentalité nouvelle et ne démoliront pas complètement l’ancienne.’

3) half werk:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Editions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 10, waar hij polemiseert tegen André Gide, namelijk diens artikel “Dada”, La Nouvelle Revue Française 79 (april 1920) 477-481.

4) loopbaan definitief te laten ‘eindigen’:

Verg. Erik Slagter, “Theo van Doesburg / I.K. Bonset 1883-1931”, in: Anton Korteweg, Murk Salverda eds., ’t Is vol van schatten hier… (Amsterdam: De Bezige Bij, 1986) 235-236.

5) een literair manifest:

Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Antony Kok, “Manifest II van ‘De Stijl’ 1920. De literatuur”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 6 (april 1920) 49-50. Voor de oorspronkelijke Franstalige versie van het stuk, verg. Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 283.

6) ziener:

De these over Bonset als een spiritistisch ‘ziener’ in: Marty Bax, “Avant-gardist voor avant-gardisten. Dubbeltentoonstelling rond Theo van Doesburg in Utrecht en Otterlo”, Het Financieele Dagblad, 11 maart 2000.

7) het eerste bespiegelende artikel:

I.K. Bonset, “Over het nieuwe vers en het aaneengeknoopte touw”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 8 (juni 1920) 70-72.

 

114

1) en hij schreef aan Van Doesburg:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 juli 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) X-Beelden:

I.K. Bonset, “X-Beelden”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 9 (juli 1920) 77.

3) zeefje:

Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 4 augustus 1920, Avondblad, B4.

4) stak Mondriaan van wal:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 augustus 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

115

1) eis tot strikte geheimhouding:

Verg. Marguerite Tuijn, Mon cher ami… Lieber Does… Theo van Doesburg en de praktijk van de internationale avant-garde (proefschrift Universiteit van Amsterdam, 2003) 24 n. 15, 124-125 n. 12; Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 344 n. 25.

2) in een briefkaart:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 26 juni 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief wmc). Een herhaling van hetzelfde verzoek maanden later in: Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 13 oktober 1920: ‘verzwijg vooral wie Bonset is’ (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Het gerucht dat I.K. Bonset een pseudoniem was klonk vrijwel onmiddellijk nadat de naam publiekelijk was geworden; verg. G.C., “x-Beelden (Ingezonden)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 10 augustus 1920.

3) volgend programmatisch stuk:

I.K. Bonset, “Inleiding tot de nieuwe verskunst”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 1 (januari) 1-5; 2 (februari) 24-26.

4) niet strokend met het gedachtegoed:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 7 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ja, ik vind De Stijl prachtig, zooals die nu is. Alleen jammer dat men misschien dat zuiver Dadaïstische opstel van Bonset voor Nieuwe Beelding zal aanzien.’; PM aan Georges Vantongerloo, 12 maart 1921; gedeeltelijk geciteerd (in Duitse vertaling) in: Angela Thomas, Denkbilder. Materialien zur Entwicklung von Georges Vantongerloo bis 1921 (Düsseldorf: Edition Marzona, 1987) 160.

5) Bonsets veroordeling:

I.K. Bonset, “Het andere gezicht”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 10 (augustus 1920) 84-86; 11 (september 1920) 90-92; 85.

6) geen jood kon zijn:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 september 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) spreekbuis van dada:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Die Bronset heeft me al op jouw artikel doen wachten, met zijn Dada. Waarom geen naam er bij? Enfin, daar spreek ik je wel eens over. Ik vind, voor mij, dat ’t verwarring zoo kan geven, in verband met je Nieuwe Beelding. Want iedereen weet niet dat hij Dadaïst en niet Nieuwe Beelding is.’

8) steeds minder fiducie:

PM aan Til Brugman, 10 oktober 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ja ik vind ook dat de Stijl meer “Dada” is dan “Nieuwe Beelding” is’.

9) de prijs van drie franc:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 2 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

116

1) totaal niet velen:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 13 oktober 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) mij een brief schrijft waarin:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 6 oktober 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Bronset ken ik niet ik vind ’t geen hij schrijft (filosofie) heel goed maar of ’t alles uit hem komt? Is hij niet een slimme opmerker die uit schrijven van anderen (o.a. van mij) knappe gezegden opstelt?? Het blijft onder ons en ’t hindert ook niets want het is goed voor de beweging, hoewel er een Bolland-eigenwijs-tintje aan is. Maar ik vind ’t heel goed wat hij zegt.’ De geforceerde complimenten aan het adres van Bonset wijzen erop dat Mondriaan hem als een stroman van Van Doesburg beschouwde.

3) goede invloed:

PM aan Til Brugman, 13 november 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) schreef Mondriaan bitter:

PM aan Til Brugman, 13 november 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

117

1) een bijdrage van Mondriaan:

P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek” (gedateerd: ‘Paris-juillet 21’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136.

2) een brief aan Oud:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, ongedateerd [na 17 augustus 1921] (o: Parijs, Fondation Custodia).

3) z’n laatste brief:

PM aan Nelly van Moorsel, 17 augustus 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Anti-Duitse sentimenten:

Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 83.

 

 

7 Dansen op ongewone, droge geluiden

 

118

1) genoeg van de tango:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Millius, ongedateerd (‘Beste Dadas, ik dank je voor je briefkaart en ben verlangend naar je brief’) [april 1921].

2) trialoog:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 8 (juni 1920) 65-69: “7e Tooneel. Atelier van Z. (vervolg)”, 68.

3) iets van zijn huidige lading:

Verg. Reid Badger, A Life in Ragtime. A Biography of James Reese Europe (New York, Oxford: Oxford University Press, 1995) 194.

4) Europe:

Verg. Emmett J. Scott, Scott’s Official History of the American Negro in the World War (New York: Arno Press, 1919) hoofdstuk XXI: ‘Negro Music That Stirred France’, 300-314; 307; Matthijs de Ridder, Rebelse ritmes. Hoe jazz & literatuur elkaar vonden (Antwerpen: De Bezige Bij, 2012) 13-44.

 

119

1) Tempo Club:

Rue de Caumartin (9e).

2) Casino de Paris:

16, rue de Clichy (9e).

3) tiener:

Verg. John Neubauer, The Fin-de-siècle Culture of Adolescence (New Haven: Yale University Press, 1992).

4) Hobsbawn:

Francis Newton [= Eric Hobsbawm], The Jazz Scene (Boston: Monthly Review Press, 1960), 24: ‘jazz had the advantage of fitting smoothly into the ordinary pattern of avant-garde intellectualism, among the dadaists and surrealists, the big city romantics, the idealizers of the machine age, the expressionists and their like’; verg. Eric Hobsbawm, “My Days as a Jazz Critic” (‘Diary’), London Review of Books, 27 mei 2010. De these van Hobsbawm is uitgewerkt in: Jed Rasula, “Jazz As Decal For The European Avant-Garde”, in: Heike Raphael-Hernandez ed., Blackening Europe. The African American Presence (New York: Routledge, 2004) 13-34; Jed Rasula, “Jazzbandism”, The Georgia Review 60 (2006) 1 (voorjaar) 61-124.

5) paradox:

Robert Goffin, Jazz. From the Congo to the Metropolitan. Introduction by Arnold Gingrich. Translated by Walter Schaap and Leonard G. Feather (Garden City: Doubleday, Doran & Co, 1944) 74; verg. Jed Rasula, “Jazzbandism”, The Georgia Review 60 (2006) 1 (voorjaar) 61-124; 73-74.

6) het nieuwe:

P. Mondrian, “Het Neo-Plasticisme (de Nieuwe Beelding) en zijn (hare) realiseering in de muziek. Aanvulling tot het artikel ‘De Bruiteurs Futuristes Italiens en “het” nieuwe in de muziek’”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 1 (januari) 1-7, 2 (februari) 17-21; 17.

 

120

1) releveerend:

PM aan Willy Wentholt, 13 april 1921 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) Rag-Time:

Theo van Doesburg, Studie voor Compositie in grijs (Rag-Time), 1919 (v: Otterlo, KMM); Theo van Doesburg, Compositie in grijs (Rag-Time) (v: Venetië, The Solomon R. Guggenheim Foundation, Peggy Guggenheim Collection).

3) Dat is voor […] een “uiting” is:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Maandag’ [tweede helft juni 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Hij koos […] meisje uit:

De herinnering is van Otto van Tussenbroek; verg. Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 170: ‘“He would pick out the prettiest girl,” Mr. Van Tussenbroeck, who knew him in that period, told me, “and would dance as stiff as a ramrod, his head in the air, and without saying a word to his partner.”’

5) mechanische manier:

Betty van Garrel, “De Mondriaankenner. Salomon Slijper: ‘Mondriaan was een vriend voor het leven’”, Haagse Post, 27 juni 1964; N.N., “Piet Mondriaan: schilderen op het ritme van de jazz”, De Telegraaf, 31 augustus 1972.

6) de beeldende uitdrukking:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad). Slot 3e Tooneel”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 12 (oktober 1919) 133-137; 134.

7) als hij danste:

Jan Greshoff, “Piet Mondriaan” (‘Schrijversdagboek’), Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 24 januari 1957.

8) Dat is een […] altoos goed gedaan:

PM aan J.J.P. Oud, 25 september 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

121

1) Le Bal Bullier:

31, avenue de l’Observatoire, Montparnasse.

2) Café de Versailles:

3, Place de Rennes (thans Place du 18-Juin-1940), Montparnasse.

3) Elffers:

Joost Elffers, “In Conversation: Alexander S. C. Rower with Joost Elffers”, The Brooklyn Rail. Critical Perspectives on Art, Politics, and Culture, april 2012 (www.brooklynrail.org/2012/04/art/alexander-s-c-rower-with-joost-elffers): ‘Mondrian danced like an autistic nerd.’ Op welke waarneming Elffers zijn oordeel baseert is niet duidelijk, mogelijk op informatie van zijn moeder, Emmy Andriesse.

4) Een van 21 […] de anderen:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 25 mei 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) Met de feesten […] niemand dus:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Maandag’ [tweede helft juni] 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Verg. ook Nelly van Doesburg, “Some Memories of Mondrian”, in: Piet Mondrian 1872-1944. Centennial Exhibition (New York: The Solomon R. Guggenheim Museum, 1971) 67-73: ‘To some extent this unfulfilled need [for female companionship, lh] was relieved by the attention of various female acquaintances and friends, such as two Polish girls living in Antwerp who occasionally would visit him in Paris and share an evening of dancing with him.’

 

122

1) deze terugblik:

J.J.P. Oud, “Piet Mondriaan”, in: Piet Mondriaan herdenkingstentoonstelling. Ter gelegenheid van de tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum te Amsterdam November-December 1946 (Amsterdam: Stadsdrukkerij, 1946) 29-34; 30.

2) chasse-bande:

M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf. Maandblad voor letteren 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293. De opvatting in: Wietse Coppes ed., Liefde & Inspiratie. De vrouwen van Piet Mondriaan. Kwartet (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, 2013) ‘08 Muzikale vriendinnen’ › ‘Miss Blondy’, dat Mondriaans ernst bij dit bezoek aan een uitgaansgelegenheid was gericht op de ‘mollige juffrouw’ in het ‘negerorkest’, dus dat hij een oogje op haar had, getuigt van een misverstand, kennelijk veroorzaakt door de wil Mondriaan als een vrolijke Frans te vermarkten, want ’s mans ernst – zo blijkt uit het volledige citaat – gold de jazzmuziek, niet de dame. De naam ‘Miss Blondy’ had ook niet betrekking op de bedoelde slagwerkster, maar was de door Maaike van Domselaer-Middelkoop veronderstelde naam van het lokaal waarin de band optrad.

 

123

1) Cooper:

Harry Cooper, “Popular Models: Fox-Trot and Jazz Band in Mondrian’s Abstraction”, in: James Leggio ed., Music and Modern Art (New York: Routledge, 2002) 163-202.

2) met krijt gekalkt:

Magda Kuitenbrouwer, de dochter van het met Mondriaan bevriende schildersechtpaar Otto en Adya van Rees, herinnert zich zulke danspatronen in de vorm van witte krijtstrepen op de zwarte ateliervloer te hebben gezien (Amersfoort, documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

3) gelijkwaardigheid van het ongelijksoortige:

P. Mondrian, “Geen axioma maar beeldend principe”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 6/7 (serie XII 1924) 83-85; 85.

 

124

1) Cooper:

Harry Cooper, “Popular Models: Fox-Trot and Jazz Band in Mondrian’s Abstraction”, in: James Leggio ed., Music and Modern Art (New York: Routledge, 2002) 163-202; 178.

2) No Foolin’:

Victor 20019-b: Paul Whiteman and His Orchestra, No Foolin’ van Gene Buck (tekst) en James F. Hanley (muziek). Op de a-kant van de plaat stond, eveneens gespeeld door Paul Whiteman and His Orchestra, de foxtrot Lulu Belle van Leo Robin en Richard Myers.

3) Paul Whiteman:

Mondriaan had nog een andere, latere, plaat van Paul Whiteman and His Orchestra in huis (Columbia 4956): Oh! You Have No Idea / Is It Gonna Be Long?, opnames uit 1928.

4) Röell:

[W.F.A Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Een bezoek bij Piet Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 9 juli 1920.

5) zes jaar later:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926. De term ‘blokjescompositie’ zou overigens ook betrekking kunnen hebben op een werk van vóór 1920. Mogelijk was er zes jaar na dato een vergissing in het spel bij Röell.

6) het waren er meteen twee:

CR: B210 Composition No. III / Fox-Trot B, with Black, Red, Blue, and Yellow, 1929 (v: New Haven, Yale University Art Gallery); B211 Composition No. IV. 1929 / Fox-Trot A: Lozenge with Three Lines. 1930, 1929/1930 (v: New Haven, Yale University Art Gallery).

 

125

1) élk werk uit deze periode:

Verg. CR II, 188: ‘The meaning of these “Fox-Trot” inscriptions can only be the same as that of the earlier title of “Composition.” In those years, any of the paintings could have been called “Fox-Trot” instead of “Composition,” “Tableau,” or whatever else, in view of the connection Mondrian seemed to perceive between his compositions and Fox-Trot music. […] In view of the fact that none of these works was given the title “Foxtrott,” it would seem more likely that in using this term Mondrian was giving a characterization of the entire body of work which he was then involved with.’ Zo gezien zou de titel ‘Foxtrot’ zelfs voor het complete oeuvre van Mondriaan kunnen worden opgeëist.

2) Composition A:

CR: B105 Composition A, 1920 (v: Rome, Galleria Nazionale d’Arte Moderna).

3) zijn verhandeling:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 10, 11, 13. De samenvatting in: P. Mondrian, “Le Neo-Plasticisme (Principe genéral de l’equivalence plastique)”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 2 (februari) 18-23 › ‘Over de Nieuwe Beelding in de muziek’, 20-21; afb. ‘P. Mondrian. Composition A (1920)’, 22.

4) een compliment […] de jazz:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 11: ‘De nos jours paraît, au milieu de la musique traditionnelle, un peu brutalement peut-être, le jazzband qui ose des démolitions brusques de la mélodie, qui par des bruits secs et étranges ose s’opposer à la rondeur du son et, quoiqu’il n’ait pas encore abandonné les instruments anciens, leur oppose néanmoins d’autres, plus moderne.’

5) in zijn artikel:

P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek” [‘Paris-juillet 21’], De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136; P. Mondrian, “Het Neo-Plasticisme (de Nieuwe Beelding) en zijn (hare) realiseering in de muziek” (‘Aanvulling tot het artikel “De Bruiteurs Futuristes Italiens en ‘het’ nieuwe in de muziek”’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 1 (januari) 1-7, 2 (februari) 17-23.

6) Russolo:

Verg. Tina Teufel, “Luigi Russolo und der Einfluss des italienischen Futurismus auf die Musik des 20. Jahrhunderts”, “Luigi Russolo and the Influence of Italian Futurism on the Music of the 20th Century”, in: Eleonora Louis, Toni Stooss, Brigitte Felderer eds., Sound of Art. Musik in der bildenden Kunst / Music and the Visual Arts. Les Grands Spectacles III (Salzburg: Museum der Moderne; Weitra: Bibliothek der Provinz, 2008) 68-83, 173.

7) rumorharmonium:

Verg. Luigi Russolo, L’Art des bruits. Textes établis et présentés par Giovanni Lista. Traductions de l’Italien par Nina Sparta (Parijs: L’Age d’Homme, 2001 [1975]).

8) De kronieken:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ongedateerd [juni 1921] (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ik hoorde laatst de Bruiteurs futuri italiens. Ik heb een artikel gemaakt over hun en “het” nieuwe in de muziek. Ik stuur ’t je dezer dagen.’

 

126

1) Het effect […] gold:

Geciteerd uit: N.N., “Futuristische muziek” (‘Kunst en Letteren’), Het Centrum. Dagblad voor Utrecht en Nederland, 24 juni 1921. Verg. ook [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Futuristische muziek”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 20 juni 1921.

2) zuiver abstracte klanken:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924.

 

127

1) sentimentele instrumentatie:

P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136; P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Editions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 13: ‘l’instrumentation sentimentale’.

2) plastiek in tijd:

P. Mondrian, “Het Neo-Plasticisme (de Nieuwe Beelding) en zijn (hare) realiseering in de muziek” (‘Aanvulling tot het artikel “De Bruiteurs Futuristes Italiens en ‘het’ nieuwe in de muziek”’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 1 (januari) 1-7, 2 (februari) 17-23; 23.

3) concerten van de toekomst:

Verg. Karin v. Maur, “Mondrian und die Musik / Mondriaan en de muziek / Mondrian and Music”, in: Ulrike Gauss ed., Mondrian. Zeichnungen. Aquarelle. New Yorker Bilder / Tekeningen. Aquarellen. New Yorkse schilderijen / Drawings. Watercolours. New York Paintings (Stuttgart: Staatsgalerie Stuttgart, 1980) 287-311.

4) merkte hij op:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 8 (juni 1920) 65-69: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”, 68.

 

128

1) Ik heb […] waar ’t kon:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Millius, 21 oktober 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) vond hij iets burgerlijks:

P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136; 133.

3) een brief aan Nelly van Moorsel:

PM aan Nelly van Moorsel, 17 augustus 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Sanders:

Paul F. Sanders, “Herinneringen aan Piet Mondriaan” (‘Fragment uit “Mijn tachtigjarige oorlog”, – [ongepubliceerde] Levensherinneringen van Paul F. Sanders’), Maatstaf 27 (1979) 12 (december) 1-7.

5) het prilste begin:

Paul F. Sanders, “Herinneringen aan Piet Mondriaan” (‘Fragment uit “Mijn tachtigjarige oorlog”, – [ongepubliceerde] Levensherinneringen van Paul F. Sanders’), Maatstaf 27 (1979) 12 (december) 1-7.

 

129

1) lekenideeën:

Paul F. Sanders, “Herinneringen aan Piet Mondriaan” (‘Fragment uit “Mijn tachtigjarige oorlog”, – [ongepubliceerde] Levensherinneringen van Paul F. Sanders’), Maatstaf 27 (1979) 12 (december) 1-7.

2) Jaffé:

H.L.C. Jaffé, De Stijl 1917-1931. The Dutch Contribution to Modern Art (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1956) 187.

3) te veel domineeren van natuurlijk gevoel:

PM aan Willy Wentholt, 21 februari 1918 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

4) veroordeelde hij:

PM aan J.J.P. Oud, 13 mei 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Mondriaans kritiek betrof een (niet bij naam genoemde) uitvoering van futuristisch toneel waarin kennelijk gebruik van muziek van Debussy was gemaakt.

5) Ruyneman:

Eric Schoones, Daniel Ruyneman (1886-1963) (doctoraalscriptie Universiteit van Utrecht, 1985) 38.

6) één werk in zijn bezit:

Vilmos Huszár, Compositie in grijs (‘Compositie No. 10’) (v: ’s-Gravenhage, HGM).

7) correspondentiearchief:

’s-Gravenhage, Nederlands Muziekinstituut. Verg. Inventarislijst van het archief Daniël Ruyneman (1886-1963) met daarin het archief van de Nederlandsche Vereeniging voor Hedendaagsche Muziek. Samengesteld door Eric Schoones (’s-Gravenhage, september 1983).

 

130

1) veel overeenkomsten:

Verg. T.J. Pinch and Karin Bijsterveld, “‘Should One Applaud?’ Breaches and Boundaries in the Reception of New Technology in Music”, Technology and Culture 44 (2003) 3, 536-559; 545-547; Karin Bijsterveld, Mechanical Sound. Technology, Culture, and Public Problems of Noise in the Twentieth Century (Cambridge, Massachusetts; London: The mit Press, 2008) 145 vlgg.

2) Pound:

Ezra Pound, Antheil and the Treatise on Harmony, with Supplementary Notes (Chicago: Pascal Covici, 1927) 148: ‘It means that, via Stravinsky and Antheil and possibly one other composer, we are brought to a closer conception of time, to a faster beat, to a closer realisation or, shall we say, “decomposition” of the musical atom.’

3) Nieuwe Rotterdamsche Courant:

N.N. (‘Van onzen muziek-correspondent’), “Muziek te Parijs”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 januari 1924.

4) meldden de kranten:

Verg. N.N., “Muzikale notities”, De Sumatra Post, 13 september 1924.

5) uitermate onder de indruk:

Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel aan Anthony Kok, [begin augustus] 1924; gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 473-475; 475: ‘Ik heb je nog vergeten te vertellen, dat we hier een jongen Amerikaanschen componist hebben gehoord G. Antheil! ’t Was zòò enorm, hij speelde een Sonate voor piano – viool en trom. ’t Beste wat ik tot nog toe van moderne muziek hoorde.’

6) beroemde boekenzaak:

Verg. J.F. Otten, “Shakespeare and Company”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 april 1927.

 

131

1) een aantal bijdragen:

George Antheil, “Manifest der Musico-Mechanico” (‘Berlin 1922’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 8 (serie XII 1924) 99-102; George Antheil, “Abstraktion und Zeit in der Musik” (‘Paris, Oktober 1924’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 10/11 (serie XII 1925) 152-156; George Antheil, “My Ballet Mécanique” (‘Paris, Mai 1925’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 12 (serie XII 1925) 141-144.

2) soundtrack:

Antheils soundtrack bleek bij voltooiing liefst elf minuten te lang voor Légers film Ballet Méchanique.

3) daarvan kwam niets terecht:

Verg. Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 482.

4) Mondriaan en de muziek:

Verg. Muziek voor Mondriaan, concertprogramma, Nederlands Kamerkoor en Ebony Band, 1994; Mondriaan and Music, cd, Mondriaan Quartet, 1995 (Vanguard 99066).

5) had Mondriaan […] te melden:

PM aan Til Brugman, 26 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) zoals Seuphor beweert:

Karin v. Maur, “Mondrian und die Musik / Mondriaan en de muziek / Mondrian and Music”, in: Ulrike Gauss ed., Mondrian. Zeichnungen. Aquarelle. New Yorker Bilder / Tekeningen. Aquarellen. New Yorkse schilderijen / Drawings. Watercolours. New York Paintings (Stuttgart: Staatsgalerie Stuttgart, 1980) 287-311.

7) in zijn eerste opstel:

George Antheil, “Manifest der Musico-Mechanico” (‘Berlin 1922’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 8 (serie XII 1924) 99-102; 100.

 

132

1) schuin in de ruimte weggeslingerd:

George Antheil, “Manifest der Musico-Mechanico” (‘Berlin 1922’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 8 (serie XII 1924) 99-102; 100-101: ‘In Bezug auf eine akustische Abstossung, nicht sensual mit einer vertikalen Richtung, oder flach horizontal nebeneinandergestellt sondern, schräg in den Raum hinausgeschleudert durch eine neue rythmisch sensuale Dimension musikalischer Leinwand, oder die Eröffnung eines neuen rythmischen Wohlklanges und rythmischen sensualen Verhältnisses in gegenseitiger Beziehung noch ungedachten Raumes.’

2) geantedateerd:

Verg. voor de antedatering: Wies van Moorsel, ‘De doorsnee is mij niet genoeg’. Nelly van Doesburg 1899-1975 (Nijmegen: SUN, 2000) 89 n. 23.

3) autobiografie:

George Antheil, Bad Boy of Music. New Introduction by Charles Amirkhanian (New York: Da Capo Press, 1981 [11945]). Overigens krijgen ook Theo en Nelly van Doesburg geen rol toebedeeld in Antheils herinneringen.

 

 

8 Als ik ’t nu maar zo lang kan uithouden

 

133

1) ‘dat ik mijn […] beter vind’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 12 juni 1920; Theo van Doesburg aan Antony Kok, 24 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5), brief nr. 105.

2) Maar het liefst helemaal geen lijst:

PM aan J.J.P. Oud, 31 maart 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) ‘Mij is het […] te krijgen.’:

N.N., “Stedelijk Museum”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1 november 1920. Voor nadere gegevens over de tentoonstelling en Mondriaans bijdrage, verg. hier het hoofdstuk ‘Nog was de vrede niet getekend’, n. 146.

4) ‘schilder-in-cervelaatworst-fliensjes’:

N.N., “Kwajongens-‘Stijl’” (‘Tijdschriften’), Nieuwe Rotterdamsche Courant, 22 april 1921.

5) Aan het eind […] nieuwe werken melden:

PM aan J.J.P. Oud, 16 december 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

134

1) Mondriaan zag het wel zitten:

PM  aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 21 oktober 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘Ik wil trachten […] toch nog goed’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 9 februari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Het op […] Antony Kok:

Aan het eind van de jaren veertig verkocht de inmiddels gepensioneerde spoorwegbeambte Kok het werk aan de Amerikaanse kunsthandel, die toen al de Europese kunstmarkt aan het afstropen was voor het abstracte werk van Mondriaan. In 1972 keerde de ‘Compositie A’ definitief terug naar Europa; het werk maakt sindsdien deel uit van de collectie van de Galleria Nazionale d’Arte Moderna te Rome. Verg. Palma Bucarelli, The National Gallery of Modern Art (Rome – Valle Giulia) (197 Illustrations) (Rome: Istituto Poligrafico dello Stato, 1976 = Nr. 13 in The Series of Itineraries for Italian Museums, Monuments and Galleries) 133-134, 268 (afb.); Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 318-319 n. 6.

 

135

1) Hij zinspeelde […] de eigenaar:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) zo voelde Mondriaan het:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 30 juli 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Goed nieuws […] op te nemen:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 13 november 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe général de l’équivalence plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920). Het originele Nederlandstalige manuscript is niet teruggevonden.

4) ‘enigszins bijzondere Frans’:

De ‘noot van de uitgever’ was op diens verzoek geformuleerd door Van Eck. Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 2 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) ‘Niet om […] ik beter staan.’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 september 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD); verg. Kees Broos, Mondriaan, De Stijl en de nieuwe typografie (Amsterdam: De Buitenkant; ’s-Gravenhage: Museum van het Boek, 1994) 21.

 

136

1) ’wat is beter Mondrian of P. Mondriaan?’:

PM aan Léonce Rosenberg, 23 december 1920 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 44-61; 51-52; PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 6 oktober 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Mondriaan stelde zijn vraag aan Van Doesburg op een moment dat hij nog de bedoeling had Le Néo-Plasticisme als een gebrochureerde bijlage bij een regulier nummer van De Stijl te laten verschijnen, een plan dat hij vanwege de hoge drukkosten moest loslaten. Daarvoor had hij zelfs overwogen het geschrift in De Nieuwe Gids te publiceren, wat echter door een njet van redacteur Lodewijk van Deyssel werd voorkomen. Verg. Louis Veen, Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) II, 124-126.

2) Mede door […] de deur uit:

Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 156.

3) vignet van de Hongaar Csáky:

Over Csáky, Rosenberg en De Stijl: Edith Balas, Joseph Csáky. A Pioneer of Modern Sculpture (Philadelphia: American Philosophical Society, 1998) 65-66.

4) Meer dan […] galerie bleef:

Reçu ondertekend door Mondriaan van 18 oktober 1924 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg). Verg. ook Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) II, 127.

5) door Fritz Glarner gemaakte kleurenfoto:

Afgebeeld in: Virginia Pitts Rembert, Mondrian in the U.S.A. The Artist’s Life and Work (Dulles: Parkstone Press, 2002) 92 afb. 158, 159.

6) ‘duistere program’:

[H. van Loon] N.N. (‘Onze correspondent te Parijs schrijft…’), “Naar een nieuwen bouwstijl”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 28 maart 1924.

7) ‘oorlogsbuit’:

Christian Derouet, “Juan Gris, een briefwisseling in oorspronkelijke staat hersteld”, in: Christopher Green, Juan Gris. Met bijdragen van Karin von Maur en Christian Derouet (Otterlo: Rijksmuseum Kröller-Müller, 1993) 283-296; 287-288.

 

137

1) Om iets […] kubistische werken, bij:

Œuvres de l’école française moderne. Collection réunie par ‘l’Effort moderne’ (Léonce Rosenberg), Paris. Vente publique le mardi 22 février 1921 à Amsterdam (Amsterdam: A. Mak, 1921); Œuvres de l’école française moderne. Collection réunie par ‘l’Effort moderne’ (Léonce Rosenberg), Paris. Vente publique le mercredi 19 octobre 1921 à Amsterdam (Amsterdam: A. Mak, 1921). De laatste veiling bevatte ook drie ‘Œuvres néo-plastiques’ van Mondriaan, CR: B108 Composition I, 1920 (in februari 2009 geveild uit de collectie van Yves Saint Laurent en Pierre Bergé); U13 “Œuvre néo-plastique, 1920”; U14 “Œuvre néo-plastique, 1920”.

2) Met een oog […] geregeld voorliep:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Flaneerend in het kubenhuis. Nieuwe zakelijkheid, neoklassicisme en absolute beeldende kunst. De ketter en surrealist Chirico”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 11 april 1929.

3) ‘Als ik […] kan uithouden, heh.’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, ongedateerd [eind december 1920] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘Mijn oude […] zooals je weet.’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Millius, 10 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

138

1) ‘Onze oude […] Arnhem gestorven’:

PM aan Willy Wentholt, 26 februari 1921 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) In zijn piepkleine […] charleston bij:

Verg. Wies van Moorsel, ‘De doorsnee is mij niet genoeg’. Nelly van Doesburg 1899-1975 (Nijmegen: SUN, 2000) 41.

3) de foto:

’s-Gravenhage, RKD, Archief Theo van Doesburg: ‘1515. W. 285 Theo and Nelly van Doesburg in Piet Mondriaan’s studio. 1921. 2 photos.’

4) Het moest […] moeten krijgen:

Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 102; dez., “Theo van Doesburg”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 17-66; 24-25; Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 44-61; 45; Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 319-320 n. 10.

5) ‘De groote […] gaat beginnen’:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 4 augustus 1920, geciteerd in: Evert van Straaten, “Theo van Doesburg”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 24. Verg. ook Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, Annie Oud-Dinaux en Hans Oud, april 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia): ‘Hij [Rosenberg] wilde in Jan. of Febr. 1922 met de tentoonstelling en is erg buitengewoon enthousiast voor de zaak. [Stijl-expositie] Hij verzekerd [sic!] dat ons werk positieve resultaten zal hebben, dat het een bom moet worden die alles wat hier gebeurt uit elkâar slaat. […] Rietveld moet helpen de maquette (die Mondriaan zich voorstelt in hout, blik en verschillend materiaal, gekleurd en ongekleurd) te maken. Ik dacht Vantongerloo, maar daar is Piet min of meer tegen. In elk geval moeten wij drieën de zaak in handen houden en alles bespreeken en controleren. Er zijn zoveel vertrekken dat er voor de schilders gerust wel werk te doen valt en zal er Huszár wel in kunnen halen mits hij nog in onzen geest en ziel als vroeger decoratief, werkt. Mondriaan zal ook het zijne bijdragen het plan te doen slagen. Hij is als altijd zwaar op de hand in zulke gevallen maar ik denk wel dat hij, als we eenmaal aan den gang zijn, flink uit de hoek zal komen.’ Geciteerd uit: Emy Thorissen, De tentoonstelling ‘Les architectes du groupe De Stijl’ in Galerie L’Effort Moderne te Parijs 15 oktober-15 november 1923 in een bredere context geplaatst (3 dln. [1. tekst, 2. afbeeldingen, 3. bijlage] doctoraalscriptie Universiteit Nijmegen, 1995) dl. 3, bijlage XXXV.

 

139

1) hij verbond zich tot niets:

PM aan J.J.P. Oud, resp. 9 april en 20 april 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 20 april 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Was hij […] tijdens de oorlog?’:

Deze suggestie bij: Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 46, die een op verscheidene punten infaam, maar soms overtuigend portret van de kunsthandelaar schetst. Elders overschrijdt Derouet in zijn oordelen over Rosenberg (‘in wezen niets anders dan een opvliegende twistzoeker’) de grens van het wetenschappelijk betamelijke; verg. Christian Derouet, “Juan Gris, een briefwisseling in oorspronkelijke staat hersteld”, in: Christopher Green, Juan Gris. Met bijdragen van Karin von Maur en Christian Derouet (Otterlo: Rijksmuseum Kröller-Müller, 1993) 283-296; 287.

3) ‘P. Mondriaan […] Moderne Kunst gemaakt.’:

Geciteerd: http://membres.lycos.fr/idimages/newpage28.html.

 

140

1) ‘Wat de […] maar zijn mechanisme.’:

Geciteerd bij: [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Flaneerend in het kubenhuis. Nieuwe zakelijkheid, neoklassicisme en absolute beeldende kunst. De ketter en surrealist Chirico”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 11 april 1929.

2) de vijf doeken:

CR: B108 Composition I, 1920 (in februari 2009 geveild uit de collectie van Yves Saint Laurent en Pierre Bergé); B116 Composition with Yellow, Blue, Black, Red, and Gray, 1921 (v: Rhinebeck, ny, Stephen Mazoh & Co. Inc); B117 Composition with Large Blue Plane, Red, Black, Yellow, and Gray, 1921 (v: Dallas, Dallas Museum of Art); B118 Composition with Large Yellow Plane, 1921 (verloren gegaan door oorlogsgeweld); B119 Composition with Large Red Plane, 1921 (verloren gegaan door oorlogsgeweld).

3) ‘een beetje achteraf maar toch goed’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ongedateerd [mei 1921] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘Dit is dus de rijke Rosenberg!’:

PM aan J.J.P. Oud, 9 april 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) De kunstenaar …] expositie had gebruikt:

L’Effort Moderne. ‘Maîtres du cubisme’, 3 mei-1 juni 1920, met werken van Georges Braque, Juan Gris, Auguste Herbin, Henri Laurens, Jean Metzinger, Pablo Picasso en Gino Severini.

 

141

1) ‘kubistenpaleis’, ‘kubenhuis’:

[W.F.A. Röell] N.N., “Voorjaar in Parijs. Nieuwe reiswenken”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 31 maart 1923; [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “De architecten van De Stijl”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 20 oktober 1923; dez. (‘Van onzen correspondent’), “Flaneerend in het kubenhuis. Nieuwe zakelijkheid, neoklassicisme en absolute beeldende kunst. De ketter en surrealist Chirico”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 11 april 1929.

2) ‘als het […] (van deze tijd)’:

PM aan J.J.P. Oud, 17 augustus 1921 (o: Fondation Custodia; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) persaankondiging:

Verg. “Expositions nouvelles”, Chronique des Arts et de la Curiosité, 15 mei 1921, waaruit: ‘Exposition d’œuvres nouvelles par MM. G. Braque, J. Gris, A. Gleizes, H. Hayden, Jeanneret, F. Léger, J. Metzinger, Picasso, etc., Galerie Léonce Rosenberg, 19, rue de La Baume, jusqu’au 25 mai’.

4) ‘Er bestaat […] aan de top’:

Amédée Ozenfant and Charles-Édouard Jeanneret, After Cubism [1918], in: Carol S. Eliel, L’Esprit Nouveau. Purism in Paris, 1918-1925, 129-167; 165; Ankie de Jongh-Vermeulen, “Mondria(a)n in Montparnasse. Abstractie in Parijs”, in: dez. e.a., Mondrian Montparnasse. Jubileumbundel Mondriaanhuis Museum voor Constructieve en Concrete Kunst 2005 (Amersfoort: Museum voor Constructieve en Concrete Kunst, 2005) 12-35, 85-87; 19.

5) ‘Mondriaan blijkt […] homogeen is.’:

Waldemar George, “Une exposition de groupe”, L’Esprit Nouveau, nr. 9, juni 1921, geciteerd bij: Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 47, 58: ‘Mondrian se révèle incapable d’inscrire dans un cadre un organisme formel tant soit peu homogène.’

6)Tot Mondriaans […] wie hij wilde:

PM aan S.B. Slijper, 1 september 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

142

1) ‘Ik stond […] andere rollen.’:

PM aan Theo van Doesburg, 3 oktober 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) het bewuste doek:

CR: B116 Composition with Yellow, Blue, Black, Red, and Gray, 1921 (v: Rhinebeck, NY, Stephen Mazoh & Co. Inc).

3) na twee beleefde verzoeken:

PM aan Léonce Rosenberg, resp. 27 mei en 28 juni 1921; Mondriaans reçu is van 4 juli 1921 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 51-52.

4) Bremmer omdat […] uit zijn stal:

Hildelies Balk, De Kunstpaus. H.P. Bremmer 1871-1956 (dissertatie Vrije Universiteit, Amsterdam, 2004) 261-262.

5) In de schilderijen […] geen affiniteit:

Verg. Wim H. Nijhoff, Anton & Helene Kröller-Müller. Miljoenen, macht en meesterwerken (Apeldoorn: De Valkenberg, 2006) 162, 386.

 

143

1) een doek uit 1920:

CR: B108 Composition I, 1920 (in februari 2009 geveild uit de collectie van Yves Saint Laurent en Pierre Bergé).

2) en een werk uit 1922:

CR: B142 Composition with Blue, Red, Yellow, and Black, 1922 (in februari 2009 geveild uit de collectie van Yves Saint Laurent en Pierre Bergé; v: Abu Dhabi, Louvre Abu Dhabi).

3) Gooise vrienden:

Bedoeld zijn Jet Blommers, een dochter van de Haagse schilder B.J. Blommers, met wie Mondriaan in Laren bevriend was, alsmede S.B. Slijper. Verg. PM aan S.B. Slijper, 3 mei 1922 en PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 25 mei 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) als men […] van 21.569.000 euro:

Christie’s, Sale 1209: Collection Yves Saint Laurent et Pierre Bergé, Parijs, 23-25 februari 2009.

5) ’Denk eraan […] voor de verleiding!’:

PM aan S.B. Slijper, 3 mei 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) ’Rosenberg was […] najaar van me.’:

PM aan J.J.P. Oud, 17 augustus 1921 (o: Fondation Custodia; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

7) herhaalde Rosenberg zijn bezoek:

PM aan Léonce Rosenberg, 30 september 1921 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 51-52.

8) ’Let maar […] mee blijft zitten.’:

PM aan Theo van Doesburg, 3 oktober 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Verg. ook PM aan Til Brugman, 10 november 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Verder heb ik je ’t goede nieuws te vertellen dat een groote kunstkooper die zich voor mijn werk interesseert voor 2450 francs gekocht heeft van me. Het geld heb ik nog niet maar dat komt wel. Misschien kan ’t nu langzamerhand wat financieel beter worden als hij mijn prijzen weet op te werken want nu krijg ik nog weinig voor een doek.’

 

144

1) ’naam voor […] ’t zover is’:

PM aan S.B. Slijper, 20 oktober 1921(o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) negen schilderijen:

CR: B122 Tableau, with Large Red Plane, Blue, Black, Light Green, and Grayish Blue, 1921 (v: New York, Metropolitan Museum); B123 Tableau 3, with Orange-Red, Yellow, Black, Blue, and Gray, 1921 (v: Basel, Kunstmuseum); B124 Composition with Large Red Plane, Blue, Gray, Black, and Yellow, 1921 (v: particuliere collectie); B125 Composition with Red, Blue, Black, Yellow, and Gray, 1921 (v: ’s-Gravenhage, Haags Gemeentemuseum); B126 Tableau I, with Black, Red, Yellow, Blue, and Light Blue, 1921 (v: Keulen, Museum Ludwig); B127 Lozenge Composition with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray, 1921 (v: Chicago: The Art Institute); U16 “Peinture, 50 x 50,” 1921; U17 “Peinture, 41 x 49,” 1921; U18 “Peinture, 50 x 40,” 1921.

3) ’Ik had […] ‘t hing goed.’:

PM aan Theo van Doesburg, 28 december 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘Op zoo’n manier […] te blijven.’:

PM aan J.J.P. Oud, 1 december 1921 (o: Fondation Custodia; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) In een PS […] laten voortzetten:

PM aan Léonce Rosenberg, 1 december 1921 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 51-52.

 

145

1) te vroeg gekomen:

Geciteerd uit: [H. van Loon] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922.

2) In september 1921 […] moest verlaten:

PM aan J.J.P. Oud, 18 september 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ongedateerd [september 1920] en 20 september 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Marthe Donas:

Marthe Donas had de atelierwoning sinds haar terugkeer in Parijs in december 1918 in gebruik gehad. Kristien Boon, Marthe Donas (Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2004) 16, 44.

4) De wilde speculaties […] niet nodig:

Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 38.

5) Mondriaan hield […] zelf hadden betaald:

PM aan Theo van Doesburg, 9 september 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) een schilderij voor Th. K. van Lohuizen:

CR: B138 Composition with Blue, Yellow, Red, Black, and Gray, 1922 (v: Amsterdam, SM). De relatie tussen Mondriaan en Th.K. van Lohuizen is van beider kanten nog niet onderzocht. In het standaardwerk Arnold van der Valk, Het levenswerk van Th.K. van Lohuizen 1890-1956. De eenheid van het stedebouwkundige werk (Delft: Delftse Universitaire Pers, 1990), wordt de naam van Mondriaan niet genoemd, ook niet in de in de bijlage opgenomen teksten van Van Lohuizen en C. van Eesteren, terwijl de stedenbouwkundige en de schilder reeds met hun grote belangstelling voor het soefisme een belangrijke gemeenschappelijkheid hadden. Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 25 september 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia).

 

146

1) de tentoonstelling:

Quelques aspects nouveaux de la tradition. Parijs, Galerie de l’Effort Moderne, 29 oktober-19 november 1921.

2) De huurprijs […] twee conciërges:

Dit blijkt uit PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Het is dus een heele toer elke term een 400 fr. (voor concierge komt er ook 25 bij) te hebben maar àls ik een beetje geluk blijf houden dan, wie weet.’ Verg. ook PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Mei 1922’ [datering Nelly van Doesburg] (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Enige “vrienden” in Holland hebben een doek uit 1914 gekocht voor 1500 fr. Ik krijg nu daarvan 1/4 elke drie maanden voor de huur. Zoo kan ik ’t dus wel waarschijnlijk weer een jaar rekken!’ In een brief aan S.B. Slijper van maart 1922 had Mondriaan de hoogte van de huur, wellicht om zijn deplorabele omstandigheden ten overstaan van zijn begunstiger wat scherper te doen uitkomen, wat aangedikt: ‘’t is een toer om alle 3 maanden een kleine 500 frs. huur bij elkaar te hebben behalve het eten, verf enz.’ (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Omgerekend naar nu:

Voor het omrekenen van de waarde van de toenmalige Franse franc is gebruikgemaakt van: www.iisg.nl/hpw/calculate.php.

4) een bedrag […] brengen was:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 19 juni 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC)

5) Diezelfde maand […] ogen volgden:

PM resp. aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 1 december 1921; PM aan Theo van Doesburg, 28 december 1921; PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). De vergelijking van de conciërges met leeuwen letterlijk ook bij: M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf. Maandblad voor letteren 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293; 289, een indicatie hoe betrouwbaar haar memoires zijn.

6) ’zoo is overal wat’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, resp. 22 mei 1922 en ‘Dinsdagavond’ [mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) De these […] fabelen worden verwezen:

Hans Redeker, “William Stieltjes de man die Mondriaan hielp”, Algemeen Handelsblad, 1 oktober 1961.

 

147

1) Hij overwoog […] hem echter tegen:

PM resp. aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922; idem, 1 december 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Toen zijn vriend […] vind ik’:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd brieffragment [februari 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ’die van […] altijd geboden was’:

PM aan J.J.P. Oud, 6 december 1921 (o: Fondation Custodia; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) Zou hij in […] kunnen langskomen:

PM aan Léonce Rosenberg, 8 december 1921 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 51-52.

5) ’geen groote kerel’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, resp. 10 en 28 december 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan J.J.P. Oud, 10 december 1921 (o: Fondation Custodia; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) Hij zou Rosenberg […] kunstenaar gingen:

PM aan Léonce Rosenberg, 19 juli 1922 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 51-52. Het geschonken werk was CR: B124 Composition with Large Red Plane, Blue, Gray, Black, and Yellow, 1921 (v: particuliere collectie). Het schilderij werd in 1934 verkocht aan James Johnson Sweeney, aankomend conservator aan het MoMA en propagandist van Mondriaans werk. Verg. de afbeelding in: James Johnson Sweeney, “Eleven Europeans in America”, The Museum of Modern Art Bulletin 13 (1945-1946) 4-5 (september 1946) 2-39; 9.

7) ’’t is anders […] eten en slapen’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 24 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

8) ‘In Parijs is alles dood’:

Theo van Doesburg aan Antony Kok, 18 september 1922; opgenomen in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 402-403; 403.

 

 

9 Overleven door bloemen

 

148

1) Ik heb ook […] wel helpen:

PM aan S.B. Slijper, 1 januari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Slijper had kennelijk al eerder bij Mondriaan zijn interesse voor diens bloemstudies aangekaart, zoals blijkt uit PM aan S.B. Slijper, 20 oktober 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Dat chrysantje was een met heel smalle blaadjes heh? Ik zal eens zien of ik zoo’n bloem zie dan maak ik nog wel graag iets ervan.’

2) ’scharrelen’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) provocatie van de vorm:

De these dat Mondriaans oogmerk voortaan bestond uit het oproepen van een decoratief (en dus op welbehagen geconcentreerd) effect, doet geen recht aan de zelfstandige kunsthistorische waarde van zijn bloemstudies sedert 1922. Verg. Agnes Mongan, “Mondrian’s Flowers”, in: Miscellanea I.Q. van Regteren Altena. 16/v/1969. Bundel aangeboden bij het bereiken van zijn 70ste verjaardag door A.N. Zadoks-Josephus Jitta e.a. (Amsterdam: Scheltema en Holkema, 1969) 228-231, 395-397; 230.

4) De bijna […] Mondriaans abstracte werken:

Robert Welsh, “The Hortus Conclusus of Piet Mondrian”, The Connoisseur 161 (1966) 647 (februari) 132-135; 13.

 

149

1) ‘potboilers’:

Verg. W. Arondéus, Matthijs Maris. De tragiek van den droom. Met een inleiding van M. Nijhoff (Amsterdam: Querido, 21945) 97.

2) In een brief:

PM aan A.H. de Meester-Obreen, geciteerd in: A.O. [= A.H. de Meester-Obreen], “Piet Mondriaan”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 25 (1915) 50 (juli-december) 11 (november) 396-399. Het bedoelde werk: CR: A601 Bloem (Flower): Dying Chrysanthemum, 1908 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

3) ’Bloemen vind […] vreemd te moede’:

PM aan Aletta de Iongh, ongedateerd [voor 21 augustus 1910] (o: Otterlo, KMM).

4) Mondriaan als schilder […] de kunstenaar:

Robert Welsh, “The Hortus Conclusus of Piet Mondrian”, The Connoisseur 161 (1966) 647 (februari) 132-135; David Sylvester, “A Tulip with White Leaves. An Essay on Mondrian”, Studio. International Journal of Modern Art 172 (1966) 884 (december) 293-299; Agnes Mongan, “Mondrian’s Flowers”, in: Miscellanea I.Q. van Regteren Altena. 16/v/1969. Bundel aangeboden bij het bereiken van zijn 70ste verjaardag door A.N. Zadoks-Josephus Jitta e.a. (Amsterdam: Scheltema en Holkema, 1969) 228-231, 395-397; Jane Neet, “Mondrian’s ‘Chrysanthemum’”, The Bulletin of the Cleveland Museum of Art 74 (1978) 7 (september) 282-303; Ella Reitsma, “Een strakbelijnd gevoelsmens in het Haags Gemeentemuseum. De minder bekende kanten van Piet Mondriaan”, Vrij Nederland, 20 februari 1988; Sam Segal, Flowers and Nature. Netherlandish Flower Painting of Four Centuries (’s-Gravenhage: SDU, 1990) 262-267; David Shapiro, Mondrian: Flowers; Ella Reitsma, “Schoonheid uit een andere tijd. Mondriaans bloemen”, Vrij Nederland, 17 december 1994; David Shapiro, “Mondrian’s Secret” , in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; Maartje de Haan, “Piet Mondriaan”, in: Saskia de Bodt, Maartje de Haan, Bloemstillevens uit Nederland en België, 1870-1940 (Rotterdam: Kunsthal Rotterdam, 1998) 70-73; Maureen Trappeniers, m.m.v. Annemieke Laarhoven eds., Bloeiende symbolen. Bloemen in de kunst van het fin de siècle (’s-Hertogenbosch: Noordbrabants Museum, 1999); N.[ancy] R.[ich], “Piet Mondrian, Chrysanthemum, c. 1921-25. Verso: Friedel M. Cabos-de Fries, 1924, study for the painting Portrait of Friedel M. Cabos-de Fries (1924)”, in: Ann H. Sievers, with Linda Muehlig and Nancy Rich. With contributions by Kristen Erickson and Edward Nygren, Master Drawings from the Smith College Museum of Art (New York: Hudson Hills Press, 2000) 235-239.

5) De belangwekkendste […] thema intitieerde:

Mondrian Flowers in American Collections. New York, Sidney Janis Gallery, 28 maart-27 april 1991; Fort Worth, Modern Museum of Fort Worth, 26 mei-7 juli 1991.

 

150

1) ’deze zuivere […] toe te geven’:

David Shapiro, “Mondrian’s Secret”, in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; 308-309: ‘He seems to be typecasting himself as the chaste empiricist, but the truth of the works is that they are much more romantic and moonlit than this pure priest is willing to admit.’

2) ‘persoonlijke metaforen […] te controleren’:

David Shapiro, “Mondrian’s Secret”, in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; 309: ‘His flowers offer personal metaphors of his isolation and attempts to control an image of the feminine.’

3) ‘Ik heb de […] vlakken kleur.’:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog. 7e Tooneel – Atelier van z. (vervolg)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 9 (juli 1920) 73-76; 73.

 

151

1) ’hij mooie bloemen[…] als bloemen’:

Theo van Doesburg aan Hannah Höch, 9 september 1924, opgenomen in: Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 156-158; 157: ‘… weil er schöne Blume malt wie Frauen und schöne Frauen wie Blumen.’

2) De maagdelijke […] zijn het bloemen:

Bettina Polak, Het fin-de-siècle in de Nederlandse schilderkunst. De symbolistische beweging 1890-1900 (’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1955) 53, met aansluitend paragrafen over de belangrijkste bloemen in de schilderkunst van die tijd: de lelie; de lotus; de roos; de zonnebloem; de passiebloem en de winde. Elders (123) behandelt de auteur ook de chrysanthemum als een destijds nieuw gefavoriseerd element van bloemvorm. Van al deze bloemen heeft Mondriaan alleen de winde (pispotje) niet uitgebeeld.

3) De journalist Röell betitelde:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924.

4) ‘In zijn studio […] te verbannen’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926. Het woord ‘rond’ in het citaat is door de journalist van aanhalingstekens voorzien omdat Mondriaan in het gesprek had aangegeven een verklaard tegenstander van de gebogen lijn te zijn. Twintig jaar na Mondriaans overlijden keerden de details omtrent de ronde vaas met kunstbloem(en) in zijn studio terug in een interview met zijn schoonzuster Mary Mondriaan-van den Berg als waren zij deel van haar herinneringen aan visites bij hem: L.R., “Mondriaan thuis”, Het Vaderland, 22 juli 1964. De passage is echter deels in letterlijke bewoordingen ontleend aan het artikel van Röell uit 1926.

 

152

1) Tot een soortgelijke […] moet worden:

David Sylvester, “A Tulip with White Leaves. An Essay on Mondrian”, Studio. International Journal of Modern Art 172 (1966) 884 (december) 293-299; 295.

2) ’Hij voelde […] andere vogels af’:

Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 86: ‘So strongly did he feel the lack of a woman in his daily life that he always kept a flower – an artificial flower suggesting a feminine presence – in the round vase standing on the hall table of his studio at the rue du Départ. This was something so strange and unexpected, that in 1926 I had it photographed. Mondrian did not lack a certain attraction for women. But, despite his simplicity, they soon found in him something mysterious and impenetrable which turned them away. At times he had a priestly air, something no woman likes. Beneath the surface there was always a major concern which would compromise with nothing. Even though, like Baudelaire’s albatross, he had “giant wings,” he was able to walk, provided he could walk slowly at his customary pace. But those “wings” did scare off other birds.’

 

153

1) Le Dome was […] nooit aankwam:

Billy Klüver, Julie Martin, Kiki’s Paris. Artists and Lovers 1900-1930 (New York: Harry N. Abrams, 1989) 30-31; Jean-Paul Caracalla, Montparnasse. L’âge d’or (Parijs: La Table Ronde, 2005 [11997]) 69-75, 70.

2) Seuphor had Kertész […] gids zijn:

De these ‘In early 1926 Piet Mondrian invited Kertész to visit his studio for the first time’, zoals vermeld in: Sandra S. Phillips, David Travis, Weston J. Naef, André Kertész. Of Paris and New York (New York, Londen: Thames and Hudson) 30, klopt dan ook niet. De uitnodiging was afkomstig van Seuphor.

3) Kertész’ agenda […] 30 november:

David Travis, “André Kertész. The Gaiety of Genius”, in: dez., At the Edge of Light. Thoughts on Photography & Photographers, on Talent & Genius (Jaffrey, New Hampshire, 2003) 35-50; 39-40.

4) ’Ik ging […] atelier te passen’:

Kertész on Kertész. A Self Portrait. Photos and Text by André Kertész. Introduction by Peter Adam (Londen: British Broadcasting Corporation, 1985) 52-53; 53: ‘I went to his studio, and instinctively tried to capture in my photographs the spirit of his paintings. He simplified, simplified, simplified. The studio with its symmetry dictated the composition. He had a vase with a flower, but the flower was artificial. It was colored by him with the right color to match his studio.’

5) Kertész foto van […] 464.000 dollar:

N.N., “Foto’s van André Kertész geveild in New York”, NRC Handelsblad, 19 april 1997; Brian Appel, “Fall 2005 Photography Auction Report at Sotheby’s, Christie’s and Phillips De Pury & Company”, artcritical.com, oktober 2005 (http://artcritical.com/appel/bafall2005.htm). Van dezelfde foto worden ook wel gesigneerde afdrukken verkocht voor een tiende van deze topprijzen.

6) Mondriaans tulp […] het bestaan:

Dionisio D. Martínez, “Chez Mondrian, Paris, 1926”, The Kenyon Review. New Series 14 (1992) 1 (Winter, 1992) 126-127.

7) Maar de erotische […] moest ontberen:

Robert P. Welsh, “The Hortus Conclusus of Piet Mondrian”, The Connoisseur 161 (1966) 647 (februari) 132-135; 132.

 

154

1) ’Ik kwam 2x […] zien staan’:

Aantekening in handschrift van Albert van den Briel bij Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 86, hierboven geciteerd. Ook in andere manuscripten opgesteld ten behoeve van de Canadese Mondriaan-onderzoeker Robert P. Welsh, keert Van den Briel zich faliekant tegen Seuphor, die volgens hem niets van Mondriaan begrepen heeft, als was het maar omdat deze ‘op slot’ ging wanneer Seuphor met zijn ‘journalistieke indringendheid’ ‘op expeditie bij hem was’ (o: ’s-Gravenhage, RKD; archief Robert P. Welsh).

2) contemporaine artikelen:

Verg. H. van Loon, “Piet Mondriaan, de mensch, de kunstenaar”, Maandblad voor Beeldende Kunsten 4 (1927) 7 (juli) 195-199, waaruit: ‘De breuk tusschen zijn besef en de natuur sluit het eerste in zich zelf op. In dezen afkeer gaat hij zoo ver, dat een bloem bij hem niet toegelaten wordt, tenzij een kunstmatige, waarvan hij nog de bladeren verven kan.’

3) ’Hij wilde […] maar zo’n bloem!’:

J.J.P. Oud, “Mondriaan, de mens”, in: L.J.F. Wijsenbeek, J.J.P. Oud, Mondriaan (Zeist: W. de Haan; Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1962) 61-81; 62-63.

4) ’een nobele, blanke nevel-achtigheid’:

Verg. David Shapiro, “Mondrian’s Secret”, in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; 307.

5) De bloemen […] lijken op prinsessen’:

Geciteerd bij: G.H. Marius, De Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw (’s-Gravenhage: Martinus N?hoff, 1920) 270.

6) ’Aangaande mij […] den Heere dienen’:

Jozua 24: 15; Susanne Deicher, Mondriaan 1872-1944. Composities op het lege vlak. Vertaling: Wil Boesten (Keulen: Taschen/Librero, 2000) 57. Deicher realiseert zich de anachronistische strekking van haar theorie, maar doet die enigszins gemakkelijk af met de opmerking: ‘De vrome symboliek van de bloemen paste niet bij zijn moderne kunst, maar dat deed er blijkbaar niet toe.’ Anderzijds is zij weer nodeloos romantiserend in de waarneming: ‘Maar ook zijn atelier versiert hij met behulp van bloemen als een persoonlijke mythe.’ Geheel in de geest van het constructivisme had Mondriaan het ‘versieren’ immers afgezworen, bovendien was er slechts sprake van een enkele bloem.

 

155

1) ’dat geteelde bloemen […] te maken’:

Beide brieven geciteerd uit: J.M. Harthoorn, Mondrian’s creative realism (Mijdrecht: Tableau, 1980) 43-44.

2) Harthoorn trekt […] zijn moeder’:

J.M. Harthoorn, Mondrian’s creative realism (Mijdrecht: Tableau, 1980) 44.

3) ’zoo kalm stierf’:

PM aan Ella Hoyack-Crameris, 18 september 1937 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Deze ontboezeming was als troost bedoeld; Ella Hoyacks vader was namelijk op dezelfde wijze overleden.

4) Maar hij schijnt […] te zeggen:

Verg. CR I, 128: ‘January 8 [1909]: death of the artist’s mother, whose funeral Piet does not attend due to his involvement with the just opened exhibition at the Stedelijk Museum.’ Haaks op deze informatie staat overigens een detail uit een brief van Carel Mondriaan aan S.B. Slijper, 29 november 1945 (o: ’s-Gravenhage, RKD; archief S.B. Slijper): ‘Ik herinner mij dat [hij] bij Moeders overlijden in 1909 bij haar uitvaart aanwezig was.’

5) Als er inderdaad […] willen sublimeren:

Over de postromantische en vroeg twintigste-eeuwse beeldvorming van vrouwelijkheid bij mannelijke kunstenaars verg. Bram Dijkstra, Idols of Perversity. Fantasies of Feminine Evil in Fin-de-Siècle Culture (New York, Oxford: Oxford University Press, 1986); Bram Dijkstra, Evil Sisters. The Threat of Female Sexuality and the Cult of Manhood (New York: Alfred A. Knopf, 1996).

 

156

1) ’op abstract terrain […] zwart zaad’:

PM aan Til Brugman, 15 januari 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Zo namen […] probeerden te slijten: Verg. PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [januari 1923] (o: ’s-Gravenhage, RKD, waaruit: ‘Voor die prijs [ƒ 25,-] heeft Jaap v. Domselaer er weer 3 voor me geplaatst.’

3) revolutionair ruitvormig schilderij:

CR: B127 Lozenge Composition with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray, 1921 (v: Chicago: The Art Institute).

4) een bloemstudie:

CR: C126 Study of Three Marigolds in a Glass for an Album (1937) (v: voorheen Kunsthandel Monet-J.P. Smid); PM aan Maaike van Domselaer, 18 september 1937 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf. Maandblad voor letteren 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293; 291.

5) ’Ik kreeg […] Mondrian zijn twee’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ongedateerd [december 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

157

1) ”De huif naar den wind”:

Op deze fout is gewezen door: Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) II, 170; verg. ook: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/zijn-huik-naar-de-wind-hangen.

2) ’Onbetwijfelbaar […] Redactie. Th. V.D.’:

P. Mondrian, “De huif naar den wind”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 6-7 (serie XII 1924) 86-88; 87-88.

 

158

1) ’Vloek over […] te zingen’:

Til Brugman, “Piet Mondriaan: Leven en Werk, door Michel Seuphor, verschenen bij Contact te Amsterdam”, Kroniek van Kunst en Kultuur 17 (1957) 5 (juni-juli) 120-121; geciteerd ook in: Alex Rutten, “Steun, weerklank en vriendschap. Over sociaal kapitaal en de breuk tussen Piet Mondriaan en Theo van Doesburg”, ts. Tijdschrift voor tijdschriftstudies # 32, december 2012, 165-180; 179.

2) ’Moet je nagaan […] te maken!’:

De medebezoeker was de Amerikaanse schilder Carl Holty, die door Brassaï bij Mondriaan geïntroduceerd was; verg. Carl Holty, “Mondrian in New York. A Memoir”, Arts Magazine 31 (1956-1957) 10 (september 1957) 17-21; 21, waaruit: ‘The first time I met him was in Paris in the summer of 1931. My wife and I were introduced to him by the photographer Brassai. As we walked away, Brassai said. “Just think of it. The man makes botanical and scientific drawings just to keep alive. And for what? To make pictures out of straight lines!”’

3) ’Maar ik […] willen culmineeren’:

PM aan J.J.P. Oud, 2 september 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). In een eerdere brief lijkt Mondriaan zelfs te zeggen dat het culminatiepunt van zijn schilderkunstige ontwikkeling reeds was bereikt: ‘Gelukkig heb ik in mijn abstracte werk bereikt wat ik zoowat wilde en is ’t dus niet zoo heel lam voor me om bloemen te maken.’ Uit: PM aan Simon Maris en Noot Maris-den Breejen, ongedateerd [december 1922]; gepubliceerd in: Paul Gorter i.s.m. Frans van Burkom & Joop M. Joosten, “Mies Maris’ vergeten ‘Mondriana’”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 14 (1998) 2, 22?35; 3, 35-47.

 

159

1) ’De bloemen-serie […] schilder Mondriaan’:

Albert van den Briel aan J.M. Harthoorn, in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 116.

2) ’Hij kocht voor […] klaar was’:

Albert van den Briel, ‘Mondriaans persoonlijkheid’ [versie 1], manuscript (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh).

3) ’Dat chrysantje […] ervan. Dag’:

PM aan S.B. Slijper, 20 oktober 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

160

1) ’geen geweldige plantkundige kennis bezat’:

Ella Reitsma, “Schoonheid uit een andere tijd. Mondriaans bloemen”, Vrij Nederland, 17 december 1994.

2) ’nauwgezetheid en liefde’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924.

3) Met de gedetailleerdheid […] leren kennen’:

David Shapiro, “Mondrian’s Secret”, in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; 318; Immanuel Kant, Kritik der Urteilskraft, Erster Teil. Kritik der ästhetischen Urteilskraft, § 16.

4) Hier toont Mondriaan […] is genoemd:

Alice Goldfarb Marquis, Marcel Duchamp: The Bachelor Stripped Bare (Boston: mfa Publications, 2002) 156.

5) Het staat […] varianten te maken:

Verg. Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 235.

6) ’schetsen’:

Verg. PM aan S.B. Slijper, 7 december 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Hij deelt mede ‘twee bloemen schetsen’ te hebben verkocht aan Tas, die ‘laatst even hier’ was. Deze klant is de psychiater Jacques Tas, echtgenoot van de schilderes Frieda Tas-Herzberg.

7) ’een klein […] je persoonlijkheid’:

PM aan S.B. Slijper, 31 juli 1923 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

8) ’In tijden […] zo’n modelbloem’:

Gedeeltelijk geciteerd in: N.[ancy] R.[ich], “Piet Mondrian, Chrysanthemum, c. 1921-25. Verso: Friedel M. Cabos-de Fries, 1924, study for the painting Portrait of Friedel M. Cabos-de Fries (1924)”, in: Ann H. Sievers, with Linda Muehlig and Nancy Rich. With contributions by Kristen Erickson and Edward Nygren, Master Drawings from the Smith College Museum of Art (New York: Hudson Hills Press, 2000) 235-239, 236: ‘In the times when he could not yet find buyers for his abstract paintings, he made some very articulate flowers as a sort of study, very beautiful conscientious work, with the intention of fabricating cheap little watercolors after them for sale. This is one such a model-flower.’ Het bedoelde werk in CR: C63 Chrysanthemum (verso of C29 Study for Portrait of Friedel M. Cabos-de Fries, 1924) (v: Northampton, Massachusetts, Smith College Museum of Art). Bine de Sitter (in wier huisje aan de Zuidstraat te Domburg Mondriaan in 1914 tijdens zijn gedwongen verblijf in Nederland onderdak had gevonden) verwees in dezelfde brief naar een andere bloemstudie van Mondriaan uit haar bezit, die zij aan Eleanor Kanegis zou schenken, CR: A628 White Irises against a Light Blue Background I, c. 1909-10 (geveild op 5 mei 2005 bij Christie’s New York voor $ 168.000).

 

161

1) Voor het overtrekwerk […] gulden ging:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan H. van Assendelft, 10 februari 1926 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) In 1925 […] te plaatsen:

PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [maart 1925] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Cabos […] werk geporteerd was:

In de Cabos-collectie waren van Mondriaan: CR: B109 Composition II, 1920 (v: particuliere collectie); B150 Tableau, with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray, 1923 (v: particuliere collectie); B152 Lozenge Composition with Red, Black, Blue, and Yellow, 1925 (v: Venetië, collectie François Pinault).

4) ’wel een […] goede vrind’:

PM aan S.B. Slijper, resp. 29 augustus en 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) portret […] ‘het nare werk’:

CR: C30 Portrait of Friedel M. Cabos-de Fries (1893-1988), 1924 (geveild op 29 juni 1999 bij Sotheby’s Londen). De tekening: CR: C29 Study for Portrait of Friedel M. Cabos-de Fries (1893-1988), 1924(?).(Verso: C63 Chrysanthemum) (v: Northampton, Massachusetts, Smith College Museum of Art).

6) Zelf was […] portretkunst te vergooien:

PM aan Cornelis van Eesteren, 1 januari 1925 (v: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan S.B. Slijper, 10 maart 1925 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) Bloemen schilderen […] een mislukking:

Over Mondriaan als portretschilder verg. Robert P. Welsh, “The Portrait Art of Mondrian”, in: J. Bruyn, J.A. Emmens, E. de Jongh, D.P. Snoep eds., Album Amicorum J.G. van Gelder (’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1973) 356-360.

8) ‘In 1945 […] koop aanbieden’:

N.P. Veere, of Veeren [?] aan Ivo Bouwman, 12 februari 1992 (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels).

 

162

1) De kunsthandelaar […] authentieke ‘Mondriaan’:

Verg. Aleid Montens, Ivo Bouwman. Twintig jaar kunsthandelaar (z.p. [’s-Gravenhage]: z.n. [Lakerveld], 1992) 110-111; CR: C134 Rose (v: 1992 Kunsthandel Ivo Bouwman, inmiddels verhandeld).

2) Jaren later […] debet aan geweest:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, [begin april] 1927 (o: Parijs: Fondation Custodia; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) ‘Ik heb […] zal verkoopen’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 14 maart 1929 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) ‘de oude kluizenaar’:

PM aan S.B. Slijper, 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) ‘Dit zou […] schaden ook’:

PM aan Cornelis van Eesteren, ongedateerd [na 27 oktober 1924] (v: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. ook Cornelis van Eesteren aan PM, 27 oktober 1924 (New Haven. Yale University, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Deposit Cage Mondrian/Holtzman range 85, sect 1; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) ‘Mijn besluit […] boven water houden’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924.

7) of ik in […] zal verkoopen:

De expositie ‘Der Stuhl’ in het Kunstgewerbemuseum, Frankfurt am Main, 10-31 maart 1929, waarop inderdaad enkele werken van Mondriaan werden verkocht.

 

163

1) ‘over “bestelwerk” […] bloemen gesproken’:

PM aan Cornelis van Eesteren, ongedateerd [na 27 oktober 1924] (v: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘Je wilt […] alles goed gaat’:

PM aan Til Brugman, ‘Woensdagavond’ [voorjaar 1924] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘Als […] vrouwelijke bloemen’:

De formulering is uit: [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924.

4) Even bekend […] heb procuratie’:

Coos Versteeg, met medewerking van Herbert Henkels, Mondriaan. Een leven in maat en ritme (’s-Gravenhage: SDU, 1988) 105.

 

164

1) het schilderij:

Waarschijnlijk is bedoeld: CR: B285.313 Composition of Red and White: Nom I. 1938 / Composition No. 4. 1938-1942, with Red and Blue, 1938/1942 (v: Saint Louis, The Saint Louis Art Museum).

2) ‘Het zijn […] een huwelijk’:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening ‘Sept. 17th. [1941] For September 16th. Tuesday: It is both principles. It is a marriage.’ Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256). Het typoscript in het RKD is in 1951 door Von Wiegand aan Michel Seuphor geschonken ten behoeve van zijn voorgenomen monografie over Mondrian. Vervolgens heeft Seuphor het materiaal, inclusief kopieën van de brieven van Mondriaan aan Von Wiegand, in 1990 toevertrouwd aan Herbert Henkels, die voornemens was er een uitgave van te bezorgen, zonder dit echter te realiseren.

3) gesprekken tussen Mondriaan en Von Wiegand:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening ‘Sept. 17th. [1941] For September 16th. Tuesday’. Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256).

 

165

1) de tekening:

CR: A126 Standing Nude Girl with Raised Arms, c. 1900 (v: New York, voorheen Sidney Janis Gallery).

2) Dudensing gaf […] ‘Naturalistic Period’:

Paintings and Drawings by Mondrian. New York: Valentine Gallery, 19 januari-7 february 1942. CR: C46 Chrysanthemum (v: Cleveland, The Cleveland Museum of Art); C64 Chrysanthemum (v: [in 1989] New York, Acquavella Contemporary Art, Inc.); C66 Chrysanthemum (v: onbekend).

3) ‘Het is echter […] tweeheid is’:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst”, ‘XI. Natuur en geest als vrouwelijk en mannelijk element (slot)’, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 12 (oktober 1918) 140-147; 146 n. 4.

 

166

1) ‘Zij zijn […] zo bloemen schilderen’:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening ‘for Tuesday September 30, 1941’. Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256): ‘They are beautiful. So organic. Nobody paints flowers like that.’

2) ‘Ze zien de relatie […] zien het niet’:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening ‘for Tuesday September 30, 1941’. Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256): ‘They can’t see the relationship between that and my present work – that is most people can’t.’

3) groot schilderij van een chrysanthemum:

Gezien het formaat vermoedelijk CR: C64 Chrysanthemum (v: [in 1989] New York, Acquavella Contemporary Art, Inc.).

4) De structuur […] abstracte doek:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening ‘For Tuesday Sept. 30. 41’. Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256).

5) publiekstrekker in de National Gallery of Canada:

CR: B280.309 Composition with Blue (unfinished). 1937 / Composition No. 12. 1936-42, with Blue, 1937/1942 (Ottawa, National Gallery of Canada). Verg. Brydon Smith, “Acquisitions of Modern Art: Ottawa. ‘Composition II with Blue Square’”, The Burlington Magazine 114 (1972) 827 (februari) 123; Robert Welsh, “The Place of ‘Composition 12 with Small Blue Square’ in the Art of Piet Mondrian”, National Gallery of Canada, Bulletin 29, 1977, 3-33 (http://collections.ic.gc.ca/bulletin/num29/welsh1.html).

6) ‘Ik wil […] mij even zwaar!’:

PM aan Frederick Kiesler, 6 oktober 1941 (t: Washington, Archives of American Art, Frederick Kiesler papers). Het is onbekend of Kiesler inderdaad een bloemstudie van Mondriaan heeft gekregen en zo ja welke.

 

167

continuum:

‘For me there is no difference between these early ones and the last ones – they are all part of the same thing. I do not feel the difference between the old and the new in art as really different, but as a continuity.’ Uit: Charmion von Wiegand, dagboekaantekening ‘Sept. 17th. [1941] For September 16th. Tuesday’. Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256).

 

 

10 Het spirituele masterplan

 

168

1) ‘onder aan de trap’:

Denis Diderot, Paradoxe sur le comédien (1773-1777, postuum gepubliceerd in 1830), waaruit: ‘L’homme sensible, comme moi, tout entier à ce qu’on lui objecte, perd la tête et ne se retrouve qu’au bas de l’escalier.’

2) vaderlandse pers:

N.N., “Rudolf Steiner in ons land”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15 februari 1921. De lezingen zijn gepubliceerd in: Rudolf Steiner, Erziehung zum Leben. Selbsterziehung und pädagogische Praxis. Fünf Vorträge, ein Autorreferat, zwei Fragenbeantwortungen und ein Zeitungsbericht zwischen dem 24. Februar 1921 und 4. April 1924 in verschiedenen Orten. Martina Maria Sam, Walter Kugler eds. (Dornach: Rudolf Steiner Verlag, 1998).

3) ‘Eurhythmische bewegingskunst’:

N.N., “Eurhythmische bewegingskunst”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 21 februari 1921.

 

169

1) het als brochure uitgegeven verslag:

Verslag van de voordrachten gehouden door Dr. Rudolph Steiner, voor de Nederl. Afd. Theos. Ver. 4-11 Maart 1908: Mystiek en esoteriek (mikrokosmos en makrokosmos), voordracht gehouden door Dr. Rudolph Steiner te Den Haag, in het gebouw der Haagsche Loge, op donderdag 5 Maart; Occultisme en esoteriek, voordracht gehouden te ’s-Gravenhage op 6 maart 1908; Esoterisch christendom, voordracht gehouden te Amsterdam op 7 Maart 1908; Astraalwereld en Devachan, voordracht gehouden te Amsterdam op 8 Maart 1908; Het esoterische leven, voordracht gehouden te Rotterdam op 8 maart 1908; Graden van hoogere kennis, voordracht gehouden te Nijmegen op 9 Maart 1908; Over Rozenkruisers-Esoteriek en de ontwikkeling van den kosmos, voordracht gehouden te Nijmegen op 10 Maart 1908; De christelijke inwijding, openbare voordracht gehouden te Hilversum, op 4 Maart 1908; De inwijding des Rozenkruizers, openbare voordracht gehouden in Den Haag, op 5 Maart 1908; Theosofie Goethe en Hegel, openbare voordracht gehouden te Amsterdam op 6 Maart 1908; Het leven van den mensch volgens de geheime wetenschap, voordracht gehouden te Arnhem op 10 Maart 1908 door Rudoph Steiner. Bewerkt door A.E.T., M.C.V.G., H.C.O., B.W., E.L.S., G.J.-S., A.K. (Amsterdam: Theosofische Uitgevers-Maatschappij, 1908). Het exemplaar uit Mondriaans bezit: Yale University, New Haven, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, MS Vault 710, Box 3. De lezingen zijn in Duitse vertaling gepubliceerd in: Beiträge Zur Rudolf Steiner Gesamtausgabe. Veröffentlichungen aus dem Archiv Der Rudolf Steiner-Nachlassverwaltung, Dornach, Heft Nr. 60 Weihnachten 1977, 6-32.

2) ‘malle Mondriaan […] ‘t strand:

Charley Toorop aan C. Spoor, ‘Zaterdag’ [voorjaar 1909]. Brief geveild bij Christie’s Amsterdam, 24 september 1992, Sale 2179, Lot 571; voor het eerst geciteerd in: Lily van Ginneken, “Amice, addio. Kunstenaarsbrieven aan Cornelis Spoor”, Algemeen Handelsblad (Supplement), 27 december 1969; vervolgens in: Lily van Ginneken, met medewerking van J.M. Joosten, “Documentatie: kunstenaarsbrieven Kees Spoor (2)”, Museumjournaal 15 (1970) 5, 261-267; 261-262.

3) raja-yogaoefeningen:

Marty Bax, Het web der schepping. Theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan (Amsterdam: SUN, 2006) 262.

4) ‘werkelijk een leidraad […] van je bewustzijn’:

PM aan Aletta de Iongh, ongedateerd [medio oktober 1910] (o: Otterlo, KMM).

5) Frederik van Eeden […] van Mondriaan:

Verg. Frederik van Eeden, “Gezondheid en verval in kunst”, Op de hoogte. Maandschrift voor de huiskamer 6 (1909) 2 (februari) 79-85.

6) een lezing:

Rudolf Steiner, “Zwischen Tod und Wiedergeburt des Menschen”, als tekst opgenomen in: dez. Geisteswissenschaft als Lebensgut. Zwölf öffentliche Vorträge gehalten zwischen dem 30. Oktober 1913 und 23. April 1914 im Architektenhaus zu Berlin. Karl Boegner, Johann Waeger eds. (Dornach: Rudolf Steiner Verlag, 1986 = Rudolf Steiner Gesamtausgabe Vorträge. Öffentliche Vorträge, 63) 327-360.

7) ‘Een stampvolle zaal […] zou zien:

Frederik van Eeden, Dagboek 1878-1923. Deel 3: 1911-1918. H.W. van Tricht ed. (Culemborg: Tjeenk Willink/Noorduijn, 1971) 1361.

8) zelfportretten:

CR: A637 Self-Portrait, Face and Background, 1908-09; A638 Self-Portrait, Isolated Face, 1908-09; A639 Self-Portrait, Eyes, 1908-09 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

 

170

lang en principieel artikel:

Andreas Burnier, “Westers esoterisme. Biografie van Rudolf Steiner”, NRC Handelsblad, 2 mei 1980; opgenomen in: dez., Essays 1968-1985 (Amsterdam: Em. Querido, 1985) 278-293.

 

171

1) die ene keer […] een debacle:

Verg. PM aan H. van Assendelft, ‘Donderdagavond’ [25 januari 1917], poststempel 26 januari 1917 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ik heb – op verzoek – de inleiding van ’t boek op een logeavond van de T.V. alhier voorgelezen – met debat en bespreking. Ik stond vast in mijn schoenen maar kreeg kort de indruk dat de luî nog niet aan “vervolstrekking” – om zoo te zeggen – toe zijn. Ik heb toch de vaste overtuiging dat ’t zoo zijn moet, en ’t is typisch dat de lui toch in mijn werk ’t goed recht (van ’t geen ik wil) erkennen.’ Het ‘boek’ kreeg pas in een later stadium de titel ‘De Nieuwe Beelding in de schilderkunst’, van een uitgave in boekvorm zou het tijdens Mondriaans leven niet komen; de tekst verscheen in afleveringen in De Stijl. Toen Mondriaan aan het eind van de jaren dertig Europa wilde verlaten vanwege de dreiging van het nationaalsocialisme, overwoog hij de mogelijkheid tot het geven van lezingen aan een Amerikaanse universiteit (Columbia University) of voor ‘New Bauhaus’, opgericht door László Moholy-Nagy, zodat hij in de Verenigde Staten direct enige bestaanszekerheid zou hebben, maar zijn onbekendheid met de Engelse taal voorkwam dat hij deze optie in daden omzette. Verg. PM aan Frederick en Stefi Kiesler, 30 januari 1938 [= 1939] (o: Washington D.C., Smithsonian Institution, AAA). Toen Mondriaan het verzoek kreeg voor een van de informele bijeenkomsten van de American Abstract Artists, op 23 januari 1942, een lezing te verzorgen, stuurde hij weliswaar een tekst in (over het thema ‘Art and Life towards the Liberation from Oppression’), maar kwam hij met de organisatie overeen dat deze zou worden voorgedragen door de kunstenaar en politiek activist Balcomb Greene. Ofschoon de lezing qua publieke belangstelling een doorslaand succes was, betoonde Mondriaan zich na afloop ‘very depressed by the primitive-natural mind that was showed, for individual expressions are always more or less collective’, een kenmerkende reactie van de heremiet wiens verwachtingen nooit gelijke tred wisten te houden met de werkelijke gang van de wereld (PM aan Charmion von Wiegand, 7 februari 1942; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) Steiner was […] gedragen moesten worden:

Verg. Helmut Zander, “Autorität und Erlösung. Rudolf Steiner – Einige Bausteine zu einem Psychogramm”, Neue Zürcher Zeitung, 26 februari 2011; dez., Rudolf Steiner. Die Biografie (München: Piper, 2011).

3) ‘vanuit de kleur zelf te schilderen’:

Rudolf Steiner, Het wezen van de kleuren. Vertaald door Paula Giel-de Looff. Met een nawoord van Dick Bruin (Zeist: Vrij Geestesleven, 1999, 22007) 5.

4) beriep Mondriaan zich nog op Steiner:

Mondriaan baseert zich (zonder de tekst overigens expliciet te noemen) op de lezing ‘Het esoterische leven, voordracht gehouden te Rotterdam op 8 Maart 1908, bewerkt door H.C.O.’.

 

172

1) het woord tot Steiner te richten:

PM aan Rudolf Steiner, 25 februari 1921 (o: Dornach, Zwitserland, Rudolf Steiner Archiv), voor het eerst gepubliceerd (in Nederlandse vertaling en met een afdruk van het origineel) in: Carel Blotkamp, Mondriaan in detail. Mondriaan en de architectuur, de triptieken, de eerste ruitvormige schilderijen, Mondriaan en Rudolf Steiner (Utrecht, Antwerpen: Veen-Reflex, 1987) 141-143; recentelijk in: Rudolf Steiner, Brieven (Zeist: Vrij Geestesleven, 2006) 186.

2) “Le Néo-plasticisme”:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe général de l’équivalence plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920).

3) Feit is […] plaats te gunnen:

Vriendelijke mededeling Rudolf Steiner Archiv, Dornach, 23 mei 2012.

4) ‘te veel theosofisch’:

Theo van Doesburg aan Chris Beekman, 31 juli 1919, geciteerd uit: Lieske Tibbe ed., Een revolutie gaat aan gekijf ten onder: De Stijl en de ‘Russische kwestie’, najaar 1919. Een briefwisseling tussen Theo van Doesburg, Chris Beekman, Robert van ’t Hoff, J.J.P. Oud en Antony Kok, met inleiding en annotaties (2006; http://repository.ubn.ru.nl/bitstream/2066/27565/1/stijlbrieven.pdf) 20.

5) artikel in De Stijl:

Theo van Doesburg, “Balans van het nieuwe”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 12 (december) 176-177.

6) waartoe hij ook Steiner rekende:

De verwerping van Rudolf Steiner en de antroposofie als een van de ‘lokmiddelen van het oude’ moet een onderwerp zijn geweest in Theo van Doesburgs (niet bewaard gebleven) brief aan Mondriaan, waarop deze reageerde met zijn schrijven van 1 december 1921 (zie direct hieronder).

 

173

1) ’t Deed me […] los te branden’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 1 december [1921] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘Die Steinerkluit […] goede manier’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Vrijdag’ [24 februari 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Stuur me […] Steiner maar niet!’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) De representanten […] meesmuilend ‘Abstraktlinge’:

Rudolf Steiner, Gesamtausgabe, 289 Vorträge über Kunst – Der Baugedanke des Goetheanum (in voorbereiding), commentaar bij afbeelding 66.

 

174

1) ‘De abstracte […] werkzame kleuren:

Geciteerd in: Fritz Weitmann, “Über den malerischen Impuls Rudolf Steiners im Zusammenhang mit dem Malunterrricht auf der Oberstufe”, Erziehungskunst 30 (1966) 5/6 (mei/juni) 146-160; 152: ‘Die gegenstandslose Malerei ist ein Protest gegen den Naturalismus, aber an sich ist sie absurd. Wenn man wahrhaft in die Welt der Farbe eindringt, kommt man zu den Wesen. Wir brauchen nicht den Löwen erst in der physischen Welt zu suchen, in der Welt der waltenden Farben finden wir sein Urbild.’

2) ‘dode vormen en schema’s:

Verg. Helmut Zander, Anthroposophie in Deutschland. Theosophische Weltanschauung und gesellschaftliche Praxis 1884-1945 (2 dln. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2007) dl. 2, 1125.

3) Het scheidende […] verleden veroordelen:

Walter Kugler, Simon Baur eds., Rudolf Steiner in Kunst und Architektur (Köln: DuMont, 2007) 15. In deze publicatie wordt het vermoeden uitgesproken dat Steiner impliciet op Mondriaans brief heeft gereageerd in zijn voordracht “Die bildende Kunst. Den Haag, 9. April 1922”; verg. Rudolf Steiner, Damit der Mensch ganz Mensch werde. Die Bedeutung der Anthroposofie im Geistesleben der Gegenwart. Sechs Vorträge, gehalten beim anthroposophischen Hochschulkurs in Den Haag vom 7. bis 12. April 1922, mit einem schriftlichen Bericht Rudolf Steiners über den Hochschulkurs (Dornach: Rudolf Steiner Verlag, 1994) 77-110.

4) Steiner spreekt […] ruimte herstellen:

Rudolf Steiner, “De beeldhouwkunst. Een voordracht. Den Haag 9 april 1922”, in: dez., Vorm en beweging. Architectuur, beeldhouwkunst, euritmie (Zeist: Vrij Geestesleven, 2003) 72-99; 73, 76, 78, 79, 83.

5) stelt u […] worden aangeleerd’:

Rudolf Steiner, “De beeldhouwkunst. Een voordracht. Den Haag 9 april 1922”, 78. Verg. Rudolf Steiner, Damit der Mensch ganz Mensch werde, 84: ‘Nun, denken Sie sich einmal in einer sternenhellen, klaren Nacht stehend auf einem Felde, so daß Sie weithin den Sternenhimmel überall frei überblicken können. […] Wenn man nur so mit der intellektualistischen Betrachtungsweise, der Betrachtungsweise des menschlichen Verstandes, diesem Sternenhimmel gegenübersteht, kommt man zunächst zu nichts. Aber wenn man mit dem ganzen Menschen diesem Sternenhimmel gegenübersteht, so empfindet man anders. Wir haben heute diese Empfindungsmöglichkeit verloren, aber sie kann wieder angeeignet werden.’

 

175

1) ‘met een kneep […] vergeestelijking ervan:

A.M. Hammacher, “Piet Mondriaan 1872-1944”, Kroniek van Kunst en Kultuur 8 (1947) 9 (september) 233-237; Francisca van Vloten, Moen. Tussen Toorop en Mondriaan. De kunstenares Mies Elout-Drabbe 1875-1956 (Vlissingen: Den Boer | de Ruiter, 2004) 69.

2) ‘reconstructie van een sterrenlucht’:

CR: B102 Composition with Grid 8: Checkerboard Composition with Dark Colors, 1919 (v: ’s-Gravenhage, HGM); citaat uit PM aan Theo van Doesburg, 18 april 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD); verg. ook PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [april 1925] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘wees een kracht in de richting der evolutie’:

Aan de voeten van den Meester, door Alcyone (J. Krishnamurti). Uit het Engelsch vertaald door Raimond van Marle. Geheel herziene, geauthoriseerde uitgave, 4e duizend (Amsterdam: Theosofische Uitgevers-Maatschappij, 1913 [11911) 36. Verg. Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 57, 177, 205.

 

176

1) werken als Bosch (bij Oele) en Molen (bij zonlicht):

CR: A593 Bosch (Woods); Woods near Oele, 1908; A654 Mill in Sunlight: The Winkel Mill, 1908 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

2) dat elke […] beter te begrijpen’:

Is. Querido, “Een schilders-studie. Spoor, Mondriaan en Sluijters. Piet Mondriaan. (Slot.)” (‘Van menschen en dingen’), De Controleur 20 (1909-1910) 1004 (23 oktober 1909), met de integrale weergave van een brief van PM aan Is. Querido uit Domburg.

3) ‘Mijn idee […] het Theosophisch denken’:

PM aan H.P. Bremmer, 8 april 1914; gepubliceerd in: J.M. Joosten, “Documentatie over Mondriaan (1). 26 brieven van Piet Mondriaan aan Lod. Schelfhout en H.P. Bremmer 1910-1918 (deel 1: 10 brieven 1910-1914)”, Museumjournaal 13 (1968) 4, 208-216.

4) ‘bewustwording’:

PM aan Lodewijk Schelfhout, 12 juni 1914 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) ‘Twee wegen naar […] ideaal kunst’:

Robert P. Welsh, J.M. Joosten eds., Two Mondrian Sketchbooks 1912-1914. With a Preface by Harry Holtzman (Amsterdam: Meulenhoff International, 1969) 33-35; aldaar ook de Engelse vertaling: ‘There are two paths leading to the Spiritual; the path of learning, of direct exercises (meditation etc.) and the slow certain path of evolution. The latter manifests itself in art. One may observe in art the slow growth towards the Spiritual, while those who produce it remain unaware of this. The conscious path of learning usually leads to the corruption of art. Should these two paths coincide, that is to say that the creator has reached the stage of evolution where conscious, spiritual, direct activity is possible, then one has attained the ideal art.’

 

177

1) ‘’t was […] niet willen plaatsen’:

PM aan Lodewijk Schelfhout, 12 juni 1914 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘De Theosofen […] neoplasticisme waren’:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 30 juni 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) ‘De Geheime Leer […] grond voor alles’:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [februari 1918] (o: ’s-Gravenhage, RKD). In het voorjaar herhaalt Mondriaan zijn stelling met klem als Van Doesburg hem confronteert met de mogelijke invloed van de filosoof Schoenmaekers op zijn essay “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst”: ‘Ik heb ’t alles uit de Geheime Leer (Blawatsky)’; PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [mei 1918] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘oud geboren’:

Charmion von Wiegand, “Mondrian: A Memoir of His New York Period”, Arts Yearbook 4 (1961) 57-65: ‘I once said to him, “Mondrian, what were you like when you were young?” and he replied, “I was always the same, Charmion, I was born old!” He meant what they call in Theosophical terms: to have “an old soul,” which indicates that one has been reincarnated many times. Mondrian was convinced that he had already lived other lives.’

5) ‘Je zult […] je misschien weet’:

PM aan Willy Wentholt, 6 december 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

178

1) ‘als we hier […] het niet’:

N.N., “Haagsch nieuws”, Java-Bode. Nieuws-, Handels- en Advertentieblad voor Nederlandsch-Indië, 19 december 1892; N.N., “Wat de Hollanders bezig houdt”, De Locomotief. Nieuws-, Handels- en Advertentieblad, 20 december 1892. Verg. ook Bettina Spaanstra-Polak, Het fin-de-siècle in de Nederlandse schilderkunst. De symbolistische beweging 1890-1900 (’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1955; Bussum: Thoth, 22004). 115-116.

2) ‘En niet trouwen […] het uithouden’:

W.A. Paap, Vincent Haman (Amsterdam: Vivat, 21908) 116.

3) ‘gekke spullebaas’:

N.N., “Wat de Hollanders bezig houdt”, De Locomotief. Nieuws-, Handels- en Advertentieblad, 20 december 1892.

 

179

1) ‘Het is […] Eenheid teruggeraken’:

Verg. Mark C. Taylor, Disfiguring: Art, Architecture, Religion (Chicago: The University of Chicago Press, 1992) 73: ‘Mondrian’s interpretation of the emergence of universal self-consciousness through the work of art follows the traditional tripartite movement from unity, through division, to reunification, which we have already discovered in romantic theologians, philosophers, and artists as well as in Theosophy and Kandinsky’s art.’

2) ‘Slechts de […] individueele verheffen’:

Piet Mondriaan, “Dialoog over de Nieuwe Beelding”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1919-1920) 4 (februari 1919) 37-39; 5 (maart 1919) 49-53; 52.

 

 

11 De vondst van het klassieke neoplasticisme

 

180

1) gouache:

CR: B136 Composition with Blue, Black, Yellow, and Red, 1922 (v: Berlijn, Neue Nationalgalerie).

2) ‘pasgewassen witte […] de zee’:

Willem Jan Otten, “De uitstervende buien”, in: dez., Paviljoenen (Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1991) 12-13; 12.

3) ‘doekje’ in olieverf:

CR: B138 Composition with Blue, Yellow, Red, Black, and Gray, 1922 (v: Amsterdam, SM). PM aan J.J.P. Oud, 5 mei 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Het olieverfschilderijtje was een opdracht van de stedenbouwkundige Th.K. van Lohuizen, een relatie van J.J.P. Oud.

4) ‘Een mej. Tak […] mijn gemak maken’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

181

1) ‘dat zoodje van […] anders willen’:

Jan Sluijters aan Kees Spoor, ongedateerd [voorjaar 1910] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh), geciteerd in: Lily van Ginneken, “Amice, addio. Kunstenaarsbrieven aan Cornelis Spoor”, Algemeen Handelsblad (Supplement), 27 december 1969, brief 13, en in: Lily van Ginneken, met medewerking van J.M. Joosten, “Documentatie: kunstenaarsbrieven aan Kees Spoor”, Museumjournaal 15 (1970) 4, 206-208; 5, 261-267. In feite richtte Sluijters’ ergernis zich tegen de deelname van Jacoba van Heemskerck in de zaal van de radicale kunstenaars op de ‘20ste Jaarlijksche Tentoonstelling’ van Sint Lucas (Amsterdam: SM, 24 april-1 juni 1910). Verg. A.H. Huussen jr., J.F.A. van Paaschen-Louwerse, Jacoba van Heemskerck van Beest 1876-1923. Schilderes uit roeping (Zwolle: Waanders, 2005) 33.

2) het schilderij Avond:

CR: A671 Avond (Evening): The Red Tree, 1908-10 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Over het eerste ontstaan in de zomer van 1908: A.H. Huussen jr., J.F.A. van Paaschen-Louwerse, Jacoba van Heemskerck van Beest 1876-1923. Schilderes uit roeping (Zwolle: Waanders, 2005) 25. Een afgedrukte foto (ill. 16) van de villa doet daar overigens geen appelboom, zoals door Mondriaan geschilderd, vermoeden. Bovendien lijkt De rode boom nagenoeg bladerloos, zodat de betreffende appelboom eerder in het late najaar of de winter zou zijn vastgelegd.

3) ‘Hij [Mondriaan] orneert […] aarde strekken’:

G.W. Knap, “Tentoonstelling Spoor-Mondriaan-Sluyters. Stedelijk Museum”, De Kunst. Geïllustreerd Dagblad voor Tooneel, Kunsten, Letteren, Bouwkunst en Kunstnijverheid 1 (1908-1909) 5 (9 januari 1909) z.p. Bij het artikel was ook een afbeelding van het schilderij geplaatst: ‘“Avond.” Schilderij van Piet Mondriaan’.

 

182

1) Willem Steenhoff […] in de kunst:

Verg. Jan van Adrichem, “Heenwijzingen naar niet vermoede uitzichten”, De Groene Amsterdammer, 26 juni 2007.

2) of er […] bijster was geraakt:

W. Steenhoff, “Tentoonstelling C. Spoor, Piet Mondriaan, Jan Sluyters in het Stedelijk Museum II”, De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland, 31 januari 1909

3) Een toeschouwer […] ogen te sparen:

C.L. Dake, De Telegraaf, 6 mei 1910, geciteerd in: CR I, 436.

4) kopie van […] Pieta de Villeneuve-les-Avignon:

CR: C154 Copy after the Pietà De Villeneuve-Lès-Avignon by Enguerrand Quarton, 1913-14 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Verg. Charles Sterling, Enguerrand Quarton. Le peintre de la Pietà d’Avignon. Documents vérifiés par Nicole Reynaud et Michel Hayez (Parijs: Éditions de la Réunion des Musées Nationaux, 1983) 81-104.

5) Composition in Grey-Blue’:

CR: B28 Composition No. XIII / Compositie 2, 1913 (v: Madrid, Museo Thyssen-Bornemisza).

6) De baron had […] te slepen:

Simon de Pury, “Recently Acquired Twentieth-Century Paintings”, Apollo 59 (1983) 118, nr. 257 (juli) 79-81; 79.

 

183

1) Taks collectie […] was doorgesneden:

F.M. Huebner, “Die Sammlungen Tak van Poortvliet und Van Assendelft”, in: dez., Holland. Moderne Kunst in den holländischen Privatsammlungen (Leipzig: Klinkhardt & Biermann; Amsterdam: Van Munster, 1921 = Moderne Kunst in den Privatsammlungen Europas, 1) 79-84; 79. Uit Huebners beschrijving van de collectie Tak van Poortvliet (‘ungefähr einhundertfünfzig Werke’) zou de indruk kunnen ontstaan dat het aantal werken van Mondriaan daarin groter was dan thans bekend. De catalogus van de verzameling, waaraan destijds jaren werd gewerkt, is tot op heden niet teruggevonden.

2) ‘Zijn latere […] verstandelijke beschouwing’:

Marie Tak van Poortvliet, “De nieuwe beweging in de schilderkunst”, Het Nieuwe Leven. Religieus-Socialistisch Maandschrift 5 (1919-1920), hier geciteerd uit: Herbert Henkels ed., Jacoba van Heemskerck, 1876-1923. Kunstenares van het expressionisme (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1982) 40.

3) Huebner zocht […] natuur van Mondriaan:

Friedrich Markus Huebner, Die Neue Malerei in Holland. Die junge Kunst in Europa. Band i (Leipzig: Klinkhardt & Biermann, 1921) 107-109.

4) Jacoba van Heemskerck […] poëzie meer’):

Jacoba van Heemskerck aan Herwarth Walden, 17 februari 1915; gepubliceerd in: A.H. Huussen jr., Cahiers uit het noorden x. Brieven van Jacoba van Heemskerck en Marie Tak van Poortvliet aan Herwarth en Nell Walden en anderen 1911-1923 (Haren: [uitgave in eigen beheer], 2006) 33-34; 34. Van Heemskercks oordeel was gebaseerd op Mondriaans bijdrage aan de expositie Alma, Le Fauconnier en Mondriaan, Rotterdam, Rotterdamsche Kunstkring, 31 januari-28 februari 1915.

 

184

lang epistel:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 24 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

185

1) dit echtpaar:

Omtrent het echtpaar Colin: Hugues Raymond Colin du Terrail aan Cis Heijdenrijk, 19 april 1989 (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp); informatie Anne Colin du Terrail in verscheidene e-mails aan de auteur, 1-9 maart 2010.

2) foto van Mondriaan met een baby:

V: Parijs, Anne Colin du Terrail. De baby op de foto is haar vader. Hugues Raymond Colin was op 28 april 1914 geboren in een kliniek te Parijs. De foto zal in juni of juli 1914 zijn gemaakt. Wellicht ter gelegenheid van de geboorte van hun zoon, schonk Mondriaan het echtpaar Colin een oude tekening uit zijn bezit, die hij signeerde als ‘P. Mondrian’: CR: A308 Truncated View of Two Farm Buildings Screened by Tree Growths, c. 1905 (v: Parijs, Musée National d’Art Moderne, Centre National d’Art et de Culture Georges Pompidou). De tekening is beschreven en afgebeeld in: M.[arie]-L.[aure] B.[ernadac], “Piet Mondrian Amersfoort, 1872 – New York, 1944, 53 (Etude d’arbres), 1905-05”, in: Noir dessin. Muse?e national d’art moderne, Cabinet d’art graphique, 7 juillet-26 septembre 1993 (Parijs: E?ditions du Centre Georges Pompidou, 1993) 61.

3) Dit onderscheid […] twintig hanteerde:

Els Hoek, “Mondriaan”, in: Carel Blotkamp e.a., De beginjaren van De Stijl 1917-1922 (Utrecht: Reflex, 1982) 74-76.

 

186

1) meestal in wit is uitgevoerd:

Een betrekkelijke uitzondering vormt CR: B144 Composition with Large Red Plane, Bluish Gray, Yellow, Black, and Blue, 1922 (v: in 1992 bij Christie’s New York geveild als ‘Composition avec rouge, gris, bleu et jaune’ voor een bedrag van $ 2.585,000), afgebeeld in: Angelica Zander Rudenstine ed., Piet Mondriaan 1872-1944 (Zwolle: Waanders, 1994). Tentoonstellingscatalogus Haags Gemeentemuseum, 18 december 1994-30 april 1995. Gezamenlijk project van de National Gallery of Art, het Haags Gemeentemuseum en The Museum of Modern Art, 210 [cat. nr. 102].

2) atriummodel:

De typering dank ik aan Louis A. Veen.

3) ‘De compositie […] van het schilderij’:

Robert P. Welsh, Piet Mondriaan 1872-1944 (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1966) 173; Nederlandse versie van: dez., Piet Mondrian, 1872-1944 (Toronto: Art Gallery of Toronto, 1966)] 194: ‘The basic composition comprises a large interior square or near-square flanked on two adjacent sides by rows of smaller rectangular divisions whose width varies between ¼ and ? of the side dimensions.’

4) het artikel “Het Neo-Plasticisme”:

P. Mondrian, “Het Neo-Plasticisme” (‘Paris, Aug. 1923’), Merz nr. 6 (oktober 1923) 53-54; 54. Het artikel verscheen in de oorspronkelijke Nederlandse versie. Na ontvangst van het betreffende nummer van Merz heeft Mondriaan met pen diverse correcties aangebracht (New Haven, Yale University, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, Uncat. MS Vault 710, Box 1-11 Ad).

 

187

1) Composition with Blue, Black, Yellow, and Red:

CR: B135 Composition with Blue, Black, Yellow, and Red, 1922 (Cambridge, Mass., Busch-Reisinger Museum).

2) Liesbeth Sanders-Herzberg:

Liesbeth Sanders-Herzberg was een zuster van de schrijver Abel Herzberg, vooral bekend van zijn boeken over de Holocaust.

3) briefkaartje:

PM aan Paul F. Sanders en Liesbeth Sanders-Herzberg, 22 augustus 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD), prentbriefkaart ‘547. Paris (10e arrt) – La Gare du Nord C.M.’.

4) Ook dit echtpaar […] hem uitventte:

Verg. PM aan S.B. Slijper, 28 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘De laatsten [= de Sandersen] zijn wezenlijk heel hartelijk voor me.’

5) Na een vakantie […] boulevard Montparnasse:

Het volgende relaas is hoofdzakelijk gebaseerd op: Paul F. Sanders (Tarrytown, New York) aan Piet Sanders, 19 juli 1965 (o: Schiedam, prof. mr. P. Sanders); Paul F. Sanders, “Piet Mondriaan”, typoscript (x: Schiedam, prof. mr. P. Sanders), vrijwel integraal afgedrukt bij: Herbert Henkels, Kitty Zijlmans, “In Memoriam Paul F. Sanders”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 2 (1986-1987) 4 (december 1986) 58, 59-60; Paul F. Sanders, “Herinneringen aan Piet Mondriaan” (‘Fragment uit “Mijn tachtigjarige oorlog”, – [ongepubliceerde] Levensherinneringen van Paul F. Sanders’), Maatstaf 27 (1979) 12 (december) 1-7. Opmerkelijk is dat de jaartallen van Sanders’ verblijf in Parijs in het typoscript niet zijn: 1924-1925, maar: 1923-1924. Gelet op feitelijke gegevens in de herinneringen moet de eerste (door onbekende hand verbeterde) optie correct zijn. Het archief van Paul F. Sanders met daarin o.a. het manuscript van zijn herinneringen: Amsterdam, IISG.

 

188

1) ‘Zoo in den namiddag […] vakjes verdeeld’:

P.[aul] F. S.[anders], “De schilder Piet Mondriaan zestig jaar. Maar jong van geest! Extreem en groot kunstenaar”, Het Volk. Dagblad voor de arbeiderspartij, 1 maart 1932.

2) Gelukkig waren […] hem haalden:

Verg. PM aan J.J.P. Oud, 10 maart 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan S.B. Slijper, 10 maart 1925 (o:’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ik ben blij dat je weer zooveel beter bent ik had ook de griep en moest 14 daag thuis blijven dat is heel iets als men alleen is. Gelukkig had ik weer vrinden die kwamen kijken en boodschappen haalden. Zoo was o.a. Paul Sanders die hier een tijd voor studie is heel aardig voor me en kwam veel.’; PM aan Simon Maris, 13 maart 1925, gepubliceerd in: Paul Gorter i.s.m. Frans van Burkom & Joop M. Joosten, “Mies Maris’ vergeten ‘Mondriana’”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 14 (1998) 2, 22?35; 3, 35-47.

 

190

1) een met […] uit 1921:

CR: B131 Composition with Red, Yellow, Black, Blue, and Gray, 1921 (v: Schiedam, collectie prof. mr. Piet Sanders en Ida Sanders-Sanders).

2) ‘Conscientieus als […] erin zien’:

P.[aul] F. S.[anders], “De schilder Piet Mondriaan zestig jaar. Maar jong van geest! Extreem en groot kunstenaar”, Het Volk. Dagblad voor de arbeiderspartij, 1 maart 1932.

 

191

1) ‘weten te overtuigen […] sociaal voelen’:

Idem.

2) In 1927 […] hun zoon Benjamin:

PM aan Paul F. Sanders en Liesbet Sanders-Herzberg, ongedateerd [1927] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; archief Herbert Henkels).

3) Warenhuis Metz&Co.:

Over Metz: Petra Timmer, Metz & Co. De creatieve jaren (Rotterdam: 010, 1995); dez., Avant-garde en commercie. Een nabeschouwing bij Metz & Co – de creatieve jaren (Amsterdam: uitgave in eigen beheer, 2000).

4) huize d’Leeuwrik:

De in 1930 overleden Catharina de Leeuw-Schönberg was pacifist, schrijfster van kinderverhalen en medewerkster van het tijdschrift Het Kind. Veertiendaagsch blad voor ouders en opvoeders. Zij droeg de opvattingen uit van de opvoedings- en lesmethoden van Fröbel en Montessori en de reformpedagogie. Het gezin De Leeuw bewoonde in Laren de villa ‘d’Leeuwrik’ aan de St. Janstraat 57, een schepping van K.P.C. de Bazel (1913). Jo de Leeuw hertrouwde in 1935 met Liesbet Sanders-Herzberg.

5) Sonia Delaunay:

Verg. Petra Dupuits, Sonia Delaunay: Metz est venu (Amsterdam: Stedelijk Museum, 1992).

 

192

1) Zij vond dat […] een circus’:

Sonia Delaunay in een brief uit 1968 aan de auteur: Jacques Damase, Sonia Delaunay. Fashion and Fabrics. Translations from the French by Shaun Whiteside and Stanley Baron (New York, Harry N. Abrams, 1991) 72.

2) om Piet Mondriaan op te zoeken:

Ook Jo de Leeuw kwam wel bij Mondriaan op het atelier.

3) ‘praat alleen […] die je ziet’:

De reconstructie van het bezoek van moeder en zoon aan Mondriaan is hoofdzakelijk gebaseerd op Ben Sanders’ herinneringen, zoals door hem opgetekend in e-mails aan ondergetekende van 24, 25 en 28 februari 2010. Het was mij een groot genoegen een digitale boodschap te ontvangen van iemand die Mondriaan nog persoonlijk de hand heeft geschud.

 

193

1) Dat Mondriaan […] kunnen voorstellen:

Marcel Proust was niet helemaal een vreemde voor Mondriaan. Tijdens haar bezoeken in zijn atelier en in haar brieven aan hem moet Charmion von Wiegand het werk en ideeëngoed van de auteur van À la recherche du temps perdu hebben aangekaart. De aanleiding was een onaangekondigd bezoek van Wiegand op 14 september 1941 aan zijn atelier op 353 East 56th Street, waarbij bleek dat de ramen zowel aan de straatkant als aan de kant van de kleine binnenplaats onverlicht waren. Zij was hierdoor zo aangeslagen dat zij spontaan moest denken aan hoe de hoofdpersoon in Prousts romancyclus zich voelde toen hij Albertine niet te zien kreeg. In een briefje aan Mondriaan noteerde zij een aantal citaten van Proust, waarop hij de volgende dag reageerde: ‘Thanks so much also for your dear letter. I sympathize with your ideas in that and about Proust. Is very good what he sais.’ PM aan Charmion von Wiegand, 15 september 1941 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256); Charmion von Wiegand, dagboekaantekeningen Sunday, ‘Sept. 14, 1941’ en ‘Sept. 17th. [1941] For September 16th. Tuesday’. Typoscript (x: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand, ‘Photocopies of journal entries’; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, inv. nrs. 254-256). Over Mondriaan en Proust verg. Ook Nell de Hullu-van Doeselaar, Le rosace sur fond blanc. Le parcours proustien du classicisme modern au modernisme classique (diss. Universiteit Leiden, 2012) 10.4 Epilogue: Marcel Proust et Piet Mondrian: deux parcours compares, 222-233.

 

 

12 Men zegt dat ik 50 jaar ben

 

194

1) ‘’t Beschaamt […] te schrijven’:

PM aan Simon Maris, Parijs, 26 augustus 1927 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘heiligengetal’:

PM aan Theo van Doesburg, ‘Maandagmorgen’ [22 maart 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Zeven wordt in veel geloofsleren als een heilig getal beschouwd. Volgens de Bijbel bijvoorbeeld, schiep God de wereld in zes dagen, terwijl de zevende dag als heilige dag geldt (Genesis 2:2).

3) ’Die kerels zijn altoos zoo ruw’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 30 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Het betrof Mondriaans bijdrage aan de tentoonstelling La Section d’Or – Paris. Kubisten en Neo-Kubisten, juni tot november 1920.

4) drie schilderijen:

CR: B49 Tableau III: Composition in Oval, 1914 (v: Amsterdam, Stedelijk Museum); B128 Tableau I, with Red, Black, Blue and Yellow, 1921 (v: ’s-Gravenhage, Haags Gemeentemuseum); B129 Tableau II, with Red, Black, Yellow, Blue, and Light Blue, 1921 (v: particuliere collectie; 1998-2004 in bruikleen bij de Staatsgalerie Stuttgart). De opgave in CR II, 123 van B126 en B127 moet berusten op een abuis.

 

195

1) in de hoop […] duizend franc:

De organisatoren vroegen tien procent van de verkoopprijs als commissie.

2) De beide recente […] naar Sal Sijper:

CR: B128 Tableau I, with Red, Black, Blue and Yellow, 1921, kwam op basis van een vooruitbetaling uit 1920 van 500 franc voor een nog nader te bepalen schilderij in het bezit van Slijper. Verg. PM aan S.B. Slijper, 4 augustus 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). De som die Slijper voor B129 neertelde laat zich op grond van de beschikbare gegevens niet precies vaststellen. Dit werk, met een formaat van 101 x 99 cm nagenoeg even groot als B128, is overigens een voorbeeld dat Slijper niet alle werken van Mondriaan in zijn collectie hield, maar er ook uit verkocht. Hij gaf Tableau II, with Red, Black, Yellow, Blue, and Light Blue, 1921 kort na de Tweede Wereldoorlog uit handen aan de Sidney Janis Gallery, New York.

3) ‘Een tentoonstelling van […] niet kom natuurlijk’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘ik weet dat ‘t […] ’t geld houden’:

PM aan Theo van Doesburg, ‘Maandagmorgen’ [22 maart 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

196

1) ’Ik dank je […] werk over hebt’:

PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [februari 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) criticus Albert Plasschaert:

A. Plasschaert, “Kandinsky”, De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland, 29 december 1912. Plasschaert blijft overigens ongenoemd in: Doede Hardeman, “Leider der Expressionisten. De ontvangst van Kandinsky en Der Blaue Reiter in Nederland”, in: dez., ed., Kandinsky en Der Blaue Reiter (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag; Antwerpen: Ludion, 2010) 73-85, 222-223. Voor de vroege Kandinsky-receptie verg. ook Geurt Imanse, “Van Sturm tot Branding”, in: Kathinka Dittrich, Paul Blom, Flip Bool eds., Berlijn-Amsterdam 1920-1940. Wisselwerkingen (Amsterdam: Em. Querido, 1982) 251-264; 253-257.

3) Plasschaert had bij […] moesten worden ingeschat:

A. Plassch., “Mondriaan (bij Walrecht, Den Haag)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 26 juni 1914. Het verwijt van het gebrek aan persoonlijkheid is reeds in de eerste bekende bespreking van werk van de schilder door Plasschaert terug te vinden: ‘een stoutmoedige geest zeilt anders over het water’. Uit: Plasschaert, “Tentoonstelling: Domburg”, De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland, 13 augustus 1910.

 

197

1) ’Ik vrees dat[…] deze witheid aanbidden’:

A. Plasschaert, “Schilderkunst-Kroniek. Hollandsche Kunstenaarskring, Amsterdam II”, De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland, 29 april 1922.

2) Dat Plasschaert zijn […] mogelijkheid te voorzien:

A. Plasschaert, “De A.S.B. Stedelijk Museum”, De Groene Amsterdammer, 16 november 1929.

3) ’Wij hebben hier te doen […] naar het u lijkt.’:

C.[ornelis] V.[eth], “Moderne Kunstkring”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 23 (1913) 46 (juli-december) 12 (december) 479-480; 480. Verg. C.[ornelis] V.[eth], “Kandinsky”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 23 (1913) 45 (januari-juni) 198-199; 199, waarin de criticus verrassenderwijs zijn zegen uitspreekt over Kandinsky, ‘overtuigd’ als hij is ‘van een groot streven in dezen kunstenaar, waarbij de toekomst winst zal doen.’ Ook Veth blijft onvermeld in: Doede Hardeman, “Leider der Expressionisten. De ontvangst van Kandinsky en Der Blaue Reiter in Nederland”, in: dez., ed., Kandinsky en Der Blaue Reiter (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag; Antwerpen: Ludion, 210) 73-85, 222-223.

4) twee kritieken van de ere-expositie:

Cornelis Veth, “Hollandsche Kunstenaarskring. Tentoonstelling Stedelijk Museum”, Het Nieuws van den Dag, 10 maart 1922; C.[ornelis] V.[eth], “Piet Mondriaan in den Hollandschen Kunstkring”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 32 (1922) 63 (januari-juni) 4 (april) 287-288.

 

198

1) ’op zijn vijftigste […] het onbeschilderd doek’:

Cornelis Veth, “Hollandsche Kunstenaarskring. Tentoonstelling Stedelijk Museum”. Veth sprak net als Plasschaert met de hoogste lof over de naturalistische werken van Mondriaan op de tentoonstelling. Een nagenoeg gelijke kritiek in: N.N., “Amsterdamsche brieven. Hollandsche Kunstenaarskring”, Heldersche Courant, 11 maart 1922.

2) De kroon in […] Meer de Walcheren:

P.[ieter] v.[an] d.[er] M.[eer] d.[e] W.[alcheren], “Schilderkunst. Tentoonstelling van den Hollandschen Kunstenaarskring in het Stedelijk Museum te Amsterdam”, De Nieuwe Eeuw, 25 maart 1922.

3) ’Wat een edele […] hier ten onder!’:

De anonieme recensent citeert naar de Hamlet-vertaling uit 1907 van Jacobus van Looy.

4) ’Het is een verschrikkelijk gemartelde kop’:

CR: C23 Self-Portrait, 1918 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Ook het oog van Cornelis Veth, “Hollandsche Kunstenaarskring. Tentoonstelling Stedelijk Museum”, viel op dit doek: ‘Wel een probleem is het, hoe deze schilder er toe kwam, zulk een sterk levend, van kleur en toon opmerkelijk goed zelfportret voor een achtergrond van zulke blokjes te plaatsen. Is dit laat werk?’ Op initiatief van Slijper werd, enigszins als mosterd na de maaltijd (de tentoonstelling was immers al drie weken eerder afgelopen), een afbeelding van het zelfportret afgedrukt in: De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland, 22 april 1922; verg. ook PM aam S.B. Slijper, 27 maart 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Het hoogst interessante zelfportret heeft in de Catalogue Raisonné van Mondriaan een wat weggemoffelde plaats gekregen, een herwaardering echter in: Pascal Bonafoux ed., Moi! Autoportraits du xxe siècle (Parijs: Musée du Luxembourg; Milaan: Skira, 2004) 124-125; Moi! Autoportraits du xxe siècle (Dijon: Faton, 2003 = Dossier de l’Art), afbeelding omslag.

5) ’’t Is intusschen […] naar hem omkijkt’:

N.N., “Holl. Kunstenaarskring”, De Maasbode, 14 maart 1922. Op 6 maart 1922 was in dezelfde krant een kort verslag van de opening verschenen.

 

199

1) Maria Viola:

Verg. Bertus Bakker, “Maria Viola. Kunstcritica met een missie”, Trajecta 16 (2007), 237-263.

2) volgens Viola:

M.[aria] V.[iola], “Stedelijk Museum. Hollandsche Kunstenaarskring i”, Algemeen Handelsblad, 15 maart 1922.

3) Er was slechts […] de Meester-Obreen:

N.N., “Hollandsche Kunstenaarskring. Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15 maart 1922.

4) ’de kunst der […] allereenvoudigsten staat’:

A.O. [= A.H. de Meester-Obreen], “Piet Mondriaan”, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 25 (1915) 50 (juli-december) 11 (november) 396-399. Verg. PM aan Theo van Doesburg, ‘Maandagmorgen’ [22 maart 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) ’het als blokkige […] groote, starende oog’:

Lijst van werken Retrospectieve Tentoonstelling van Werken van Piet Mondriaan, 26 rue du Départ Parijs, ter eere van zijn Vijftigsten Verjaardag, ‘202 Compositie op een naakt. Collectie Slijper, Blaricum’, CR: B7 “The Large Nude,” 1912 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

 

200

1) ’strak, groot, gladgeverfd […] bij aansluiten’:

Omdat De Meester-Obreen over ‘kleine, allerlaatste paneelen’ spreekt, ‘met zoo’n strak, groot, gladgeverfd blok, waar een paar kleinere, ongeveer tien of twaalf in het geheel, bij aansluiten’ valt het moeilijk deze precies te identificeren. Het schilderij CR: B130 Composition with Large Red Plane, Yellow, Black, Gray, and Blue, 1921 (v: ’s-Gravenhage, HGM) met de afmetingen 59,9 x 59,9 cm komt het dichtst in de buurt, al telt dit ‘paneel’ in totaal nog altijd twintig blokken.

2) geruchten die hij […] mensen moet aannemen:

Verg. PM aan S.B. Slijper, 10 maart 1925 (o: ’s-Gravenhage, RKD), naar aanleiding van een gerucht bij wijze van grap verspreid door Simon Maris. Aan de laatste schreef hij, half uit vriendelijkheid, half om de grap te continueren, dat hij graag eens in Holland zou komen, ‘maar ik kan moeilijk weg’. PM aan Simon Maris, 13 maart 1925, geciteerd uit: Paul Gorter i.s.m. Frans van Burkom & Joop M. Joosten, “Mies Maris’ vergeten ‘Mondriana’”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 14 (1998) 2, 22-35; (‘Vervolg’) 3, 35-47.

3) ovale compositie uit 1914:

CR: B49 Tableau III: Composition in Oval, 1914 (v: Amsterdam, SM). Verg. PM aan S.B. Slijper, 9 februari 1920 (o: Los Angeles, Getty Research Institute; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Dan is er nog een van vlak voor de oorlog uit Zwitserland teruggekomen van een tentoonstelling, een groot ding.’

4) Omdat er op de verkooptentoonstelling […] zou kunnen uitzingen:

Verg. Jo Steijling aan J.J.P. Oud, 7 april 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ik weet dat U veel voelt voor het moderne werk van Mondriaan. Zijn vrienden en bewonderaars van zijn werk hebben besloten tot collectieve aankoop van een zijner schilderijen dat we dan aan een museum wilden aanbieden. Bij een eventuele weigering zouden we het onder ons willen verloten. Op deze wijze wordt getracht om Mondriaan één jaar, nog liever twee, van zijn huur te ontheffen. Zoudt U nu ook bereid zijn om hieraan deel te nemen? […] De volgende heeren hebben zich tot een committee vereenigd: Simon Maris, Alma, Steenhoff en Slijper, terwijl bijdragen aan mijn adres kunnen worden gezonden. Mondriaan zelf mag hiervan voorloopig niets weten.’ Een maand later werd Mondriaan van het plan op de hoogte gesteld, die zich de moeite graag liet welgevallen: ‘Enige “vrienden” in Holland hebben een doek uit 1914 gekocht voor 1500 fr. Ik krijg nu daarvan ¼ elke drie maanden voor de huur. Zoo kan ik ’t dus wel waarschijnlijk weer een jaar rekken!’ Geciteerd uit: PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ongedateerd, naderhand gedateerd ‘Mei 1922’ door vermoedelijk Nelly van Doesburg-van Moorsel (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) ’kunst van het heden’:

Verg. CR II, 233-234; J.F. Heijbroek met medewerking van Herbert Henkels, “Het Rijksmuseum voor Moderne Kunst van Willem Steenhoff. Werkelijkheid of utopie?”, Bulletin van het Rijksmuseum 39 (1991) 2, 163-255; 210-211.

6) ’Stomme-verdommelingen-van-jut!’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 25 mei 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

201

1) ’Wat wil dat […] de juiste expressie!’:

PM aan Theo van Doesburg, ‘Maandagmorgen’ [22 maart 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 25 februari 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ik was eergisteren op een tentoonstelling bij Rosenberg. Hij kwam naar me toe en zei me in April nog eens ’t zelfde werk te willen exposeeren. Ook wou hij bij me komen kijken maar ik heb met al die beslommeringen, het verhuizen en de bestellingen nog niets gereed wel veel in bewerking.’ Op grond van deze passage is aan te nemen dat Rosenberg in een groepstentoonstelling van 25 maart-21 april 1922 min of meer dezelfde werken van Mondriaan heeft gebracht als op de expositie Quelques aspects nouveaux de la tradition uit het najaar van 1921. In de stockboeken van Rosenberg is er van Mondriaans deelname aan de voorjaarsexpositie geen spoor te vinden. Verg. Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 49.

2) enige ooggetuigenverslag:

H. van Loon (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922. H.E.H. van Loon promoveerde in 1911 te Leiden op: Nederlandsche vertalingen naar Molière uit de 17e eeuw (’s-Gravenhage: L.A. Dickhoff Jr.). Bij deze uitgever publiceerde hij datzelfde jaar de eerste van een aantal verhalenbundels: Onder één dak. Een bundel vertellingen.

3) Zo selecteerde hij […] wat er verscheen:

H. van Loon, “Walging als bron”, n.a.v. Jean-Paul Sartre, La nausée (Parijs: Gallimard, 1938), De Stem 18 (1938) II, 1297-1299; verg. ook H. van Loon, “Zijn en niet-zijn”, n.a.v. Jean-Paul Sartre, Le mur (Parijs: Gallimard, 1939), Critisch Bulletin 11 (1939) 220-221.

4) Van Loon was […] Nederlands te verleren:

M.[enno] t.[er] B.[raak], “Dubbelnummer van De Stem. Dichter, het zwijgen was goud!”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 25 juli 1939.

5) Maud van Loon […] Parijs kwam wonen:

Het echtpaar Van Loon-Kok woonde dicht in de buurt van Mondriaan, aan de rue des Plantes 77, Parijs XIV.

 

202

‘Mondriaan stelt hier […] daarom het verste…?’:

H. van Loon (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922.

 

203

1) een album met foto’s van schilderijen:

Het bestaan van zo’n album, waarmee Mondriaan de ontwikkeling van zijn oeuvre documenteerde, moet mede op gezag van deze bron worden aangenomen; het album zelf schijnt echter verloren gegaan. Verg. CR II 195-196.

2) Moholy komt ! Alles even omdraaien !’:

Maud van Loon in: Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 53. Verg. ook Cis Heijdenrijk-Osendarp, ‘Interview met Maud van Loon’ [1988], waaruit: ‘Ik kwam vaak bij hem, dat vond hij gezellig, maar hij was heel precies met schilders die bij hem op bezoek kwamen. Dan stopte hij eerst de schilderijen weg, want die mochten ze niet zien. Hij was bang dat ze zijn ideeën zouden pikken en dat mocht natuurlijk helemaal niet.’ (Amersfoort, documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

204

1) Van Doesburg en […] lijst van ‘collaborateurs’:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 7 februari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Verg. Paul Overy, De Stijl (Londen: Thames and Hudson, 1991) 174-175. Overy’s opmerking dat Le Corbusier en Ozenfant de inzending van Mondriaan zouden hebben afgekeurd wordt niet gestaafd door informatie uit brieven van de laatste. Het is onduidelijk waar de Engelse kunsthistoricus zich op baseert.

2) Zijn voorgevoel had […] hem erbuiten:

PM aan Theo van Doesburg, 3 oktober 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Tot zijn grote […] Ook dat nog!’:

PM aan Theo van Doesburg, 28 november 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

205

1) het stuk:

P. Mondrian, “La manifestation du Néo-Plasticisme dans la musique et les bruiteurs futuristes Italiens”, La Vie des Lettres et des Arts 8 (1921-1922) 9 (april 1922) 132-143. Vertaling en deels bewerking van: P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek” [‘Paris-juillet 21’], De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136.

2) ‘Votre article a plu […] votre prochain travail’:

Geciteerd in: PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Mondriaan had het artikel begin februari 1922 ingestuurd, verg. PM aan Theo en Nelly van Doesburg, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Mondriaan was zo in zijn schik met het nieuws van Beauduin, dat hij diens oordeel (‘Votre article a plu beaucoup. C’est entendu pour votre prochain travail.’) ook welgeluimd in andere correspondentie aanhaalde. Verg. PM aan Antony Kok, 5 mei 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 5 mei 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) ‘Aan dat “plu […] een zoeker, heh?’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Er verscheen inderdaad nog een ‘prochain travail’: P. Mondrian, “Le Néo-Plasticisme. Sa réalisation dans la musique et au théâtre futur”, La Vie des Lettres et des Arts 8 (1921-1922) 11 (augustus 1922) 304-314.

4) Toen hij op […] Léonce Rosenberg langs.’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) Mondriaan en Kandinsky […] versterkend misverstand:

Pierre Assouline, L’Homme de l’art. D.-H. Kahnweiler 1884-1979 (Parijs: Gallimard, 2002 = Collection Folio 2018 [11988]) 351.

6) ‘als overtollig en schadend’:

P. Mondrian, “Die Malerei und ihre praktische ‘Realisierung’”, abc. Beiträge zum Bauen 2 (1926) 2, 5; P. Mondriaan, “De schilderkunst en haar practische ‘realiseering’” (gedateerd: ‘Paris, Dec. ’25.’), De 8 en Opbouw. 14-Daagsch Tijdschrift van de Architectengroep ‘De 8’ Amsterdam en ‘Opbouw’ Rotterdam, 15 april 1938, 73.

 

206

Mondriaans werk […] een gordijnstof:

Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive gauche, rive droite. 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 44-61; 50.

 

 

13 Les Architectes du Groupe ‘de Styl’

 

207

1) te riskant vond:

Dat Mondriaan het ontwerp voor de atelierwoning voor zijn rekening zou hebben genomen, klopt niet. Verg. Martin Carrier, “La fotografia del cca. Fotografo sconosciuto. Theo van Doesburg mentre lavora al modello della Maison Particulière, Parigi, ottobre 1923”, Casabella 63 (1999) 667 (mei) 82. Verg. PM aan J.J.P. Oud, 2 september 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief wmc), waaruit: ‘Wat ik wil is […] heel moeielijk direct uit te voeren. […] Daarom werk ik ook niet met van Doesburg samen, die zooals je zeker weet, hier nu woont, en die wél mogelijkheid van directe uitvoering schijnt te zien.’ Verg. ook PM aan Til Brugman, 2 november 1923 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘De tentoonstelling bij Roosenberg is zeer interessant en zal wel nut (ideëel) hebben maar zooals ik dacht waarschijnlijk geen praktisch.’ Verg. ook Theo van Doesburg aan Antony Kok, zonder datum [laatste week van juli, 1923], waaruit: ‘Mondriaan interesseert er zich ook niet erg voor, daar hij van meening is, dat het toch nog “te vroeg” is. Daarbij heeft hij geen kijk op de architektuur, zooals ik bemerkte.’ Geciteerd uit: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 156.

2) altijd min of meer […] beelding te komen’:

Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus, 343-368; 343.

 

208

1) Les Architectes du Groupe ‘de Styl’:

Les Architectes du Groupe ‘de Styl’. Projets et maquettes par Theo van Doesburg, C. van Eesteren, Huszar, W. van Leusden, J-J.P. Oud, G. Rietveld, Mies van der Rohe, Wils. Galerie de l’Effort Moderne, 15 oktober-15 november 1923. De expositie was in de Nederlandse pers van tevoren aangekondigd: N.N., [z.t.], Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 oktober 1923. Over de expositie verg. Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 118-125; Yve-Alain Bois, Jean-Paul Rayon, Bruno Reichlin eds., De Stijl et l’architecture en France (Parijs: cndp, 2005) 139-174; Carsten-Peter Warncke, Het ideaal als kunst. De Stijl 1917-1931 (Keulem: Benedikt Taschen, 1990) 161-169; Emy Thorissen, De tentoonstelling ‘Les architectes du groupe De Stijl’ in Galerie L’Effort Moderne te Parijs 15 oktober-15 november 1923 in een bredere context geplaatst (3 dln. [1. tekst, 2. afbeeldingen, 3. bijlage] doctoraalscriptie Universiteit Nijmegen, 1995); Nicolette Gast, “De blik naar het zuiden: De Stijl in België en Frankrijk”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 155-194; 171-175; Manfred Bock, Vincent van Rossem, Kees Somer, Bouwkunst, stijl, stedebouw. Van Eesteren en de avant-garde (Rotterdam: Het Nieuwe Instituut; ’s-Gravenhage, efl Stichting, 2001) 117-132.

2) sommige kenners menen […] niet was vertegenwoordigd:

Paul Overy, De Stijl (Londen: Thames and Hudson, 1991) 172: ‘Thus none of Mondrian’s work was shown in the exhibition.’ Verg. Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 44-61; 50: ‘Mondrian était donc là doublement exclu.’ Verg. daarentegen CR III, 31 en Ankie de Jongh-Vermeulen, “Mondria(a)n in Montparnasse. Abstractie in Parijs”, in: dez. e.a., Mondriaan Montparnasse, 12-35, 85-87, 86 n. 47. In de lange brief van Theo van Doesburg aan Antony Kok, 18 oktober 1923, opgenomen in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 439-442; 442-445, wordt met geen woord over deelneming van Mondriaan gerept. Zijn betrokkenheid lijkt daardoor zeer kwestieus.

3) briefje van Mondriaan aan Rosenberg:

PM aan Léonce Rosenberg, 21 oktober 1923 (Parijs: Musée national d’art moderne, Centre Pompidou, Bibliothèque Kandinsky, Fonds Léonce Rosenberg); Christian Derouet, “Mondrian expose à Paris, rive droite, rive gauche, 1921-1928”, in: Mondrian in New York (Tokyo: Galerie Tokoro, 1993) 44-61; 51-52: ‘moi je crois qu’il eut (été) nécessaire de montrer mes tableaux aussi, à Paris.’ Er blijft enige interpretatieve onzekerheid, daar de zin ook gelezen zou kunnen worden alsof er wel degelijk schilderijen van hem geëxposeerd waren.

4) de kubistische manager:

Namelijk Léonce Rosenberg.

5) ‘De architecten van […] abstracte Idee gecombineerd’:

[W.F.A. Röell] (‘Van een bijzonderen correspondent’), “De architecten van den ‘Stijl’ te Parijs”, De Telegraaf [avondblad, derde blad], 23 oktober 1923.

 

209

1) ‘Doch de mensch […] thuis te gevoelen’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “De architecten van De Stijl”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 20 oktober 1923. Het artikel in De Telegraaf, “De architecten van den ‘Stijl’ te Parijs”, dat drie dagen later verscheen, eindigt op soortgelijke wijze als de bespreking in Het Vaderland, namelijk met een verzuchting over de op den duur onvermijdelijk optredende verveling in de Stijl-esthetica. Vandaar de aanname dat er sprake is van dezelfde auteur. Verg. de (reeds eerder geciteerde) slotzin in De Telegraaf: ‘Maar zou de zwakke Mensch, menschelijk door zijn zwakte, zich ooit tot dit gletscher-hooge universeele Stijl-begrip kunnen opwerken, zonder dat bewaarheid werd, wat Montalembert voorspelde: “Un immense ennui menace d’être la caractéristique de la civilisation future?”’

2) ‘de moderne geboorte van de axonometrie’:

Yve-Alain Bois, “Vormverandering van de axonometrie”, in: Cees Boekraad, Flip Bool, Herbert Henkels eds., Het Nieuwe Bouwen. De St?l. De Nieuwe Beelding in de architectuur. Neo-Plasticism in Architecture, 146-153; Marc Dubois, “De schoonheid van de vliegende machine”, Bulletin Stedelijk Museum, 2006-3, 28-31; 30.

 

210

1) ‘Vreemder staan […] te lasschen’:

[H. van Loon] (‘Onze correspondent te Parijs schrijft d.d. 17 dezer’), “Nederlandsche kunst te Parijs”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 19 oktober 1923.

2) Net als […] te kunnen zien:

Over Theo van Doesburg en de vierde dimensie bestaat inmiddels een grote hoeveelheid literatuur. Het standaardwerk blijft Linda Dalrymple Henderson, The Fourth Dimension and Non-Euclidean Geometry in Modern Art (Princeton: Princeton University Press, 1983), met hoofdstuk 6 over Van Doesburg. Verg. Linda Dalrymple Henderson, “Theo van Doesburg, ‘Die vierte Dimension’ und die Relativitätstheorie in den zwanziger Jahren”, in: Michel Baudson ed., Zeit. Die vierte Dimension in der Kunst (Weinheim: Acta humaniora, 1985) 194-206.

3) Als men in […] doorzichtig worden:

Verg. Grégory Azar, “La fiction de l’espace-temps. Theo van Doesburg et la ‘french connection’”, in: Matières. Cahier annuel du Laboratoire de théorie et d’histoire (lth) de l’Institut d’architecture et de la ville de l’École polytechnique fédérale de Lausanne (Lausanne: Presses polytechniques et universitaires romandes, 2008) 52-72.

4) Met Marcel Duchamp […] niet kennen:

Verg. Jean Clair, “Duchamp at the Turn of the Centuries”. Translated by Sarah Skinner Kilborne [excerpt from Marcel Duchamp et la fin de l’art by Jean Clair (Parijs: Gallimard, 2000)], Tout-Fait. The Marcel Duchamp Studies Online Journal, vol. 1, nr. 3 (december 2000; www.toutfait.com/issues/issue_3/News/clair/clair.html#N_32_).

 

211

1) ‘recreatieve wiskunde’:

Verg. Aad Goddijn, “Ars et Mathesis. Recreatieve wiskunde”, Nieuw Archief voor Wiskunde serie 5, 1 (2000) 3 (september) 339-441.

2) Bovendien was […] wilde overstijgen:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel (‘Petro’), ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Zou het zoveel […] graag omarmen:

PM aan Theo van Doesburg, 12 december 1917 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘ik zou denken […] te weten’:

PM aan Theo van Doesburg, 13 juni 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) zoals hij aan Oud rapporteerde:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 12 september 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia).

 

212

1) ‘bepennen’:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 24 juni 1919 (o: Parijs, Fondation Custodia).

2) ‘een maatschappij […] evenwichtige verhouding’:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad). Slot 3e Tooneel”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 12 (oktober 1919) 133-137.

3) ‘Ik heb over […] occult terrein’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 14 september 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘Ja, in zoover […] aan vastknoopen?’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924. In de weergave van het citaat is ter wille van de begrijpelijkheid een wijziging aangebracht. De eerste helft van de zin: ‘Zoo schrijven zij, dat bij de berekening der steunpunten van de nieuwe constructie der euclydische meetkunde, geen diensten meer kan bewijzen, doch dat dit met de non-euclydische meetkunde in vier afmetingen gemakkelijk zal vallen!’, snijdt geen hout en zal waarschijnlijk hebben moeten luiden: ‘Zoo schrijven zij, dat bij de berekening der steunpunten van de nieuwe constructie de[r] euclydische meetkunde[,] geen diensten meer kan bewijzen […].’

 

213

1) ‘Wat hebben […] dwaze schijngeleerdheid!’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924.

2) ‘in zijn zwevende […] te brengen’:

W.F.A. Röell, “De internationale tentoonstelling van sier- en nijverheidskunst te Parijs” (‘II. Het buitenland’), Elseviers Maandschrift 35 (1925) 70 (juli-december) 162-177.

3) “Pourquoi l’Espace a trois dimensions?”:

Henri Poincaré, “Pourquoi l’Espace a trois dimensions? De beteekenis der 4e dimensie voor de Nieuwe Beelding”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1923) 5, 66-70. Oorspronkelijke uitgave: Henri Poincaré, “Pourquoi l’Espace a trois dimensions?”, Revue de Métaphysique et de Morale 20 (1912) 483-504; opgenomen in: dez., Dernières pensées (Parijs: Flammarion, 1913) 55-97.

4) ’t Stuk […] een gewoon mensch’:

PM aan Til Brugman, ‘Woensdagavond’ [voorjaar 1924] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) ‘Het volstrekt […] rechthoekigen stand’:

P. Mondrian, “Moet de schilderkunst minderwaardig zijn aan de bouwkunst?”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1923) 5, 62-64. Het betreffende nummer van De Stijl is waarschijnlijk pas begin 1924 van de persen gerold. Van Doesburg startte zijn eigen programmatische offensief ter gelegenheid van de tentoonstelling bij Rosenberg. Verg. Theo van Doesburg, “Architectuur-diagnose (naar aanleiding der architectuur tentoonstelling van de Stijlgroep)”, Architectura, 17 mei 1924; Théo van Doesburg, “De nieuwe architectuur” (gedateerd: ‘Parijs, 1923’), Bouwkundig Weekblad, 17 mei 1924, in Franse versie “L’évolution de l’architecture moderne en Hollande”, L’Architecture Vivante 3 (1925) 9, 14-20. Voorts was het dubbelnummer van De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924) 6/7 [augustus] aan de Stijl-expositie gewijd, met daarin: P. Mondrian, “Geen axioma maar beeldend principe”, 83-85, dat overigens weer losstond van de tentoonstelling.

 

214

1) De ontmoeting […] een betovering:

Verg. Peter Adam, Eileen Gray Architect / Designer. A Biography. Revised Edition (New York: Harry N. Abrams, 2000 [11987]) 140-147; 145; Philippe Garner, Eileen Gray. Design and Architecture 1878-1976 (Keulen: Benedikt Taschen, 1993) 28.

2) ‘de samenvatting […] nieuwe beelding’:

Théo van Doesburg, “De nieuwe architectuur. Korte samenvatting der architectuur principes gedurende 1916 tot 1923 door den stijlgroep in Holland practisch en theoretisch ontwikkeld” (‘Parijs, 1923’), Bouwkundig Weekblad. Orgaan van de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst Bond van Nederlandsche architecten 45 (1924) 20 (17 mei 1924) 200-204; met kleine wijzigingen herdrukt als: Théo van Doesburg, “Tot een beeldende architectuur”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 6/7 (serie XII 1924) 78-83; 82.

3) Zij wist […] en Wendingen:

Albert Boeken, Sybold v.[an] R.[avesteijn], in: Bouwkundig Weekblad. Orgaan van de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst Bond van Nederlandsche architecten 44 (1923) 14 juli 1923; Jan Wils, Jean Badovici, “Eileen Gray. Meubelen en interieurs”, Wendingen. Maandblad voor bouwen en sieren van ‘Architectura et Amicitia’ 6e serie (1924) nr. 6.

4) Gray bezat verscheidene […] deze stroming:

Verg. Herman van Bergeijk, Jan Wils. De Stijl en verder (Rotterdam: 010, 2007) 70.

5) dat Wils zelf […] had verlaten:

Verg. Ed Taverne, Dolf Broekhuizen, “De dissidente architecten: J.J.P. Oud, Jan Wils en Robert van ’t Hoff”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 365-396.

 

215

1)Deze meubels […] te schitteren’:

Jan Wils, “Eileen Gray. Meubelen en interieurs. Inleiding”, Wendingen. Maandblad voor bouwen en sieren van ‘Architectura et Amicitia’ 6e serie (1924) nr. 6, 3. Geciteerd in: N.N., “Tijdschriften. Wendingen”, Algemeen Handelsblad, 22 september 1924. Een ongedateerd knipsel van dit artikel bevindt zich in het Eileen Gray-archief (Londen, Victoria and Albert Museum), verg. Jasmine Rault, Eileen Gray and the Design of Sapphic Modernity. Staying In (Farnham: Ashgate, 2011) 32, 56 n. 28-32.

2) De Stijl-tentoonstelling […] te Parijs:

L’Architecture et les Arts qui s’y rattachent, 22 maart-30 april 1924 in de École Spéciale d’Architecture Moderne. De expositie was een wapenfeit van de Franse architect Robert Mallet-Stevens, een pleitbezorger van De Stijl in Frankrijk. Mondriaan was vertegenwoordigd met ‘twee doeken’; verg. PM aan J.J.P. Oud, 24 maart 1924 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. de bespreking van [H. van Loon] (‘Onze correspondent te Parijs schrijft d.d. 25 Maart’), “Naar een nieuwen bouwstijl”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 28 maart 1924, waaruit: ‘De fijne en eerlijke, maar in zijn werk tot een uiterste van abstractie verijlde Mondriaan, ook hier vertegenwoordigd, is hun [de ‘bouwkundige ontwerpers’ van De Stijl] verwant.’

3) L’Angle droit”:

Ozenfant, Jeanneret, “L’angle droit”, L’Esprit Nouveau, nr. 18 (november 1923). Voor Le Corbusiers reactie op de architecturale presentatie, verg. Robert Mens, Bart Lootsma, Jos Bosman, Le Corbusier en Nederland (Utrecht: Kwadraat, 1985) 19-20.

4) schilderijen op niets leken’:

Amédée Ozenfant, Mémoires 1886-1962. Avant-propos de Katia Granoff. Introduction de Raymond Cogniat (Parijs: Seghers. 1968) 122: ‘Un rêveur, de l’autre pôle, le froid, venait parfois me visiter avec un paquet de toiles sous le bras, c’était le Néoplasticien Mondrian, qui avait entrepris de me convaincre que ses tableaux de ressemblaient à rien. – Surtout pas à des tableaux! (lui disais-je en riant). Encore que vos toiles ressemblent à ce à quoi elles ressemblent: de carreaux de céramique ou des vitraux en rectangles variés de verres colorés comme ceux qui furent à la mode en Hollande et en Allemagne, vers 1910. En fin de compte tout quadrillage évoque ce qui dans le monde est quadrillé…’

5) ‘een gigantische Mondrian’:

Amédée Ozenfant, Mémoires 1886-1962. Avant-propos de Katia Granoff. Introduction de Raymond Cogniat (Parijs: Seghers. 1968) 122 n.: ‘En 1964 [lees: 1944, lh] nous enterrâmes notre ami dans un immense cimetière des environs de New York: jusqu’à l’horizon les dalles des tombes régulières rythmées par la perspective composaient un gigantesque Mondrian.’

 

216

1) ‘Een negatief voorbeeld […] zij is’:

Geciteerd uit: Ozenfant & Jeanneret, La peinture moderne (Parijs: G. Crès, z.j. [1925] = Collection de ‘L’Esprit Nouveau’) 152-153 : ‘une démonstration négative nous est fournie aujourd’hui par tout un mouvement de peinture moderne né récemment en Hollande et qui nous semble se soustraire aux onditions nécessaires et suffisantes de la peinture rectangle. Cette restriction à un élément fait un language si simpliste qu’il ne permet guère que l’on choisit permettent de dire quelque chose et ce qui vaut d’être dit ; la vérité n’est pas nécessairement un extrême, l’extrême, c’est souvent l’absurde: Meissonier, Mondrian. La. Vérité est là où elle est.’ Op p. 159 van La peinture moderne waren onder elkaar twee schilderijen afgebeeld: Ernest Meissonier, Au Tourne-Bride (1860), olieverf op paneel, 17 x 23 cm (v: Parijs, Musée d’Orsay) en Piet Mondriaan, CR: B116 Composition with Yellow, Blue, Black, Red, and Gray, 1921 (v: Rhinebeck, ny, Stephen Mazoh & Co. Inc). Het werk van Mondriaan was liggend in plaats van staand afgebeeld.

2) Onder de aanwezigen […] Léger gespot:

Cees Boekraad, Flip Bool, Herbert Henkels eds., Het Nieuwe Bouwen. De St?l. De Nieuwe Beelding in de architectuur. Neo-Plasticism in Architecture (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum; Delft: Delft University Press, 1983) 146 n. 21.

 

217

1)Een rode muur […] het interieur’:

Le Corbusier, “L’Architecture au Salon d’automne. Déductions consécutives troublantes”, L’Esprit Nouveau nr. 19 (december 1923) z.p.: ‘Un mur rouge, un mur bleu, un mur jaune, un sol noir ou bleu ou rouge ou jaune, je vois tout une transformation du décor intérieur.’ Nederlandse vertaling geciteerd uit: Jan de Heer, De architectonische kleur. De polychromie in de puristische architectuur van Le Corbusier (Rotterdam: 010, 2008) 79. Verg. ook Fernand Léger, Une correspondance d’affaires. Correspondances Fernand Léger-Léonce Rosenberg. Christian Derouet ed. (Parijs: Les Cahiers du Musées National d’Art Moderne, 1996) 119 (br. 174, n. 1).

2) ‘Het noorden, […] leven actueel is’:

Fernand Léger, [‘L’événement le plus significatif de notre temps…’], Cercle et Carré, nr. 1, 15 maart 1930, [5]: ‘Le rationalisme plastique actuel ne vient pas de la Méditerrannée et de l’Orient, il vient du Nord. Le Nord, plus jeune, plus rapide, moins subtil, a su voir clair dans le problème de construction actuel qu’exige la vie moderne.’

3) deze expositie:

L’Art d’Aujourd’hui. Exposition internationale, Parijs, Chambre syndicale de la curiosité et des beaux-arts, 30 november-21 december 1925. Verg. N.N., “L’Art d’Aujourd’Hui”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 24 november 1925: ‘Onder bovenstaande titel zullen te Parijs eenige tentoonstellingen van uiterst moderne beeldende kunst (ook architectuur) worden gehouden. Het comité bestaat grootendeels uit kunstenaars, die verstoken zijn geweest van deelneming aan de “Exposition des Arts Décoratifs”. Op 1 December zal in de zalen van “La Chambre Syndicale de la Curiosité et des Beaux Arts” de eerste dezer internationale exposities van schilder- en beeldhouwkunst worden geopend. De leiding berust bij V. Poznanski (Polen), Albert Gleizes en F. Léger (Frankrijk), Theo van Doesburg (Nederland) en Sima (Tsjecho-Slowakije).’ Mondriaan was uitgenodigd door Poznanski (waar het gezien zijn nationaliteit meer voor de hand had gelegen dat Van Doesburg hem had geïnviteerd), verg. PM aan J.J.P. Oud, 10 november 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ik ben nu druk met die twee doeken voor een expositie van abstract werk hier in decembre. Eerst dacht ik dat van Doesburg ’t in handen had maar toen ik een officieele uitnoodiging kreeg van een Pool (Poznanski) besloot ik in te zenden, daar alle goede namen, Picasso, Léger, enz. er bij waren.’ Verg. ook Sophie Levy ed., A Transatlantic Avant-Garde. American Artists in Paris, 1918-1939 (Berkeley: University of California Press, 2003) 46-47.

 

218

1) ‘Er is in […] der dingen’:

Christian Zervos, “L’art d’Aujourd’hui” (‘La Chronique des Expositions’), Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 1 (1926) 1 (januari 1926) 16. Mondriaan reageerde op Zervos’ artikel met een langer, ingezonden stuk, waarin hij onder meer het misverstand wilde rechtzetten dat het neoplasticisme een complete abstractie van het leven is: het zou het leven juist op een veel intensere manier uitdrukken. Verg. P. Mondrian, “L’Expression plastique nouvelle dans la peinture”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 1 (1926) 7 (september) 181-183, waaruit: ‘Toutefois, c’est une grande erreur d’envisager l’œuvre néo plasticienne comme l’abstraction totale de la vie. Parce que, précisément par ces rapports et ses moyens plastiques purs, elle peut l’exprimer d’une façon plus intense.’ Na verschijnen van het artikel bedankte Mondriaan de hoofdredacteur dat het publiek nu een ‘zuivere beschrijving van de neoplasticistische beweging en enkele van haar voornaamste ideeën’ had kunnen krijgen. PM aan Christian Zervos, 27 september 1926 (geciteerd in veilingcatalogus Mes Laurin, Guilloux, Buffetaud, Parijs, 12 en 13 november 1998): ‘Je suis content que le public a la pure description du mouvement néo-plasticien et quelques de ses idées principales par votre édition.’

2) Abstractie werd […] architectonische functie:

Christopher Green, “Léger and L’Esprit Nouveau”, in: John Golding, Christopher Green, Léger and Purist Paris (Londen: The Tate Gallery, 1970) 25-82; 75.

3) één van de twee doeken:

CR: B165 Tableau No. I: Lozenge with Three Lines and Blue, Gray, and Yellow, 1925 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich); B166 Tableau No. II, with Black and Gray, 1925 (v: Bern, Kunstmuseum Bern).

4) werd aangekocht […] de Noailles:

Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 26 december 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Op de tentoonst. van l’Art d’Aujourd’hui heb ik een der twee verkocht aan de comte de Noailles alhier, voor geen hooge prijs maar ’t is toch goed in Parijs eens te verkoopen, heh?’ Door Charles vicomte de Noailles werd het doek B166 Tableau No. II, with Black and Gray, 1925 (v: Bern, Kunstmuseum Bern) aangekocht.

5) ook nog werk van vijf anderen:

Behalve van Mondriaan kocht de vicomte de Noailles een schilderij van resp. Franciska Clausen, Ben Nicholson, Jind?ich Štyrský en Friedrich Vordemberge-Gildewart. Verg. Yve-Alain Bois, “Mondrian en France, sa collaboration à ‘Vouloir’, sa correspondance avec Del Marle”, Bulletin de la Société de L’Histoire de l’Art français 1981 (Paris: Société de l’Histoire de l’Art français, 1983) 281-298; ‘Annexe: documents’, 291-296; 289 n. 3.

6) ‘Ten aanzien […] een gesprek doodmoe’:

Uit: El Lissitzky aan Sophie Küppers, 30 januari 1926 (waarin eerstgenoemde een brief van Til Brugman aan hem aanhaalt), opgenomen in: Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 70: ‘Mit Menschen ist er [Mondrian] verwirrt, glaubt immer an Hintergedanken und ist von einem Gespräch todmüde.’

 

219

1) ‘Monsieur de Noailles […] de poëzie:

Geciteerd uit: Henri-Floris Jespers, “Visitant les Noailles (2005)”, www.lucboudens.com/index.php?p=expo_detail&events_id=1 [n.a.v. een project van Luc Boudens]: ‘M. de Noailles exerçait son hospitalité comme on commande un navire, dont sa maison pavoisée avait d’ailleurs l’aspect. Il donnait sans cesse des ordres par le téléphone intérieur et en écrivait d’autres qu’il faisait porter par des valets de pied. Chaque matin, [Mme de Noailles] traversait la piscine dans toute sa longueur, en marchant au fond de l’eau, des haltères dans les mains, tandis que des perles sortaient de sa bouche et montaient jusqu’à la surface. C’était peut-être une image de la poésie.’ De geciteerde ‘tijdgenoot’ is de beeldend kunstenaar en schrijver Jean Hugo; zie diens Le regard de la mémoire (Arles: Actes Sud, 1983) 281-282.

2) ‘ignoré des marchands […] le plus complet’:

Cécile Briolle, “La villa Noailles à Hyères. Robert Mallet-Stevens – 1923-28” (http://perso.orange.fr/perbet/noatxt.html); verg. Cécile Briolle, Agnès Fuzibet, Gérard Monnier, Robert Mallet-Stevens. La Villa Noailles (Marseille: Parenthèses, 1990).

3) In 1924 hadden […]voor een bloemenkamer:

Verg. Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus, 400-401 nrs. 752-752a: ‘Kleurontwerp voor Bloemenkamer. Villa de Noailles te Hyères (Zuid-Frankrijk)’.

4) Van Ravesteyn:

Verg. Kees Rouw, Sybold van Ravesteyn. Architect van Kunstmin en de Holland (Rotterdam: De Hef, 1988); Tracy Metz, “Marmeren krullen. De architectuur van Sybold van Ravesteyn”, NRC Handelsblad, 29 januari 1988; Melchior de Wolff, “‘Mits zij in het kunstwerk overwonnen wordt.’ De neo-barok van Sybold van Ravesteyn en de projectontwikkelaars”, de Volkskrant, 29 januari 1988.

5) Dat was overigens […] neer te zetten:

Verg. K. Volkers, “Sybold van Ravesteyn (1889-1983) architect”, in: J. Aalbers e.a. ed., Utrechtse biografieën i. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters (Amsterdam, Utrecht: Boom/Broese Kemink/spou, z.j. [1994]) 150-154; 153.

6) ‘heel erg onsympathiek’:

Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ongedateerd [oktober 1925] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Omdat je me over hem schrijft zal ik Ravensteyn met plezier hier zien maar wat hij hier op de tentoonstelling heeft vind ik niet erg goed en ik hoorde indertijd dat hij een “imitator” is! Enfin als hij maar serieus is en ’t goed doet, heh?’; PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 11 november 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Je schreef me over Ravensteijn. Ja, zijn persoon was me al heel erg onsympathiek. Hij lijkt op Van Doesburg, vind ik. Maar misschien heeft hij alleen een gedeelte van deze in zich. Dan zijn verschrikkelijk hollandsche optreden is in deze nerveuse sfeer wat ongenietbaar. Omdat jij hem geïntroduceert had heb ik hem ’s avonds nog gevraagd in een café te komen en toen zijn we nog met Huszàr en nog iemand gezellig uitgeweest en hij zou nog eens terug komen dus ik begrijp niet dat hij dien indruk had. Maar ik begrijp ’t toch wel want als ik hem zag dacht ik aldoor aan Van D. en ik heb hem ook gezegd dat ik vond dat hij op deze geleek!!’

 

220

1) ‘De worp van […] toeval nooit opheffen’:

‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard’, naar een gelijknamig gedicht van Mallarmé, in 1914 gepubliceerd in de Nouvelle Revue Française.

2) Tableau No. II:

‘Ambiance – Van Ravesteyn’, Vouloir 3 (1927) nr. 25, ‘Lit’; CR: B166 Tableau No. II, with Black and Gray, 1925 (v: Bern, Kunstmuseum Bern).

3) ‘Ik zag dat […] eens later’:

PM aan J.J.P Oud, ongedateerd [voor 11 april 1927], geciteerd uit: CR II, 319.

4) De brede verzamelstijl […] Mondriaan aankocht:

Verg. Dirk Limburg, “Het kunstpaleis van de modekoning”, NRC Handelsblad, 6 december 2008.

 

 

14 In het oog van de storm: Mondriaan en Duitsland

 

222

1) ‘Hij is […] duchtig op los!’:

Theo van Doesburg aan Antony Kok, 18 oktober 1923; geciteerd uit: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 442.

2) Dit grote ding was een compositie in ruit:

CR: B151.156 Lozenge Composition. 1924 / Tableau No. IV. Losangique pyramidal. 1925, with Red, Blue, Yellow, and Black, 1924/1925 (v: Washington: National Gallery of Art).

3) dat hij de Duitse laat niet meester was:

Verg. PM aan S.B. Slijper, 2 november 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘… ik kan ’t nauwelijks lezen…’; PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 30 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘… ik kan geen Duitsch…’; PM aan Theo van Doesburg, 28 december 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘… Ik kan Duitsch alleen zoowat lezen….’; PM aan J.J.P. Oud, 5 maart 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘… Hong.[aarsch] of Duitsch lees ik moeielijk…’.

4) ‘Ik begrijp het Duits […] Frans antwoord’:

PM aan aan László Moholy-Nagy, 28 februari 1924 (o: Berlijn, Bauhaus-Archiv; x: Amersfoort, Mondriaanhuis): ‘Je sais comprendre l’allemand mais je ne sais pas l’écrire. Pour cette dernière raison, vous me pardonnerez que je vous réponds en français.’ Dat hij tegenover Moholy voorgaf het Duits wel te begrijpen, terwijl hij vier jaar eerder beweerde het niet of nauwelijks te kunnen lezen, zal te maken hebben met een grotere bereidheid van zijn kant om het te lezen, alsmede met een inmiddels aangekweekte vaardigheid.

5) die hem in het tijdschrift […] de muziek:

L. Moholy-Nagy, “Neue Gestaltung in der Musik. Möglichkeiten des Grammophons”, Der Sturm 14 (1923) 7 (juli) 102-106. P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek” [‘Paris-juillet 21’], De Stijl 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136. Het artikel verscheen nogmaals als: P. Mondrian, “Die neue Gestaltung in der Musik und die futuristischen italienischen Bruitisten” in vertaling van M.[ax] Burchartz in De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1923) 1 (maart) 1-9; 2 (april) 19-25.

6) een uitgave […] licht zou zien:

Piet Mondrian, Neue Gestaltung. Neoplastizismus. Nieuwe Beelding (München: Albert Langen, 1925 = Bauhausbücher 5). Inhoud: “Die neue Gestaltung. (Das Generalprinzip gleichgewichtiger Gestaltung)”, 5-28; “Die neue Gestaltung in der Musik und die futuristischen italienischen Bruitisten”, 29-41; “Die neue Gestaltung, Ihre Verwirklichung In der Musik und Im zukünftigen Theater”, 42-54; “Die Verwirklichung der Neuen Gestaltung in weiter Zukunft und in der heutigen Architektur”, 55-64; “Muß die Malerei der Architektur gegenüber als minderwertig gelten?”, 65-66.

 

223

1) Hij zag er […] maar postzegels:

PM aan J.J.P. Oud, 5 maart 1922 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) De razende ‘artistieke Blitz’:

Sjarel Ex, Theo van Doesburg en het Bauhaus. De invloed van De Stijl in Duitsland en Midden-Europa (Utrecht, Centraal Museum, 2000) 18 vlgg.

3) ‘Je weet ik heb mijn speciale kunst’:

PM aan S.B. Slijper, 6 januari 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waarin hij meedeelt om dezelfde reden ook een uitnodiging voor Genève te hebben afgeslagen.

4) aan van Doesburgs […] in Duitsland:

Wulf Herzogenrath, “Die holländische und russische Avantgarde in Deutschland”, in: Christoph Brockhaus, Manfred Fath eds., Malewitsch-Mondrian und ihre Kreise. Aus der Sammlung Wilhelm Hack Köln-Ludwigshafen/Rhein (Keulen: Kölnischer Kunstverein, 1976) 40-50; 45.

5) drie werken:

CR: B123 Tableau 3, with Orange-Red, Yellow, Black, Blue, and Gray, 1921 (v: Bazel, Kunstmuseum); B126 Tableau I, with Black, Red, Yellow, Blue, and Light Blue, 1921 (v: Keulen, Museum Ludwig); B146 Tableau 2, with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray, 1922 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum). Wellicht was Mondriaan tot inzending aangespoord door Rosenberg, die immers twee van de drie werken (B123 en B126) in consignatie had gehad.

6) ‘Ook vond ik […] te Weimar’:

PM aan J.J.P. Oud, 12 november 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Het ‘kleine doekje’: CR: B123 Tableau 3, with Orange-Red, Yellow, Black, Blue, and Gray, 1921 (v: Bazel, Kunstmuseum).

7) De toevoeging tussen […] de verkoop:

Graf von Kielmansegg zou spoedig ook werk van Van Doesburg aan zijn verzameling toevoegen: Compositie XVIII in drie delen, geëxposeerd op de tentoonstelling Retrospektiv Theo van Doesburg, Weimar, Landesmuseum, 16 december 1923-23 januari 1924 (v: Otterlo, KMM).

 

224

1) de aankoopsom:

Terwijl hij met Von Kielmansegg over de prijs onderhandelde, klaagde Mondriaan dat het ‘tegen weinig geld’ moest. Verg. PM aan S.B. Slijper, 31 juli 1923 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Het door de graaf bedongen bedrag lag onder de 400 franc; verg. PM aan J.J.P. Oud, 24 november 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Wat de prijs betreft, wat denken jelui van 400 francs. In Duitschland verkocht ik goedkooper, maar dat wil je zeker niet, zooals ik uit je brief zie.’ Het betreft de prijs voor het schilderij CR: B147 Composition with Red, Black, Yellow, Blue, and Gray, 1922, dat Oud en zijn vrouw van Mondriaan kochten.

2) grootste doek:

CR: B126 Tableau 1, with Black, Red, Yellow, Blue, and Light Blue, 1921 (v: Keulen, Museum Ludwig).

3) Der Sieg der Farbe:

Adolf Behne ed., Der Sieg der Farbe. Die entscheidende Zeit unserer Malerei in 40 Farbenlichtdrucken (afl. 1-8 met elk 5 afb.; Berlijn: Verlag der Photographischen Gesellschaft, 1920-1925) afb. 39: ‘Gleichgewicht in Rot, Blau und Gelb. Gemälde 60 x 96 cm Privatbesitz’ [= CR: B126 Tableau I, with Black, Red, Yellow, Blue, and Light Blue, 1921]. Twee andere werken, van de hand van Theo van Doesburg en Aleksandr Rodtsjenko, waren eveneens opgenomen als lithografieën, de overige 37 werken waren in lichtdruk.

4) De lithografie […] dertigduizend euro):

After Piet Mondriaan. Der Sieg der Farbe – P. Mondriaan, Composition No. 1. Christie’s Amsterdam, 15 november 2011, Lot 23 / Sale 2872.

5) ‘Veel voordeel […] succes te hebben’:

PM aan Til Brugman, ongedateerd [juni 1924] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Anderen aan wie hij een exemplaar schonk, waren Slijper, Jo Steyling, de Stieltjes en Van Doesburg; verg. PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [mei 1924] (o: Antwerpen, AMVC).

6) 750 francs:

PM aan Til Brugman, 30 november 1923 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) Uiteindelijk betaalde […] Graf Kielmansegg:

Verg. Rolf Bothe, Thomas Föhl eds., Aufstieg und Fall der Moderne (Weimar: Kunstsammlungen zu Weimar; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1999) 319-320.

 

225

1) opgericht ter nagedachtenis […] Hoffmann-La Roche:

Verg. PM aan S.B. Slijper, 3 maart 1937 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘… terwijl nog een doek van jaren geleden van een collectioneur die gestorven is ook voor ’t museum is aangekocht.’ De weduwe Maja Hoffmann-Stehlin, die in 1934 was hertrouwd met de dirigent Paul Sacher, had de kleine ‘Compositie’ uit 1921 (CR: B123) namens de Emanuel Hoffmann Stiftung verworven voor de Öffentliche Kunstsammlung van het Kunstmuseum Basel.

2) derde schilderij:

CR: B146 Tableau 2, with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray, 1922 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum).

3) handelaar in Bremen:

Verg. PM aan Til Brugman, ongedateerd [december 1923] (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan S.B. Slijper, 6 januari 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘Ik had veel succes in Duitschland en verkocht alle drie doeken, een zelfs voor 500 fr. (voor D. is dat veel, heh)’. De lezing ‘900 frs.’ in CR II, 307 is niet juist. De onbekende persoon uit Bremen komt nog een keer ter sprake in PM aan Sophie Küppers, 26 oktober 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘… à Bremen où je connais quelqu’un qui m’a demandé des tableaux.’

4) onvoltooide compositie:

CR: B112 Unfinished Composition, 1920 (?) (Verso of B146 Tableau 2, with Yellow, Black, Blue, Red, and Gray 1922).

5) Zijn overrompelingstactiek […] te reopen:

Sjarel Ex, “De blik naar het oosten: De Stijl in Duitsland en Oost-Europa”, in: Carel Blotkamp, ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 69-112; 82.

6) ‘De onproductiviteit […] de civilisatie’:

V. Huszar (Holland), “Das staatliche Bauhaus in Weimar. Ziele des Bauhauses”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 9 (september) 135-138; 137-138: ‘Die Unproduktivität des Bauhauses, wie es heute besteht, läßt die Fortführung des Instituts als “Meisterschule” als ein Verbrechen gegen den Staat und die Zivilisation erscheinen.’

7) Ruim een halve […] had gezet:

Wulf Herzogenrath, “Die holländische und russische Avantgarde in Deutschland”, in: Christoph Brockhaus, Manfred Fath eds., Malewitsch-Mondrian und ihre Kreise. Aus der Sammlung Wilhelm Hack Köln-Ludwigshafen/Rhein (Keulen: Kölnischer Kunstverein, 1976) 40-50; 47.

8) Gropius verklaarde […] meningen duldde:

Geciteerd in: Bruno Zevi, Poetica dell’architettura neoplastica (Milaan: Tamburini, 1953) 161: ‘Ich habe van Doesburg nie ins Bauhaus eingeladen. Er kam aus eigenem Antrieb, weil unser Lehrplan es ihm angetan hatte. Er hoffte, Professor des Bauhauses zu werden, aber ich gab ihm keine Stelle, weil ich ihn für aggressiv und fanatisch hielt und er meiner Meinung nach eine recht enge theoretische Sehweise hatte, die keine von seiner abweichende Meinung duldete. […] Van Doesburgs Charakter war so einseitig aggressiv, da? er alle anderen zunichte machen wollte, indem er den Geist der Zusammenarbeit zerstörte, den ich für wertvoll hielt […]. Alle diejenigen, die jene Zeit des Bauhauses mittgemacht haben – Josef Albers, Herbert Bayer, Marcel Breuer – sind der gleichen Meinung.’

 

226

1) ‘Aan de russen […] zijn kakkebroeken’:

Theo van Doesburg aan Antony Kok, 6 juni 1922; geciteerd uit: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 390.

2) ‘U vermeldt […] vernietigen (leven)’:

El Lissitzky aan J.J.P. Oud, 30 juni 1924, geciteerd uit: El Lissitzky, Proun und Wolkenbügel. Schriften, Briefe, Dokumente. Herausgegeben von Sophie Lissitzky-Küppers und Jen Lissitzky. Übersetzung aus dem Russischen von Lena Schöche und Sophie Lissitzky-Küppers (Dresden: veb Verlag der Kunst, 1977) 125: ‘Sie erwähnen Mondrians Standpunkt, den kenne ich nicht, denn holländisch verstehe ich nicht. Doesburg hat mir darüber nichts mitgeteilt, außer der Gegensatz von Kunst und Natur. Damit bin ich nicht einverstanden. Das Universelle = Gerade + Senkrechte, entspricht nicht dem Universum, das nur Krümmungen, keine Geraden kennt. So ist die Kugel (nicht der Kubus) das Kristall des Universums. Aber wir können damit nichts anfangen (Kugel), denn das ist der vollendete Zustand (Tod), darum konzentrieren wir uns auf die Elemente des Kubus, die sich immer neu zusammenlegen – und zerstören lassen (Leben).’ Ook geciteerd in: Ed Taverne, Cor Wagenaar, Martien de Vletter eds., J.J.P. Oud. Poëtisch functionalist, 1890-1963. Compleet werk (Rotterdam: Het Nieuwe Instituut, 2001) 263.

3) De vriendschappelijke […] creatieve wedijver:

Sjarel Ex, “De blik naar het oosten: De Stijl in Duitsland en Oost-Europa”, in: Carel Blotkamp, ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 69-112; 94.

4) ‘Met wat […] ruimte en tijd’:

Theo van Doesburg aan Antony Kok, 6 augustus 1923; geciteerd uit: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 436, 439 n. 26.

5) ‘Hij brengt […] worden zij decorateurs’:

El Lissitzky, “K.[unst] und Pangeometrie”, in: Carl Einstein, Paul Westheim eds., Europa Almanach. Malerei, Literatur, Musik, Architektur, Plastik, Bühne, Film, Mode (Potsdam: Gustav Kiepenheuer, 1925) 103-113; 106 n. 1: ‘Die Lösung von Mondrian ist die letzte Leistung in dem Werdegang der Westeuropäischen Malerei. Er bringt die Fläche zu dem Urzustand, zu nur Ebene, es ist mehr kein hinein und kein heraus aus der Fläche. Es ist die letzte Konsequenz jeder Abschließung nach Außen. Wenn die Stil-K.[ünst]ler das Mondriansche Prinzip auf die 3 Ebenen des Raumes transponieren, werden sie Dekorateurs.’

 

227

1) ‘In de Joodsche Almanak […] bril kost!):

Theo van Doesburg, “Bazar bazar bazar bazar Malewitsch”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 7 (1926-1927) 75/76 (serie XIII) 57-58.

2) Overigens was Lissitzky’s […] georiënteerd was:

Verg. Sabine Ebel, Engagement und Kritik. Carl Einstein – Ein Vermittler zwischen Deutschland und Frankreich (Bonn: Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität, 1989).

3) ‘Deze geometrische […] abstracte elementen:

C. Einstein, “L’exposition de l’art abstrait à Zürich”, Documents. Doctrines, Archeologie, Beaux-Arts, Ethnographie 1 (1929) 6, 342; herdrukt in: Carl Einstein, Werke Band 3, 1929-1930. Marion Schmid, Liliane Meffre eds. (Wenen, Berlijn: Medusa, 1985) 502-503; 503: ‘Ces tableaux géométriques ne font que donner une illustration à des doctrines. D’étranges pythagoriciens fabriquent des bibelots puritains qui avant tout sont des objets moraux. Ces ascètes du ripolin, par leur clarté à bon marché, sont en contradiction avec la complexité des processus psychiques. Leur méthode nous ramène à la bonne vieille psychologie et à ses éléments abstraits.’ Aldaar ook in Duitse vertaling (van Brigitta Restorff) onder de titel “Zur Ausstellung ‘Abstrakter Kunst’ in Zürich”, 52-54; 53: ‘Diese geometrischen Bilder sind nur Illustrationen einer Doktrin. Seltsame Pythagoräer fabrizieren puritanische Bibelots, die in erster Linie moralische Gegenstände sind. Diese Ripolin-Asketen stehen durch ihre wohlfeile Klarheit im Widerspruch zu der Komplexität psychischer Prozesse. Ihre Methode führt uns zu guten alten Psychologie mit ihren abstrakten Elementen zurück…’

 

228

1) Le Néo-Plasticisme:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe général de l’équivalence plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920).

2) Lissitzky had van […] ontvangen:

Verg. El Lissitzky aan J.J.P. Oud, 8 september 1924: ‘Habe von Mondrian soeben Seine Broschüre “Neo-Plasticism” bekommen, werde versuchen, ihn zu verstehen. Selbst gebe ich ein Massengrab aller “Kunst-Ismen” heraus.’ Geciteerd uit: El Lissitzky, Proun und Wolkenbügel. Schriften, Briefe, Dokumente. Herausgegeben von Sophie Lissitzky-Küppers und Jen Lissitzky. Übersetzung aus dem Russischen von Lena Schöche und Sophie Lissitzky-Küppers (Dresden: veb Verlag der Kunst, 1977) 127. Verg. ook PM aan Til Brugman, 11 november 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘Reeds lang geleden zond ik aan Lisitsky een serie photo’s en mijn brochure. Binnenkort kan hij meer van me lezen in ’t Duitsch door de uitgave te Weimar.’ De bedoelde ‘uitgave’: Piet Mondrian, Neue Gestaltung. Neoplastizismus. Nieuwe Beelding (München: Albert Langen, 1925 = Bauhausbücher 5).

3) het boek:

El Lissitzky, Hans Arp eds., Die Kunstismen/Les ismes de l’art/The Isms of Art. Abstrakter Film, Konstruktivismus, Verismus, Proun, Kompressionismus, Merz, Neo-Plastizismus, Purismus, Dada, Simultanismus, Suprematismus, Metaphysiker, Abstraktivismus, Kubismus, Futurismus, Expressionismus (Erlenbach-Zürich, München, Leipzig: Eugen Rentsch, 1925).

4) ‘creëert rust […] de rechthoek‘:

El Lissitzky, Hans Arp eds., Die Kunstismen/Les ismes de l’art/The Isms of Art. Abstrakter Film, Konstruktivismus, Verismus, Proun, Kompressionismus, Merz, Neo-Plastizismus, Purismus, Dada, Simultanismus, Suprematismus, Metaphysiker, Abstraktivismus, Kubismus, Futurismus, Expressionismus (Erlenbach-Zürich, München, Leipzig: Eugen Rentsch, 1925) X-XI: ‘Néoplasticisme. Par la division horizontale-verticale du rectangle le néoplasticien obtient la tranquilité, l’équilibre de la dualité: l’univers et l’individu. / Neoplastizismus. Der Neoplastiker gewinnt durch die horizontal-vertikale Aufteilung des Rechteckes die Ruhe, das Gleichgewicht der Dualität: des Universums und des Individuums. / Neoplasticism. By the horizontal-vertical division of the rectangle the neoplastician obtains tranquility, the balance of the duality: universe and individual. Mondrian.’ Deze tekst was vervaardigd door Hans Arp. Verg. Alois Martin Müller, “Letzte Truppenschau”, losbladig bijvoegsel (‘accompanying sheet’) bij: El Lissitzky, Hans Arp eds., Die Kunstismen/Les ismes de l’art/The Isms of Art (reprint Baden: Lars Müller, 1990).

5) Kestnergesellschaft:

De Kestner-Gesellschaft was in 1916 door gegoede kunstliefhebbers in Hannover opgericht met de bedoeling kunst van de twintigste eeuw te exposeren en promoten.

6) Per brief […] Zwitserland stuurde:

Verg. PM aan Sophie Küppers, 24 oktober 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

7) De douanier […] hoefde te betalen:

Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 49.

8) twee werken:

CR: B110 Composition III / “Komposition No. XIII”, 1920 (v: Keulen, Museum für Angewandte Kunst, Sammlung von Prof. Dr. Richard G. Winkler); B149 “Komposition mit Gelb, Zinnober, Schwarz, Blau und verschiedenen grauen und weissen Tönen” (Composition with Yellow, Cinnabar, Black, Blue, and Various Gray and White Tones), 1923 (v: onbekend; in 1937 door de nationaalsocialistische autoriteiten als ‘entartet’ geconfisqueerd uit het Provinzialmuseum [thans Niedersächsisches Landesmuseum] Hannover); U15 “Komposition,” 1921 (1920?); U20 “Komposition No. XIV, 1922”.

9) Hannover:

Het Provinzialmuseum (thans Niedersächsisches Landesmuseum) Hannover was in 1902 geopend en omvatte onder meer een collectie schilderijen en beelden van de middeleeuwen tot de vroege twintigste eeuw. Over Dorner verg. S. Cauman, Das lebende Museum. Erfahrungen eines Kunsthistorikers und Museumdirektors Alexander Dorner. Aus dem Amerikanischen übertragen von A.F. Teschemacher (Hannover: Fackelträger Schmidt-Küster, 1960).

10) meest recente doek:

CR: B149 “Komposition mit Gelb, Zinnober, Schwarz, Blau und verschiedenen grauen und weissen Tönen” (Composition with Yellow, Cinnabar, Black, Blue, and Various Gray and White Tones), 1923 (v: onbekend; in 1937 door de nationaalsocialistische autoriteiten als ‘entartet’ geconfisqueerd uit het Provinzialmuseum [thans Niedersächsisches Landesmuseum] Hannover).

11) Het was de […] Duitse collectie kwam:

Ines Katenhusen, “Erwerbungspolitik und Bestandsentwicklung am Niedersächsischen Landesmuseum seit 1933”, Mitteilungsblatt des Museumsverbands für Niedersachsen und Bremen e.V., nr. 66, 2005, 5-12 (www.lostart.de/nn_6650/Content/08__Infocenter/DE/__Downloads/Tagungen/erwerbungspolitikerwerbungspolitik,templateId=raw,property=publicationFile.pdf/erwerbungspolitikerwerbungspolitik.pdf).

 

229

1) ‘Alma heeft connecties […] voor deed:

PM aan S.B. Slijper, 21 december 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) mededeling in de Nederlandse pers:

N.N., (‘Letteren en Kunst’), Nieuwe Rotterdamsche Courant, 8 januari 1925: ‘Het Provinciaal-Museum te Hannover heeft van Piet Mondriaan een der laatste neo-plastische werken aangekocht.’

3) op een been […] heeft gehupt:

Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 54: ‘Sie erzählte, daß Mondrian auf einem Bein durch das ganze Atelier gehüpft hat. Sie hat ihn noch niemals so gesehen.’

4) De blijdschap […] steeds beter beviel:

PM aan S.B. Slijper, 10 maart 1925 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) ‘belangstellende lui uit buitenland:

Verg. PM aan J.J.P. Oud, (?) mei 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waarin een bezoek van Dorner voor oktober 1925 wordt aangekondigd.

6) geschenkt’:

Ines Katenhusen, “Erwerbungspolitik und Bestandsentwicklung am Niedersächsischen Landesmuseum seit 1933”.

7) En dat terwijl […] Mondriaan had verzocht!:

Alexander Dorner aan Sophie Küppers, 8 januari 1925 (a: Hannover, Niedersächsisches Staatsarchiv/Hannoversches Landesarchiv, nstah Hann. 152 Acc. 2006/013, nr. 50), met dank aan dr. Ines Katenhusen, Leibniz Universität Hannover, voor het ter beschikking stellen van de gegevens.

8) die zichzelf naar […] in aankopen:

Ines Katenhusen, “Erwerbungspolitik und Bestandsentwicklung am Niedersächsischen Landesmuseum seit 1933”.

9) In 1928 […] moeten samensmelten:

Verg. Monika Flacke-Knoch, Museumskonzeptionen in der Weimarer Republik. Die Tätigkeit Alexander Dorners im Provinzialmuseum Hannover (Marburg: Jonas, 1985 = Kulturwissenschaftliche Reihe, 3) 60 vlgg.; Tobias Wall, Das unmögliche Museum. Überlegungen zu Präsentations- und Dokumentationskonzepten im Kunstmuseum der Gegenwart (diss. Pädagogische Hochschule Ludwigsburg, Institut für Kulturmanagement, 2003; http://opus.bsz-bw.de/phlb/volltexte/2004/1928/pdf/pdfDissWall2004.pdf) 201 vlgg.; Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994), wijst er terecht op dat Lissitzky’s arrangement voor de muren van het kabinet op het eerste oog doen denken aan een compositie van Mondriaan, maar dat de Rus door het aanbrengen van een ingenieus lattensysteem aan de wanden bij de toeschouwer een dynamisch, voortdurend wisselende impressie van het interieur oproept. Er ontstaat een geraffineerd spel van licht en donker en beweging. De ruimte zelf wordt tot kunstwerk. Dit nu ging radicaal in tegen Mondriaans wens de ruimtelijke en temporele aspecten van de (binnenhuis)architectuur te elimineren teneinde het kunstwerk aan de muur zoveel mogelijk tot zijn recht te laten komen.

 

230

1) legendarisch geworden:

De expositieruimte was onderwerp van een reconstructie op de tentoonstelling Kabinett der Abstrakten – Original and Facsimile, Halle für Kunst Lüneburg, 24 januari-8 maart 2009; verg. de fraaie catalogus: http://ausstellungsdesign.hfg-karlsruhe.de/uploads/media/0306.pdf.

2) twee werken:

CR: B174 Schilderij No. 2, “mit Blau, Gelb, Schwarz und verschiedenen hellgrauen und weissen Tönen,” 1926 (v: onbekend; in 1937 door de nationaalsocialistische autoriteiten als ‘entartet’ geconfisqueerd uit het Provinzialmuseum). Sophie Küppers beschouwde dit werk kennelijk als haar privé-eigendom; verg. Ingeborg Prior, Die geraubten Bilder. Die abenteuerliche Geschichte der Sophie Lissitzky-Küppers und ihrer Kunstsammlung (Keulen: Kiepenheuer & Witsch, 2002) 265.

3) ruitvormig schilderij:

CR: B173 Schilderij No. 1: Lozenge with Two Lines and Blue, 1926 (v: Philadelphia, Philadelphia Museum of Art). Beide doeken uit ’26 had zij samen met Lissitzky gezien tijdens een bezoek aan Nederland op de tentoonstelling van De Onafhankelijken in het Stedelijk Museum te Amsterdam, 22 mei-20 juni 1926. Mogelijk heeft zij de onverkochte doeken na afloop zelf mee naar Duitsland genomen. Verg. N.N., “Tentoonstelling ‘De Onafhankelijken’ in het Stedelijk Museum te Amsterdam”, De Groene Amsterdammer, 26 mei 1926, met een expositiefoto waarop beide werken, B174 en B174) te zien zijn.

4) dat Sophie […] Sovjet-Unie volgde:

In totaal liet Sophie Küppers zestien schilderijen en aquarellen en een ‘Südsee-Plastik’ in het Provinzialmuseum achter. Verg. Melissa Müller, “Sophie Lissitzky-Küppers (1891-1978), Hannover/München”, in: Melissa Müller, Monika Tatzkow, Verlorene Bilder, verlorene Leben. Jüdische Sammler und was aus ihren Kunstwerken wurde (München: Elisabeth Sandmann, 2009) 98-113; 106.

5) ‘Zoals U op […] en 0.50 cm breed:

Alexander Dorner aan PM, 27 september 1928 (a: Hannover, Niedersächsisches Staatsarchiv/Hannoversches Landesarchiv, NStAH Hann. 152 Acc. 2006/013, nr. 52): ‘Wie Sie auf dem Photo ersehen haben werden, die ich Ihnen kürzlich schickte, ist der Platz durch zwei Arbeiten von Ihnen schon ausgefüllt, so dass ich nicht recht weiss, wo ich die neue Arbeit, für die ich mich ausserordentlich interessiere, hinhängen soll. Ich muss Sie daher bitten, von der Uebersendung des neuen Bildes abzusehen, ich will die Sache aber im Auge behalten. Vielleicht bietet sich hier Gelegenheit, eins von Ihren Bildern abzustossen. Wenn wir aber das Bild kaufen könnten, so wäre es nur möglich, wenn es den Preis von rm 150,- nicht überschreitet, da dies die Grenze ist, bis zu der ich selbständig verfügen kann. Auch käme die Beachtung in Frage, dass dieses neue Bild von Ihnen nicht größer sein darf als: 0,84 cm hoch und 0,50 cm breit, da die für ihr Bild eingerahmte Fläche 1,21 cm hoch und 0,842 cm breit ist.’

6) Maar zij draaiden […] het Provinzialmuseum:

Kennelijk had Dorner bij de opening van het abstracte kabinet in de koepelhal van het Landesmuseum een gelijktijdige tentoonstelling van abstracte werken gepland. Hij was door Mondriaan desgevraagd doorverwezen naar kunsthandel Kühl und Kühn in Dresden, waar zich verscheidene door de kunstenaar aan Küppers in consignatie gegeven werken bevonden. Verg. Alexander Dorner aan Sophie Lissitzky-Küppers (Moskou), 27 mei 1927 (a: Hannover, Niedersächsisches Hauptstaatsarchiv, archief Niedersächsisches Landesmuseum, R2006N, 254), waaruit: ‘Der Abstrakte Saal geht jetzt langsam aber sicher seiner Fertigstellung entgegen. Es fehlen jetzt nur noch die großen Schiebekästen. Die Arbeiten haben sich recht kompliziert gestaltet und vor allen Dingen herrschte Mangel an Arbeitskräften. Ich hoffe, Ihnen bald Photos schicken zu können. Die Plissierung der Wand erfüllt ihren Zweck, jedoch sind die hellgestrichenen Streifen, die gegen das Licht stehen, zu grell und erzeugen im Auge ein Flimmern, obgleich durch die eingespannte Decke und die Fächer-Jalousie das Licht sehr abgedämpft ist. Wir werden hier vielleicht die Farbe noch etwas mäßigen müssen. Ich möchte zur Eröffnung dieses Raumes gleichzeitig in der Kuppelhalle eine Ausstellung der Abstrakten machen. Mondrian verwies mich an Kühl, der mir auch seine Unterstützung zusagte. Wäre es auch möglich, durch ihn Sachen von Lissitzky zu bekommen?’ Verg. ook Alexander Dorner aan Kunstausstellung Kühl, Dresden, 27 mei 1927 (a: Hannover, Niedersächsisches Hauptstaatsarchiv, archief Niedersächsisches Landesmuseum, R2006N, 254f), waaruit: ‘Mondrian schrieb an mich schon, dass ich mich an Sie wenden sollte, falls ich Bilder für die Ausstellung brauchte. Ich wäre Ihnen, wenn es so weit sein wollte, für eine freundliche Unterstützung außerordentlich dankbar.’ Details over de tentoonstelling in de koepelhal zijn niet achterhaald. De verwijzingen zijn mij vriendelijk ter beschikking gesteld door dr. Ines Katenhusen, Leibniz Universität Hannover.

 

231

1) ‘zulke producten […] Duitse deelstaten:

Geciteerd uit: Ines Katenhusen, “Ein Museumdirektor auf und zwischen den Stühlen. Alexander Dorner (1893-1957) in Hannover”, in: Ruth Heftrig, Olaf Peters, Barbara Schellewald eds., Kunstgeschichte im ‘Dritten Reich’. Theorien, Methoden, Praktiken (Berlijn: Akademie Verlag, 2008) 156-170; 161.

2) ‘met het vlees […] nieuw organisme:

Ines Katenhusen, “Ein Museumdirektor auf und zwischen den Stühlen. Alexander Dorner (1893-1957) in Hannover”, in: Ruth Heftrig, Olaf Peters, Barbara Schellewald eds., Kunstgeschichte im ‘Dritten Reich’. Theorien, Methoden, Praktiken (Berlijn: Akademie Verlag, 2008) 156-170; 163.

3) Tegenstanders van […] ‘entartete Kunst:

Ines Katenhusen, “Ein Museumdirektor auf und zwischen den Stühlen. Alexander Dorner (1893-1957) in Hannover”, in: Ruth Heftrig, Olaf Peters, Barbara Schellewald eds., Kunstgeschichte im ‘Dritten Reich’. Theorien, Methoden, Praktiken (Berlijn: Akademie Verlag, 2008) 156-170; 164-165.

4) Begin april […] redenen geweigerd:

Ines Katenhusen, “Biografie des Scheiterns? Alexander Dorner, ein deutscher Museumsdirektor in den usa”, Exilforschung. Ein internationales Jahrbuch vol. 22 (edition text + kritik, 2004) 260-284.

5) De filosoof Karl […] open samenleving:

Karl R. Popper, De open samenleving en haar vijanden. Vertaald uit het Engels door Hessel Daalder en Steven van Luchene (Rotterdam: Lemniscaat, 2007).

 

232

1) Waarheid of verdichting?:

Ursula Bode, “Avantgarde in der Provinzialstadt. Ausstellung in Hannover: ‘Die Abstrakten’”, Die Zeit, 25 december 1987. Het betreft hier waarschijnlijk een verwisseling met een verhaal dat de ronde doet over Alfred H. Barr Jr., die in 1935 onder andere Malevitsj’ schilderij Weiß auf Weiß uit 1918 (White on White; v: New York: MoMA) met medeweten van Dorner opgerold in een paraplu uit het museum zou hebben weten te smokkelen. Voor een doek van 79,4 x 79,4 cm betekent dit een knappe goocheltruc. Verg. S. Cauman, Das lebende Museum. Erfahrungen eines Kunsthistorikers und Museumdirektors Alexander Dorner. Aus dem Amerikanischen übertragen von A.F. Teschemacher (Hannover: Fackelträger Schmidt-Küster, 1960) 126.

2) Dorner wist […] in Providence:

Verg. Ines Katenhusen, “Biographie des Scheiterns? Alexander Dorner, ein deutscher Kunsthistoriker in den usa”, in: Exilforschung. Ein Internationales Jahrbuch 22 (München: edition text + kritik, 2004) 260-284; 268.

3) ‘niet ertussenuit geknepen was:

Alexander Dorner aan Siegfrid Giedion, 6 oktober 1934 (Hannover, Niedersächsisches Hauptstaatsarchiv, Hann. 152, Acc. 68/94, 5), waaruit: ‘Ich weiss nicht, was man an meiner Stelle hätte besseres tun können. Wenn einer nicht gekniffen hat, so bin ich es, und ich kann nur sagen, dass es für mich ekelhaft ist, dieses Ihnen noch auf diese Weise beweisen zu müssen.’ Verg. Ines Katenhusen, “Ein Museumdirektor auf und zwischen den Stühlen. Alexander Dorner (1893-1957) in Hannover”, in: Ruth Heftrig, Olaf Peters, Barbara Schellewald eds., Kunstgeschichte im ‘Dritten Reich’. Theorien, Methoden, Praktiken (Berlijn: Akademie Verlag, 2008) 156-170; 166; met dank aan de auteur, die mij de complete tekst van de brief deed toekomen.

4) Maar het verleden […] langer verlengd:

N.N., “German Curator Resigns. Dr. Dorner Gives Up Post at Museum in Rhode Island”, The New York Times, 5 september 1941.

5) ’Voor het eerst […] daarvoor wijken moest’:

Albert van den Briel, ‘Mondriaan’s persoonlijkheid’ (versie 1) (mt, o:’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh).

 

233

1)al bijna […] zonder meer’:

N.N., “Stedelijk Museum. De Onafhankelijken i”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30 mei 1926.

2) lastige buren:

Mondriaans inzending werd op de tentoonstelling van De Onafhankelijken geflankeerd door werk van Victor Servranckx en van Vilmos Huszár; verg. de zaalfoto in De Groene Amsterdammer, 26 mei 1926. ‘Huszar’s rusteloos kleur-geblok bederft o.a. Mondriaan’s sereene rust. Hij is hier de lawaaimaker naast den denker, den filosoof, wiens klare gedachten de verte willen peilen. Den toeschouwer geeft dit een pijnlijke gewaarwording.’ (N.N., “Stedelijk Museum. II. Mondriaan, Smits, Permeke”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 juni 1926.)

3) De bezoeker doet […] het eindelooze’:

N.N., “Stedelijk Museum. II. Mondriaan, Smits, Permeke”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 juni 1926.

4) De twee andere […] kunst diende:

Ruim zestienduizend andere geconfisqueerde werken waren opgeslagen aan de Köpenicker Strasse te Berlijn.

 

234

1) Karl Buchholz:

Verg. Godula Buchholz, Karl Buchholz, Buch- und Kunsthändler im 20. Jahrhundert. Sein Leben und seine Buchhandlungen und Galerien. Berlin, New York, Bukarest, Lissabon, Madrid, Bogotá (Keulen: DuMont, 2005), waarvan de stelling luidt dat Buchholz zich tijdens het Derde Rijk had beijverd om de redding van de ‘entartete Kunst’.

2) Deze had in […] te zetten:

Verg. Andreas Hüneke, “Spurensuche – Moderne Kunst aus deutschem Museumsbesitz”, in: Stephanie Barron ed., ‘Entartete Kunst’. Das Schicksal der Avantgarde im Nazi-Deutschland (München: Hirmer, 1992) 121-133; 129.

3) ‘So it is really a stolen picture‘:

Alexander Dorner aan Curt Valentin, 14 maart 1939; geciteerd: www.philamuseum.org › collections › Composition with Blue; verg. Ook: www.philamuseum.org › collections › provenance › Composition with Blue. Ook geciteerd in: Melissa Müller, “Sophie Lissitzky-Küppers (1891-1978), Hannover/München”, 113. Verg. ook Ingeborg Prior, Die geraubten Bilder. Die abenteuerliche Geschichte der Sophie Lissitzky-Küppers und ihrer Kunstsammlung (Keulen: Kiepenheuer & Witsch, 2002) 267, in mondelinge weergave: ‘Das ist nicht der Mondrian, nach dem ich gefragt habe. Dieses Bild gehört einer Privatsammlerin in Hannover. Das ist ein gestohlenes Bild, das können Sie nicht verkaufen.’ De auteur baseert zich hier op informatie van de kunstdetective Clemens Toussaint. Beiden menen dat met het ‘gestolen schilderij’ is bedoeld: CR: B174 Schilderij No. 2, “mit Blau, Gelb, Schwarz und verschiedenen hellgrauen und weissen Tönen,” 1926 (v: onbekend; wellicht in 1939 door de nazi’s moedwillig vernietigd), terwijl het volgens de provenance-informatie van het Philadelphia Museum of Art gaat om: CR: B173 Schilderij No. 1: Lozenge with Two Lines and Blue, 1926 (v: Philadelphia, Philadelphia Museum of Art). Om de zaak nog wat gecompliceerder te maken, is er volgens Ines Katenhusen, “Biographie des Scheiterns? Alexander Dorner, ein deutscher Kunsthistoriker in den usa”, 260, 281 n. 1, sprake van twee schilderijen van Mondriaan, mogelijk dus zowel B173 als B174; verg. ook Ines Katenhusen, “Alexander Dorner (1893-1957): A German Art Historian In The United States”, The Johns Hopkins University, American Institute for Contemporary German Studies, Working Paper Series, 2002 (www.aicgs.org/documents/katenhusen.pdf). In een e-mail aan ondergetekende van 9 mei 2010 laat dr. Ines Katenhusen weten dat zij zich bij de aanname van twee schilderijen baseert op een brief van Alexander Dorner aan Ferdinand Möller, 26 mei 1939 (Berlijn: Berlinische Galerie, collectie Ferdinand Möller): ‘So I am afraid to buy these things, just as I was afraid to buy two Mondrians which were recently offered to me, and which were once private loans to the Hannover Museum; because some time the owner might make legal claims and sue us.’ (Möller was een van de vier kunsthandelaars die door het nationaalsocialistische regime waren aangesteld om ‘gedegenereerde’ kunst naar het buitenland te verkopen.) Het zou betekenen dat het doek CR: B174 niet verloren is gegaan, maar nog ergens, wellicht in de Verenigde Staten, te vinden zou moeten zijn.

4) ’Besides, it […] our Mondrian’:

Informatie dr. Ines Katenhusen in e-mail aan ondergetekende, 9 mei 2010.

5) De verzamelaar Albert […] of Manhattan:

Verg. Marianne Winter Martin ed., Catalogue A.E. Gallatin Collection. ‘Museum of Living Art’ (Philadelphia: Philadelphia Museum of Art, 1954); Gail Stavitsky, “A.E. Gallatin’s Gallery and Museum of Living Art (1927-1943)”, American Art 7 (1993) 2 (voorjaar 1993) 46-63.

6) Uit de beschikbare […] had aangekocht:

Verg. PM aan Albert E. Gallatin, resp. 29 mei, 1 juni en 5 juni 1933 (o: New York, The New-York Historical Society; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Het door Gallatin aangekochte werk: CR: B236 Composition with Yellow and Blue, 1932 (v: Philadelphia, Philadelphia Museum of Art).

7) De kunstenaar was […] had afgelegd:

Verg. PM aan Ben Nicholson, 6 december 1939 (o: Londen, Tate Library and Archive Collections; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘He [= Mr. Gallatin] has bought also one of my two Hannover museums pictures, rejected by Hitler.’ Het ontging Mondriaan op dat moment kennelijk dat het museum in Hannover drie door hem gesigneerde werken onder zijn hoede had gehad.

8) werk van Lissitzky:

CR: B173 Schilderij No. 1: Lozenge with Two Lines and Blue, 1926 (v: Philadelphia, Philadelphia Museum of Art); El Lissitzky, Proun 2 (Construction) (v: Philadelphia, Philadelphia Museum of Art).

9) Gallatin beloofde […] hebben gevestigd:

N.N., “Art Is ‘In Trust’ Here For German People. Two Works Removed by Nazis. Acquired by N.Y.U. Museum”, The New York Times, 29 oktober 1939; N.N., “Een Mondriaan voor Nieuw York”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 11 november 1939: ‘De New York Times van 29 October bericht, dat de heer Albert E. Gallatin, stichter en directeur van het Museum van levende Kunst der Nieuw Yorksche Universiteit, twee moderne kunstwerken, die uit Duitsch museumbezit zijn verkocht, heeft verworven, n.l. de “Compositie in blauw” van den Nederlander Piet Mondriaan en “Proen,” een schilderij van den Rus Lissitzky. Het schilderij van Mondriaan is ontstaan in 1926; het heeft vroeger gehangen in het museum te Hannover.’

10) De kunstenaar […] komen restaureren:

PM aan Albert E. Gallatin, 16 december 1940 (o: New York, The New-York Historical Society; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘What do you think about that I restaured the Museum-pictures during the Noël-holiday; then they are not missed by the public.’

 

235

1) expositie:

Piet Mondrian. Staatliche Museen Preussischer Kulturbesitz, Nationalgalerie, Berlin. 15. September bis 20. November 1968 (Berlijn: Staatliche Museen Preußischer Kulturbesitz, Nationalgalerie, 1968) cat. nr. 54.

2) compleet raadsel:

Het raadsel: CR II, 142, 197. De zes schilderijen: CR: [1] B110 Composition III / “Komposition No. XIII”, 1920 (v: Keulen, Museum für Angewandte Kunst, Sammlung von Prof. Dr. Richard G. Winkler); [2] B159 Tableau No. VII, with Blue, Yellow, Black, and Red, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum); [3] B160 Tableau No. VIII, with Yellow, Red, Black, and Blue, 1925 (v: laatstelijk verhandeld door Dickinson Roundell Inc., New York), [4] B162 Tableau No. X, with Yellow, Black, Red, and Blue, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum); [5] B163 Tableau No. XI, with Red, Black, Blue, and Yellow, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum); [6] B172 Komposition IV, with Red, 1926 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum). Verg. Paul Wember, Malerei in unserem Jahrhundert. Kaiser Wilhelm Museum Krefeld. Bestandskataloge Nr. 3 (Krefeld: Kaiser Wilhelm Museum, 1963) nrs. 75 (B163), 76 (B159), 77 (B162), 78 (B172).

3) ‘t Werd noodig […] bloemen moet!:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 9 oktober 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) Met zijn collega […] hadden laten afweten:

Kent Kleinman, Leslie Van Duzer, Mies van der Rohe. The Krefeld Villas (New York: Princeton Architectural Press, 2005) 21.

 

236

1) villa te Krefeld:

Kent Kleinman, Leslie Van Duzer, Mies van der Rohe. The Krefeld Villas (New York: Princeton Architectural Press, 2005) 20.

2) Beiden deelden […] Mondriaan onderhield:

Paul Wember, Kunst in Krefeld. Öffentliche und private Kunstsammlungen (Keulen: M. DuMont Schauberg, 1973) 20. Verg. Irmgard Bernrieder, “Von der Gegenwart zur Avantgarde. Geschichte des Kaiser-Wilhelm-Museums (4)”, Rheinische Post, 29 april 2009, over Creutz: ‘Jawlensky zählte er zu seinen engen Freunden wie auch der De Stijl-Gründer Piet Mondrian.’ Met betrekking tot laatstgenoemde is deze informatie schromelijk overdreven.

3) ooggetuige:

Paul Wember, Kunst in Krefeld. Öffentliche und private Kunstsammlungen (Keulen: M. DuMont Schauberg, 1973) 21. De ooggetuige is de kunstenaar Fritz Huhnen uit Krefeld.

4) ‘onder merkwaardige omstandigheden’:

Paul Wember, Kunst in Krefeld. Öffentliche und private Kunstsammlungen, (Keulen: M. DuMont Schauberg, 1973) 21: ‘Der Verfasser hat sie erst 1950 unter merkwürdigen Umständen gefunden.’ Over deze ‘merkwaardige omstandigheden’ wordt verder helaas geen uitsluitsel gegeven. Wember was in de jaren 1947-1975 directeur van het Kaiser Wilhelm Museum.

5) twee verkocht:

CR: B110 en B160.

6) Dat Lange […] Kunst te sparen:

Verg. Beate Kemfert, “Der nationalsozialistische Bildersturm im Kaiser Wilhelm Museum 1937-1942”, Die Heimat. Jahresheft des Krefelder Vereins für Heimatkunde 58 (1987) 86-91.

7) Creutz overleed […] de nazi’s:

Kent Kleinman, Leslie Van Duzer, Mies van der Rohe. The Krefeld Villas (New York: Princeton Architectural Press, 2005) 18.

 

237

1) Maar ook nu […] terecht waren gekomen:

Gerhard Storck, “Ursprünge: Als Krefelder Kunst in die Zukunft aufbrach. Die Affäre um das Monet-Bild stellt Fragen nach den Anfängen der Museumssammlung”, Westdeutsche Zeitung, 5 april 2007.

2) ‘Und Du willst […] Laß das‘:

El Lissitzky aan Sophie Küppers, 12 december 1924; geciteerd uit: Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 53.

3) Ze zocht Mondriaan […] ze samenwerkte:

Verg. Veit Stiller, “Aus Liebe zur Sache – Galerie in dritter Generation. 80 Jahre ‘Kunstausstellung Kühl’ Dresden”, Die Welt, 24 juli 2004.

4) Dat ze zijn […] Berlijn en Swinemünde:

Verg. Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 53.

5) ‘Ik was bar […] 12 doeken gereed‘:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 9 augustus 1925 (o: Antwerpen, AMVC; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. nog PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [ca. juli 1925] (o: ’s-Gravenhage, RKD): ‘In September krijg ik een tentoonstelling van een 15 doeken in Duitschland. Daarmee was ik druk en maakte niet veel bloemen ik maakte en verkocht er evenwel toch eenige en heb nog navraag maar moet uitstellen.’ ‘De ‘twaalf doeken’: CR: [1] B113.153 Composition. 1920 (?) / Tableau No. I. 1921-25, with Red, Blue, Yellow, Black, and Gray, 1920 (?)/1925 (v: Bazel, Fondation Beyeler); [2] B121.154 Composition. 1921 / Tableau No. II. 1921-25, with Red, Blue, Black, Yellow, and Gray, 1921/1925 (v: Zürich, particuliere collectie); [3] B133.155 Composition. 1922/ Tableau No. III. 1922-25, with Red, Black, Yellow, Blue, and Gray, 1922/1925 (v: Washington, The Phillips Collection); [4] B151.156 Lozenge Composition. 1924 / Tableau No. IV. Losangique Pyramidal. 1925, with Red, Blue, Yellow, and Black, 1924/1925 (v: Washington. The National Gallery of Art); [5] B140.157 Composition. 1922 / Tableau No. V. 1922-25, with Red, Black, Gray, and Blue, 1922/1925 (v: onbekend); [6] B158 Tableau No. VI, with Red, Yellow, and Blue, 1925 (v: onbekend); [7] B159 Tableau No. VII, with Blue, Yellow, Black, and Red, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum); [8] B160 Tableau No. VIII, with Yellow, Red, Black, and Blue, 1925 (v: laatstelijk verhandeld door Dickinson Roundell Inc., New York); [9] B161 Tableau No. IX, with Blue, Red, and Yellow, 1925 (v: onbekend); [10] B162 Tableau No. X, with Yellow, Black, Red, and Blue, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum); [11] B163 Tableau No. XI, with Red, Black, Blue, and Yellow, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum); [12] B164 Tableau No. XII, with Red, Yellow, and Blue, 1925 (v: onbekend).

 

238

1) Gezien het […] dus uit 1920:

Verg. in CR onder B113.153 Composition. 1920 (?) / Tableau No. I. 1921-25, with Red, Blue, Yellow, Black, and Gray, 1920 (?)/1925: ‘The composition exhibits the pattern known from the works dated 1920. When dating and signing the work again in 1925, Mondrian probably made a mistake with regard to the first date.’ Het werk wordt hier vervolgens geïdentificeerd als mogelijk: U13 “Œuvre néo-plastique, 1920”, ter veiling aangeboden op: Œuvres de l’école française moderne. Collection réunie par ‘l’Effort moderne’ (Léonce Rosenberg), Paris. Vente publique le mercredi 19 octobre 1921 à Amsterdam (Amsterdam: A. Mak, 1921). Op deze veiling zou het werk niet zijn verkocht, waarna het aan de kunstenaar werd geretourneerd.

2) Tableau No. X:

CR: B162 Tableau No. X, with Yellow, Black, Red, and Blue, 1925 (v: Krefeld, Kaiser Wilhelm Museum).

3) schetsboek:

CR: B332 Sketchbook 1925. Sheet H: Dresden Notes (v: New Haven, Yale Collection of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Uncat gen mss Deposit Cage Rng. 85, Sect. 1). Een (verkleinde) afbeelding van het blad: CR II, 130.

4) Kurt Schwitters:

De participatie van Schwitters is uit de literatuur nog niet lang bekend, verg. bijv. nog CR III, 32, maar blijkt onder andere uit Hans Weigert, “Abstrakte Kunst. Pieter Mondrian, Man Ray, Kurt Schwitters”, Dresdner Nachrichten, 26 september 1925; verg. Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 81-90; 82, 90 n. 14.

5) De tentoonstelling […] meer aandacht:

Verg. R., “München”, Der Cicerone. Halbmonatsschrift für Künstler, Kunstfreunde und Sammler 18 (1925) II, 73-74. Mondriaan had al eens eerder bij Goltz geëxposeerd: Toorop, Schelfhout und die Niederländer. Gemälde, Aquarelle, Radierungen. München: Neue Kunst, Hans Goltz, 16-ca. 31 juli 1913. Over de kunsthandelaar en zijn galerie verg. Katrin Lochmaier, “Die Galerie ‘Neue Kunst – Hans Goltz’ in München”, in: Henrike Junge ed., Avantgarde und Publikum. Zur Rezeption avantgardistischer Kunst in Deutschland 1905-1933 (Keulen, Weimar, Wenen: Böhlau, 1992) 103-110.

 

239

1) die voor […] koosnaam Lissi had:

Verg. Ingeborg Prior, Die geraubten Bilder. Die abenteuerliche Geschichte der Sophie Lissitzky-Küppers und ihrer Kunstsammlung (Keulen: Kiepenheuer & Witsch, 2002) 67.

2) ‘Het is treurig […] tentoonstelling hebben‘:

El Lissitzky aan Til Brugman, 6 februari 1926; opgenomen in: Carel Blotkamp, “Liebe Tiltil. Brieven van El Lissitzky en Kurt Schwitters aan Til Brugman, 1923-1926”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 13 (1997) 1, 32-46; 4, 27-47; 4, 45: ‘Es ist traurig das Mondrian so weiter und weiter in seine Schnecke sich hineinzieht. Ich habe gemeint das die Materiele Erfolge (in Dresden ist noch eine Arbeit von Im verkauft) werden in aktiver machen. Aber er arbeitet doch. Habe Nachricht und gute Zeitungsbesprechungen aus München, wo wir 3 (Mondri, Man Ray und ich) Ausstellung haben.’

3) ‘Mondri‘ zelf was tevreden:

Verg. reeds: PM aan J.J.P. Oud, (?) mei 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Uit Dresden heb ik goede berichten men schrijft me “l’exposition est très belle” en er is al kans van verkoopen.’

4) Maar zoveel lijkt […] stuk toekomst’:

W. Grohmann, “Dresdner Ausstellungen. Kühl & Kühn: P. Mondrian, Man Ray”, Der Cicerone. Halbmonatsschrift für Künstler, Kunstfreunde und Sammler 17 (1925) II, 1007-1008: ‘Aber soviel scheint mir jetzt schon sicher: wie die Oper neben die Symphonie getreten ist als eine Sache für sich, so dürfte die abstrakte Malerei in ihren verschiedensten Ausformungen neben der übrigen Malerei die nächsten Jahrzehnte oder Jahrhunderte ein nicht anzufechtendes Leben führen. Mondrians Bilder, von denen Reproduktionen leider keine Vorstellung zu vermitteln vermögen, sind ein Stück Zukunft.’ Grohmanns eerbiedige these ten aanzien van Mondrian werd niet gedeeld door de architectuur- en kunsthistoricus Hans Weigert in de enige bespreking die de pers in Dresden aan de expositie wijdde. Volgens Weigert vertegenwoordigden Mondriaans schilderijen een nulpunt in de zin van een ‘Neutralität zwischen zwei Entscheidungen’. Als vormen zonder enige inhoud, zouden ze toekomstig alleen in de toegepaste kunsten of de architectuur enige stilistische zin kunnen hebben. Zuiver artistiek gezien zouden ze tot de meest bescheiden tak van kunstnijverheid te rekenen zijn. Hans Weigert, “Abstrakte Kunst. Pieter Mondrian, Man Ray, Kurt Schwitters”, Dresdner Nachrichten, 26 september 1925.

 

240

1) Een kunstenaar […] niet van op:

Dr. H.[ans] W.[eigert], Dresdner Nachrichten, 30 september 1925; verg. Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts, 83, 90 n. 17.

2) filosoof Arthur Danto en de schrijver Tom Wolfe:

Arthur Danto, “The Artworld”, The Journal of Philosophy 61 (1964) 571-584; verg. Arthur Danto, “The End of Art”, in: dez., The Philosophical Disenfranchisement of Art (New York: Colombia University Press, 1986) 81-115; Arthur C. Danto, After the End of Art. Contemporary Art and the Pale of History (Princeton: Princeton University Press, 1997); Tom Wolfe, “The painted word. What you see is what they say”, Harper’s Magazine, april 1975, 75-92; Tom Wolfe, Het geschilderde woord. Van Bauhaus tot ons huis. Vertaald uit het Engels door Ko Kooman (Amsterdam: Bert Bakker, 1989) 7-57, 58-93.

3) opgeblazen Mondriaan’:

Tom Wolfe, The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby (New York: Farrar, Straus and Giroux, 1965) 85: ‘the Bauhaus movement, which was blown-up Mondrian’.

4) Voordat je […] vrij dionysisch’:

Tom Wolfe, The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby (New York: Farrar, Straus and Giroux, 1965) 85-86: ‘Before you knew it, everything was Mondrian – the Kleenex box: Mondrian; the format for the cover of Life magazine: Mondrian; those bled-to-the-edge photograph layouts in Paris-Match: Mondrian. Even automobiles: Mondrian. They call Detroit automobiles streamlined, but they’re not. If you don’t believe it, look down from an airplane at all the cars parked on a shopping-center apron, and except that all the colors are pastel instead of primary, what have you got? A Mondrian painting. The Mondrian principle, those straight edges, is very tight, very Apollonian. The streamline principle, which really has no function, which curves around and swoops and flows just for the thrill of it, is a very free Dionysian.’

 

241

1)Ik ben voorloopig […] deze maand’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 10 november 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); verg. PM aan Cornelis van Eesteren, 10 november 1925 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [november 1925] (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Juist verkocht ik een doek in Dresden. Mooie prijs, 300 Mark voor mij. De conditie was 33% voor hun.’

2) Ida Bienert:

Over Ida Bienert verg. Henrike Junge, “Vom Neuen begeistert – die Sammlerin Ida Bienert”, in: Henrike Junge ed., Avantgarde und Publikum. Zur Rezeption avantgardistischer Kunst in Deutschland 1905-1933 (Keulen, Weimar, Wenen: Böhlau, 1992) 29-37; Heike Biedermann, “Ida Bienert – Avantgarde als Lebensgefühl”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 69-80; Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 81-90.

 

242

1) Wellicht was […] in Dresden wachtte:

Verg. Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 65.

2) vier nieuwe Mondrians’:

Op 29 april 1927 zond Mondriaan via een expediteur vier schilderijen van ‘4 verschillende typen’ naar J.J.P. Oud, die bereid was zich moeite te doen ze in Nederland te ‘plaatsen’. De doeken (‘peintures décoratives’) werden bij verzending verzekerd voor een bedrag van twaalfhonderd Franse franc. Het betreft de werken: CR: B188 Composition with Red, Yellow, and Blue, 1927 (v: Cleveland, The Cleveland Museum of Art); B189 Composition with Black, Red, and Gray, 1927 (v: Keulen, Museum für Angewandte Kunst, Sammlung von Prof. Dr. Richard G. Winkler); B190 Composition: No. III, with Red, Yellow, and Blue, 1927 (v: Amsterdam, SM); B191 Composition with Red, Yellow, and Blue, 1927 (v: Otterlo, KMM).

3) Ik zag […] buitengewone herinnering’:

Ida Bienert aan Hannah Höch, 12 september 1927, gepubliceerd in: Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 291-292; 292: ‘Ich sah hier bij Kuhl 4 neue Mondrians, aber der eine, den ich bei Oud sah, u den ich auch sofort besitzen möchte, gefiel mir noch besser. Mondrian macht jetzt die schwarzen Linien zarter, überhaupt alle Farben einen Hauch zarter. Das eine Bild bei Oud habe ich in einer ganz außerordentlichen Erinnerung.’

4) Waren beide […] schetsboek van Mondriaan:

De twee werken: CR: B140.157 Composition, 1922 / Tableau No. V. 1922-25, with Red, Black, Gray and Blue, 1922/1925; B161 Tableau No. IX, with Blue, Red, and Yellow, 1925. Verg. Will Grohmann, Die Sammlung Ida Bienert, Dresden (Potsdamm: Müller & Kiepenheuer, 1933) resp. afb. 68 en 67. In zijn schetsboek heeft Mondriaan beide schilderijen voor 250 Reichsmark afgetekend, wellicht zijn aanvankelijke vraagprijs, terwijl hij een vijfde meer ontving.

 

243

1) Träumerische Improvisation:

Wassily Kandinsky, Träumerische Improvisation, 1913 (v: München, Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Pinakothek der Moderne).

2) ‘reizigers uit een andere tijd:

Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 86.

3) Beinert, die […] Sophie Küppers voeren:

Henrike Junge, “Vom Neuen begeistert – die Sammlerin Ida Bienert”, in: Henrike Junge ed., Avantgarde und Publikum. Zur Rezeption avantgardistischer Kunst in Deutschland 1905-1933 (Keulen, Weimar, Wenen: Böhlau, 1992) 32.

4) ‘Ik ben al sinds […] ‘t niet gekund:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ‘Zondagavond’ [februari 1926] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). De datering van deze brief ‘10.1.1925’ in: Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 90 n. 32, berust op een abuis.

 

244

1) Bauhaus-tafel:

Het ontwerp voor de ovale tafel was kennelijk ook door Bienert bij Mondriaan besteld; verg. PM aan Alfred Roth, 28 juni 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; gedeeltelijk gepubliceerd in: Alfred Roth, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, Auguste Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 186, waaruit: ‘La table ovale était aussi ordonné par la personne qui me demandait de faire le projet.’ De passage ontbreekt in Begegnung mit Pionieren.

2) Bedankt voor de […] dan het ontwerp’:

El Lissitzky aan Sophie Küppers, 2 maart 1926, geciteerd uit: Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 71: ‘Danke für die Fotos von Mondrian. Ich habe etwas Klareres erwartet. Es erinnert mehr an die früheren, als die letzteren Arbeiten. Und es ist doch wieder ein Raum-Stilleben, durch das Schlüsselloch zu betrachten. Soll Ida Bienert es ausführen lassen, es wird doch ein Dokument sein. Vielleicht wird der ausgeführte Raum überzeugender wirken als der Entwurf.’

3) Lange tijd golden […] tijd stamde:

“Ambiance: P. Mondrian”, Vouloir. Revue Mensuelle d’Esthétique Néo-Plastique nr 25, 1927, ‘I. Projet d’une chambre executée pour Madame B…, à Dresden’; ‘II. Perspective géometrique. Salon de Madame B…, à Dresden’; ‘III. Perspective géometrique. Salon de Madame B…, à Dresden’. P. Mondrian, “Le Home – La Rue – La Cité”, Vouloir. Revue Mensuelle d’Esthétique Néo-Plastique nr 25, 1927, z.p.

4) Toen eind jaren […] verrassing groot:

CR: B167.1-3 Designs for the Library-Study of Ida Bienert, the so-called “Salon de Madame B…, à Dresden,” 1926 (v: Dresden, Staatliche Kunstsammlungen, Kupferstichkabinett).

5) een harde, onpersoonlijke […] van de boekenkast’:

Nancy J. Troy, “Mondrian’s Designs for the ‘Salon de Madame B… à Dresden’”, 643: ‘… the many nuances of Mondrian’s original conception. However, there is an unmistakable tightness about Mondrian’s designs, a harsh, impersonal quality that is heightened by the sharp angularity of the bed even as he depicted it, and by the fact that all the books were to be hidden behind the Neo-Plastic façade of the bookcase.’

 

245

1)Zeker zijn ze […] van den tijd!’:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Vervolg Trialoog 4e tooneel”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 3 (januari 1920) 27-31; 30.

2) Hij beschouwde […] volwassenen’ was:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Vervolg Trialoog 4e tooneel”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 3 (januari 1920) 27-31; 30.

3) een verdeelde […] kleur tegenover staan’:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. 7e Tooneel. – Atelier van z. (vervolg)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 6 (april 1920) 54-56; 55.

4) repliceerde hij […] had verloren:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. 7e Tooneel. – Atelier van z. (vervolg)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 6 (april 1920) 54-56; 56.

5) Inside the White Cube:

Brian O’Doherty, Inside the White Cube. The Ideology of the Gallery Space (Berkeley, Los Angeles: University of California Press, Expanded Edition 1986) 82-86; 86: ‘Mondrian and Malevich shared a mystical faith in art’s transforming social power.’

 

246

1) museale reconstructie:

Verg. Mondrian: The Process Works. Introduction by Harry Holtzman (New York: Pace Editions, 1970) 16 (afb.); Markus Brüderlin ed., Ornament und Abstraktion. Kunst der Kulturen, Moderne und Gegenwart im Dialog (Bazel: Fondation Beyeler; Keulen: DuMont, 2001) 144-145; Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 81-90.

2) Andere verschillen […] compleet ignoreerde:

Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 81-90; 89.

3) Ik heb ook […] succes mee had’:

PM aan S.B. Slijper, 24 maart 1926 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

247

1) ‘Ja, mij gaat […] kann dirigeren:

PM aan J.J.P. Oud, 22 mei 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘want deze stille […] portefeuille blijven’:

Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 59.

3) vier schilderijen:

CR: B121.154 Composition. 1921 / Tableau No. II. 1921-25, with Red, Blue, Black, Yellow, and Gray, 1921/1925 (v: Zürich: particuliere collectie); B151.156 Lozenge Composition. 1924 / Tableau No. IV. Losangique Pyramidal. 1925, with Red, Blue, Yellow, and Black, 1924/1925 (v: Washington, National Gallery of Art); B164 Tableau No. XII, with Red, Yellow, and Blue, 1925 (v: onbekend; verg. Mathias Wagner, “‘Salon de Madame B…, à Dresden’ – Piet Mondrian in Dresden”, in: Heike Biedermann, Ulrich Bischoff, Mathias Wagner eds., Von Monet bis Mondrian. Meisterwerke der Moderne aus Dresdner Privatsammlungen der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts (Dresden: Galerie Neue Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden; Berlijn: Deutscher Kunstverlag 22007) 81-90; 90 n. 21: ‘Nr. B 164 (200 Mark). Friedrich Bienert hat dieses Bild im Zeitraum zwischen der Münchner Ausstellung 1926 und dem Frühjahr 1929 erworben, denn im April/Mai 1929 wurde es als Leihgabe aus seinem Besitz in der Ausstellung “Neuere Kunstwerke aus Privatbesitz” in Dresden gezeigt.’); B165 Tableau No. I: Lozenge with Three Lines and Blue, Gray, and Yellow, 1925 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich).

 

248

1) ‘le papier, que sa blancheur défend’:

Citaat uit ‘Brise marine’ (‘Zeebries’, 1865) van Stéphane Mallarmé. In het gedicht voelt de ik-persoon zich door ‘Ennui’ (‘Weerzin’) genoodzaakt de wijk naar exotische oorden te nemen. De eerste strofe, waaruit de geciteerde frase, luidt in Nederlandse vertaling: ‘Het vlees is droef, helaas! en ik las alle boeken. / Weg! Ver weg! Ik zie vogels hun vervoering zoeken / Tussen het onbekend schuim en de hemelboog! / Niets, noch de oude tuinen spiegelend in het oog / Weerhoudt dit hart ervan langzaam in zee te zinken / O nachten, noch de lamp die eenzaam staat te blinken / Op ’t lege blad dat door de blankheid wordt behoed / Noch ook de jonge moeder die haar kindje voedt. / Ik zal op reis gaan! Steamer, laat uw masthout deinen / En licht het anker naar exotische domeinen!’ Uit: Stéphane Mallarmé, Gedichten. Vertaald en toegelicht door Paul Claes (Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1986) 15. De verwijzing naar Stéphane Mallarmé, de meester van het symbolisme, door Röell, getuigt van groot inzicht in de symbolistische achtergrond van Mondriaans werk en de betekenis van het ‘maagdelijk wit’ bij hem.

2) ‘Mondriaan, de […] heele expositie’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Absolute schilderkunst. Mondriaan en Brancusi”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 3 februari 1926.

3) een tweede werk:

CR: B166 Tableau No. II, with Black and Gray, 1925 (v: Bern, Kunstmuseum Bern).

4) Aan zijn vriend […] te laten maken:

PM aan Arthur Müller-Lehning, poststempel onleesbaar [december 1925] (gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie. Nederlandse bewerking Toke van Helmond (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 15-16; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). In Ivens’ herinneringen wordt slechts in algemene zin over Mondriaan gerept; verg. Joris Ivens, Robert Destanque, Aan welke kant en in welk heelal. De geschiedenis van een leven. Vertaald door Paul Syrier (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 21989) 39. Wel beschouwde de filmer Mondriaan als een ijkpunt; hij noemde zijn film De Brug (De Hef) uit 1928 ‘mijn Mondriaan’.

5) ‘… het spijt me […] hindert niet’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ongedateerd [februari 1926] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

249

1) Het schilderij […] haar leerlingen:

Susanne Beyer, Palucca. Die Biographie (Berlijn: AviVa, 22009) 95. Over Palucca verg. ook Karl Toepfer, Empire of Ecstasy: Nudity and Movement in German Body Culture, 1910-1935 (Berkeley: University of California Press, 1997; http://ark.cdlib.org/ark:/13030/ft167nb0sp) 186-190.

2) ruitvormige schilderij:

B165 Tableau No. I: Lozenge with Three Lines and Blue, Gray, and Yellow, 1925 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich).

3) ‘Mijn dansen […] aan wetmatigheden:

‘Meine Tänze haben keinen anderen Inhalt und Sinn als eben den Tanz, die natürliche Bewegung, gestaltet im Gleichklang mit der Musik.’ Verg. Verena Senti-Schmidlin, “Wege der Abstraktion in Malerei und Tanz. Piet Mondrian, Gret Palucca und das Bauhaus”, Neue Zürcher Zeitung, 17 oktober 2009.

 

250

1) ‘Ik vond het […] bijzonder mooi’:

‘Ich fand es sehr klar und die Proportionen besonders schön.’ Verg. Verena Senti-Schmidlin, “Wege der Abstraktion in Malerei und Tanz. Piet Mondrian, Gret Palucca und das Bauhaus”, Neue Zürcher Zeitung, 17 oktober 2009.

2) Anders dan haar […] nazitijd heen sloeg:

Verg. Lilian Karina, Marion Kant, Tanz unterm Hakenkreuz. Eine Dokumentation (Berlijn: Henschel 1999).

3) ‘Na veel aarzeling […] is mijn wereld!:

Lotte Goslar, “Palucca”, in: dez., What’s so Funny? Sketches from my Life (New York: Routledge, 1998) 13-15; 14: ‘After much hesitation, I finally found the courage to ask her for a scholarship. She told me to come to her studio. In the much-too-long Lodencoat inherited from my very tall father and wearing his felt hat that looked like a pancake on me, I appeared at the “Bürgerwiese”. Someone led me into her studio. My God! White walls, a huge black Blüthner grand piano, and behind it a painting by Mondrian: fields of primary colors, nothing else. This – I knew instinctively and immediately – this is my world!’ Een soortgelijke herinnering ook in: Mark Deitch, “Lotte Goslar – A Clown In Dance”, The New York Times, 21 december 1980: ‘My world had been elves, handkerchiefs, running around, imagining wings. The only dance performance I knew was “Puss in Boots.” Suddenly I was in this great white room – the only white room I had ever seen. And there was a huge, black grand piano, and a Mondrian picture on the wall. All of my elves and creatures fell into the pit. It was a new world and I wanted to be part of it.’

4) De keuze […] te positioneren:

Susan Laikin Funkenstein, “Wassily Kandinsky, Gret Palucca, and ‘Dance Curves’”, Modernism/modernity 14 (2007) 3, 389-406; 394.

5) Het dansende lichaam […] rechte lijnen:

Wassily Kandinsky, “Tanzkurven. Zu den Tänzen der Palucca”, Das Kunstblatt 10 (1926) 3 (maart) 117-120; opgenomen in: dez., Essays über Kunst und Künstler. Herausgegeben und kommentiert von Max Bill (Bern: Benteli, 21963) 85-87.

6) Toen Palucca’s […] Friedrich Bienert:

Verena Senti-Schmidlin, “Wege der Abstraktion in Malerei und Tanz. Piet Mondrian, Gret Palucca und das Bauhaus”, Neue Zürcher Zeitung, 17 oktober 2009. Palucca zelf meende later dat ze het schilderij pas tijdens de nazitijd had ‘weggegeven’; verg. Gret Palucca aan Jacobien de Boer, 8 februari 1985 (x: Amersfoort: Mondriaanhuis), waaruit: ‘Es stimmt, daß ich einen Mondrian besessen habe, einen sehr schönen sogar. Während der Nazizeit hatte ich ihn weggegeben, leider nicht wieder bekommen, und wenn es stimmt, was man mir erzählt hat, müßte das Bild jetzt in einem Museum hängen. Persönlich gekannt habe ich Mondrian nicht, aber ich habe erfahren, daß er sich oft darüber geäußert hat, daß eines seiner Bilder so sehr schön in meinem Tanzsaal in Dresden gehangen habe.’ Verg. ook Gret Palucca aan Robert P. Welsh (o: RKD, archief Robert P. Welsh), waaruit: ‘Leider kann ich Ihnen Persönliches über Mondrian nicht berichten. […] Ich weiss nur von einem bekannten Maler, dass er vor Jahren Mondrian in Paris besucht hat und dieser ihm sagte, dass er wohl auch ein Foto von meinem Tanzsaal gesehen hatte und sehr einverstanden war, wie dieses Bild hing. Dieser Mondrian ist, soviel ich weiss, in Zürich bei Professor Max Bill.’

 

251

1) ging het schilderij […] kon innemen:

Bienert verkocht het doek na de Tweede Wereldoorlog aan de Berlijnse kunsthandelaar Rudolf Springer. Via de Amerikaanse kunsthandel keerde het schilderij in 1956 weer terug naar Duitstalig gebied en werd het onderdeel van de collectie van het Kunsthaus Zürich. Verg. Max Bill, “Die Komposition 1/1925 von Piet Mondrian”, Jahresbericht 1956 der Zürcher Kunstgesellschaft (Zürich: Zürcher Kunstgesellschaft, 1956) 3-7.

2) een doek van Mondriaan:

CR: U26 “An old canvas,” 1927; wellicht is dit: B185 Composition with Blue, Yellow, and Red, 1927 (v: [sedert 1960] particuliere collectie); verg. PM aan Annie Oud-Dinaux en J.J.P. Oud, ‘Zondag’ [april-mei 1928] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) Hij voorspelde […] de architectuur:

Verg. Sophie Lissitzky-Küppers ed., El Lissitzky. Maler, Architekt, Typograf, Fotograf. Erinnerungen, Briefe, Schriften (Dresden: Verlag der Kunst, 1992 [1967]) 84.

4) fotograferen:

CR II 140 afb. 47a, met de vermelding: ‘Photograph private collection, Amsterdam’.

5) ‘Het heeft […] kerel is’:

El Lissitzky aan J.J.P. Oud, 26 december 1928, geciteerd uit: El Lissitzky, Proun und Wolkenbügel. Schriften, Briefe, Dokumente. Herausgegeben von Sophie Lissitzky-Küppers und Jen Lissitzky. Übersetzung aus dem Russischen von Lena Schöche und Sophie Lissitzky-Küppers (Dresden: veb Verlag der Kunst, 1977) 136: ‘Wir waren noch zwei Wochen in Paris, ich habe mich gefreut mit Mondrian zusammenzukommen, der wirklich ein ganzer Kerl ist.’

 

252

1) Sophie Küppers […] Mannheim liep:

Namelijk negen werken die zij van hem in consignatie had, vier werken die Kunstausstellung Kühl te Dresden van Mondriaan in depot had en een niet eenduidig te identificeren werk dat later verloren schijnt te zijn gegaan. Verg. CR III, 33-34.

2) De tentoonstelling […] te koop was:

Verg. Karoline Hille, Spuren der Moderne. Die Mannheimer Kunsthalle von 1918 bis 1933 (Berlijn: Akademie Verlag, 1994) 156-219: “Wege und Richtungen der abstrakten Malerei in Europa. Ausstellung Mannheim 1927. Tendenzen der ungegenständlichen Kunst und ihre Bedeutung für die Kunsthalle”. Verg. ook Karoline Hille, “Mit heissem Herzen und kühlem Verstand. Gustav Friedrich Hartlaub und die Mannheimer Kunsthalle 1913-1933”, in: Henrike Junge ed., Avantgarde und Publikum. Zur Rezeption avantgardistischer Kunst in Deutschland 1905-1933 (Keulen, Weimar, Wenen: Böhlau, 1992) 129-138; 135-136.

3) ‘De werken van […] oude (Ingrisme etc.):

Sophie Küppers aan Gustav F. Hartlaub, 7 november 1924; geciteerd in: Karoline Hille, Spuren der Moderne. Die Mannheimer Kunsthalle von 1918 bis 1933 (Berlijn: Akademie Verlag, 1994) 167: ‘Die Arbeiten der Künstler wie Lissitzky, Malewitsch, Mondrian, Arp u Schwitters, die ich vertrete, möchte ich Ihnen ja wirklich einmal gerne zeigen. Von Mondrian habe ich an das Museum in Hannover verkauft, ebenso von Arp. Gerade wenn man überhaupt an eine moderne Kunst-Entwicklung denkt sind es doch diese Künstler die eine neue Formensprache gefunden haben, alles andere ist ein Zurückgreifen auf Altes (Ingrismus etc).’

 

253

1) ‘In Duitschland […] stil te staan!:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 3 februari 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘Wij zijn natuurlijk […] hem bereiken:

Sophie Küppers aan Gustav Friedrich Hartlaub, ongedateerd (o: tentoonstellingsarchief Wege und Richtungen der abstrakten Malerei in Europa, Mannheim, Städtische Kunsthalle; geciteerd in: CR II, 136): ‘Es interessiert uns nun natürlich sehr zu erfahren, ob die Ausstellung schon eröffnet ist, wie die Aufnahme beim Publikum ist und ob irgend welche Verkaufsaussichten auftauchen. Es liegt mir sehr viel daran besonders auch von Mondrian etwas zu verkaufen, da der Künstler in Paris gar keine Möglichkeiten [hat] etwas zu verdienen und fast ganz darauf angewiesen ist was wir in Deutschland für ihn erreichen.’

3) De directeur […] te bestempelen:

Gustav Pauli aan Gustav F. Hartlaub, 8 februari 1927; geciteerd in: Karoline Hille, Spuren der Moderne. Die Mannheimer Kunsthalle von 1918 bis 1933 (Berlijn: Akademie Verlag, 1994) 215: ‘Auch Lissitzky und der famose Mondrian sind meiner festen Überzeugung nach farceurs.’

4) ‘een retrospectieve […] afgelopen beweging:

Paul Westheim aan Gustav F. Hartlaub, 5 februari 1927; geciteerd in: Karoline Hille, Spuren der Moderne. Die Mannheimer Kunsthalle von 1918 bis 1933 (Berlijn: Akademie Verlag, 1994) 215: ‘… eine Rückschau über eine längst abgelaufene Bewegung’.

5) Farbige Aufteilung:

CR: B202 “Farbige Aufteilung,” 1928. Volgens Lost Art Internet Database, een vanuit Duitsland opgezette database waarin cultuurgoederen worden gedocumenteerd die onder de nationaalsocialistische heerschappij zijn geconfisqueerd, is het schilderij in 1937 of 1938 naar een depot in Güstrow (Mecklenburg-Vorpommern) getransporteerd. Sinds de Russische bezetting in 1945 zou de opgeslagen, ‘entartete’ kunstcollectie in Güstrow spoorloos verdwenen zijn (www.lostart.de).

6) Ernst Gosebruch:

Verg. Claudia Gemmeke, “Ernst Gosebruch”, in: Henrike Junge ed., Avantgarde und Publikum. Zur Rezeption avantgardistischer Kunst in Deutschland 1905-1933 (Keulen, Weimar, Wenen: Böhlau, 1992) 111-117.

7) De directeur […] Mondriaan over:

Ernst Gosebruch (Museum Folkwang Essen) aan PM, 18 september 1928 (o: New Haven, Yale University, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Deposit Cage Mondrian/Holtzman range 85, sect 1), waaruit: ‘hierdurch teile ich Ihnen mit, daß wir das schone Ölbild, das Sie Frau Lissitzki nach Deutschland mitgegeben hatten, für den Folkwang Museum für 500 M. erworben haben.’ Wat Sophie Lissitzky-Küppers aan provisie kreeg uitbetaald, is onbekend.

8) ‘mooie prijs’:

Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 25 september 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): […] en ik verkocht een klein doek aan het museum te Essen voor den mooien prijs van 500 Marks. Alles door de zorg van mevr. Lissitzky.’ Verg. ook PM aan Katherine S. Dreier, 5 oktober 1928, waaruit: ‘Récemment j’ai eu le plaisir de vendre un de mes derniers tableaux au musée d’Essen en Allemagne.’ Gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62.

 

254

1) Deze goodie […] New York ging:

Na de Tweede Wereldoorlog probeerde Baudissin de door hem in gang gezette verkoop van het schilderij van Kandinsky (v: New York, Solomon R. Guggenheim Museum) te verklaren met het argument dat hij het werk voor de ondergang had willen behoeden.

2) ‘Deze schilderkunst […] heerste er chaos’:

K. Graf von Baudissin, “Das Essener Museum stößt einen Fremdkörper ab”, National-Zeitung (Essen), 18 augustus 1936; geciteerd in: Ulrike Köcke ed., Dokumentation zur Geschichte des Museum Folkwang 1912-1945 (Essen: Museum Folkwang Essen, 1983) 109; ‘Diese sich selbst als “absolute” bezeichnende Malerei hat den Bereich der sichtbaren Gegenständlichkeit aufgegeben, sich von der dinglichen Welt losgelöst und eine Rückbildung in die Urelemente von Punkt, Linie und Fläche vollzogen. Sie gestaltet, wenn man dieses Wort hier zulassen will, eine rudimentäre Welt, eine Welt vor dem ersten Schöpfungstag. Vor diesem aber war das Chaos.’ Verg. ook Laura Lauzemis, “Die nationalsozialistische Ideologie und der ‘neue Mensch’”, in: Uwe Fleckner ed., Angriff auf die Avantgarde. Kunst und Kunstpolitik im Nationalsozialismus (Berlijn: Akademie Verlag, 2007 = Schriften der Forschungsstelle ‘Entartete Kunst’, 1) 5-88; 64; Mario-Andreas von Lüttichau, “Der Verlust der Moderne”, in: Hartwig Fischer, Uwe M. Schneede eds., ‘Das schönste Museum der Welt’. Museum Folkwang bis 1933 (Essen: Edition Folkwang; Göttingen: Steidl, 2010) 201-223; 206.

3) vanuit Essen naar München gezonden:

Verg. het ‘Verzeichnis der am 7. Juli 1937 von Essen nach München gesandten Kunstwerke’ in: Paul Vogt, Das Museum Folkwang Essen. Die Geschichte einer Sammlung junger Kunst im Ruhrgebiet (Keulen: M. DuMont Schauberg, 1965) 196.

4) Op 7 juli […] bezoekers zou trekken:

Verg. Peter-Klaus Schuster ed., Nationalsozialismus und ‘Entartete Kunst’. Die ‘Kunststadt’ München 1937 (München: Prestel, 51998) 107 afb. 25, 148 nr. 16 072, 149 afb. ‘Inv.-Nr. 16 070-16 072’.

5) Compositie uit 1923:

CR: B149 “Komposition mit Gelb, Zinnober, Schwarz, Blau und verschiedenen grauen und weissen Tönen” (Composition with Yellow, Cinnabar, Black, Blue, and Various Gray and White Tones), 1923 (v: onbekend; in 1937 door de nationaalsocialistische autoriteiten als ‘entartet’ geconfisqueerd uit het Provinzialmuseum [thans Niedersächsisches Landesmuseum Hannover]). Volgens Lost Art Internet Database, een vanuit Duitsland opgezette database waarin cultuurgoederen worden gedocumenteerd die onder de nationaalsocialistische heerschappij zijn geconfisqueerd, is het schilderij in 1937 of 1938 naar een depot in Güstrow (Mecklenburg-Vorpommern) getransporteerd. Sinds de Russische bezetting in 1945 zou de opgeslagen, ‘entartete’ kunstcollectie in Güstrow spoorloos verdwenen zijn (www.lostart.de).

6) Scheunenstraße:

Lyonel Feininger, Scheunenstraße (Street of Barns) (v: Washington: National Gallery of Art).

7) ‘We zien om […] walging op’:

Uit de toespraak van Adolf Ziegler op 19 juli 1937 in de Hofgarten-Arkaden te München bij de opening van de tentoonstelling Entartete Kunst: ‘Wir befinden uns in einer Schau, die aus ganz Deutschland nur einen Bruchteil dessen umfaßt, was von einer großen Zahl an Museen für Spargroschen des deutschen Volkes gekauft und als Kunst ausgestellt worden war. Wir sehen um uns herum diese Ausgeburten des Wahnsinns, der Frechheit, des Nichtskönnertums und der Entartung. Uns allen verursacht das, was diese Schau bietet, Erschütterung und Ekel.’ Geciteerd uit: Joseph Wulf, Die bildenden Künste im Dritten Reich. Eine Dokumentation (Gütersloh: Sigbert Mohn, 1963) 323-324; verg. ook De verboden Muze. Onderdrukking van kunst en kultuur 1933-1945. Tentoonstellingscatalogus Joods Historisch Museum, Waaggebouw, Amsterdam, 16 april-15 juni 1970 (Amsterdam: Stadsdrukkerij, 1970) 31-32.

 

255

1) ‘Verrückt um jeden Preis’:

Verg. W. Jos. de Gruyter, “Twee tentoonstellingen. De zoogen. ontaarde kunst te Muenchen”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 7 september 1937.

2) intern schrijven van Duitse autoriteiten:

Namelijk een schrijven van Buitenlandse Zaken in Berlijn aan het Reichspropagandaministerium van Joseph Goebbels, 23 november 1937 (o: Berlijn, Bundesarchiv; geciteerd in: CR II, 167): ‘Auf ein Ersuchen um Aufschluss über die Richtigkeit des Berichtes, dass auf der Ausstellung “Entartete Kunst” in München, Werke des niederländischen Malers P. Mondriaan ausgestellt sein sollen, teilt der dortige niederländische Konsul dem Kgl. Niederländische Gesandten mit, dass tatsächlich ein Werk in einem silbernen Rahmen des betreffenden Künstlers hangt, aus dessen farbiger, eigenartiger Flächenverteilung die eigentliche Darstellung nicht zu ersehen ist. Ob noch ein anderes Werk auf der Ausstellung anwesend ist, konnte der Konsul nicht feststellen. Da bei dem Organisieren der Ausstellung jedoch wahrscheinlich nicht die Absicht bestanden hat, um dort ausländische, nach deutscher Ansicht minderwertige Kunst, zu zeigen, da das Ausland, und in diesem Falle Holland, doch wohl wissen muss, welchen Maßstab es in dieser Beziehung anzulegen hat, wäre der Kgl. Niederländische Gesandte dankbar, wenn diese Angelegenheit einer Prüfung unterzogen werden konnte und im Falle, dass Werke des niederländischen Malers Mondriaan oder anderer Maler niederländischer Nationalität sich dort noch befinden sollten, dieselben dann entfernt werden.’

3) zilverkleurige lijst:

Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 15 juli 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ik heb nu een lijst van alluminiumeert hout erom, d.w.z. de doeken met een randje zooals vroeger bevestig ik nu op (niet in) die alluminium lijst, dat doet heel goed en is beter voor ’t vuil worden bij aanpakken.’

4) Voor vervolgexposities […] geruststellend vast:

Walter Hoffmann, ‘Geschäftsführer’ van de ‘Reichskammer der bildenden Künste’ namens het Reichspropagandaministerium aan Buitenlandse Zaken in Berlijn, 24 februari 1938 (o: Berlijn, Bundesarchiv; geciteerd in: CR II, 167): ‘Auf das mir zu Stellungnahme übersandte Schreiben des Auswärtigen Amtes teile ich mit, dass zwei abstrakte Kompositionen des niederländischen Malers P. Mondriaan in der Münchener Ausstellung vorhanden waren. Die Ausstellung ist seit dem 30. XI.1937 geschlossen. In neuen Ausstellungen gleichen Programms werden Werke ausländischer Künstler nicht mehr vertreten sein.’

 

256

Aan de Amerikaanse […] was vertrokken:

PM aan Katherine S. Dreier, 25 januari 1928, waaruit: ‘Le dernier temps j’ai très peu vendu et je m’inquiète quelque fois de l’avenir! En Allemagne je n’ai vendu qu’un tableau, cette année. Il me fallait un intermédiaire pour vendre mes œuvres: c’est ce que je manque à Paris également. En Allemagne Madame Küppers a vendu plusieurs tableaux de moi, dans le temps mais elle c’est mariée à Lissitzky et partie pour la Russie.’ Gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62.

 

 

15 Controverse met Theo van Doesburg

 

257

1) In mei […] konden huren:

Van juni tot half oktober 1925 woonden Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel in een atelierruimte op driehoog van 51 rue du Moulin Vert, Paris XIV. Ook Mondriaan woonde in het veertiende arrondissement. Van Doesburgs verblijf in Parijs hield rechtstreeks verband met (de voorbereiding van) de tentoonstelling Les Architectes du Groupe ‘De Stijl’ in Galerie de l’Effort Moderne.

2)Je schrijft […] alleenheid leefde.’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 7 februari 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘zonder Parijs […] minder belangrijkheid.’:

Theo van Doesburg aan Evert Rinsema, 24 juni 1923, geciteerd in: K. Schippers, Holland Dada (Amsterdam: Em. Querido, 22000) 225-227; 226.

4) … ik bedoelde […] te voelen:

PM aan Theo van Doesburg, 9 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

258

1) tot ze […] Clamart verhuisden:

Clamart, 64, avenue Schneider.

2) een bijdrage […] Van Doesburg:

Piet Mondrian, [“À la mémoire de Theo van Doesburg”] (‘Paris, Avril 1931’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur, dernier numéro [‘van doesburg 1917-1931’] (januari 1932) 48-49.

3) Te meenen […] erg naïef:

Nelly van Moorsel en Theo van Doesburg aan Antony Kok, ongedateerd [begin, mogelijk 6 augustus 1924], gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 473-475; 475.

4) Van Doesburg […] zooals hij:

PM aan Til Brugman, 13 november 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) Vlak voordat […] te gaan:

De these in: J. Leering e.a., Theo van Doesburg 1883-1931 (Eindhoven: Stedelijk van Abbemuseum, 1968) 4, dat de stiefvader Theodorus Doesburg ‘waarschijnlijk zijn natuurlijke vader was’ (verg. ook www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/bwn/lemmata/bwn5/kupper), wordt recentelijk verlaten; verg. http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_k%c3%bcpper, geraadpleegd op 19 november 2012; Hans Heesen, “Het geboortehuis van Theo van Doesburg”, De Utrechtse Boekhouder. Tijdschrift voor Utrechts literair erfgoed 1 (2011) 2, 28.

 

259

1)Maar wat […] minder heh.’:

PM aan S.B. Slijper, 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘V. D. woont […] aan ze.’:

PM aan S.B. Slijper, 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘Buiten is […] moeten ze ’t zelf weten.’:

PM aan Til Brugman, 15 januari 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Het is […] Clamart is geweest:

Verg. Wies van Moorsel, ‘De doorsnee is mij niet genoeg’. Nelly van Doesburg 1899-1975 (Nijmegen: SUN, 2000) 115: ‘Vanzelfsprekend kwam Piet Mondriaan veel in Clamart.’

5) Alleen al […] hem tegen:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 2 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) Een maand […] gast was:

Verg. Nelly van Doesburg aan Antony Kok, ‘Maandagavond’ [28 april 1924], gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 457-459; 459 (de brief is hier gedateerd: ‘eind april, of begin mei 1924’): ‘Gisteren was Piet bij ons ten eten.’ Hannah Höch wordt in de brieven aan Antony Kok stelselmatig verzwegen; verg. Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 460 n. 16.

7) Volgens de levensbeschrijving […] een solodans:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 1, 158: ‘Bei den van Doesburgs lernt sie Piet Mondrian kennen. Mondrian, ein leidenschaftlicher Tänzer, tanzt solo zur Klavierbegleitung von Nelly’; 2, 186 [uit: Hannah Höch, ‘Reisetagebuch, Paris, 1924’]: ‘Sonntag bis Montag mittag bei Doesburgs. / Mondrian da tanzen, Nelly D. Musik.’ Hannah Höch was in contact gebracht met Van Doesburg en Nelly door Tristan Tzara, die hen had uitgenodigd voor de Parijse première van Stravinsky’s L’Histoire du soldat in het Théâtre des Champs-Elysées op 24 april 1925. De componist was zelf bij deze uitvoering aanwezig.

8) Van het kiekje […] niet kruisen:

Foto (8 bij 10,7 centimeter) gereproduceerd in: Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 1, 156.

9) In haar […] viel gesprochen’:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 186.

10) ‘direct langs het station’:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 179: ‘direkt am Bahnhof lang’.

11) het theater Folies Bergère:

Folies Bergère, 32 rue Richer, IXe.

12) waarna ze […] Folies Bergère bijwoonden:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 186.

 

260

1) Waarop Höch […] te koken):

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 190: ‘Dousburg sagt von Mondrian: Die Liebe ist ein Ei. Aber man muss nicht warten bis das Ei es schon ein Hühn ist. / Ich liebe von 4 Minüten.’

2) ‘Mondrian besucht. Trockner Bursch’:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 233.

3) Alles in […] verlang meer vrijheid:

Edouard Roditi, “Hannah Höch und die Berliner Dadaisten. Ein Gespräch mit der Malerin”, Der Monat. Eine internationale Zeitschrift 12 (1959) 11 (november [nr. 134]) 60-68; 66: ‘Alles in seinem Leben war vernunftmäßig bedacht und berechnet. Er war ein Zwangsneurotiker und konnte Unordnung und Verwirrung nicht ertragen. Zum Beispiel litt er schwer darunter, wenn der Tisch nicht mit absoluter Symmetrie gedeckt war. Mit ihm im Restaurant zu essen, zählte zu den seltsamsten Erlebnissen. Ich habe immer festgestellt, daß ein so geordneter Kunststil wie der seine nur in Holland entstehen konnte, wo sogar die Tulpenfelder eine Ordnung aufweisen, die die Begriffe eines deutschen Gärtners weit übersteigt, und wo die Architektur schon die geordnetste der Welt war und in Oud und Van Eesteren ihren Höhepunkt fand. Ich konnte Mondriaans Kunst wohl schätzen, fühlte jedoch niemals Verlangen nach einem so rationellen Stil. Ich brauche mehr Freiheit.’ Verg. ook Chris Rehorst, “Hannah Höch en Nederland”, in: Frits Boterman, Marianne Vogel eds., Nederland en Duitsland in het interbellum. Wisselwerking en contacten. Van politiek tot literatuur (Hilversum: Verloren, 2003) 113-122; 114-115; Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 239 n. 12.

4) Het oordeel […] vriendin van Mondriaan:

Verg. Til Brugman, “Piet Mondriaan omstreeks 1910”, in: Piet Mondriaan herdenkingstentoonstelling. Ter gelegenheid van de tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum te Amsterdam November-December 1946 (Amsterdam: Stadsdrukkerij, 1946) 23-24.

5) Twee opmerkelijke […] is betrapt:

Ralf Burmeister, Eckhard Fürluss eds., Hannah Höch. Eine Lebenscollage. Archiv Edition. Band II 1921-1945 (2 dln. Berlijn: Berlinische Galerie; Ostfildern-Ruit: Hatje, 1995) 2, 163: resp. ‘Piet Mondrian und Til Brugman im Atelier von Piet Mondrian in Paris, 1927. Photographie, 8 × 5,4 cm’; ‘Piet Mondrian und Hannah Höch in Mondrians Pariser Atelier, 1927. Photographie, 3,8 × 5,9 cm’.

 

261

1) Overigens is ’t […] er niet:

PM aan Theo van Doesburg, 9 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Voor mij […] Dôme b.v. geven:

PM aan Theo van Doesburg, 9 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

262

1)Piet heeft […] zomer van 1924:

Nelly van Moorsel en Theo van Doesburg aan Antony Kok, ongedateerd [begin, mogelijk 6 augustus 1924], gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 473-475; 473. Voor Van Doesburgs Contra-composities verg. Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum, Otterlo: Kröller-Müller Museum, Bussum: Thoth, 2000) cat. nrs. 727, 730, 732, 737, 737, 738.

2) De Stijlstatistiek (die binnenkort verschijnt):

Schematisch overzicht van “Principieele medewerkers aan De Stijl. Van 1917-1927-enz”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 8 (1927) nrs. 79-84 (jubileumserie XIV) 59-62.

3) De Stijlstatistiek […] gebleven is…:

Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 11 november 1924; geciteerd uit: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 129, 134.

4) ‘Van Doesburg […] zooals je weet.’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ‘Dinsdagavond’ [maart 1925] (o: Parijs, Fondation Custodia).

5) ‘Dat moet maar “uit” blijven!’:

PM aan J.J.P. Oud, 22 april 1925 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

263

1) ‘Met Mondrian […] vlijtig gewerkt!’:

Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel aan Kurt Schwitters, 17 mei 1925; gepubliceerd in: K. Schippers, Holland Dada (Amsterdam: Em. Querido, 22000) 194-195: ‘Mit Mondrian habe ich vol[l]ständig gebrochen. Er ist zu blöd. Hier wird sehr fleissig gearbeitet!’

2) Met Mondrian […] Schizophrenie!:

Theo van Doesburg aan Antony Kok, 5 juni 1925; geciteerd in: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 136; gepubliceerd in: Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 488.

 

264

1) leek hij […] het jaar 2000:

Edward Bellamy, Looking Backward, 2000-1887 (Boston: Houghton, Mifflin & Co., 1889); Edw. Bellamy, In het jaar 2000. Vertaling van F. van der Goes (Amsterdam: S.L. van Looy, 1890).

2) ‘alle goden […] den kudde-geest!’:

N.N., “De nieuwe geest”, De Sumatra Post, 26 september 1925.

3) Van Doesburg zou […] en architecten:

“Appel de protestation contre le refus de la participation du groupe ‘De Stijl’ à l’exposition des Arts Décoratifs (Section des Pays-Bas)”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) serie XII(10/11) 149-150. Het protest was ondertekend door Friedrich Kiesler, Graf Wilhelm von Kielmansegg, prof. Steinhoff (? Oostenrijk), Gabriel Guevrekian, Oskar Strnad, D. Sternberg (? Rusland), Josef Hoffmann, Auguste Perret, Marie Dormoy, Bed?ich Feuerstein, Oswald Haerdtl, Jan Slivinski, Adolf Loos, Tristan Tzara, George Antheil, Kurt Schwitters, Agathe Wegerif-Gravestein, Robert Mallet-Stevens, Walter Gropius, F.T. Marinetti, Kees Kuiler, Cornelis van Eesteren, Gerrit Rietveld, Vilmos Huszár en Jan Wils.

4) In een afzonderlijk […] te hekelen:

Theo van Doesburg, “Het fiasco van Holland op de expositie te Parijs in 1925”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) serie XII (10/11) 156-159.

5) Jonkheer W.F.A. Röell:

Verg. ook W.F.A. Röell, “De internationale tentoonstelling van sier- en nijverheidskunst te Parijs”, Elseviers Maandschrift 35 (1925) 70 (juli-december) 86-92 (‘i. De Nederlandsche inzending’), 162-177 (‘II. Het buitenland’), 306-318 (‘III. Frankrijk (Slot)’).

6) Jonkheer W.F.A. Röell […] te plaatsen:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “De expositie in Parijs. v. De Hollandsche inzending”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 29 mei 1925, waaruit: ‘De Stijl is boos niet vertegenwoordigd te zijn. Toch zijn Oud en Wils aanwezig. Bovendien lijkt hun eisch met een deel van het algemeene crediet een eigen interieur te scheppen buiten de jury om wel ’n tikje belachelijk! Daarom kan men hun protestmanifest, door onkundige buitenstaanders geteekend, niet au serieux nemen. Het schijnt, dat zij nu in de stad een protest-expositie willen organiseeren. Wanneer deze gereed is, hopen we er op terug te komen.’

7) Haar zwaarste verwijt […] was geweest:

Pétro van Doesburg, “Open brief aan den heer Jhr. W.F.A. Röell”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) serie XII (10/11) 151-152.

 

265

1) Piet Mondriaan […] oude bouwprincipe’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “De expositie te Parijs. Pro en Contra het Hollandsche Paviljoen. Een enquête”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 4 augustus 1925. De ondervraagden – een gemêleerd gezelschap – in het artikel waren resp. V.V. Štech, Auguste Perret, Le Corbusier, Piet Mondriaan, Frantz Jourdain, Robert Rey, Henri Clouzot, Francis de Miomandre, André Ventre en Joseph Hiart.

2) ‘maar hij begreep […] duur worden.’:

Hildo Krop aan J.F. Staal, 31 december 1924 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut); geciteerd uit: Ype Koopmans, Muurvast & gebeiteld. Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940 (2 dln. Rotterdam: NAi Uitgevers, 1997) I, 182, 392 n. 232.

3) de tentoonstelling L’Art d’Aujourd’hui:

LArt d’Aujourdhui. Exposition internationale, Parijs, Chambre syndicale de la curiosité et des beaux-arts, 1-21 december 1925. Mondriaan was voor deze tentoonstelling uitgenodigd door de Pool V. Poznanski en niet door medeorganisator Theo van Doesburg; verg. hier {hoofdstuk De ledige cel}. Van Doesburg presenteerde op L’Art d’Aujourd’hui. Exposition internationale voor het eerst zijn nieuwe werken met diagonalen; verg. Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum, Otterlo: Kröller-Müller Museum, Bussum: Thoth, 2000) nr. 765: Contra-compositie VI (v: Londen, Tate Gallery); nr. 767: Contra-compositie XIV (v: Caracas, Fundacion Villanueva); nr. 770: Contra-compositie XV (v: ?ód?: Muzeum Sztuki w ?odzi); nr. 772: Contra-compositie XVI (v: ’s-Gravenhage, HGM).

4) ‘Of men het […] nieuwe wil!’:

PM aan Cornelis van Eesteren, 10 november 1925 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) De Stijl-redactie […] te wijzen.’:

Theo van Doesburg, “Data en Feiten (betreffende de invloedsontwikkeling van ‘De Stijl’ in ’t Buitenland) die voor zich spreken”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 8 (1927) nrs. 79-84 (jubileumserie XIV) 53-71; 71.

 

266

1) Ik heb altijd […] holland zelf:

Theo van Doesburg aan Evert Rinsema, 15 november 1928; gepubliceerd in: K. Schippers, Holland Dada (Amsterdam: Em. Querido, 22000) 229-231; 230.

2) De Stijl vormt […] van Nederland:

Verg.: www.entoen.nu/stijl.

 

267

1) Je schrijft […] drukte genoeg:

PM aan Theo van Doesburg, 9 juli 1918 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Zoo werk ik […] te doen:

PM aan J.J.P. Oud, 12 november 1923 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) De enthousiast […] kunnen drijven:

Arthur Schnitzler, in: Leo Friedlaender ed., Frauenzimmer Almanach auf das Jahr 1923 der Liebe und Freundschaft gewidmet (Wenen: Rikola, 1923); geciteerd uit: Arthur Schnitzler, Aphorismen und Betrachtungen. Robert O. Weiss ed. (Frankfurt am Main: S. Fischer, 1967) 173: ‘Der Enthusiast fühlt sich seiner Sache niemals ganz sicher, daher sein unstillbarer, lästiger Drang, Gefährten seiner Begeisterung zu werben. Der Skeptiker hingegen bedarf stets einer gewissen Isoliertheit, denn schon der Umstand, daß er einen Gefährten seines Zweifels findet, vermag ihn an diesem irre zu machen.’

4) ‘De werkelijk […] last heeft.’:

Verg. Thijs Rinsema ed., Denkbeelden van Evert Rinsema (Drachten: Museum Dr8888, 2011) 35.

 

268

1) ‘Uitstekend en zeér waar.’:

Theo van Doesburg aan Evert Rinsema, 15 november 1928; gepubliceerd in: K. Schippers, Holland Dada (Amsterdam: Em. Querido, 22000) 229-231; 230.

2) Van Doesburg […] dezelfde wijze moet.’:

Theo van Doesburg aan Evert Rinsema, 15 november 1928; gepubliceerd in: K. Schippers, Holland Dada (Amsterdam: Em. Querido, 22000) 229-231; 230.

3) ‘Die Erste Bewegung’:

Wellicht een verwijzing naar Nietzsches citaat: ‘Das ist der Mensch: eine neue Kraft, eine erste Bewegung: ein aus sich rollendes Rad; wäre er stark genug, er würde die Sterne um sich herumrollen machen.’ (Friedrich Nietzsche, Fragmente Juli 1882 bis Herbst 1885, dl. 4, hfst. 6: 5.1.178).

4) In plaats […] contact met mij:

Theo van Doesburg aan Lena Milius, 18 september 1925 (o: ’s-Gravenhage, RKD); geciteerd uit: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 136-137. De strekking van deze brief wordt aangekondigd in: Theo van Doesburg aan Cornelis van Eesteren, 24 december 1924, waaruit: ‘Ben werkelijk na m’n laatste en grootste teleurstelling met m’n verhouding tot Mondriaan geheel tot mezelf teruggekeerd. ’t Is zeer zeker een nieuwe periode die binnenkort in den een of andere gestalte vruchten zal opleveren.’ Geciteerd uit: Evert van Straaten, “Theo van Doesburg”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 17-66; 38.

 

269

1) de groote wit-zwarte contre-kompositie:

Theo van Doesburg, Contra-compositie VIII, 1924-1925 (v: Chicago, Art Institute of Chicago); Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum, Otterlo: Kröller-Müller Museum, Bussum: Thoth, 2000) nr. 760.

2) Twee er van […] op streek:

Vermoedelijk Theo van Doesburg, Contra-compositie VI, 1925 (v: Londen, Tate Gallery) en Theo van Doesburg, Contra-compositie XIV, 1925 (v: Caracas, Fundacion Villanueva); Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum, Otterlo: Kröller-Müller Museum, Bussum: Thoth, 2000) nrs. 765, 767.

3) Uit het […] kan demonstreeren:

Theo van Doesburg aan César Domela, 27 augustus 1925 (d: ’s-Gravenhage, RKD); geciteerd in: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 137; Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum, Otterlo: Kröller-Müller Museum, Bussum: Thoth, 2000) 409.

4) Domela repliceerde […] handen had’:

César Domela aan Theo van Doesburg, 25 september 1925 (o: ’s-Gravenhage, RKD); geciteerd in: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 137-138; 138.

 

270

1) De orthogonale […] ‘absolute statiek’:

Theo van Doesburg, “Schilderkunst en plastiek. Elementarisme (Manifest-fragment)”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 7 (1926-1927) 75/76 (serie XIII) 82-87; 82.

2) Van Doesburg […] naam ‘Elementarisme’:

Verg. Evert van Straaten, “Theo van Doesburg”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 17-66; 45-46.

3) Het Elementarisme […] neo-plastische ideeën:

Theo van Doesburg, “Schilderkunst en plastiek. Elementarisme (Manifest-fragment)”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 7 (1926-1927) 75/76 (serie XIII) 82-87; 82.

4) een afbeelding […] meer moest:

Afbeelding met onderschrift: ‘P. Mondrian Compositie 1922’; CR: B134 Composition with Blue, Yellow, Red, and Gray, 1922 (v: op 18 juni 2007 bij Christie’s Londen geveild voor een bedrag van $ 3.367.500).

5) ‘Ik ben ook […] te ontvangen.’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 27 augustus 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) ‘Ook over […] af te keuren’:

PM aan Theo van Doesburg, ongedateerd [april 1918]: ‘ik ben blij dat je mijn laatste aanvulling afdoend vond …’ (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

271

1) Hij zou namelijk […] en verticalen:

Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 8 (juni 1919) 85-89; 87.

2) ‘De schuine lijn […] harmonie verstoort.’:

J. Bendien, “Het Neo-plasticisme”, in: J. Bendien in samenwerking met A. Harrenstein-Schräder, Richtingen in de hedendaagsche schilderkunst (Rotterdam: W.L. & J. Brusse, 1935) 21-44.

3) beweging, of dat […] hinderde Mondriaan:

Verg. PM aan Israël Querido, ongedateerd [augustus 1909]; geciteerd in: Is. Querido, “Een schilders-studie. Spoor, Mondriaan en Sluijters. Piet Mondriaan. Slot” (‘Van menschen en dingen’), De Controleur 19 (1908-1909) 1004 (23 oktober 1909) tweede blad, z.p.

4) In een metropool […] in rust:

P. Mondriaan, “De groote boulevards”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, I: 27 maart 1920, II: 3 april 1920; herdrukt in: Piet Mondriaan, Twee verhalen. Met een inleiding van August Hans den Boef en een studie van Carel Blotkamp (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1987) 13-20.

5) ‘Het tijdelijke […] is tijdelijk.’:

Piet Mondriaan, “De nieuwe beelding in de schilderkunst. VI. De redelijkheid der Nieuwe Beelding. (vervolg)”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 7 (mei 1918) 73-77; 77 n. 7.

6) Hij schrikte altijd […] kinderlijks in:

Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 106.

 

272

1) Leo Faust […] rue Pigalle:

Leo Faust had eerder, vanaf 1923, op 55, rue Pigalle, het restaurant Au Neuvième Art gedreven, ‘het restaurant voor den Hollander in Parijs met Hollandsche Gerechten, opgediend door Hollandsche kellners’. Een van die kelners was de Surinamer Jimmy van der Lak, alias Jimmy Lucky, die in 1930 door Nola Hatterman zou worden vereeuwigd (Op het terras, v: Amsterdam: SM). Ook Piet Mondriaan was een regelmatig bezoeker van Au Neuvième Art. Over Fausts eerste restaurant in de rue Pigalle, verg. N.N., “Een Hollandsch restaurant te Parijs” (‘Allerlei’), Het Centrum. Dagblad voor Utrecht en Nederland, 19 december 1923; N.N., “Een Nederlandsch hoekje in Parijs”, Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 1 augustus 1925. In het laatste artikel doet de auteur een greep uit het gastenboek; deze lijst met namen geeft een aardige indruk van de toenmalige Hollandse gemeente in Parijs en van bekende personen die daar connecties mee hadden. In het volgende citaat worden alleen de kunstenaars uit de opsomming genoemd: ‘Ik ontmoette – vergezeld van de meest vleiende uitlatingen en zelfs teekeningen en bladen muziek – de handteekeningen van: […] de letterkundigen: Ellen Forest, Maurits Esser, Henri Borel, F. de Sinclair, Edmond Jaloux, Maurice Magre, Camille Mauclair, de musici: Joseph Salmon, Catharina van Rennes, Albert van Raalte, Liesbeth Poolman-Meisner, Paul Roos [jonge Nederlandse componist, geen nadere gegevens], Vera Janacopulos, A. Bosegger, Nora van Tricht, Dr. Peter van Anrooy, de schilders: Piet Mondriaan, Kees Roovers, Van Dongen, Anton van Welie, de actrices: Esther de Boer-Van Rijk, Rika Hopper, de danseressen Napierkowska en Natacha Treuhanowa, den danser Iril Gadeseew, de cinema-ster Pia Flamina […].’

2) ‘Het nieuwe lokaal […] zwang kwam.’:

Leo Faust, 36, rue Pigalle. Een bar op Montmartre (Amsterdam: v/h C. de Boer Jr., 1956) 20.

3) ‘Uiterst practisch […] decors beu.’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Een modern Hollandsch restaurant in aanbouw”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 maart 1926.

4) de fabrikant van de lampen:

Siemens Luzette; ontleend aan: Yvonne Brentjens, Piet Zwart 1885-1977. Vormingenieur (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008).

5) Nu het restaurant […] bar, oerpractisch:

Piet Zwart aan Nel Cleyndert, datum onvermeld [augustus 1926]; geciteerd uit: Kees Broos, Piet Zwart 1855-1977. Gewijzigde herdruk van de uitgave door het Haags Gemeentemuseum (1973) (Amsterdam: Van Gennep, 1982) 34.

 

273

1) De belangrijkste afwijking […] lichtblauw en lichtgeel:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Leo Faust. Toegepaste Neoplastiek”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 6 september 1926.

2) ‘Inderdaad lijkt […] stereoscoop gezien.’:

[H. van Loon] (‘Onze correspondent te Parijs schrijft dd. 2 Sept.’), “Nederlandsche binnenhuiskunst te Parijs. Een nieuw Nederlandsch restaurant. Wat Piet Zwart ervan maakte”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 5 september 1926.

3) Zo werd het interieur ook op de foto gezet:

Zie de reproducties van de foto’s (o: ’s-Gravenhage, HGM) in: Kees Broos, Piet Zwart 1855-1977. Gewijzigde herdruk van de uitgave door het Haags Gemeentemuseum (1973) (Amsterdam: Van Gennep, 1982) 35; Yvonne Brentjens, Piet Zwart 1885-1977. Vormingenieur (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 155 afb. 204, 205.

4) ‘Ieder der aanwezigen […] gloria mundi.’:

Leo Faust, 36, rue Pigalle. Een bar op Montmartre (Amsterdam: v/h C. de Boer Jr., 1956) 21.

5) In zijn herinneringen […] architect Adolf Loos:

Verg. [H. van Loon] (‘Onze correspondent te Parijs schrijft dd. 2 Sept.’), “Nederlandsche binnenhuiskunst te Parijs. Een nieuw Nederlandsch restaurant. Wat Piet Zwart ervan maakte”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 5 september 1926, waaruit: ‘Ook de Weensche architect Dr. Loos heeft er zijn ingenomenheid mee te kennen gegeven. Tegen één onderdeel slechts maakte hij bezwaar: de drie vierkante gaten, waarmee de wand vóór een kast naar omlaag wordt geschoven, die z.i. ten onrechte op één lijn werden gebracht.’; N.N., [geen titelgegevens bekend], De Telegraaf, 5 september 1926, waaruit: ‘Het is opmerkelijk, dat naast Mondriaan de grote Weense architect Loos het restaurant ten doop hield, hij die schreef, “Het ornament is een misdaad” …’, geciteerd uit: Leo Faust, 36, rue Pigalle. Een bar op Montmartre (Amsterdam: v/h C. de Boer Jr., 1956) 23; N.N., “Het nieuwe Hollandsche eethuis”, De Sumatra Post, 6 oktober 1926 (overgenomen uit De Telegraaf van 5 september 1926).

6) een streng functionalistisch huis:

Adolf Loos, Haus/Maison de Tristan Tzara, 15 avenue Junot, Parijs 8e; verg. de afbeelding in: Friedrich Kurrent, “33 Wohnhäuser”, in: Burkhardt Rukschcio ed., Adolf Loos (Wenen: Graphische Sammlung Albertina, 1989) 107-134; 126.

7) Laatstgenoemde bouwde […] hem aanvroeg:

Burkhardt Rukschcio, Roland Schachel, Adolf Loos. Leben und Werk (Salzburg, Wenen: Residenz, 1982 = Veröffentlichung der Albertina, 17) 315-316.

8) Gevraagd of ongevraagd […] kon uitleven:

Verg. Paul Groenendijk, Frank Kauffmann, Piet Vollaard, Adolf Loos, huis voor / house for / maison pour / Haus für Josephine Baker (Rotterdam: 010, 1985); Ad Fransen, “Een beetje koningin. De huizen van Josephine Baker”, NRC Handelsblad, 21 november 1985; Farès el-Dahdah, “The Josephine Baker House: For Loos’s Pleasure”, Assemblage. A Critical Journal of Architecture and Design Culture, nr. 26 (april 1995) 72-87; 75; Elana Shapira, “Dressing a Celebrity: Adolf Loos’s House for Josephine Baker”, Studies in the Decorative Arts 11 (2004) 2 (voorjaar-zomer) 2-24; August Sarnitz, Adolf Loos 1870-1933. Architect, cultuurcriticus, dandy. Vertaling [uit het Duits] Kees van den Heuvel, Nick van Weerdenburg (Keulen: Taschen, 2010) 64-65.

 

274

1) Sommige bronnen […] Gustav Schleicher:

Burkhardt Rukschcio, Roland Schachel, Adolf Loos. Leben und Werk (Salzburg, Wenen: Residenz, 1982 = Veröffentlichung der Albertina, 17) 319 afb. 299; CR II, 134: ‘A visit by Willi Baumeister […] and the German architect Gustav Schleicher […] prompted the gathering of fourteen of the most prominent German-speaking artists and architects, who were then photographed by Schleicher.’; Inge Podbrecky, Rainald Franz eds., Leben mit Loos (Wenen, Keulen, Weimar: Böhlau, 2008) 223 afb. 4.

2) andere bronnen […] (12 maart 1927):

Brigitte Léal ed., Mondrian (Parijs: Centre Pompidou, 2010). Tentoonstellingscatalogus Centre national d’art et de culture Georges Pompidou, Musée national d’art moderne, 1 december 2010-21 maart 2011, 299 afb. 34; La Médiathèque de l’Architecture et du Patrimoine (www.culture.gouv.fr/public/mistral/memsap_fr): [Après l’inauguration de l’exposition du sacre du printemps], Auteur de la photo: Kertész, André; Date prise vue: 1927; Donation André Kertész; Technique photo: Négatif noir et blanc, support verre, gélatino-bromure. De datering 1927 zou in het laatste geval waarschijnlijk verwijzen naar de opening van de expositie van André Kertész op 12 maart 1927 in Le Sacre du Printemps, 5 rue du Cherche-Midi in Montparnasse. Gezien de aanwezigheid van onder anderen Willi Baumeister en medewerkers van Loos is het aannemelijker dat de foto werd gemaakt bij een andere gelegenheid op 20 augustus 1926. Op de foto, van links naar rechts: Eduard Waldraff, Max Ackermann (twee realistisch werkende Duitse kunstenaars), Bertel Schleicher (een zuster van Gustav Schleicher, Duits kunstenaar en architect, medewerker van Loos), Julius Herburger (Duits realistisch kunstenaar), Piet Zwart, Enrico Prampolini (Italiaanse futurist, bevriend met Seuphor), Willi Baumeister, Ida Thal-Hackmüller (beiden abstracte kunstenaars uit Duitsland, resp. Hongarije), Mario Sotgia-Rovelli (Italiaans ontwerper), Zlatko Neumann (Kroaat, medewerker van Loos), Adolf Loos, Piet Mondriaan, Seuphor.

3) waarschijnlijk moet […] 20 augustus 1926:

Verg. de datering in het exemplaar van: Michel Seuphor, Diaphragme intérieur et un drapeau (Parijs: Les écrivains réunis, 1926) met handgeschreven opdracht van de auteur aan Mario Sotgia-Rovelli: ‘Café du Dome – 20 août 1926’. Sotgia- Rovelli had het omslag voor de uitgave ontworpen. Verg. catalogus Artelibro. Festival del libro d’arte 2009, Bologna, 24-27 september 2009, 14: Libreria Docet, Bologna.

4) de ‘kleine […] Frans sprak’:

Kees Broos, Piet Zwart (1885-1977) (Amsterdam: Focus Publishing, z.j. [1997] = Monografieën van Nederlandse fotografen, 5) 18-19.

5) op de stoep […] nr. 16):

Verg. N.N., “La galerie Castelucho Diana et le peintre uruguyen Pedro Figari”, La Semaine à Paris, nr. 446, december 1930, 8-9. De (nog steeds bestaande) kunstopleiding Académie de la Grande Chaumière was gevestigd op 14, rue de la Grande Chaumière.

 

275

1) De dame […] tot de bediening?:

Verg. Yvonne Brentjens, Piet Zwart 1885-1977. Vormingenieur (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 157.

2) de schilder en ontwerper Vilmos Huszár:

Verg. Sjarel Ex, Els Hoek, Vilmos Huszár, schilder en ontwerper, 1884-1960. De grote onbekende van De Stijl (Utrecht: Reflex, 1985) 99-100.

3) ‘Of de […] wetenschappelijke eetstemming.’:

N.N., [geen titelgegevens bekend], De Telegraaf, 5 september 1926, geciteerd uit: Leo Faust, 36, rue Pigalle. Een bar op Montmartre (Amsterdam: v/h C. de Boer Jr., 1956) 23.

4) ‘De menschen […] lappen en bloemvazen.’:

Geciteerd uit: Kees Broos, Piet Zwart 1855-1977. Gewijzigde herdruk van de uitgave door het Haags Gemeentemuseum (1973) (Amsterdam: Van Gennep, 1982) 34.

5) Ook had hij Mondriaan […] zijn hand:

PM aan S.B. Slijper, ‘Dinsdagavond’ [december 1926] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Deze brief wordt in CR II, 29 abusievelijk augustus-september 1925 gedateerd; ‘’t nieuwe Hollandsch Restaurant’ van Faust, dat in de brief wordt genoemd, opende echter pas een jaar later.

6) ‘de inrichting […] doen verliezen’:

Leo Faust aan Piet Zwart, 21 januari 1930 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

276

Na ’t eten […] naar huis:

Piet Zwart aan Nel Cleyndert, ongedateerd [augustus 1926] (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Piet Zwart, doos 9, map: ‘Brieven van Piet aan mij vanaf Juli 1926’).

 

277

1) ik heb hem […] gekleed gezien:

Deze waarneming wordt niet gedekt door reële feiten. Op de foto gemaakt op de opening van Bij Leo Faust, waarop ook Piet Zwart te zien is, draagt Mondriaan geen zwart kostuum, maar een licht (getint) zomerpak. Heeft de visuele herinnering van Zwart zich misschien serviel geschikt naar het geestelijk beeld dat zich in zijn geheugen van Mondriaan had gesedimenteerd?

2) Toen ik nog leraar […] zou leren:

Het kan geen kwaad vast te stellen dat Zwart bij al zijn progressieve (communistische) engagement automatisch aan een vrouw dacht als het ging om huishoudelijke hulp en aan een jongen als het ging om een leerling aan de Rotterdamse Academie (van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen).

3) Hij had geen […] op z’n geweten:

Geciteerd uit: Yvonne Brentjens, Piet Zwart 1885-1977. Vormingenieur (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 156.

 

278

1) Huszár zag […] doek voor zichzelf:

CR: B182 Composition with Yellow, Red, and Blue, 1927 (v: particuliere collectie).

2) De Hongaar had […] had ontworpen:

Verg. Vilmos Huszàr aan Félix Del Marle, 3 maart 1927 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Mondrian en France, sa collaboration à ‘Vouloir’, sa correspondance avec Del Marle”, Bulletin de la Société de L’Histoire de l’Art français 1981 (Paris: Société de l’Histoire de l’Art français, 1983) 281-298; ‘Annexe: documents’, 291-296.

3) ‘Het woord […] Mondriaan afscheidde.’:

[W.F.A. Röell] N.N. (‘Van onzen correspondent’), “Bij Leo Faust. Toegepaste Neoplastiek”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 6 september 1926.

4) Voorts heeft […] hartstikke dood. […]:

Garruli Filius, “Zijlichtjes”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 7 september 1926.

 

280

1) ‘Temidden van […] het hart lag.’:

J.J.P. Oud, “Mondriaan, de mens”, in: L.J.F. Wijsenbeek, J.J.P. Oud, Mondriaan (Zeist: W. de Haan; Antwerpen: Standaard Boekhandel, 1962) 61-81; 61-62.

2) Hij vertegenwoordigde […] der dingen:

Verg. Ruud Hendriks, “In goed gezelschap”, Krisis. Tijdschrift voor empirische filosofie 2 (2001) 2, 87-92; 90.

 

 

16 Liefst een leeg theater

 

281

1) ‘een jong kunstenaar van het goede kaliber’:

De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1924-1925) 8 (serie XII 1924) 98.

2) De schilder César Domela […] Café le Dôme:

Pierre Descargues, “Domela ou l’équilibre du bonheur”, in: Marie-Odile Briot ed., Domela. 65 ans d’abstraction (Parijs: Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris; Grenoble: Musée de Grenoble, 1987) 239-255; 239; Peter van Dijk, “De eerste zeventig jaar zijn het moeilijkst. Tentoonstelling van Cesar Domela”, NRC Handelsblad, 6 maart 1987.

3) ‘Man, je bouwt je eigen gevangenis!’:

Interview met Cesar Domela door Cis Heijdenrijk-Osendarp, zaterdag 13 oktober 1985 (Amersfoort, Mondriaan-documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

4) Het een deed het ander ‘geweld aan’:

Interview met Cesar Domela door Cis Heijdenrijk-Osendarp, zaterdag 13 oktober 1985 (Amersfoort, Mondriaan-documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

 

282

1) ‘Terstond, snel […] opnieuw ingepast.’:

Interview met Cesar Domela door Cis Heijdenrijk-Osendarp, zaterdag 13 oktober 1985 (Amersfoort, Mondriaan-documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp); William Rothuizen, “‘Ik kon me niet voorstellen dat ik mijn hele leven kwadraten en rechthoeken op het doek zou zetten’. Avant-garde kunstenaar Cesar Domela Nieuwenhuis: ‘Ik was de jongste van de club’”, Vrij Nederland, 26 april 1986.

2) Die herinnerden hem […] de vuilnisemmer:

Cesar Domela, “My Conception of Abstract Plastic Art”, Leonardo 2 (1969) 2 (januari) 21-31; 28.

3) ‘Mondriaan en ik […] hebben geleerd.’:

Peter van Dijk, “De eerste zeventig jaar zijn het moeilijkst. Tentoonstelling van Cesar Domela”, NRC Handelsblad, 6 maart 1987.

4) Korte tijd was […] grijs en wit:

Verg. Cesar Domela, “My Conception of Abstract Plastic Art”, Leonardo 2 (1969) 2 (januari) 21-31; 27. Verg. Flip Bool, Kees Broos eds., Domela. Schilderijen, reliëfs, beelden, grafiek, typografie, foto’s (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1980) 32 nrs. 6, 7.

5) Na korte tijd […] laars lapte:

Verg. Evert van Straaten, “Cesar Domela”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 297-310; 304.

6) Bovendien zag Mondriaan […] te dansen:

Cesar Domela geciteerd in Jan Bart Klaster, “Een zwoeger”, Het Parool, 12 februari 1994.

7) Hij zag […] maatverhoudingen zou buigen:

Cesar Domela, “My Conception of Abstract Plastic Art”, Leonardo 2 (1969) 2 (januari) 21-31; 25: ‘It is difficult to discuss Mondrian without stressing that there was in him something of a moralist dreamer and a mystic.’, 28.

8) ‘Mondriaan was een asceet in zijn cel.’:

Interview met Cesar Domela door Cis Heijdenrijk-Osendarp, zaterdag 13 oktober 1985 (Amersfoort, Mondriaan-documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp); Pierre Descargues, “Domela ou l’équilibre du bonheur”, in: Marie-Odile Briot ed., Domela. 65 ans d’abstraction (Parijs: Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris; Grenoble: Musée de Grenoble, 1987) 239-255; 240: ‘Mondrian était un ascète dans sa cellule.’

 

283

1) Na het overlijden […] Aggelen vandoor:

Willy van Aggelen was op dit moment getrouwd met de veel oudere arts Herman Godtheld, een oom van moederskant van Cesar Domela, van wie zij in 1920 scheidde en van wie zij een ruime alimentatie ontving. Over Willy van Aggelen verg. W.H.G. van Aggelen, “Taï en Cesar” [ingezonden brief], NRC Handelsblad, 16 januari 1993; Jacobien de Boer, “Van Doesburg, Mondriaan en de danseres Kamares”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 11 (1995) 4, 37-42, 64; Paul Arnoldussen, “Levenslange bewondering voor Russen”, Het Parool, 8 maart 1997; Paul Arnoldussen, “Een matroos zou er bij blozen”, Het Parool, 15 maart 1997; W.H.G. van Aggelen, “Taï Aagen Moro (1890-1979)”, Gens Nostra 61 (2006) 4-5 (april-mei) 283-286; W.H.G. van Aggelen, ‘Taï Aagen Moro. Wilhelmina Juliana Theresia van Aggelen 1890-1979. Een leven van romantiek en passie. Een biografische schets’ (mt, ongepubliceerd).

2) Geheel uit eigen […] hem had gezien:

Verg. Ed Wingen, “De vriendelijke reus en de abstracte kunst”, De Telegraaf, 14 maart 1987.

3) Van Doesburg en […] te plaatsen:

Verg. Mattie Boom, Janine Dudok van Heel, “Theo van Doesburg”, Fotolexicon 10 (1993) 21 (juni 1993) (http://journal.depthoffield.eu/vol10/nr21/f02nl/en); Els Hoek ed., Theo van Doesburg. Oeuvre catalogus (Utrecht: Centraal Museum, Otterlo: Kröller-Müller Museum, Bussum: Thoth, 2000) 418 cat. nr. 772. Het schilderij werd geëxposeerd op de tentoonstelling L’Art d’Aujourd’hui, Parijs, Syndicat des Antiquaires, 30 november-21 december 1925, zodat de foto’s vóór eind november moeten zijn gemaakt. Vermoedelijk dateren ze uit de zomer van dat jaar gezien de onmiskenbare bruine teint van Kamares’ hals.

4) Zelfs op hoge […] het doek uit:

Drie foto’s van Kamares in het atelier te Clamart zijn afgebeeld in: Jacobien de Boer, “Van Doesburg, Mondriaan en de danseres Kamares”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 11 (1995) 4, 37-42, 64; een andere foto in hetzelfde atelier in: Hans Janssen, Michael White, Het verhaal van De Stijl. Van Mondriaan tot Van Doesburg (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag; Antwerpen: Ludion, 2011) 183 afb. 221.

5) (zo tekende […] pers verscheen):

Verg. Paul Arnoldussen, “Levenslange bewondering voor Russen”, Het Parool, 8 maart 1997.

6) dat ‘een matroos erbij zou blozen’:

De uitspraak wordt (mogelijk ten onrechte) toegeschreven aan Menno ter Braak; verg. W.H.G. van Aggelen, ‘Taï Aagen Moro. Wilhelmina Juliana Theresia van Aggelen 1890-1979. Een leven van romantiek en passie. Een biografische schets’ (mt, ongepubliceerd); Paul Arnoldussen, “Een matroos zou er bij blozen”, Het Parool, 15 maart 1997.

 

284

1) De journalist Röell […] op te doen:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Hollandsche en Spaansche Kunst in het Cameleon”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 22 maart 1926.

2) ‘knappe gezichtje en ranke lichaam’:

Paul Arnoldussen, “Levenslange bewondering voor Russen”, Het Parool, 8 maart 1997.

3) Mondriaan zelf zal […] technische apparaten:

De suggestie dat Mondriaan de foto’s heeft geschoten in: Jacobien de Boer, “Van Doesburg, Mondriaan en de danseres Kamares”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 11 (1995) 4, 37-42, 64; expliciet in: Paul Arnoldussen, “Levenslange bewondering voor Russen”, Het Parool, 8 maart 1997.

4) ‘dat soort vrouwen […] de kunstenaarswereld.’:

Menno ter Braak, “Le chemin des dames. De schrijvende vrouw en haar genre. Mogelijkheden en grenzen”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 10 juni 1934.

 

285

1) ‘eene vrouw van illuzie’:

Verg. Louis Couperus, Extaze. Een boek van geluk. H.T.M. van Vliet, Oege Dijkstra en Marijke Stapert-Eggen eds. (Utrecht, Antwerpen: L.J. Veen, 1990 = Volledige Werken Louis Couperus, 5) 62.

2) ‘de Harmonie in het bestaan’:

W.H.G. van Aggelen, ‘Taï Aagen Moro. Wilhelmina Juliana Theresia van Aggelen 1890-1979. Een leven van romantiek en passie. Een biografische schets’ (mt, ongepubliceerd).

3) het fotoportret […] van haar maakte:

Afgebeeld in: Hans Janssen, Têtes Fleuries. 19e- en 20e-eeuwse portretkunst uit de Triton Foundation (’s?Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, 2007).

4) ‘als hij bij mij is vaart hij in mijn water’:

PM aan Albert van den Briel, maart 1927; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 12-15; 14-15.

5) De Belgische kunstenaar Georges Vantongerloo:

Het verzoek in het kader van de Mondriaan-biografie inzage te krijgen in diens briefwisseling met Georges Vantongerloo (v: Zumikon, Vantongerloo Stiftung) stuitte ondanks herhaald verzoek helaas op een veto van de Stiftungspräsidentin, Angela Thomas Schmid, die verklaarde het materiaal alleen te willen (laten) gebruiken voor mede door haarzelf geëntameerde projecten rond Vantongerloo. Voor de achtergronden en gevolgen van deze onderzoekspolitiek (‘een ramp…’, ‘een schandaal…’), verg. Lien Heyting, “’t Is beroerd dat hij aan De Stijl is. Georges Vantongerloo’s reis naar de kromme”, NRC Handelsblad, 13 december 1996.

6) ‘de kleine rekenaar’:

Verg. Paul Depondt, “Boekhouder van het heelal. Voor Georges Vantongerloo was het onmetelijke niet groot genoeg”, de Volkskrant, 3 januari 1997.

7) Om het onmogelijke […] naar Spinoza liep:

Verg. Marek Wieczorek, “‘Voor de nieuwe wereld’: Georges Vantongerloo en de belofte van de kunst”, in: Christoph Brockhaus, Hans Janssen, Voor een nieuwe wereld. Georges Vantongerloo en zijn omgeving van Piet Mondriaan tot Max Bill 1886-1965 (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, z.j. [2009]) 11-47.

 

286

1) Met een kunstwerk […] de huiskamer’:

Verg. Marek Wieczorek, Georges Vantongerloo. Het heelal in de huiskamer en de Nieuwe Beelding van De Stijl / Georges Vantongerloo. The Universe in the Living Room in the Space of De Stijl (Utrecht: Centraal Museum, 2002).

2) In het algemeen […] de intuïtie:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Millius, 12 juni 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘ik doe ’t maar op intuitie dat zei ik Vantongerloo ook’. Wel vond hij ‘dat het theoretische voor de Nieuwe Beelding in ’t algemeen van groot belang kan zijn.’

3) Ook verwierp hij […] de regenboog:

PM aan Georges Vantongerloo, resp. 25 augustus 1920 en 23 september 1920; gedeeltelijk (en deels in Duitse vertaling) geciteerd in: Angela Thomas, denkbilder. materialien zur entwicklung von georges vantongerloo. unter berücksichtigung der korrespondenzen mit theo van doesburg und piet mondrian (Düsseldorf: Edition Marzona, 1987) 156, 158, 160.

4) Hij zet nu […] te rekenen:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 september 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Mondriaan had het echtpaar Vantongerloo voor het eerst ontmoet op zaterdag 17 april 1920 in zijn atelier. Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Millius, 19 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Zaterdag heb ik de Tongerloos hier gehad. Misschien dat mijn verwachting te hoog gespannen was maar, om je de waarheid te zeggen, zoo heel erg zijn ze me niet meegevallen. Hij heeft iets van Huszar. En zij is heelemaal niet Fransch. Toch wel aardig. Hij heeft een omslachtige manier van uitleggen maar is wel heel knap in technische dingen geloof ik. Ik wist niet dat hij schilderde. Dat hij ook paarsch en de 7 kleuren gebruikt lijkt me wel wat vroeg: misschien kan ’t later. In theorie is ’t wel te verdedigen, lijkt ’t zelfs beter. Ik zou tòch wel eens werk van hem willen zien, eerst! Hij vond mijn werk heel goed maar hij redeneert me al te veel.’

 

287

1) De conceptie […] compleet negeert:

Georges Vantongerloo aan Jean Gorin, 8 juni 1937; geciteerd in: Hans Janssen, “Periode 1929-1942: Van de taal van het neoplasticisme naar de wereld van het onbegrensde”, in: Christoph Brockhaus, Hans Janssen, Voor een nieuwe wereld. Georges Vantongerloo en zijn omgeving van Piet Mondriaan tot Max Bill 1886-1965 (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, z.j. [2009]) 107-115; 113: ‘La conception de Mondriaan reste réligieuse et n’a rien de commun avec l’espace. [Il] preuve qu’il ignorait complètement le sens tactile visuel et l’espace qui est le théâtre ou la fonction des lignes, des plans et des couleurs jouent.’

2) ‘De doeken […] slechte staat verkeren.’:

Georges Vantongerloo aan Max Bill, 1 maart 1946 (concept); geciteerd uit: Hans Janssen, “Aspecten van de werkwijze van Georges Vantongerloo”, in: Christoph Brockhaus, Hans Janssen, Voor een nieuwe wereld. Georges Vantongerloo en zijn omgeving van Piet Mondriaan tot Max Bill 1886-1965 (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, z.j. [2009]) 215-226; 221: ‘Les toiles de Mondrian sont très mal peint et beaucoup ne peuvent être exposées étant en mauvais état.’

3) Misschien lag […] wilde schilderen:

Verg. PM aan S.B. Slijper, ‘Dinsdagavond’ [december 1926] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4)zij is heelemaal niet Fransch.’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 5 september 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) Daar kwam nog […] ‘kapot’ was:

Angela Thomas Schmid, “Biografische schets Georges Vantongerloo”, in: Christoph Brockhaus, Hans Janssen, Voor een nieuwe wereld. Georges Vantongerloo en zijn omgeving van Piet Mondriaan tot Max Bill 1886-1965 (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, z.j. [2009]) 256-274; 263.

6) ‘alleen om zich zelf gedacht’:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 12 maart 1934 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

7) ‘We zijn bezig […] een phonograaf.’:

PM aan J.J.P. Oud, 19 juli 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

8) Toen het echtpaar […] geliefde apparaat:

PM aan J.J.P. Oud, 20 december 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

288

1) een opzienbarende maquette:

CR: B178 Stage Set Model for Michel Seuphor’s “L’Éphémère est éternel,” 1926.

2) Volgens de auteur […] voetstuk gehaald:

Verg. Michel Seuphor, Het vergankelijke is eeuwig. Een theatertekst met decors van Mondriaan met een inleiding van Henri-Floris Jespers (Antwerpen: Jef Meert, 1999) 29.

3) de ‘Vlaming in diaspora’:

Joos Florquin, “Michel Seuphor, 83, avenue Emile Zola, Paris 15ième” [1965], in: Joos Florquin, Ten huize van… 4 (Leuven: Davidsfonds, z.j. [1968]) 157-199; 157.

4) De wereld […] beter te worden:

Michel Seuphor, Het vergankelijke is eeuwig. Een theatertekst met decors van Mondriaan met een inleiding van Henri-Floris Jespers (Antwerpen: Jef Meert, 1999) 55; verg. Michel Seuphor, “L’Éphémère est éternel. Démonstrations théatrales en trois actions et deux intermèdes avec choeurs et ballets”, in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 53-60; 59: ‘Le monde hélas! est monotone, incurablement monotone. Partout on n’y voit que mâle et femelle et cet infatigable désespoir de s’évader, se volatiliser, de devenir meilleurs.’

5) ‘een charmante constructie van vrolijke kleuren’:

Seuphor, “Le jeu de je. Vingt tranches de vie racontées par Seuphor”, in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 299-357; 312: ‘une charmante construction de couleurs gaies’.

 

289

1) ‘een koor van personaliteiten zonder pretentie’:

Michel Seuphor, Het vergankelijke is eeuwig. Een theatertekst met decors van Mondriaan met een inleiding van Henri-Floris Jespers (Antwerpen: Jef Meert, 1999) 27.

2) de voorstelling […] de repetities:

Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 194.

3) Geld voor […] niet geweest:

Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 20 december 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Ik maakte de maquette voor een stuk van hem [Seuphor, lh] dat in Lyon opgevoerd wordt (geen stuk eigenlijk maar meer een kritiek op ’t Tooneel, heel goed) maar daar is weer geen geld voor decor werk.’

4) Latere reconstructies […] en zwart-wittinten:

Een foto van André Kertész waarop de maquette te zien is, werd voor het eerst gepubliceerd in: H. van Loon, “Piet Mondriaan, de mensch, de kunstenaar”, Maandblad voor Beeldende Kunsten 4 (1927) 7 (juli) 195-199, t.o. 195. Een andere foto, vermoedelijk van Charles Karsten, verscheen in: Palet. Een boek gewijd aan de hedendaagsche Nederlandsche schilderkunst. Samengesteld door Paul Citroen (Amsterdam: De Spieghel, 1931; Utrecht: Reflex, 1981) 77 afb.: ‘Atelier van Mondrian te Parijs’. André Kertész maakte in juli 1926 ook een foto van de maquette afzonderlijk, waarvan hij (zoals voor hem gebruikelijk) een of meerdere afdrukken op prentbriefkaartformaat (9 × 14 cm) maakte. Verg. Brigitte Léal ed., Mondrian (Parijs: Centre Pompidou, 2010) 298 afb. 31.

5) Mondriaan’s […] naturalistisch is:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926. Herdrukt in: Herbert Henkels ed., Piet Mondriaan. Gedurende een wandeling van buiten naar de stad (2 dln. ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum/Gravura, 1986) II, 52-54; in Engelse vertaling in: Herbert Henkels ed., Mondrian. From figuration to abstraction (Tokyo: The Tokyo Shimbun, 1987) 30-32.

 

290

1) ‘In de architectuur […] kleur rekenen.’:

Piet Mondriaan, “Neo-Plasticisme. De Woning – De Straat – De Stad”, i10. Internationale revue 1 (1927) 1 (januari) 12-18; 15; verg. P. Mondrian, “Le Home – La Rue – La Cité”, Vouloir. Revue Mensuelle d’Esthétique Néo-Plastique nr 25, 1927, z.p.: ‘Dans l’architecture, l’espace vide compte pour la non-couleur, la matière peut compter pour la couleur.’

2) Maar de schilder […] menselijke aanwezigheid:

Erika Billeter, “Das Bühnenbild im Werk der Maler – Beispiele”, in: Denis Bablet, Erika Billeter eds., Die Maler und das Theater im 20. Jahrhundert (Frankfurt am Main: Schirn Kunsthalle, 1986) 21-35; 34-35.

3) ‘Als het theater […] een overbodigheid.’:

P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe général de l’équivalence plastique (Parijs: Éditions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 13: ‘Pour l’homme nouveau, le théâtre est sinon une gêne, en tout cas une superfluité.’

4) Hij was moeiteloos […] te stellen’:

Herman Teirlinck, “Nog over abstract: Abstract toneel”, Nieuw Vlaams Tijdschrift 12 (1958) 4, 453-458; opgenomen in: dez., Verzameld werk. Negende deel: Initiatie. Verspreide opstellen. Willem Pée met medewerking van A. van Elslander eds. (Brussel: A. Manteau 1973) 891-896; 895.

 

291

1) ‘De cirkelgang zou zich daarmede sluiten.’:

H. van Loon, “Piet Mondriaan, de mensch, de kunstenaar”, Maandblad voor Beeldende Kunsten 4 (1927) 7 (juli) 195-199.

2) Mondriaan had […] op te heffen:

Verg. Susanne Deicher, Mondriaan 1872-1944. Composities op het lege vlak. Vertaling: Wil Boesten (Keulen: Taschen/Librero, 2000) 67.

3) De architect […] één woord ‘goed’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 20 december 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

292

1) Het was […] en een schilder:

Robert Mallet-Stevens, “Le Décor” [lezing gegeven in Théâtre du Vieux-Colombier in 1926], in: Robert Mallet-Stevens, Boris Bilinsky, Maurice Schutz, A.P. Richard, L’Art cinématographique VI: Le Décor, Le Costume, Le Maquillage, La Technique (Parijs: Félix Alcan, 1929) 1-24; herdrukt in: Robert Mallet-Stevens. L’Œuvre complète (Parijs: Centre Pompidou, 2005) 28-29.

2) Het nut […] voorstelling te elimineren:

Robert Mallet-Stevens, “Le Décor”, in: Robert Mallet-Stevens. L’Œuvre complète (Parijs: Centre Pompidou, 2005) 28-29; 29: ‘… les verticales, les horizontales, les courbes géométriques, les lignes orthogonales ne se rencontrent que fort rarement dans la nature; elles marqueront une opposition nette, une antithèse avec les figures [humaines] …’

3) ‘voorgangers in ’t nieuwe’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 27 december 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

 

17 De man met de vierkante rode grammofoon

 

293

1)Vive le “Charleston”!’:

PM aan Félix Del Marle, ongedateerd [september 1926]; gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Mondrian en France, sa collaboration à ‘Vouloir’, sa correspondance avec Del Marle”, Bulletin de la Société de l’Histoire de l’Art français 1981 (Parijs: Société de l’Histoire de l’Art français, 1983) 281-298; 293.

2) Het was […] literatuur en kunst’:

Edmund Wilson, “The Aesthetic Upheaval in France. The Influence of Jazz in Paris and Americanization of French Literature and Art”, Vanity Fair, februari 1922, 49-50. De literatuur over de adaptatie van de jazz in Frankrijk is aanzienlijk; verg. William H. Kenney III, “Le Hot: The Assimilation of American Jazz in France, 1917-1940”, American Studies 25 (1984) 1 (Spring) 5-24; Ludovic Tournès, New Orleans sur Seine. Histoire du jazz en France (Paris: Fayard, 1999); William A. Shack, Harlem in Montmartre. A Paris Jazz Story between the Great Wars (Berkeley, Los Angeles, Londen: University of California Press, 2001 = Music of the African Diaspora, 4); Denis-Constant Martin, Olivier Roueff, La France du jazz. Musique, modernité et identité dans la première moitié du XXe siècle (Marseille: Éditions Parenthèses, 2002); Roger Nichols, The Harlequin Years. Music in Paris 1917-1929 (Londen: Thames & Hudson, 2002) 117-119; Jeffrey H. Jackson, Making Jazz French. Music and Modern Life in Interwar Paris (Durham: Duke University Press, 2003); Christine Gudin du Pavillon, Black Montmartre During the 1920’s (Mémoire de Maîtrise, Université Paris-Sorbonne Paris IV, U.F.R. d’Anglais, Septembre 2004); Colin Nettelbeck, Dancing with De Beauvoir. Jazz and the French (Carlton: Melbourne University Press, 2004); Jed Rasula, “Jazz as Decal for the European Avant-Garde”, in: Heike Raphael-Hernandez ed., From Blackening Europe. The African American Presence (New York: Routledge, 2004) 13-34 (http://jazzstudiesonline.org/files/Jazz as Decal.pdf); Matthew F. Jordan, Le Jazz. Jazz and French Cultural Identity (Urbana, Chicago, Springfield: University of Illinois Press, 2010); Rachel Gillet, “Jazz and the Evolution of Black American Cosmopolitanism in Interwar Paris”, Journal of World History 21 (2010) 3 (september 2010) 471-496.

3) ‘de eeuw van de negerkunstvergoding’:

N.N., “Kent u de Charleston?”, De Indische Courant, 28 oktober 1925.

4) Intussen moesten […] haarmode was kort):

N.N., “Charleston”, Algemeen Handelsblad, 25 december 1925.

5) De ongekuiste […] geschiedenis in zweeft:

De literatuur over Josephine Baker, La Revue Nègre en de receptie van de voorstelling binnen het toenmalige culturele klimaat in Frankrijk neemt nog steeds aan omvang toe. Verg. Jan Nederveen Pieterse, Wit over zwart. Beelden van Afrika en zwarten in de westerse populaire cultuur (Amsterdam: Koninkl?k Instituut voor de Tropen, Stichting Cosmic Illusion Productions; ’s-Gravenhage: novib, 1990) 142 vlgg.: “Uitgerekend bananen”; Tyler Stovall, Paris Noir. African Americans in the City of Light (Boston: Houghton Mifflin, 1996); John Kear, “Vénus noire: Josephine Baker and the Parisian Music-hall”, in: Michael Sheringham ed., Parisian Fields (Londen: Reaktion, 1996) 46-70; Karen C.C. Dalton, Henry Louis Gates Jr., “Josephine Baker and Paul Colin: African American Dance Seen through Parisian Eyes”, Critical Inquiry 24 (1998) 4 (zomer) 903-934; Jody Blake, Le Tumulte noir. Modernist Art and Popular Entertainment in Jazz-Age Paris, 1900-1930 (University Park: The Pennsylvania State University Press, 1999) 91 vlgg.; T. Denean Sharpley-Whiting, Black Venus. Sexualized Savages, Primal Fears, and Primitive Narratives in French (Durham: Duke University Press, 1999) 105 vlgg.; Constance L. Campbell, “Inventing Josephine: The Influence of the Designers of the Paris Music Hall on the Stage Persona of Josephine Baker”, tdt&t 35 (winter 1999) 34-44; Petrine Archer-Shaw, Negrophilia. Avant-Garde Paris and Black Culture in the 1920s (New York: Thames & Hudson, 2000) 94-97, 117-133; Elizabeth Ezra, The Colonial Unconscious. Race and Culture in Interwar France (Ithaca: Cornell University Press, 2000); William A. Shack, Harlem in Montmartre. A Paris Jazz Story between the Great Wars (Berkeley, Los Angeles, Londen: University of California Press, 2001 = Music of the African Diaspora, 4); Brett A. Berliner, Ambivalent Desire. The Exotic Black Other in Jazz-Age France (Amherst: University of Massachusetts Press, 2002); Christine Gudin du Pavillon, Black Montmartre During the 1920s (Mémoire de Maîtrise, Université Paris-Sorbonne Paris IV, U.F.R. d’Anglais, Septembre 2004) 36-37; Jed Rasula, “Jazz as Decal for the European Avant-Garde”, in: Heike Raphael-Hernandez ed., From Blackening Europe. The African American Presence (New York: Routledge, 2004) 13-34 (http://jazzstudiesonline.org/files/Jazz as Decal.pdf); Olivier Roueff, “Politiques d’une ‘culture nègre’: La Revue Nègre (1925) comme événement public”, Anthropologie et Sociétés 30 (2006) 2, 65-85; Bennetta Jules-Rosette, Josephine Baker in Art and Life. The Icon and the Image (Urbana, Chicago: University of Illinois Press, 2007) Part 1, “2: Opening Nights”; Tyler Stovall, “The New Woman and the New Empire: Josephine Baker and Changing Views of Femininity in Interwar France”, S&F Online. The Scholar and Feminist Online, Double Issue 6.1-6.2: Fall 2007/Spring 2008 (Josephine Baker: A Century in the Spotlight); Terri J. Gordon, “Synesthetic Rhythms: African American Music and Dance Through Parisian Eyes”, S&F Online. The Scholar and Feminist Online, Double Issue 6.1-6.2: Fall 2007/Spring 2008 (Josephine Baker: A Century in the Spotlight); Jennifer Anne Boittin, Colonial Metropolis. The Urban Grounds of Anti-Imperialism and Feminism in Interwar Paris (Lincoln & London: University of Nebraska Press, 2010) 1-36, hoofdstuk 1: “Josephine Baker: Colonial Woman”; Rachel Gillet, “Jazz and the Evolution of Black American Cosmopolitanism in Interwar Paris”, Journal of World History 21 (2010) 3 (september 2010) 471-496. De visie op La Revue Nègre als een ‘lieu de mémoire’ in: Olivier Roueff, “Politiques d’une ‘culture nègre’: La Revue Nègre (1925) comme événement public”, 65.

 

294

1) Picasso’s Les Demoiselles d’Avignon:

Pablo Picasso, Les Demoiselles d’Avignon, 1907 (v: New York, MoMA).

2) Picasso’s versie […] zwarte vrouw:

Pablo Picasso, [A parody of Manet’s Olympia with Junyer and Picasso], ca. 1902. Krijt en inkt op papier, 15,3 × 22,4 cm (v: particuliere collectie). Verg. Sander L. Gilman, “Black Bodies, White Bodies: Toward an Iconography of Female Sexuality in Late Nineteenth-Century Art, Medicine, and Literature”, Critical Inquiry 12 (1985) 1 (‘“Race,” Writing, and Difference’) (Autumn, 1985) 204-242; 232-233.

3) ‘negrofilie’:

Petrine Archer-Shaw, Negrophilia. Avant-Garde Paris and Black Culture in the 1920s (New York: Thames & Hudson, 2000); Petrine Archer, Negrophilia, Diaspora, And Moments Of Crisis (www.liv.ac.uk/media/livacuk/csis-2/blackatlantic/research/Archer_text[1]_Defined.pdf); Brett A. Berliner, Ambivalent Desire. The Exotic Black Other in Jazz-Age France (Amherst: University of Massachusetts Press, 2002) 37, spreekt van ‘negrophilism’.

4) Zij bracht critici […] had gebracht:

André Levinson, “Paris ou New York? Douglas + la Vénus Noire”, Comoedia, 12 oktober 1925, waaruit: ‘Ce n’est plus la “Dancing-Girl” cocasse que nous croyons voir: C’est la “Vénus Noire” qui hanta Baudelaire.’

 

295

1) Zij kwam geheel […] Europa – Parijs’:

Janet Flanner, Paris Was Yesterday, 1925-1939. Irving Drutman ed. (New York: Viking, 1972) xx: ‘She made her entry entirely nude except for a pink flamingo feather between her limbs; she was being carried upside down and doing the splits on the shoulder of a black giant. Midstage he paused, and with his long fingers holding her basket-wise around the waist, swung her in a slow cartwheel to the stage floor, where she stood, like his magnificent discarded burden, in an instant of complete silence. A scream of salutation spread through the theater. Whatever happened next was unimportant. The two specific elements had been established and were unforgettable-her magnificent dark body, a new model that to the French proved for the first time that black was beautiful, and the acute response of the white masculine public in the capital of hedonism of all Europe – Paris.’ Janet Flanner schreef als correspondente van The New Yorker regelmatig over Josephine Baker in Parijs. Verg. Janet Flanner, “Paris Letter”, The New Yorker, 24 oktober 1925 vlgg.

2) Het aantal vooraanstaande […] van Dongen:

Christian Béthune, Sidney Bechet (Marseille: Éditions Parenthèses, 1997) 61 vlgg.

3) Ook Piet Mondriaan […] hebben bevonden:

Angelica Zander Rudenstine ed., Piet Mondriaan 1872-1944 (Zwolle: Waanders, 1994) 49. Verg. ook Nelly van Doesburg, “Some Memories of Mondrian”, in: Piet Mondrian 1872-1944. Centennial Exhibition (New York: The Solomon R. Guggenheim Museum, 1971) 67-73; 70: ‘I remember his enthusiasm for a troupe led by the then novel sensation in Paris, Josephine Baker, who was appearing at the Theatre des Champs-Elysées.’ Overigens vond het debuut van Baker en haar gezelschap in Parijs plaats op een moment waarop de breuk tussen Mondriaan en Theo van Doesburg reeds een feit was. Dit verhinderde Nelly van Moorsel kennelijk niet zo nu en dan contact met Mondriaan te hebben.

4) ‘Zij zijn […] en ultraprimitief.’:

Harry Graf Kessler, Tagebücher 1918-1937. Wolfgang Pfeiffer-Belli ed. (Frankfurt am Main: Insel-Verlag, 1961) notitie ‘Berlin. 17. Februar 1926. Mittwoch’: ‘Abends wieder in die Negerrevue bei Nelson (Josephine Baker). Sie sind ein Mittelprodukt zwischen Urwald und Wolkenkratzer; ebenso ihre Musik, der Jazz, in Färbung und Rhythmus. Ultramodern und ultraprimitiv.’

5) The Jazz Age […] hoofdsteden aangebroken!:

Verg. Carol Mann, Paris Between the Wars (New York: The Vendome Press, 1996) 37; Charles A. Riley II, The Jazz Age in France (New York: Harry Abrahams, 2004).

 

296

1) een anonieme jazzband:

De cd Josephine Baker, “Un message pour toi”. Original Paris recordings 1926-1937 (Naxos Nostalgia, 8.120630, 2002) vermeldt als orkest: Jazz Oliver et ses Boys des Folies-Bergère, zonder namen van individuele bandleden.

2) Hij schafte zich […] jazzband opnam:

Odeon Ki 920-1-2 en Odeon Ki 921-1-2. De nummers waren, met vijf andere composities, in Parijs opgenomen op 24 oktober 1926. Verg. Truesound Transfers cd tt-3070 Josephine Baker, Complete Odéon Recordings (recorded Paris, 1926-1927). Deze uitgave vermeldt als orkest: Olivier’s Boys Jazz, eveneens zonder namen van individuele bandleden.

3) de Broadway-musical Sunny:

De Broadway musical Sunny (1925) was geschreven door Jerome Kern, Otto A. Harbach and Oscar Hammerstein II. Mondriaan moet trouwens bijzonder gecharmeerd zijn geweest van het nummer ‘Who?’ uit deze musical, want hij bezat de hit ook in een uitvoering van Lou Gold and his Orchestra.

4) ‘Zij is een […] van deze wereld.’:

Jean Petit, Le Corbusier lui-même (Genève: Rousseau, 1970) 68: ‘Elle est une admirable artiste lorsqu’elle chante, elle est hors du monde lorsqu’elle danse.’ Verg. Nicholas Fox Weber, Le Corbusier. A Life (New York: Alfred A. Knopf, 2008) 312: ‘She is an admirable artist when she sings, she is out of this world when she dances.’

5) In deze van de negers […] muziek:

Het citaat is in verschillende vormen overgeleverd. Verg. Charles Jencks, Le Corbusier and the Tragic View of Architecture (Londen: Penguin, 1973) 102: ‘In a stupid variety show, Josephine Baker sang “Baby” with such an intense and dramatic sensibility that I was moved to tears. There is in this American negro music a lyrical “contemporary” mass so invincible that I could see the foundation of a new sentiment of music capable of being the expression of the new epoch and also capable of classifying its European origins as stone age – just as has happened with the new architecture.’ Verg. Nicholas Fox Weber, Le Corbusier. A Life (New York: Alfred A. Knopf, 2008) 309: ‘In this American music that comes from the Negroes there is a lyrical, contemporary quality so invincible that I see in it the basis of a new musical feeling capable of expressing the new epoch and capable also of outclassing the European ways, just as in architecture the European ways outclass those of the stone age. A new leaf turned. A new discovery. Pure music.’ Verg. echter de originele versie: Jean Petit, Le Corbusier lui-même (Genève: Rousseau, 1970) 68: ‘Dans un spectacle idiot de variétés, Joséphine Baker chante “Baby” avec une si intense et dramatique sensibilité que je suis prêt à pleurer. Il y a dans cette musique américaine venue des nègres une masse lyrique “contemporaine” si invincible que j’y vois le fondement d’un sentiment nouveau de la musique capable d’être l’expression de la nouvelle époque et capable aussi de classer les procédés européens, comme se classent en architecture les procédés de l’âge de la pierre. Page qui tourne. Nouvelle exploitation. Musique pure.’ Verg. ook Valerio Casali, “Le Corbusier, Josephine Baker e il Music-Hall”, Massilia. Anuario de estudios lecorbusierianos 2004 (Barcelona: Fundación Caja de Arquitectos: 2004) 136-151; 147 vlgg.

6) Ernest Hemingway schijnt […] zal zijn’:

Charles Whitaker, “The Real Josephine Baker. What the Movie Didn’t Tell You”, Ebony, vol. 46, nr. 8, juni 1991, 25-31; 25: ‘the most beautiful woman there is, there ever was, or ever will be.’

 

297

1) Ook zou zij […] nimmer had ontmoet:

Verg. Nicholas Fox Weber, Le Corbusier. A Life (New York: Alfred A. Knopf, 2008) 312.

2) Waarom brengen […] achterste is dat lacht!:

Geciteerd op de cover van het album: Josephine Baker, Josephine Baker Anthologie 1927-1939. Direction artistique: Eric Remy (2 cd’s Fremeaux & Associés, fa156): ‘Pourquoi la croupe de Baker remue les continents? Pourquoi les hommes s’émeuvent en masses et pourquoi la jalousie des femmes même est désarmée? Mais, parbleu, parce que c’est une croupe qui rit!’ In Engelse vertaling geciteerd in: Nicholas Fox Weber, Le Corbusier. A Life (New York: Alfred A. Knopf, 2008) 307: ‘Why does Baker’s backside rock the continents? Why have throngs of men been roused and even women’s jealousy is disarmed? Why, of course – it’s because it’s a laughing backside!’ Het citaat is afkomstig uit een artikel van Simenon, gepubliceerd als: Georges Sim, “Une Vraie Jeune Fille”, Le Merle Rose, april 1928; opgenomen in: Francis Lacassin, Conversations avec Simenon (Genève: La Sirène/Alpen, 1990) 136-139; 136; verg. de fragmenten in: Pierre Assouline, Simenon. Biographie (Parijs: Julliard, 1992) 124-125.

3) Laatst ontmoette […] terug te komen…’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926.

 

298

1) Hij meende dat […] politiek, geldbezit.’:

Piet Mondriaan, “De Jazz en de Neo-Plastiek”, i10. Internationale revue 1 (1927) 12 (december) 421-427; 426.

2) De grote psychohistoricus […] angst had’:

Peter Gay, “Mondrian: The Claims of Privacy”, in: Peter Gay, Art and Act. On Causes in History – Manet, Gropius, Mondrian. The Critique Lectures Delivered at The Cooper Union (New York, Evanston enz.: Harper & Row, 1976) 175-236; 224: ‘the symptom of a man who was afraid’. Deze stelling omtrent Mondriaan was enkele jaren eerder al gefomuleerd door: Phyllis Greenacre, “The primal scene and the sense of reality”, Psychoanalytic Quarterly 42 (1973) 10-41; [specifiek over Mondriaan] 34-39. Greenacres en Gays visie werd nadien bestreden in: Aaron H. Esman, “Piet Mondrian: The fusion of art and life”, Psychoanalysis and Contemporary Thought. A Quarterly of Integrative and Interdisciplinary Studies 17 (1994) 2, 325-344, maar werd vervolgens weer bekrachtigd in: James W. Hamilton, “‘Nothing specific, nothing human’: The life and work of Piet Mondrian”, Psychoanalytic Review 88 (2001) 3, 337-367; opgenomen in: James W. Hamilton, A Psychoanalytic Approach to Visual Artists (Londen: Karnac, 2012) 41-69: ‘Chapter three: Piet Mondrian’.

3) Het bewonderenswaardige […] te spiegelen:

W.F.A. [Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Zijn nieuwe levensleer”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 12 maart 1932.

 

299

1) Zoals bijna elk […] zijn atelier gewerkt:

PM aan Félix Del Marle, 26 augustus 1927; gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Mondrian en France, sa collaboration à ‘Vouloir’, sa correspondance avec Del Marle”, Bulletin de la Société de l’Histoire de l’Art français 1981 (Parijs: Société de l’Histoire de l’Art français, 1983) 281-298; 294; PM aan J.J.P. Oud, 27 augustus 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) de onverwachte verkoop […] New York:

CR: B177 Tableau II, 1926 (v: onbekend). International Exhibition of Modern Art, assembled by The Société Anonyme: New York, The Anderson Galleries (verkooptentoonstelling), 25 januari-5 februari 1927.

3) Deze transactie […] het laatje:

PM  aan Katherine S. Dreier, 26 juni 1927, gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: Nancy J. Troy, Mondrian and Neo?Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62. De omrekening is volgens www.iisg.nl/hpw/calculate2.php.

4) ‘een goedkoop, vierkant, krakend grammofoontje’:

Winifred Nicholson, “In het atelier van Piet Mondriaan”, in: René van Stipriaan ed., De jacht op het meesterwerk. Ooggetuigen van twintig eeuwen kunstgeschiedenis (Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2010) 74-75; 74; verg. Winifred Nicholson, in: Charles Harrison, “Mondrian in London. Reminiscences of Mondrian by Miriam Gabo, Naum Gabo, Barbara Hepworth, Ben Nicholson, Winifred Nicholson, Herbert Read”, Studio International 172 (1966) 884 (december) 285-292: ‘… a cheap square little squeaky gramophone’.

5) Zo’n apparaat […] 45 gulden:

Verg. de advertentie in: De Indische courant, 6 juli 1926.

 

300

1) ‘Spaar mij voor de radio!’:

N.N., “Op bezoek bij Maurice Ravel. Zijn oordeel over radio en fono”, De Telegraaf, 31 maart 1931; verg. Arbie Orenstein ed., A Ravel Reader. Correspondence, Articles, Interviews (Mineolo, New York: Dover Publications, 2003) 472-475; 474: ‘“Please, spare me the radio!’”

2) omdat hij […] het appartementencomplex:

Verg. PM aan Charmion von Wiegand, 24 maart 1942 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) een cultureel […] gewaarschuwd werd:

Verg. Walter Benjamin, “L’Œuvre d’art à l‘époque de sa reproduction mécanisée” [vertaling door Pierre Klossowski van “Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit”], Zeitschrift für Sozialforschung 5 (1936) 1, 40-68; Casper Höweler, x-y-z der muziek (Utrecht: De Haan, 3de vermeerderde druk 1939 ) 324-327 [lemma ‘Gramofoon’].

4) het voordeel ervan […] kon doen:

Dit positieve effect wordt beklemtoond in: Thomas Mann, Der Zauberberg. Roman (Stuttgart, Hamburg, München: Deutscher Bücherbund, z.j.) 809; verg. Thomas Mann, De Toverberg. Vertaald door Hans Driessen (Utrecht, Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 2012) 808. Verg. ook José van Dijck, “Röntgenstralen tussen wetenschap en kunst in De Toverberg”, Gewina 23 (2000) 91-106; José van Dijck, “Röntenfotografie in De Toverberg”, in: dez., Het transparante lichaam. Medische visualisering in media en cultuur (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2001) 85-102; 90.

5) ‘elfde muze’:

Onder de ‘elfde muze’ werden ook technologische noviteiten als de film, de radio en later de televisie verstaan. De krant Het Vaderland bracht in de periode 1925-1935 met regelmaat een rubriek, ondertekend door ‘v.d. B.’ (Van de Berg (?); niet nader geïdentificeerd), over ‘De elfde muze’. Deze rubriek behandelde het nieuwe fenomeen van de ‘lichte’ of populaire muziek, in het bijzonder de jazz.

 

301

1) In de beroemde […] te bejubelen:

Thomas Mann, Der Zauberberg. Roman (Stuttgart, Hamburg, München: Deutscher Bücherbund, z.j.) 800-822 = Siebentes Kapitel; [6] ‘Der große Stumpfsinn’; verg. Thomas Mann, De Toverberg. Vertaald door Hans Driessen (Utrecht, Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 2012) 799-822 = ‘Een en al welluidendheid’.

2) ‘Dit is […] allerfijnste raffineman!’:

Thomas Mann, De Toverberg. Vertaald door Hans Driessen (Utrecht, Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 2012) 801; verg. Thomas Mann, Der Zauberberg. Roman (Stuttgart, Hamburg, München: Deutscher Bücherbund, z.j.) 802: ‘“das ist ein Instrument, das ist eine Stradivarius, eine Guarneri, da herrschen Resonanz- und Schwingungsverhältnisse vom ausgepichtesten Raffinemang!”’ Verg. Sara Danius, “Novel Visions and the Crisis of Culture: Visual Technology, Modernism, and Death in The Magic Mountain”, boundary 2. an international journal of literature and culture 27 (2000) 2, 177-211; 205 vlgg.

3) ‘muzisch ingestelde techniek’:

Thomas Mann, De Toverberg. Vertaald door Hans Driessen (Utrecht, Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 2012) 800; verg. Thomas Mann, Der Zauberberg. Roman (Stuttgart, Hamburg, München: Deutscher Bücherbund, z.j.) 802: ‘eine[r] musisch gerichtete[n] Technik’.

4) ‘dat technologie […] hoohmodernistische esthetica’:

Sara Danius, The Senses of Modernism. Technology, Perception, and Aesthetics (Ithaca: Cornell University Press, 2002) 3: ‘that technology is in a specific sense constitutive of high-modernist aesthetics.’ Verg. ook Thomas J. Misa, “A Gramophone in Every Grave” [essay review], History and Technology 21 (2005) 3 (september) 325-329.

5) Met de grammofoon […} te openen:

Verg. Menno ter Braak, Cinema militans (Utrecht: De Gemeenschap, 1929) 47.

6) “De ‘Bruiteurs […] in de muziek”:

P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek” (gedateerd: ‘Paris-juillet 21’), De Stijl 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136. Het artikel verscheen nogmaals als: P. Mondrian, “Die neue Gestaltung in der Musik und die futuristischen italienischen Bruitisten” in vertaling van M.[ax] Burchartz in De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 6 (1923) 1 (maart) 1-9; 2 (april) 19-25.

7) Het pleidooi […] warm gehoor:

L. Moholy-Nagy, “Neue Gestaltung in der Musik. Möglichkeiten des Grammophons”, Der Sturm 14 (1923) 7 (juli) 102-106; 102: ‘Ich weise auf den ausgezeichneten Artikel von P. Mondrian: Die neue Ge­staltung in der Musik und die italienischen Bruitisten (De Stijl) hin, worin er die Grundlagen zur Erneue­rung der Tongestaltung analysiert.’

8) de pick-up als beeldend kunstenaar:

Verg. Friedrich Kittler, Gramophone, Film, Typewriter. Translated, with an Introduction, by Geoffrey Winthrop-Young and Michael Wutz (Stanford: Stanford University Press, 1999) 46, 48, 49.

 

302

1) Nee, geloof me […] zitten kijken:

Paul F. Sanders, “Herinneringen aan Piet Mondriaan” (‘Fragment uit “Mijn tachtigjarige oorlog”, – [ongepubliceerde] Levensherinneringen van Paul F. Sanders’), Maatstaf 27 (1979) 12 (december) 1-7.

2) ‘fel Hollands rood’:

Winifred Nicholson, “In het atelier van Piet Mondriaan”, in: René van Stipriaan ed., De jacht op het meesterwerk. Ooggetuigen van twintig eeuwen kunstgeschiedenis (Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2010) 74-75; 74; verg. Winifred Nicholson, in: Charles Harrison, “Mondrian in London. Reminiscences of Mondrian by Miriam Gabo, Naum Gabo, Barbara Hepworth, Ben Nicholson, Winifred Nicholson, Herbert Read”, Studio International 172 (1966) 884 (december) 285-292: ‘… painted vivid dutch red’. Ook in: Martin Gayford, Karen Wright eds., The Grove Book of Art Writing. Brilliant Writing on Art from Pliny the Elder to Damien Hirst (New York: Grove Press, 2000) 28-29; 29.

3) Als zodanig […] overbuurman werd:

Verg. Marcel Gieling, Gerard Hordijk (1899-1958). Een kleurrijk schilder (Vianen: Optima, 2009) 15.

 

303

1) … en boven dit […] kan beroemen:

Gerard Hordijk aan Rien van Damme, 2 november 1927 (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Gerard Hordijk). Verg. Wietse Coppes, “Photographies, reproductions et portraits: l’image que Mondrian veut donner de lui-même”, in: Brigitte Léal, ed., Mondrian (Parijs: Centre Pompidou, 2010) 145-157; 156 afb. 10.

2) ‘Voor Mondriaan moet […] zijn platenkeus.’:

F.B. Hotz, “Mondriaans grammofoonplaten”, Maatstaf 39 (1991) 10 (oktober) 22-27; opgenomen in: F.B. Hotz, Het werk (2 dln. Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997) II, 549-558.

3) Jelle Troelstra:

Over Jelle Troelstra verg. Aukje Holtrop, Nynke van Hichtum. Leven en wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer 1860-1939 (Amsterdam: Contact, 2005) 443 vlgg.

4) In de enthousiast […] eigen schilderijen:

M. Helberts-Molt, “Mondriaan en muziek” [ingezonden brief], NRC Handelsblad, 3 april 1981, n.a.v. Betty van Garrel, “De onbekende Mondriaan in Den Haag. Het dynamisch evenwicht der tegenstellingen”, NRC Handelsblad, 20 maart 1981.

 

304

1) een groot en geacheveerd olieverfportret:

Gerard Hordijk, Portret van Piet Mondriaan, 1927. Olieverf op doek, 115 × 73,5 cm (v: ’s-Gravenhage, HGM).

2) … in de typering […] te geven:

N.N., “Haagsche Kunstkring. Tweede groep-tentoonstelling”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 januari 1928.

3) ‘Leuk dat v. Konijnenburg […] van aan!’:

PM aan Gerard Hordijk, 22 februari 1928 (o: ’s-Gravenhage, RKD); Willem van Konijnenburg was voormalig privéleraar van Hordijk.

4) Toch vinden zelfs […] recent werd opgemerkt:

Marcel Gieling, Gerard Hordijk (1899-1958). Een kleurrijk schilder (Vianen: Optima, 2009) 15.

5) Het Mondriaan-portret […] te Amsterdam:

Verg. Mandy Prins, “Salomon B. Slijper (1884-1971), vriend, verzamelaar en mecenas van Piet Mondriaan”, in: Huibert Schijf, Edward van Voolen eds., Gedurfd verzamelen. Van Chagall tot Mondriaan (Zwolle: Waanders, 2010) 144-171, 187-190; 165.

6) Het zeker niet […] zien was:

Sinds september 2011 hangt het portret van Mondriaan door Gerard Hordijk in vaste opstelling in de tentoonstelling Mondriaan en de Stijl van het Haags Gemeentemuseum.

 

305

1) … het bleef […] Hans Castorp vulden:

Thomas Mann, De Toverberg. Vertaald door Hans Driessen (Utrecht, Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 2012) 806; verg. Thomas Mann, Der Zauberberg. Roman (Stuttgart, Hamburg, München: Deutscher Bücherbund, z.j.) 807: ‘… doch unbegreiflich blieb es, im Traum nicht weniger als im Wachen, wie das bloße Nachziehen einer haarfeinen Linie über einem akustischen Hohlraum und einzig mit Hilfe des Schwingungshäutchens der Schallbüchse die reich zusammengesetzten Klangkörper wiedererzeugen konnte, die das geistige Ohr des Schläfers füllten.’

2) De essentie […] in apparaten:

Verg. Friedrich Kittler, Gramophone, Film, Typewriter. Translated, with an Introduction, by Geoffrey Winthrop-Young and Michael Wutz (Stanford: Stanford University Press, 1999) 16: ‘Once the technological differentiation of optics, acoustics, and writing exploded Gutenberg’s writing monopoly around 1880, the fabrication of so-called Man became possible. His essence escapes into apparatuses. Machines take over functions of the central nervous system, and no longer, as in times past, merely those of muscles.’

3) ‘mythe van vervanging’:

Lisa Gitelman, Scripts, Grooves and Writing Machines. Representing Technology in the Edison Era (Stanford: Stanford University Press, 1999) 18: ‘myth of supersession’.

4) ‘In de film herkent […] stem niet.’:

Walter Benjamin, “Franz Kafka bij zijn tiende sterfdag”. Vertaling: Nicolette Smabers en Michel J. van Nieuwstadt, in: Walter Benjamin e.a., Proces-verbaal van Franz Kafka. Met een nawoord van J.F. Vogelaar (Nijmegen: SUN, 1987) 23-51; 49. Verg. Walter Benjamin, “Franz Kafka. Zur zehnten Wiederkehr seines Todestages”, in: Walter Benjamin, Gesammelte Schriften. Rolf Tiedemann, Hermann Schweppenhäuser eds. (Frankfurt am Main: Suhrkamp Taschenbuch, 1991) II.I, 409-438; 436.

5) ‘gevulde stilte’:

Theodor W. Adorno, “Nadelkurven”, Musikblätter des Anbruch 10 (1928) 2 (februari) 47-50; opgenomen in: Theodor W. Adorno, Musikalische Schriften VI. Rolf Tiedemann, Klaus Schultz eds. (Frankfurt a. M.: Suhrkamp, 1984 = Gesammelte Schriften, Band 19) 525-529; 526: ‘Das Grammophon rechnet zur gefüllten Stille der Einzelnen.’ Verg. ook Thomas Y. Levin, “For the Record: Adorno on Music in the Age of Its Technological Reproducibility”, October 55 (winter 1990) 23-47.

6) De grammofoonplaat […] ding laat bezitten.’:

Hektor Rottweiler [ps. van Theodor W. Adorno], “Die Form der Schallplatte”, 23. Eine Wiener Musikzeitschrift, 15 december 1934; opgenomen in: Theodor W. Adorno, Musikalische Schriften VI. Rolf Tiedemann, Klaus Schultz eds. (Frankfurt a. M.: Suhrkamp, 1984 = Gesammelte Schriften, Band 19) 530-534; 531: ‘Sie [die Schallplatte, lh] ist, als künstlerisches Verfallsprodukt, die erste Darstellungsweise von Musik, die sich als Ding besitzen läßt.’

7) In laatste instantie […] kan zijn:

Hektor Rottweiler [ps. van Theodor W. Adorno], “Die Form der Schallplatte”, 23. Eine Wiener Musikzeitschrift, 15 december 1934; opgenomen in: Theodor W. Adorno, Musikalische Schriften VI. Rolf Tiedemann, Klaus Schultz eds. (Frankfurt a. M.: Suhrkamp, 1984 = Gesammelte Schriften, Band 19) 530-534; 534: ‘Am Ende sind die Schallplatten – keine Kunstwerke – die schwarzen Siegel auf den Briefen, die im Verkehr mit der Technik allenthalben uns ereilen: Briefen, deren Formeln die Laute der Schöpfung verschließen, die ersten und letzten, Urteil übers Leben und Botschaft dessen, was danach sein kann.’

 

306

1) Zijn obsessie […] platen rond waren:

Cesar Domela, “My Conception of Abstract Plastic Art”, Leonardo 2 (1969) 2 (januari) 21-31; 28.

2) Als ik de […] van het niet:

Gerrit Achterberg, “Grammofoon”, in: Gerrit Achterberg, Sphinx. Met tekeningen van C.A. Bantzinger (’s-Gravenhage: A.A.M. Stols, 1946) 11; als “Gramofoon” in: Gerrit Achterberg, Gedichten. Historisch-kritische uitgave. P.G. de Bruijn ed. Monumenta Literaria Neerlandica XI, 1 (’s-Gravenhage: Constantijn Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2000) 235.

3) Maar een cartoon […] mijn jongen.’:

Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 29 maart 1939, cartoon overgenomen uit de Schweizer Illustrierte.

4) een ‘dynamisch evenwicht’:

Verg. Cor Blok, Beeldvertalen. De werking en interpretatie van visuele beelden (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2003) 146.

5) De wisselwerking […] lijnen en kleurvlakken:

Karin v. Maur, “Mondrian und die Musik / Mondriaan en de muziek / Mondrian and Music”, in: Ulrike Gauss ed., Mondrian. Zeichnungen. Aquarelle. New Yorker Bilder / Tekeningen. Aquarellen. New Yorkse schilderijen / Drawings. Watercolours. New York Paintings (Stuttgart: Staatsgalerie Stuttgart, 1980) 287-311; 299-300; F.B. Hotz, “Mondriaans grammofoonplaten”, Maatstaf 39 (1991) 10 (oktober) 22-27; opgenomen in: F.B. Hotz, Het werk (2 dln. Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997) II, 549-558; Karin v. Maur, The Sound of Painting. Music in Modern Art (München, Londen, New York: Prestel, 1999) 100-101.

 

307

1) klant bij […] bij hem vandaan:

Verg. PM aan Jean Gorin, 26 januari 1939 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Mais ce que je voudrais surtout te faire savoir est l’adresse de l’ébéniste qui travaillait à Paris pour moi. Je ne connais pas son nom, mais tu le trouvera facilement en entrant de Raspail dans la rue Campagne Première, c’est dans le milieu de la rue à gauche (à droit est aussi un menuisier je crois.)’

2) Toen Mondriaan […] Maud van Loon:

Verg. Maud van Loon, “Mondriaan, zoals hij leefde te Parijs”, De Groene Amsterdammer. Onafhankelijk weekblad voor Nederland en Vlaanderen, 7 december 1946. Voor Maud van Loon als beeldend kunstenares verg. C.A. Schilp, “Maud van Loon”, Utrechtsch Nieuwsblad, 15 september 1942.

3) het nog geen […] van Mondriaan:

CR: B412 Record Rack, 1927 or later (v: ’s-Gravenhage, HGM) 78,8 × 30,5 × 27,8 cm; verg. Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 259-260; 259. De beschrijving hoe het Parijse platenkastje en de platencollectie van Mondriaan in het bezit zijn gekomen van Maud van Loon, is een product van romantisering. Over de collectie grammofoonplaten die de schilder in Parijs bij Van Loon achterliet, wordt gesteld: ‘Hij zag er niets meer in, was meer geïnteresseerd in de nieuwste muziek en had niets meer met deze selectie.’ Dat is niet alleen dubbelop, het is ook bezijden de waarheid. Bij zijn vertrek naar Londen wist Mondriaan behalve zijn grammofoonspeler ook twaalf van de laatst aangeschafte platen uit zijn grote collectie te ‘redden’. Zij maakten deel uit van een aan een zekere omvang gebonden zending van spullen, waaronder ook een kist met manuscripten, die hij door een expediteursfirma naar Londen had laten komen. Verg. PM aan Carel Mondriaan en Mary Mondriaan-van den Berg, 28 oktober 1938 (o: ’s-Gravenhage, RKD); gepubliceerd in: Els Hoek, “Mondriaan in Disneyland. Ongepubliceerde brieven”, Jong Holland. Driemaandelijks tijdschrift voor beeldende kunst en vormgeving in Nederland na 1850 1 (1984) introductienummer, 5-13; 6-9.

4) dat in het […] is tentoongesteld:

De Stijl 1917-1931. Otterlo: Rijksmuseum Kröller-Müller, 6 augustus-4 oktober 1982.

5) Na Mondriaans dood […] autonome kunstwerken:

CR: B413 Stool, 1943; B414 Desk, 1943; B415 Work Table, 1943 (v: onbekend, naar verluidt onbedoeld vernietigd). Harry Holtzman, “Piet Mondrian’s Environment”, in: Mondrian: The Process Works (New York: Pace Editions, 1970) 3-5, 7-10 (afb.); 4-5; Harry Holtzman, “Introduction”, in: Piet Mondrian. The Wall Works, 1943-44 (New York: Carpenter + Hochman Gallery, 1984) 3-4, 6-9 (afb.); 3. Voor een kritiek op deze wijze van veresthetisering van functionele voorwerpen verg. Nancy Troy, (Un)Becoming Sculpture. Mondrian’s New York Furniture (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2013 [= second Hofstede de Groot lecture, 28 March 2012]); verg. ook Nancy J. Troy, The Afterlife of Piet Mondrian (Chicago, London: University of Chicago Press, 2014) hfdst. 2: ‘(Un)Becoming Art: Mondrian’s Furniture and the Walls of his New York Studio’.

6) Mondriaans ‘laatste […] van verhoudingen’:

Geciteerd in Nancy Troy, (Un)Becoming Sculpture. Mondrian’s New York Furniture (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2013 [= second Hofstede de Groot lecture, 28 March 2012]): ‘last word in delicacy of proportion’.

 

308

1) ‘een tijdperk van wonderen’:

F. Scott Fitzgerald, “Echoes of the Jazz Age” [1931], in: F. Scott Fitzgerald, The Crack-Up. Edmund Wilson ed. (New York: New Directions, 1945) 13-22; 14: ‘It was an age of miracles, it was an age of art, it was an age of excess, and it was an age of satire.’

2) In zijn dromen […] saxofoons in:

Maud van Loon, “Mondriaan, zoals hij leefde te Parijs”, De Groene Amsterdammer. Onafhankelijk weekblad voor Nederland en Vlaanderen, 7 december 1946. Jean Wiener en Clément Doucet waren de huispianisten van de Parijse club Le Boeuf sur le Toît. Het is onduidelijk welk historisch moment Maud van Loon precies bedoelt als zij zegt: ‘Het was al niet meer de Boeuf waar Wiener en Doucet hun triomfen hadden gevierd’. Wellicht refereert zij aan de jaren 1922-1928, toen het etablissement (restaurant en bar) was gevestigd op 28, rue Boissy d’Anglas in het 8e arrondissement, op de rechterbank. Meestal gelden die als de glorieuze jaren.

 

310

1) ‘Heebie Jeebies’:

Heebee Jeebies was de succesvolste compositie van Boyd Atkins en Richard M. Jones.

2) deze Columbia-plaat:

De andere kant bevat het oudere, vooroorlogse nummer Ev’rybody Mess Around van Perry Bradford, die daarmee een bescheiden dansrage ontketende. De compositie werd later in de zomer van 1926 ook opgenomen door Alberta Hunter; deze zwarte artieste legde verscheidene songs van Bradford op de plaat vast. Verg. Craig Martin Gibbs ed., Black Recording Artists 1877-1926. An Annotated Discography (Jefferson, North Carolina: McFarland & Company, 2013) 348.

3) wat destijds […] entertainmentwereld werd genoemd:

Michael Campbell, Popular Music in America. The Beat Goes On (Boston: Cengage Learning, 2012) hoofdstuk 18, “Mainstreaming the Blues”, 69-70; 69.

4) Some of These Days:

Some Of These Days (Shelton Brooks), opgenomen door Ethel Waters (zang), William A. Tyler (viool), H. Leonard Jeter (cello) en Pearl Wright (piano) op 14 oktober 1927 te New York (Columbia 14264-D).

 

311

1) Zo meteen […] het niets:

Jean-Paul Sartre, Walging. Vertaald door Marianne Kaas (Amsterdam: Singel Pockets, 131999) 39-40. Verg. Jean-Paul Sartre, La nausée (Parijs: Gallimard, 1938) 34: ‘Tout à l’heure viendra le refrain: c’est lui surtout que j’aime et la manière abrupte dont il se jette en avant, comme une falaise contre la mer. Pour l’instant, c’est le jazz qui joue; il n’y a pas de mélodie, juste des notes, une myriade de petites secousses. Elles ne connaissent pas de repos, un ordre inflexible les fait naître et les détruit, sans leur laisser jamais le loisir de se reprendre, d’exister pour soi. Elles courent, elles se pressent, elles me frappent au passage d’un coup sec et s’anéantissent.’

2) ‘stalen lint’:

Jean-Paul Sartre, Walging. Vertaald door Marianne Kaas (Amsterdam: Singel Pockets, 131999) 40. Verg. Jean-Paul Sartre, La nausée (Parijs: Gallimard, 1938) 34: ‘le ruban d’acier’.

3) ‘negerin’:

Critici van Sartre menen dat hij de dupe was van een ‘raciaal stereotype’ door de zangeres voor een ‘negerin’ te verslijten, terwijl zij in werkelijkheid een Joodse was van Oost-Europese afkomst, namelijk Sophie Tucker. Verg. Jonathan Judaken, Jean-Paul Sartre and the Jewish Question. Anti-antisemitism and the Politics of the French Intellectual (Lincoln: University of Nebraska Press, 2006) 44; Mark Carroll, “Existential angst vanishes in a ragtime riff”, The Australian, 21 juli 2006; [verkorte versie van:] Mark Carroll, “‘It Is’: Reflections on the Role of Music in Sartre’s ‘La Nausée’”, Music & Letters 87 (2006) 3, 398-407; 399. In La nausée wordt echter geen specifieke naam of uitvoering genoemd, zodat ook de vertolking door de Afro-Amerikaanse Ethel Waters in aanmerking kan komen. Sophie Tucker had het nummer in 1911 op een Edison-cilinder opgenomen, waarna nog verscheidene opnames volgden, onder andere een zeer succesvolle in november 1926 met het orkest van Ted Lewis en een Okeh-opname van 2 september 1927 (die pas decennia later werd uitgebracht); ze had het nummer voor het eerst in 1910 in het White City Park te Chicago uitgevoerd. De studio-opname van Ethel Waters is van 14 oktober 1927. Tucker en Waters waren in 1927 voorafgegaan door Vaughn De Leath, die Some of These Days op 3 februari van dat jaar op plaat vastlegde, maar haar snelle versie komt niet overeen met de beschrijving door Sartre. Voor de verschillende opnames van het nummer door vrouwelijke artiesten in deze periode verg. Ross Laird ed., Moanin’ Low: a Discography of Female Popular Vocal Recordings, 1920-1933 (Westport: Greenwood Press, 1996) 131, 145, 203, 574.

4) Onherroepelijk zal […] anders kan:

Jean-Paul Sartre, Walging. Vertaald door Marianne Kaas (Amsterdam: Singel Pockets, 131999) 40. Verg. Jean-Paul Sartre, La nausée (Parijs: Gallimard, 1938) 34: ‘Ça semble inévitable, si forte est la nécessité de cette musique: rien ne peut l’interrompre, rien qui vienne de ce temps où le monde est affalé; elle cessera d’elle-même, par ordre.’

5) ‘helverlichte luchtbel’:

Jean-Paul Sartre, Walging. Vertaald door Marianne Kaas (Amsterdam: Singel Pockets, 131999) 43. Verg. Jean-Paul Sartre, La nausée (Parijs: Gallimard, 1938) 35: ‘cette bulle de clarté’.

6) Niets kan haar […] haar breken:

Jean-Paul Sartre, Walging. Vertaald door Marianne Kaas (Amsterdam: Singel Pockets, 131999) 41. Verg. Jean-Paul Sartre, La nausée (Parijs: Gallimard, 1938) 34: ‘Rien ne peut l’interrompre et tout peut la briser.’

 

312

1) zijn collectie bestaat […] en foxtrot:

Winifred Nicholson, “In het atelier van Piet Mondriaan”, in: René van Stipriaan ed., De jacht op het meesterwerk. Ooggetuigen van twintig eeuwen kunstgeschiedenis (Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2010) 74-75; 74; verg. Winifred Nicholson, in: Charles Harrison, “Mondrian in London. Reminiscences of Mondrian by Miriam Gabo, Naum Gabo, Barbara Hepworth, Ben Nicholson, Winifred Nicholson, Herbert Read”, Studio International 172 (1966) 884 (december) 285-292: ‘he played the hottest blue jazz – only jazz, never that classical stuff’.

2) ‘Vindt Mondriaan […] van zijn leer?’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Zijn nieuwe levensleer”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 12 maart 1932.

3) de ‘oude pruik’ Bach:

Johann Sebastian Bach schijnt door zijn jongste zoon Carl Philipp Emanuel Bach geringschattend ‘die alte Perücke’ (‘the old wig’) te zijn genoemd.

4) ‘Hij speelde graag […] zijn plezier.’:

Charmion von Wiegand, “Mondrian: A Memoir of His New York Period”, Arts Yearbook 4 (1961) 57-65: ‘… he liked to play Bach, but more often boogie-woogie. He always played full volume, as if this added to his pleasure.’

5) Duke Ellington […] tot protest leidde:

De Australische componist Percy Grainger introduceerde Duke Ellington tijdens een gastoptreden in het kader van colleges die hij in 1932 verzorgde aan New York University met de woorden: ‘The three greatest composers who ever lived are Bach, Delius, and Duke Ellington. Bach is dead, Delius is very ill, but we are happy to have with us today The Duke.’ Deze verklaring drong door tot Nederland en leidde tot spottend protest: N.N., “Jazzband contra symphonieorkest”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 3 augustus 1933; gevolgd door een ingezonden brief: Red R. Debroy [ps. van Ben Bakema], “Jazzband contra symphonieorkest”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 5 augustus 1933.

6) In een spraakmakend […] Hot Bach’:

Richard O. Boyer, “The Hot Bach”, The New Yorker, resp. 24 juni, 1 en 8 juli 1944.

7) Van hem had […] zijn collectie:

Duke Ellington in de platencollectie van Mondriaan in Parijs: [1] Swampy River (Duke Ellington). Duke Ellington, piano. Opname: New York, 1 oktober 1928. (Brunswick, 6355); [2] Flaming Youth (Duke Ellington, Bubber Miley). Duke Ellington and his Cotton Club Orchestra. Opname: New York, 16 januari 1929. (Victor, V-38035); [3] Doin’ The Voom Voom (Duke Ellington, Bubber Miley). Duke Ellington and his Cotton Club Orchestra. Opname: New York, 16 januari 1929. (Victor, V-38035); [4] Hot Feet (Dorothy Fields, Jimmy McHugh). Duke Ellington and his [Cotton Club] Orchestra. Vocaal (scat): onbekend. Opname: New York, 7 maart 1929. (Victor, V-38065); [5] Blues I Love to Sing (Duke Ellington, Bubber Miley). Duke Ellington and his [Cotton Club] Orchestra. Vocaal: Adelaide Hall. Opname: New York, 7 maart 1929. (Victor, V-38065); [6] I Must Have That Man (Dorothy Fields, Jimmy McHugh). Joe Turner and his Memphis Men = Duke Ellington, piano, met orkestbegeleiding. Opname: 4 april 1929. (Columbia, 5486); [7] Rocky Mountain Blues (Duke Ellington, Irving Mills). The Harlem Footwarmers = Duke Ellington, piano, met orkestbegeleiding. Opname: New York, 14 oktober 1930. (Parlophone, R1449); [8] Fast and Furious (Duke Ellington, Harold Potter). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 17 mei 1932. (Brunswick, 6355); [9] Lightnin’ (Duke Ellington). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 21 september 1932. (Brunswick, 6404); [10] Jazz Cocktail (Benny Carter). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 21 september 1932. (Brunswick, 6404); [11] Merry-Go-Round (Duke Ellington, Irving Mills). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 30 april 1935. (Brunswick, 7440); [12] Admiration (Juan Tizol, Irving Mills). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 30 april 1935. (Brunswick, 7440); [13] Reminiscing In Tempo – Part 3 (Duke Ellington). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 12 september 1935. (Brunswick, 7547); [14] Reminiscing In Tempo – Part 4 (Duke Ellington). Duke Ellington and his Famous Orchestra. Opname: New York, 12 september 1935. (Brunswick, 7547).

8) Toen Ellington […] liet optreden:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 9 augustus 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Voor kritiek op het te hoge showgehalte van het optreden van Ellington en zijn orkest (maar nu in het Kurhaus) verg. V.d. B., “Harlem te Scheveningen” (‘Elfde muze’), Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 29 juli 1933.

 

313

1) In zijn artikel […] romantisch’ aandoet:

F.B. Hotz, “Mondriaans grammofoonplaten”, Maatstaf 39 (1991) 10 (oktober) 22-27; opgenomen in: F.B. Hotz, Het werk (2 dln. Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997) II, 549-558.

2) Platen van vernieuwende […] Times vertelde:

Henry Prunières, “‘Le Jazz Hot’ In Paris. Virtuosity in Improvisation Recalls Habits Of Players in Lully’s Time”, The New York Times, 4 september 1932, waaruit: ‘One could procure only with considerable difficulty some of Louis Armstrong’s records. Those of Duke Ellington remained unknown.’

 

 

18 De gletsjers van de moderniteit

 

315

1) In de late winter of vroege lente van 1926:

Over de precieze datering bestaat geen overeenstemming. Verg. CR II, 132 afb. 35a-c: ‘c. April 1926’; daarentegen CR II, 131: ‘February or March’. Frans Postma, 26, rue du Départ. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 56, houdt het op ‘maart’.

2) Het kunstenaarsatelier […] geen impressie:

Hannes Meyer, “Die neue Welt”, Das Werk 13 (1926) 7 (juli) 205-225; 209, 223: ‘Das Künstleratelier wird zum wissenschaftlich-technischen Laboratorium und seine Werke sind Ergebnisse von Denkschärfe und Erfindungskraft. Das Kunstwerk von heute ist, wie jedes Zeitprodukt, den Lebensbedingungen unsrer Epoche unterworfen, und das Resultat unsrer spekulativen Auseinandersetzung mit der Welt kann nur in exakter Form festgelegt werden. Das neue Kunstwerk ist eine Totalität, kein Ausschnitt, keine Impression.’

3) Dezelfde foto uit een reeks van drie:

De in Das Werk en i10 afgedrukte foto verscheen hierna ook in Cercle et Carré 3 (juni 1930) z.p.: ‘Atelier de Mondrian (en 1925)’. De beide andere foto’s van Delbo werden vrij spoedig hierna ook afgedrukt, resp.: [W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926; ‘Atelier des holländischen Malers P. Mondriaan, Paris. Photo P. Delbo, Paris’, Der Querschnitt 8 (1928) 2 (februari) afb. tegenover 126.

4) de verder onbekend gebleven Delbo:

Delbo had zijn studio in de rue Vavin 9, op de weg naar Jardin du Luxembourg, waar Mondriaan graag wandelde. Originele afdrukken van de Delbo-foto’s zijn door Mondriaan aan verschillende belangstellenden geleend dan wel gegeven. Een exemplaar ging bijvoorbeeld naar zijn oude vriend Albert van den Briel met op de achterzijde de opdracht: ‘van Piet aan Bert, Augustus ’26’ (’s-Gravenhage, RKD). Het getuigt van de waarde die hij aan zijn atelier als onderdeel van het door hem voorgestane ‘gesamtkunstwerk’ toekende, het getuigt bovendien van zijn actieve bemoeienis zijn werk en bekendheid te promoten.

 

316

1) ‘Wanneer hij, aldus […] zelf geschapen.’:

Piet Mondriaan, “Neo-Plasticisme. De Woning – De Straat – De Stad”, i10. Internationale revue 1 (1927) 1 (januari) 12-18; 14, 18. Het artikel staat vol spatiëringen (hier cursief) en cursiveringen (hier vet), zo ook dit citaat. Mondriaans belofte van het geluk in het ‘aardsche paradijs’ hoeft ons niet voorbij te doen zien aan een totalitaire tendens in zijn denken.

2) alsof je […] schreef een ander:

Resp. Maud van Loon in: Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995), 53; Piet Zwart aan zijn verloofde Nel Cleyndert, ‘Zaterdag’ [augustus 1926] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) Op latere foto’s […] te hangen.:

Bijv. op twee ongedateerde foto’s die in 1930 in het atelier aan 26, rue du Départ op dezelfde dag en met dezelfde camera zijn geschoten door resp. Florence Henri en Seuphor. Verg. CR II, 147 afb. 55.

4) Zwart vierkant:

Andréi Nakov, Kazimir Malewicz. Catalogue Raisonné (Parijs: Adam Biro, 2002) nr. S-116 (v: Moskou, State Tretyakov Gallery).

5) Het schilderij […] Malevitsj had:

Verg. Wystan Curnow, “The Studio, 26 rue du Départ, Paris”, in: dez., Modern colours (Auckland: Jack Books, 2005) 11-12; 12; Mark Delrue, Kunst en spiritualiteit (Tielt: Lannoo, 2005) 138-139. Onderwerpt men Zwart vierkant uit 1915 overigens aan een nadere inspectie, dan vallen tussen de craquelures van het zwarte veld andere kleursporen op: rood en blauw. Onder de verflaag bevindt zich kennelijk een andere voorstelling.

 

317

1) het verouderingsproces […] voor is:

Bijv. CR: B122 Tableau, with Large Red Plane, Blue, Black, Light Green, and Grayish Blue, 1921 (v: New York, Metropolitan Museum). De kleur lichtgroen wordt door conservator Sabine Rewald van het Metropolitan op de webbeschrijving van het werk echter waargenomen als lichtgeel (onder: www.metmuseum.org).

2) Toeval of niet […] bedachtzaam uiterlijk:

Verg. Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentatie op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 99.

3) Op 16 juni […] aan spendeerde:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) dat de portretten […] wezen weergeven’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Maandag’ [na 16 juni 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD). De beide foto’s waren mede bedoeld als tegengift voor een ‘kiek’ die hij van Van Doesburg en Van Moorsel had ontvangen (‘heel leuk’). Dit zou de foto van beiden kunnen zijn gemaakt tijdens hun verblijf in Parijs van 28 maart tot zaterdag 9 april 1921 voor de spiegel van Mondriaans studio in 5, rue de Coulmiers.

5) Een van de […] december 1922:

De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 5 (1922) 12 (december) 179, opgenomen in een ‘terugblik’-nummer van het tijdschrift dat zijn vijfjarige bestaan vierde. De hier afgedrukte foto is de thans nog enige bekende Rossetti-opname van Mondriaan.

 

318

1) Mijn portret zonder […] dunner bezaaid!:

PM aan S.B. Slijper, 26 oktober 1922, naschrift van ‘Vrijdag’ [27 oktober] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Het zou nog […] was verouderd:

Verg. PM aan Albert van den Briel, ‘Dinsdagavond’ [december 1926] (o: ’s-Gravenhage, RKD; gepubliceerd in: Albert van den Briel, ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) met de onjuiste datering ‘1925’), waaruit: ‘Wat Slijper betreft, Bert, ik geloof niet dat je hem kent. Hij was nu voor ’t eerst in Parijs d.w.z. sedert dat ik hem ken, en hij is niet getrouwd.’

3) We weten van […] Mondriaan schonk:

PM aan S.B. Slijper, ‘Dinsdagavond’ [december 1926] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) hij had […] werkelijkheid niet waren:

PM aan Til Brugman, 13 november 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) De zwarte draadjes […] van zijn:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. 3 februari 1927 en ongedateerd [begin april 1927] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan Albert van den Briel, ongedateerd [maart 1927] (o: ’s-Gravenhage, RKD; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988).

 

319

1) een leven […] ‘dodelijke eenzaamheid’:

M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf. Maandblad voor letteren 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293; 274, 291.

2) ‘een voor dicht […] een lorgnon.’:

PM aan Til Brugman, 13 november 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) De Nederlandse krantenlezer […] hetzelfde jaar:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926.

4) de bewuste portretfoto […] Man Ray:

Dat de foto van Man Ray is blijkt uit een opschrift van de fotograaf zelf op de achterkant van het origineel in The Katherine S. Dreier Papers / Société Anonyme Archive, Yale Collection of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, ycal mss 101, Folder 2641: ‘Man Ray will make anotherone in studio –’ Daarboven in het handschrift van de schilder: ‘P. Mondrian – pour le catalogue exposition en Amérique.’ Helaas heeft Man Ray verzuimd in zijn autobiografie ook maar de geringste opmerking over Mondriaan te maken. Verg. Man Ray, Self Portrait. With an Afterword by Juliet Man Ray. Foreword by Merry A. Foresta (Boston etc.: Bulfinch Press, 1998).

5) Op de pagina […] het atelier:

Katherine S. Dreier, Modern Art. Composed by Katherine S. Dreier & Constantin Aladjalov (New York: Société Anonyme / Museum of Modern Art, 1926) 49. De foto van Mondriaan en van het atelier zijn in deze catalogus beide horizontaal spiegelverkeerd afgebeeld. Verg. CR II, 132 afb. 36 en 37, waar beide foto’s nog aan een ‘unknown photographer’ worden toegeschreven.

6) hij zag […] Katherine S. Dreier:

Verg. Man Ray aan Katherine S. Dreier, 23 juli 1927 (o: New Haven, Yale Collection of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Katherine S. Dreier papers / Société Anonyme archive, 1818-1952, ycal mss 101, Folder 868). Het is onduidelijk van welke woning van Dreier het interieur door Man Ray gefotografeerd is. Zij beschikte op zeker moment over een appartement in New York op Central Park West en een huis te West Redding, Connecticut. Over het ‘bloemetjesbehang’: Tracey Metz, “Een leven in dienst van het modernisme. Expositie over het best bewaarde geheim uit de recente kunstgeschiedenis, ‘Société Anonyme’, in Washington”, NRC Handelsblad, 16 december 2006.

7) Ray had […] atelier te poseren:

Verg. een opschrift op de achterkant van de atelierfoto (v: New Haven, Yale Collection of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, ycal mss 101, Folder 109, 2641): ‘Mondrian’s Studio – He would not pose in it – / orig 5 1/4 width No. 9 / including portrait / Join portrait through shadow / do not cut off from studio but reduce’.

 

320

1) De asymmetrische tafelhoek […] geheel vormen:

Verg. Jeff Jahn, “Kertesz and Waselchuk exhibitions”, www.portlandart.net, 27 augustus 2010, n.a.v. André Kertész: Photographs, Charles A. Hartman Fine Art, Portland, Or., 4-28 augustus 2010.

2) een ‘absolute realist’:

Verg. Colin Ford, “Introduction”, in: André Kertész. An exhibition of photographs from the Centre Georges Pompidou, Paris (z.p. [Londen]: Arts Council of Great Britain, 1979) 3-41; 41.

3) Op den ezel […] welbekend zijn:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926. De beschrijving lijkt alleen van toepassing op CR: B165 Tableau No. I: Lozenge with Three Lines and Blue, Gray, and Yellow, 1925 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich), het werk dat een plaats zou krijgen in de dansstudio van Gret Palucca. Het wekt echter enige verwondering dat het doek nog in september 1926 in het atelier van Mondriaan aanwezig was, terwijl de schilder het werk eerder dat jaar naar Duitsland had verkocht. Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ongedateerd [februari 1926] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Het grootere doek dat ik hier op die abstracte tentoonstelling had heb ik op aanvrage ook naar Duitschland gestuurd en heb juist gisteren bericht dat het verkocht is […].’ Is er misschien een ander, onbekend ruitvormig werk in het spel?

 

321

1) Hij ergerde […] de grammofoon:

N.N., “Piet Mondriaan: ergernis om ronde arm van grammofoon. Mevr. Lubbers kent schilder uit Parijse periode”, De Gooi- en Eemlander, 6 augustus 1966, waaruit: ‘Piet had zijn atelier gedecoreerd met blokken, net als zijn schilderijen. Zelfs zijn grammofoon had hij geverfd. O ja, aan één ding ergerde hij zich dood en dat kon hij niet veranderen, hoe graag hij ook wilde. Wat dat was? Dat raadt u nooit… Het was de arm van de grammofoon. Dat ding was rond en daar kon hij niet tegen.’

2) galerie Au Sacre […] du Cherche-Midi:

Jan Slivinski voelde zich met zijn galerie Au Sacre du Printemps, die hij als muzikant vermoedelijk noemde naar het gelijknamige werk van Igor Stravinsky, verbonden met het gedachtegoed van Paul Dermée, Seuphor en ‘l’Esprit Nouveau’. Op de avond van de opening van de Kertész-tentoonstelling in zijn galerie op 12 maart 1927 werd een aantal ‘œuvres d’esprit nouveau’ voorgedragen door onder anderen Seuphor, met Slivinsky aan de piano. Kertész maakte op deze opening foto’s van Adolph Loos, Mondriaan, Ida Thal en anderen. Verg. Billy Klüver, Julie Martin, Kiki’s Paris. Artists and Lovers 1900-1930 (New York: Harry N. Abrams, 1989) 236 n. 4; Michel Frizot, Annie-Laure Wanaverbecq, André Kertész (Parijs: Hazan/Jeu de Paume [distributed by Yale University Press], 2010) 71.

3) ‘zeer persoonlijk […] hun compositie’:

Yvonne Mareschal, (‘Art’), La Semaine à Paris. Journal illustré hebdomadaire paraissant le vendredi ce qui se verra, s’entendra, se fera à Paris, du 18 au 25 mars 1927 [7 (1927) nr. 231], 63: ‘Le Sacre du Printemps expose en même temps les travaux photographiques de Kertész, très personnels dans la simplicité et le naturel de leur composition.’

4) Maar de grote […] werd afgehamerd:

N.N., “‘Chez Mondrian’. Triumph für Kertész’ Photographien in New York”, Neue Zürcher Zeitung, 26 april 1997. Kertész’ foto Chez Mondrian werd op dezelfde veiling bij Christie’s New York afgehamerd op een bedrag van $ 299.500. Het recordbedrag was op dat moment betaald voor Alfred Stieglitz’ foto Georgia O’Keeffe. A Portrait-Hands and Thimble uit 1920, dat voor een bedrag van $ 398.500 bij Christie’s in oktober 1993 was geveild.

5) De uiterlijke, […] dynamische werkelijkheid:

Andy Ilachinsky, “Tao of Photograpy. Ten Epiphanous Photographs”, http://tao-of-digital-photography.blogspot.com, 6 en 13 maart 2008: ‘Outer objective reality blended, and enfolded, into subjective, inner truth and vision; and a “mere” representational photograph transformed into a glimpse of a transcendent dynamic reality.’

6) de originele […] middeleeuwse miniatuur:

Verg. William Meyers, “What Is Cut Away”, The New York Sun, 5 mei 2005, n.a.v. de expositie André Kertész and the Paris Avant-Garde, Edwynn Houk Gallery, New York, 21 april-4 juli 2005. In 1982, drie jaar voor zijn overlijden, liet Kertész zijn twee bekendste Mondriaan-foto’s (Chez Mondrian en Mondrian’s Glasses and Pipe) in een enigszins vergrote print van 4 × 3¼ inch (10,2 × 8,2 cm) opnemen in een editie van tien gesigneerde foto’s uit de jaren 1925-1939 onder de titel André Kertész (New York: Susan Harder and Orminda Corporation, 1982 [prints gedrukt in 1981]).

 

322

1) Kwam het doordat […] glimlach verborg?:

Verg. Michel Seuphor, “Le jeu de je”, in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 299-356; 313: ‘Il [Kertész, lh] se signalait par un sourire timide très particulier et qui cachait, assez mal, une ironie amère.’

2) het bewijsexemplaar […] kreeg overhandigd:

Verg. www.metmuseum.org › Collection database › André Kertész, Mondrian’s Studio, Paris en › André Kertész, [A Corner of Mondrian’s Studio with Bed, Stool, Curtain, and Mirrors], 1926.

3) Thans is de toegekende […] wordt neergeteld:

André Kertész, Mondrian’s Studio, Paris, geveild bij Christie’s New York, Sale 8624 (‘An Important Collection of André Kertész Vintage Photographs’), Lot 186, 17 april 1997. Via de Gilman Paper Company Collection, New York, thans in de collectie van het Metropolitan Museum.

4) Hoe vaak […] atelier geleid:

Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956) 158: ‘How many times have I climbed the dark, winding, ill-smelling stairway up to the third floor! In the center of the brown, painted door was Mondrian’s visiting card. Opposite the door, a dark hole: the water closet. Next to the door, a dirty window looked out on a sad courtyard with crumbling walls. This door opened into a small room, half bedroom and half kitchen. Near a window, which looked out on the yard, Mondrian kept his little gas burner, and all around, within arm’s reach, were his cooking utensils and a few narrow shelves for supplies. But, as a rule, the visitor saw nothing of all of this; a skillful use of curtains formed a corridor, which led him toward the studio […].’

 

323

1) Ook Mondriaans gasten […] gebruik te maken:

Maud van Loon, in: Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 53. De aanduiding ‘dappere pelgrim’ is uit: Maud van Loon, “Mondriaan in de mode”, De Telegraaf, 20 november 1965, 18: ‘Mondriaan, de man over wie Le Corbusier eens schreef: “de dappere pelgrim wiens tragische lot het was de jeugd de weg te wijzen naar de architectuur.”’

2) Seuphor vermeldt […] ‘een beetje’ stonk:

Michel Seuphor, “De hoed van Seuphor. Herinneringen aan 26 rue du Départ”, in: Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 9-16; 9.

3) Het was 1924 […] helemaal schoon:

Jan van Geest, Wim Schuhmacher. De Meester van het Grijs (Spanbroek: Frisia Museum, 2de aangevulde en iets herziene druk 1997) ‘Bijlage 4. Interview met Wim Schuhmacher door de auteur, 1974’, 278-283; 279. Het interview is eerder gepubliceerd in: Vrij Nederland, 11 januari 1975. Kort na het interview verzocht Schuhmacher de auteur ‘alle geklets’ over anderen, ook Mondriaan, weg te laten, wat deze (gelukkig) negeerde. Verg. Jan van Geest, Wim Schuhmacher. De Meester van het Grijs, 106, 284.

 

324

1) De getuigenverslagen […] hemel terechtkwam:

Letterlijk zo: Michel Seuphor, “De hoed van Seuphor. Herinneringen aan 26 rue du Départ”, in: Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 9-16; 9.

2) Met een beetje […] te scheppen.’:

Piet Mondriaan, “Neo-Plasticisme. De Woning – De Straat – De Stad”, i10. Internationale revue 1 (1927) 1 (januari) 12-18; 17.

 

325

1) Zwangsneurotiker:

Verg. Hannah Höch in: Edouard Roditi, “Hannah Höch und die Berliner Dadaisten. Ein Gespräch mit der Malerin”, Der Monat. Eine internationale Zeitschrift 12 (1959) 11 (november [nr. 134]) 60-68; 66: ‘Alles in seinem Leben war vernunftmäßig bedacht und berechnet. Er war ein Zwangsneurotiker und konnte Unordnung und Verwirrung nicht ertragen.’

2) De fotograaf […] evenwicht te brengen:

Verg. “Acquisitions/1993”: ‘57. André Kertész, Piet Mondrian, 1926’, The J. Paul Getty Museum Journal 22 (1994) 57-102; 91.

3) ‘Zo werkte Mondriaan […] en raadselachtig.’:

Rudi Fuchs, “Wegen met het oog” (‘Kijken’), De Groene Amsterdammer, 23 september 2009.

4) … toen ik […] eigenlijk detoneerde:

Louis Saalborn, “Herinnering aan Mondriaan”, De Telegraaf, 17 maart 1955.

5) zelfverklaard ‘oude kluizenaar’:

PM aan S.B. Slijper, 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Voor Mondriaan die zichzelf een ‘kluizenaar’ noemt, verg. ook: PM aan Mies Elout-Drabbe (o: ’s-Gravenhage, RKD; laatstelijk gepubliceerd in: Francisca van Vloten, Moen. Tussen Toorop en Mondriaan. De kunstenares Mies Elout-Drabbe 1875-1956 (Vlissingen: Den Boer | de Ruiter, 2004) 66-67); PM aan Willy Wentholt (o: Amersfoort, coll. F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp); PM aan Carel Mondriaan, 2 maart 1935 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

6) ‘Mondriaan cultiveerde […] aandacht trok.’:

Els Hoek, “Piet Mondriaan”, in: Carel Blotkamp ed., De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932 (Amsterdam, Antwerpen: L.J. Veen, 1996) 113-152; 122.

 

326

… welk een meelijwekkende […] de Blik:

Roland Barthes, De lichtende kamer. Aantekeningen over de fotografie. Vertaald door Maartje Luccioni (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1988) 117. Verg. Roland Barthes, La chambre claire. Note sur la photographie (Parijs: Cahiers du cinéma / Gallimard / Seuil, 1980) 172-175: ‘Voilà le paradoxe: comment peut-on avoir l’air intelligent sans penser à rien d’intelligent, en regardant ce morceau de Bakélite noire? C’est que le regard, faisant l’économie de la vision, semble retenu par quelque chose d’intérieur. Ce jeune garçon pauvre qui tient un jeune chien à peine né dans ses mains et penche sa joue vers lui (Kertész, 1928), regarde l’objectif de ses yeux tristes, jaloux, peureux: quelle pensivité pitoyable, déchirante! En fait, il ne regarde rien; il retient vers le dedans son amour et sa peur: c’est cela, le Regard.’

 

327

1) … ik vind dat […] verderfelijk kunnen zijn?:

PM aan Arnold Saalborn, 31 januari 1910 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). De datering, op de brief aangebracht door een ander dan de briefschrijver, wordt zonder opgave van redenen betwijfeld door Mondriaan-kenner Joop J. Joosten. Verg. Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian (New York: Da Capo, 1993 [1Boston 1986]) 19 (Engelse vertaling van de belangrijkste briefpassage), 394 n. 29 (‘Joop Joosten questions this date’): ‘To be alone is (for the great) the opportunity to penetrate and know the self, the true man, the god-man and, in the highest case, god. In this way one becomes greater, one becomes conscious, one becomes. Finally, God. How can that be harmful?’

2) daar ‘woelt […] der verstikking!’:

Arnold Saalborn, “Piet Mondriaan en Anderen”, n.a.v. Moderne Kunstkring. Internationale tentoonstelling van moderne kunst. Amsterdam: Stedelijk Museum, 6 oktober-5 november 1911, De Kunst. Een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad, 4 november 1911 (nr. 197) 74-77; 76-77. Saalborns beschouwing kwam, met uitzondering van zijn positieve oordeel over Mondriaan, neer op een hartgrondige veroordeling van al wat er op de tentoonstelling van de Moderne Kunstkring door schilders als Kees van Dongen, Jaap Weijand, Leo Gestel, Jan Sluijters ‘en hun Fransche dekadente en machtelooze kollega’s’ werd gepresenteerd. Hij vond dat de schoonheid door de modernen ‘in onooglijke stukken van stilistische (cubistische of andere) gemanierdheid en belachelijkheid’ werd gehakt. De redactie van De Kunst, bestaande uitsluitend uit N.H. Wolf, verklaarde in een voetnoot bij het artikel dat zij ‘zich met een deel der hier verkondigde meeningen niet vereenigen’ kon.

 

328

1) Verwelkende zonnebloem:

CR: A597 Dying Sunflower II, 1908 (v: ’s-Gravenhage, HGM), met op de achterkant in potlood de opdracht: ‘Van Piet Mondriaan aan Arnold Saalborn, met sympathie voor den schrijver van Zonnesproke en De Schooier. Januari 1910’. Kennelijk was Mondriaan vereerd geweest met twee van de jongste pennenvruchten van de letterenstudent aan de Universiteit van Amsterdam: Arnold Saalborn, “Zonnesproke”, De Kunst, 28 augustus 1909; dez., “De schooier. Eene schets van de heide”, Amsterdamsche Studenten?Almanak voor het Jaar 1910 80 (1910) 346-355. In CR I, 398 worden Arnold Saalborn en zijn jongere broer Loe, de beroemd geworden toneelregisseur, tot een en dezelfde persoon samengemengd.

2) beloofde hij […] zullen verkopen:

Mondriaan was zo behulpzaam geweest voor Saalborn een hotel te bespreken (Saint Pierre bij het Théâtre de l’Odéon) en had voor hem zelfs de huur vooruitbetaald. Verg. PM aan Arnold Saalborn, 25 juli 1924 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan S.B. Slijper, 29 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Saalborn, zelf ook woonachtig in het Gooi, was bij een eerdere gelegenheid de Mondriaan-collectie, met name de bloemen uit de jaren twintig, van Slijper gaan bekijken en had die ‘prachtig’ gevonden.

3) Dat kunst, […] kan zijn’?:

Louis Saalborn, “Herinnering aan Mondriaan”, De Telegraaf, 17 maart 1955.

4) Het is zeer […] gewaarschuwd had:

Voor zijn sociale bewogenheid verg. Arn. Saalborn, Het ontwaken van het sociale bewustzijn in de litteratuur (proefschrift Amsterdam: H.J. Paris, 1931).

5) ‘Ik heb tegenwoordig […] buitenlandsche bladen.’:

PM aan S.B. Slijper, 29 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD). In de brief is met name sprake van foto’s van schilderijen. Mondriaan was bereid voor zo’n foto een forse investering te doen: ‘Als je nog eens in de gelegenheid mocht komen van een of meer der laatste abstracte werken een goede foto te kunnen laten maken dan erg graag en de onkosten zouden we wel arrangeeren ’t zij ik ’t betaalde of jou een bloem of iets anders er voor gaf.’

 

329

1) een onbekend […] Siegfried Giedion:

De veronderstelling dat de fotograaf Siegfried Giedion is in: Wietse Coppes, “Het ‘wetenschappelijk-technische laboratorium’ van Piet Mondriaan. Het atelier op 26, rue du Départ ten tijde van het bezoek van Alexander Calder”, in: Benno Tempel e.a., Alexander Calder. De grote ontdekking (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag; z.p.: Ludion, 2012) 38-51; 42, 45.

2) Deze foto […] beplakte atelierwand:

‘Piet Mondrians Atelier in Paris’, afb. bij het artikel: Carola Giedion-Welcker, “Die Kunst des zwanzigsten Jahrhunderts. Experimentierzelle, Zeitseismograf”, Das Kunstblatt 14 (1930) 3 (maart) 65-70; 66.

3) ‘De ezel, […] te omvatten.’:

Nancy J. Troy, The De Stijl Environment (Cambridge, Mass.; Londen: The Massachusetts Institute of Technology, 1983) 135: ‘Here the easel, placed directly in front of one wall, is reminiscent of a Constructivist sculptural object, implying its own extension outward to incorporate the entire atelier.’

4) Zei Piet Zwart […] woonde en werkte?:

Geciteerd uit: Yvonne Brentjens, Piet Zwart 1885-1977. Vormingenieur (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 156.

5) Gelijk mijn schilderij […] stijlvormen openbaart:

[W.F.A Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926.

 

330

1) Als hij zich […] kunnen verenigen:

N.N., “De nieuwe zakelijkheid als cultuuruiting van dezen tijd. De menschheid moet leeren een te worden met het lot”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 18 december 1932.

2) De ‘maskerade van het viriele narcisme’:

Helmut Lethen, “Der Weg in den Gletscher”, Die Tageszeitung, 29 juni 1995; dez., Verhaltenslehren der Kälte. Lebensversuche zwischen den Kriegen (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1994) 69, 278 n. 134. Verg. ook Helga Geyer-Ryan, “Vrouwelijke rede en symbolisch geweld”, Krisis 9 (1989) 1 (nr. 34) 4-17; 10.

3) Grenzen der Gemeinschaft. Eine Kritik des sozialen Radikalismus:

Helmuth Plessner, Grenzen der Gemeinschaft. Eine Kritik des sozialen Radikalismus (1924), in: dez., Gesammelte Schriften. Günter Dux, Odo Marquard, Elisabeth Ströker eds. Band v (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1981) 11-133.

4) ‘spelvormen waarmee […] te kwetsen’:

Helmuth Plessner, Grenzen der Gemeinschaft. Eine Kritik des sozialen Radikalismus (1924), in: dez., Gesammelte Schriften. Günter Dux, Odo Marquard, Elisabeth Ströker eds. Band v (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1981) 11-133; 80: ‘Und wir kennen auch diesen tänzerischen Geist, diesen Ethos der Grazie: […] die virtuose Handhabung der Spielformen, mit denen sich die Menschen nahe kommen, ohne sich zu treffen, in denen sie sich voneinander entfernen, ohne sich durch Gleichgültigkeit zu verletzen.’

5) ‘het risico van belachelijkheid’:

Helmuth Plessner, Grenzen der Gemeinschaft. Eine Kritik des sozialen Radikalismus (1924), in: dez., Gesammelte Schriften. Günter Dux, Odo Marquard, Elisabeth Ströker eds. Band v (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1981) 11-133; 70: ‘Alles Psychische, das sich nackt hervorwagt, es mag so echt gefühlt, gewollt, gedacht sein, wie es will, es mag die Inbrunst, die ganze Not unmittelbaren Getriebenseins hinter ihm stehen, trägt, indem es sich hervorwagt und erscheint, das Risiko der Lächerlichkeit.’

 

331

1) De kreet om […] pijn doen:

Helmuth Plessner, Grenzen der Gemeinschaft. Eine Kritik des sozialen Radikalismus (1924), in: dez., Gesammelte Schriften. Günter Dux, Odo Marquard, Elisabeth Ströker eds. Band v (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1981) 11-133; 110: ‘Der Schrei nach körperlicher Hygiene, der schon mit Oberlicht und gekachelten Wänden zufrieden ist, passt trefflich zu einer Kunst, die ohne Umstände auf das Wesentliche losstürzt, zu einer Moral der rücksichtlosen Aufrichtigkeit und des prinzipiellen sich und andern Wehetuns.’ De expliciete verbinding van het citaat van Plessner met het Bauhaus bij: Helmut Lethen, Verhaltenslehren der Kälte. Lebensversuche zwischen den Kriegen (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1994) 78.

2) ‘Van elk oppervlakkig […] leven verbonden.’:

Georg Simmel, “Die Großstädte und das Geistesleben”, in: Th. Petermann ed., Die Großstadt. Vorträge und Aufsätze zur Städteausstellung (Jahrbuch der Gehe-Stiftung Dresden, Band 9, 1903) 185-206: ‘Aber auch hier tritt hervor, was überhaupt nur die ganze Aufgabe dieser Betrachtungen sein kann: dass sich von jedem Punkt an der Oberfläche des Daseins, so sehr er nur in und aus dieser erwachsen scheint, ein Senkblei in die Tiefe der Seelen schicken lässt, dass alle banalsten Äußerlichkeiten schließlich durch Richtungslinien mit den letzten Entscheidungen über den Sinn und Stil des Lebens verbunden sind.’

3) De nieuwe zakelijkheid […] bouwen zijn:

Verg. N.N., “De nieuwe zakelijkheid als cultuuruiting van dezen tijd. De menschheid moet leeren een te worden met het lot”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 18 december 1932. Het artikel bevat het verslag van een lezing van de architect Jan Gratama, die Mondriaan het verwijt maakte dat zijn kunst niet tot de eeuwigheid leidt, maar ‘tot de volmaakte onbegrijpelijkheid’.

4) ‘psychologie van buiten’:

Verg. Helmut Lethen, Verhaltenslehren der Kälte. Lebensversuche zwischen den Kriegen (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1994).

 

332

1) In de beeldentaal […] te houden:

Verg. Helmut Lethen, “Kälte. Eine Zentralmetapher der Erfahrung der Modernisierung”, Dogilmunhak. Koreanische Zeitschrift für Germanistik 43 (2002) 2, 78-94. Verg. ook Wieland Schmied ed., Der kühle Blick. Realismus der Zwanzigerjahre in Europa und Amerika (München, Londen, New York: Prestel, 2001).

2) uw atelier moet […] de microben:

Théo van Doesburg, “elementarisme” (‘parijs 13 juli 1930’), De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur, ‘dernier numéro’, januari 1932, 15-16; 16.

3) ‘Hier daarentegen […] menschelijk bestaan.’:

[Röell. W.F.A.] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926.

 

333

1) De ernstig lijdende […] of kleur:

Friedrich Nietzsche, § 114 “Over wat kennis is voor de lijdende”, in: Morgenrood. Gedachten over de morele vooroordelen. Vertaald door Pé Hawinkels. Voor deze editie herzien door Michel van Nieuwstadt (Amsterdam, Antwerpen: De Arbeiderspers, 1998). Verg. dez., Morgenröthe, § 114 ‘Von der Erkenntnis des Leidenden’: ‘Der Schwerleidende sieht aus seinem Zustande mit einer entsetzlichen Kälte hinaus auf die Dinge: alle jene kleinen lügnerischen Zaubereien, in denen für gewöhnlich die Dinge schwimmen, wenn das Auge des Gesunden auf sie blickt, sind ihm verschwunden: ja, er selber liegt vor sich da ohne Flaum und Farbe.’

2) Wanneer men zich […] struisvogelpolitiek:

Piet Mondrian, ‘Kunst en leven (De nieuwe beelding – Het nieuwe leven. De ontwikkeling der zuivere verhoudingen).’ Vertaald door Til Brugman (tt, z.p., z.d.; exemplaar bibliotheek Kunsthistorisch Instituut Universiteit van Amsterdam). Verg. P. Mondrian, ‘L’Art nouveau – la vie nouvelle (La culture des rapports purs)’ (mt: New Haven, Yale University, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, ms Vault 710. Box 1, 30A, 30B, 30C; Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) I, nr. 052); Piet Mondrian, “L’Art nouveau – la vie nouvelle”. Édité et annoté par Jean-Claude Lebensztejn, Les Cahiers du Musée national d’art moderne 114-115 (hiver 2010/printemps 2011) 32-73: ‘Rien n’est plus fâcheux pour la vie que la dissimulation de la réalité: la vérité. Car ainsi – la vie étant la vérité – on dissimule la vie. Dissimuler le contenu véritable de la vie, même celui de la vie pratique, c’est se retirer dans une forme particulière, donc se réparer de la vie, s’enfermer. […] C’est comme l’on s’amuse tant que l’on peut, que l’on mange, boit, sent et pense selon son propre goût et se propre nature. De même, on cherche à rester dans la chaleur, évitant le froid; on ne lit que ce qui est agréable et qui est né d’une conception et d’un sentiment sympathique. À la fin, il est logique que l’on n’aime pas s’occuper des problèmes et des situations politiques et économiques inquiétantes. Tout cela est très “humain”, si l’on le fait spontanément de sa nature, de son instinct et de son intuition de “vivre”. Mais si cette attitude est calculée et doit servir pour dissimuler l’état véritable des choses, elle devient une politique d’autruche.’

3) Met Nietzsche […] moderniteit te wagen:

Helmut Lethen, “Kälte. Eine Zentralmetapher der Erfahrung der Modernisierung”, Dogilmunhak. Koreanische Zeitschrift für Germanistik 43 (2002) 2, 78-94; 79.

 

334

1) Wij dan, […] Jezus Christus.’:

CR: A11 Uw woord is de waarheid (Thy Word Is the Truth), 1894 (v: Winterswijk, Museum Freriks). Verg. Herbert Henkels, Mondriaan in Winterswijk. Een essay over de jeugd van Mondriaan, z’n vader en z’n oom (Den Haag: Haags Gemeentemuseum, 1979; tweede druk: januari 1980) 28-30.

2) De zoon respecteert […] handelingen dicteert:

David Riesman, De eenzame massa. Over cultuur en karakter in de moderne samenleving. Woord vooraf door H.C.J. Duijker. Uit het Amerikaans vertaald door E.J. Zwaan (Assen: Van Gorcum & Comp., H.J. Prakke & H.M.G. Prakke, 1959) 22; verg. David Riesman with Nathan Glazer and Reuel Denney, The Lonely Crowd. A study of the changing American character. Abridged edition with a 1969 preface (New Haven, Londen: Yale University Press, 1969) 16: ‘it is what I like to describe as a psychological gyroscope. This instrument, once it is set by the parents and other authorities, keeps the inner-directed person, as we shall see, “on course” even when tradition, as responded to by his character, no longer dictates his moves.’

 

335

1) een ‘van binnenuit bepaald type’:

David Riesman, De eenzame massa. Over cultuur en karakter in de moderne samenleving. Woord vooraf door prof. dr. H.C.J. Duijker. Uit het Amerikaans vertaald door E.J. Zwaan (Assen: Van Gorcum & Comp., H.J. Prakke & H.M.G. Prakke, 1959) 20 vlgg.; verg. David Riesman with Nathan Glazer and Reuel Denney, The Lonely Crowd. A study of the changing American character. Abridged edition with a 1969 preface (New Haven, Londen: Yale University Press, 1969) 13 vlgg.

2) Alle vaderlijke […] in republicanisme:

De republikeinse gezindheid van Mondriaan blijkt uit zijn (tijdens zijn leven) onuitgegeven tekst ‘L’Art nouveau – la vie nouvelle (La culture des rapports purs)’ (ongepubliceerd; mt: New Haven, Yale University, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, ms Vault 710. Box 1, 30A, 30B, 30C; Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) I, nr. 052); Piet Mondrian, “L’Art nouveau – la vie nouvelle”. Édité et annoté par Jean-Claude Lebensztejn, Les Cahiers du Musée national d’art moderne 114-115 (hiver 2010/printemps 2011) 32-73; 59: ‘Si les rois étaient tous justes, une république ne serait pas mieux qu’un royaume. […] Nous vivons dans une république, dans un temps de syndicats et de fédérations – dans un temps de recherche des rapports purs et équivalents.’ Verg. Piet Mondriaan, ‘Kunst en leven’. Vertaald door Til Brugman (tt: Amsterdam, bibliotheek Kunstgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam), waaruit: ‘Wanneer alle vorsten rechtvaardig waren, zou een republiek niet beter dan een koninkrijk zijn. […] Wij leven in een tijd van republieken, van syndicaten en federaties, – in een tijd, die naar zuivere verhouding streeft. Dat er desondanks zoveel tirannie en verkeerde toestanden in het leven heersen, wordt door het tekort aan onderlinge gelijkwaardigheid en door de nog overheersende bizondere vormen veroorzaakt.’

3) ‘Je kunt in […] zelf zijn.’:

PM aan Aletta de Iongh, ongedateerd (‘Eindelijk zal je dan weer eens iets van me hooren!’) [april 1912] (o: Otterlo, KMM).

4) ‘Ik denk […] in de kunst.’:

PM aan James Johnson Sweeney, 24 mei [1943], waaruit: ‘I think the destructive element is too much neglected in art.’ In facsimile afgedrukt in: Piet Mondrian. The earlier years. Tentoonstellingscatalogus New York, The Solomon R. Guggenheim Museum, 10 december 1957-26 januari 1958. De tekst werd voor het eerst (met overigens stevige redactionele en taalkundige ingrepen) gepubliceerd in: James Johnson Sweeney, “Piet Mondrian”, in dez., “Eleven Europeans in America”, The Museum of Modern Art Bulletin 13 (1945-1946) 4-5 (september 1946) 2-39; 35-37. Nederlandse vertaling in: Carel Blotkamp, Mondriaan in detail. Mondriaan en de architectuur, de triptieken, de eerste ruitvormige schilderijen, Mondriaan en Rudolf Steiner (Utrecht, Antwerpen: Veen-Reflex, 1987) 144-145; 145.

5) ‘de verschrikkelijke […] van niet-bestaan’:

F.M. Dostojefski, De gebroeders Karamazow. Onverkorte vertaling uit het Russisch van Dr. A. Kosloff (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1932) 233.

6) de gelijknamige vertelling van Dostojevski:

F.M. Dostojefski, De gebroeders Karamazow. Onverkorte vertaling uit het Russisch van Dr. A. Kosloff (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1932) deel II, boek v: Pro en Contra, v: De Groot-Inquisiteur; Fyodor Dostoyevsky, The Brothers Karamazov. Translated by Constance Garnett (New York: The Modern Library, z.d. [11912]) Part Two, Book Five: Pro and Contra, Chapter v: The Grand Inquisitor.

7) ‘eindelijk God […] kunnen zijn?’:

PM aan Arnold Saalborn, 31 januari 1910 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. de Engelse vertaling in: Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian (New York: Da Capo, 1993 [1Boston 1986]) 19.

8) ‘levenskracht’:

In vertaling(en): élan vital, vitalité, force-de-vivre; vitality, pure expression of life, expression of vitality, energy. Met dank aan dr. Louis A. Veen.

 

336

Er bestaat namelijk […] buigen moet:

F.M. Dostojefski, De gebroeders Karamazow. Onverkorte vertaling uit het Russisch van Dr. A. Kosloff (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1932) 236.

 

 

19 Amerika ontdekt Mondriaans helderheid

 

337

Nederland heeft drie […] van Mondrian:

Katherine S. Dreier, Modern Art. Composed by Katherine S. Dreier & Constantin Aladjalov (New York: Société Anonyme / Museum of Modern Art, 1926) 50: ‘Holland has produced three great painters who, though a logical expression of their own country, rose above it through the vigor of their personality – the first was Rembrandt, the second was Van Gogh and the third is Mondrian. When one compares Rembrandt with the men of his period, men as great as Frans Hals, one realizes the strong individuality of the man. So Van Gogh stands out in contrast to Mauve, Israels and the fine painters of his period. And again you find it in Mondrian, who with consequential slow development rose from that strong individualistic expression into a great clarity. Nowhere has such clarification been reached as in the paintings of Mondrian.’

 

338

1) Ik heb juist […] bestellen nooit iets:

PM aan S.B. Slijper, 25 januari 1923 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Die Amerikaanse meisjes […] meisjes hebben:

PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [voor 25 januari 1923] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) ‘Die voet heb ik niet eens bekeken!!’:

PM aan S.B. Slijper, 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) Het betrof de […] was verschenen:

P. Mondrian, “Het Neo-Plasticisme” (‘Paris, Aug. 1923’), Merz nr. 6 (oktober 1923) 53-54. Vertaling in het Engels gemaakt door Jo Steijling en een naamloze Amsterdamse.

 

339

1) die consequent uit […] pispot zelf:

Verg. William A. Camfield, “Marcel Duchamp’s Fountain. Its History and Aesthetics in the Context of 1917”, Dada/Surrealism 16 (1987) 79-86; herdrukt in: Rudolf Kuenzli, Francis Naumann eds., Marcel Duchamp: Artist of the Century (Cambridge, Mass.: M.I.T., 1990) 64-94; 71-72.

2) en het tweede […] MoMA bevindt:

Verg. Katherine S. Dreier, Abstract Portrait of Marcel Duchamp. Olieverf op doek, 45,7 × 81,3 cm (v: New York, MoMA, Abby Aldrich Rockefeller Fund).

3) Er is […] tot elkaar verhielden:

Verg. Roberta Smith, “Dreier and Duchamp, Modernism’s Dynamic Duo”, The New York Times, 27 oktober 2006.

4) Het motto […] na te volgen:

‘Traditions are beautiful – but to create them – not to follow.’ Verg. In Memory of Katherine S. Dreier, 1877-1952. Her Own Collection of Modern Art (New Haven: Yale University Art Gallery, 1952) z.p.; N.N., “Modernists Invade Yale Art Gallery; Exhibit Includes Harp, Snow Shovel. Duchamp Dangles Work From Ceiling Position To Create Traditions”, Yale Daily News, 11 maart 1948; Nancy J. Siegel, “An Artist Patronized – The Abstract Paintings of Katherine S. Dreier”, Rutgers Art Review, XII-XIII, 1991-1992, 23-45; 28.

 

340

1) Volgde hem […] door Nederland:

Verg. Meta Knol ed., Kurt Schwitters in Nederland. Merz, De Stijl & Holland Dada (Heerlen: Stadsgalerij; Zwolle: Waanders, 1997) 30; Gwendolen Webster, “Kurt Schwitters and Katherine Dreier”, German Life and Letters. New Series 60 (1999) 4 (oktober 1999) 443-457; 445.

2) Dat niet Duchamp […] abstracte kunst:

Katherine S. Dreier aan PM, 5 april 1926; gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo?Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62; 61.

3) Ze was voordien […] werk bekend:

Verg. Katherine S. Dreier, Western Art and the New Era. An Introduction to Modern Art (New York: Brentano’s, 1923), waarin de naam van Mondriaan nog helemaal niet wordt genoemd.

4) Dreier ontleende […] heeft uitgeoefend:

Jennifer R. Gross ed., The Société Anonyme. Modernism for America (New Haven, Londen: Yale University Press, 2006) 128.

5) In haar ogen […] algemeen verwachtte:

Sara Klein, Putting Katherine Dreier into Perspective: Modern Art Collecting in United States of America (Masterthesis, The Florida State University, The School of Visual Arts and Dance, 2005) 16, 20.

6) Waardoor hij de grote afwezige was:

Verg. Ruth L. Bohan, The Société Anonyme’s Brooklyn Exhibition. Katherine Dreier and Modernism in America (Ann Arbor, Michigan: umi Research Press, 1982) 54.

7) Ze maakte er ongevraagd Clarification van:

International Exhibition of Modern Art. Assembled by Société Anonyme. Brooklyn: Brooklyn Museum, 19 november 1926-9 januari 1927. De twee geëxposeerde werken van Mondriaan: Clarification I = CR: B176 Tableau I: Lozenge with Four Lines and Gray, 1926 (v: New York, MoMA) en Clarification II = CR: B177 Tableau II, 1926 (v: onbekend).

8) Conform haar visie […] zou uitdrukken:

Ruth L. Bohan, The Société Anonyme’s Brooklyn Exhibition. Katherine Dreier and Modernism in America (Ann Arbor, Michigan: umi Research Press, 1982): ‘essence of thought’.

 

341

1) … die na twintig […] wordt aangetrokken:

N.N. [Katherine S. Dreier], “Foreword”, in: Katherine S. Dreier, Modern Art. Composed by Katherine S. Dreier & Constantin Aladjalov (New York: Société Anonyme / Museum of Modern Art, 1926) z.p.: ‘One of the most important of these is Mondrian, who after twenty years of slow, steady development has reached a clarification of thought, as expressed in line and form, that has drawn unto itself a considerable group of vital young men and women.’

2) Dreier positioneerde […] een vertrek’:

N.N. [Katherine S. Dreier], “Foreword”, in: Katherine S. Dreier, Modern Art. Composed by Katherine S. Dreier & Constantin Aladjalov (New York: Société Anonyme / Museum of Modern Art, 1926) z.p.: ‘Even more has his influence been felt along the line of architecture, or interior decorating, as we would call it. And here his influence has spread throughout all of Europe. Such men as Van Tongerloo, Van Doesburg, such groups as the Bauhaus in Dessau, or Baumeister in Stuttgart have all been filled with this cosmic feeling of a finer division of space and color within a room itself. No thought, which is cosmic, can, however, be claimed by any one individual and so though Mondrian has created for himself a position which is unique as a leader in this line of thought which has been taken over by architects, it has found early expression in other countries as well.’

3) Een deel […] Buffalo en Toronto:

International Exhibition of Modern Art. Assembled by The Société Anonyme. New York, The Anderson Galleries, 25 januari-5 februari 1927; International Exhibition of Modern Art. Assembled by The Société Anonyme. Buffalo, Albright Art Gallery, 25 februari-20 maart 1927; Toronto, Toronto Art Gallery, 1-24 april 1927.

4) Ook interpreteerde […] het neoplasticisme:

PM aan Katherine S. Dreier, 10 maart 1927; gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo?Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62; 61.

5) Maar toen […] wat ongerust:

PM aan Friedrich Kiesler en Stefanie Kiesler-Frischer, 22 april 1927; gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo?Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62; 61.

6) een verkocht werk:

CR: B177 Tableau II, 1926 (v: onbekend).

7) Met dat bedrag kon hij een halfjaar vooruit:

Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. 27 augustus 1927 en 4 december [1927] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

342

1) vatte hij op […] een moreel succes:

PM aan Albert van den Briel, ongedateerd [maart 1927]; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 12-15; 15.

2) Dit aan […] nieuwe diagrammatische categorie:

Royal Cortissoz, “Modernistic Art and – What of It? An International Exhibition At the Brooklyn Museum”, New York Herald Tribune, 5 december 1926.

3) Er is […] worden beschouwd:

Nelson Junius Springer, “New York”, Creative Art 1 (1927-1928) 1 (oktober 1927) 302: ‘There is one man, Mondrian (The Netherlands), praised very highly by the Société Anonyme, whose work frankly exasperates even my open mind. Two straight, black lines, intersecting at right angles, cannot, by any stretch of my imagination, be conceived as art, and certainly cannot be conceived as experiment.’

4) De critica van […] verder voorbij:

Elisabeth L. Cary, “‘Experimental Art’ at Brooklyn Museum. Out of a Rut. Societe Anonyme Exhibits Work of Well-Known Moderns”, The New York Times, 21 november 1926.

 

343

1) ‘juiste menschen’:

PM aan J.J.P. Oud, 4 december [1927] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) Intussen verzekerde […] te verlichten:

PM aan Katherine S. Dreier, resp. 26 juni 1927 en 25 januari 1928; gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo?Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62; 61.

3) Dat hij […] haar maar niet:

Verg. PM aan J.J.P. Oud, 4 december [1927] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Het is lam dat ik weer aan bloemen zal moeten […].’

4) In augustus 1929 […] New York sturen:

Resp. CR: B207 Composition, with Yellow, Blue, Black, and Light Blue, 1929 (v: New Haven, Yale University Art Gallery); B206 Composition, with Red, Blue, Yellow, and Black, 1929 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum).

5) een klein aantal schilderijen:

B201 Large Composition with Red, Blue, and Yellow, 1928 (v: particuliere collectie); B202 “Farbige Aufteilung,” 1928 (v: onbekend); B204 Composition with Red, Black, Blue, and Yellow, 1928 (v: Ludwigshafen, Wilhelm-Hack-Museum).

6) ‘allumium lijst’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 15 juli 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Ik heb nu een lijst van alluminiumeert hout erom, d.w.z. de doeken met een randje zooals vroeger bevestig ik nu op (niet in) die allumium lijst, dat doet heel goed en is beter voor ’t vuil worden bij aanpakken.’

7) en verzocht Dreier […] (laten) verwijderen:

PM aan Katherine S. Dreier, 9 augustus 1929; gepubliceerd in: Nancy J. Troy, “Correspondence between Katherine S. Dreier and Piet Mondrian in The Katherine S. Dreier Papers, Yale Collections of American Literature, Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University”, in: dez., Mondrian and Neo?Plasticism in America (New Haven: Yale University Art Gallery, 1979) 61-62.

8) een ruitvormig doek […] een meter:

CR: B218 Composition No. i: Lozenge with Four Lines, 1930 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum).

 

344

1) In 1927 had […] te modern was:

Catharina Van Mossevelde, Hilla Rebay en Non-Objectiviteit (Scriptie ingediend tot het behalen van de graad van Licentiaat in de Kunstwetenschappen, Faculteit Letteren & Wijsbegeerte, Universiteit Gent, 2006-2007) 17.

2) die met zijn vermogen […] warmliep: Sigrid Faltin, Die Baroness und das Guggenheim. Hilla von Rebay – eine deutsche Künstlerin in New York (z.p. [Lengwil]: Libelle, 2005) 100; Ulrike Knöfel, “Die Muse des Kupferkönigs”, Der Spiegel, 21 maart 2005.

3) Met het […] Queen of Art’:

Sigrid Faltin, Die Baroness und das Guggenheim. Hilla von Rebay – eine deutsche Künstlerin in New York (z.p. [Lengwil]: Libelle, 2005) 114.

4) had bovendien […] weten te regelen:

Exposition des œuvres de Hilla Rebay, chez Mm. Bernheim Jeune, 83, rue du Faubourg St-Honoré, du deux au treize juin 1930.

 

345

1) Vandaag heb ik […] mezelf houden:

Hilla Rebay aan Rudolf Bauer, 3 juni 1930; geciteerd (in Duitse vertaling) in: Joan Lukach, Hilla Rebay. In search of the spirit in art. Postscript by Thomas M. Messer (New York: George Braziller, 1983) 64: ‘Today I went with Fénéon and Moholy to see Mondrian, the Dutch painter – do you know him? He hardly paints; he constructs 2 or 4 lines or squares, but he is a wonderful man, very cultivated and impressive. He lives like a monk, everything is white and empty but for red, blue and yellow painted squares all over the room of his studio and bedroom. He also has a small record player with Negro music. He is very poor and already 58 years old, resembles Kandinsky but is even better and more alone. Moholy loves him and venerates him in his quiet, intense way. […] I bought […] one of Mondrian’s [paintings] (for myself, for nobody will like it), a white oil painting with 4 irregular lines. I love it, but it was mainly in order to keep the wolf from the door of a great, lovable man, and this is the way to hang it. […] I asked him for his photograph. […] Mondrian knows how to live, simply and circumspectly. He is a Dutchman, however not Dutch at all, rather Spanish or nothing at all, Mondrian. […] I feel that Mondrian’s painting emanates something sacred, that is why I gladly keep it.’ Verg. ook Sigrid Faltin, Die Baroness und das Guggenheim. Hilla von Rebay – eine deutsche Künstlerin in New York (z.p. [Lengwil]: Libelle, 2005) 116, met fragmenten in (de vermoedelijk originele) Duitse tekst, waaronder: ‘so ganz einfach u. gepflegt wie’s bei Mondrian ist, so muss man leben.’

2) ‘Z’n zwart-wit […] prachtig.’:

Charley Toorop aan Arthur Müller-Lehning, 26 februari 1930, geciteerd in: Toke van Helmond-Lehning, met medewerking van Else de Graaf, Zelfportret van een liefde. Charley Toorop en Arthur Lehning (Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2008) 69.

3)je peux mieux continuer mon travail’:

PM aan Hilla Rebay, 6 juni 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

346

1) terwijl hij […] was getoond:

PM aan Hilla Rebay, 5 juni 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Hier j’ai été chez M. Fénélon; j’ai voulu revenir samedi mais il m’a montré ses tableaux et Madame était également très gentille. J’aime beaucoup les Seurats.’

2) Beste mevrouw […] moderne kringen.:

PM aan Hilla Rebay, 10 oktober 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Chère Mademoiselle, J’étais très heureux de recevoir de vos nouvelles. Tout de suite j’ai apporté le tableau chez M. Fénélon. […] J’ai couvert le tableau avec papier de soi et mis des tampons aux coins moi même parce que les ouvriers sont si nonchalant. J’espère que le tableau vous parvienne en bon état, mais si on le salit quand-même vous pouvez toujours avec un peu d’eau et du savon blanc le nettoyer, la peinture est assez épaisse pour supporter cela. Je suis très heureux que mon œuvre vous repose. Je vous conseille de l’accrocher pas trop bas et en plein lumière. Je vous réponds si tard parce que j’avais beaucoup á faire avec un envoie de deux tableaux pour une exposition de Miss Dreier à New-York. L’adresse de Miss Dreier est 50 Central Park E. Si elle oublie de vous envoyer une invitation pour l’exposition (ce que je vais lui demander) vous pouvez le lui demander vous même. Aussitôt que mon travail le me permettre, je veux aller voir les reproductions des œuvres de M. Bauer. Vous pouvez lui écrire que j’estime très haut son effort pour l’art abstrait et que je veux bien exposer avec eux si je n’aurai pas des frais de transport- etc. Vous m’obligerez beaucoup de m’envoyer un mot de New-York afin d’avoir de vos nouvelles, d’entendre quelque chose de vous: votre œuvre et votre personne m’intéressent beaucoup. J’aimerais également d’apprendre si vos tableau est bien arrivé. Je vous remercie beaucoup de votre jolie photo avec votre chien: c’est très gentil de vous de me l’envoyer. Je regrette de vous avoir vu si peu mais cette horrible grippe me dérangeait quand vous étiez á Paris. Dans l’attente de vos nouvelles de New-York cette grande ville qui m’intéresse énormément, avec mes salutations cordiales, Piet Mondrian. J’ai parlé de vous aussi à Kiesler, ami à Miss Dreier et grand architecte moderne à New-York: certainement vous le rencontrerez un jour parce qu’il est très connu dans les cercles modernes.’ Gedeeltelijk (in Engelse vertaling) geciteerd in: Joan Lukach, Hilla Rebay. In search of the spirit in art. Postscript by Thomas M. Messer (New York: George Braziller, 1983) 65.

3) hij weigerde […] op te nemen:

Verg. Jo-Anne Birnie Danzker, “The Art of Tomorrow”, in: Art of Tomorrow. Hilla Rebay and Solomon R. Guggenheim (New York: Guggenheim Museum Publications, 2005) 176-190; 179.

4) wat zelfs voor Kandinsky […] geldbedragen.:

Joan Lukach, Hilla Rebay. In search of the spirit in art. Postscript by Thomas M. Messer (New York: George Braziller, 1983) 104.

 

347

1) ‘Zodra mijn […] zou hoeven te dragen.’:

PM aan Hilla Rebay, 10 oktober 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Aussitôt que mon travail le me permetre [sic], je veux aller voir les reproductions des œuvres de M. Bauer. Vous pouvez lui écrire que j’estime très haut son effort pour l’art abstrait et que je veux bien exposer avec lui si je n’aurai pas des frais de transport etc.’

2) ‘ik heb […] te verwachten heb.’:

PM aan Eugene en Gwen Lux, 27 juli 1934 (o: Parijs, Fondation Custodia). Verg. ook PM aan Harry Holtzman, 10 augustus 1939 (o: ’s-Gravenhage, RKD) waarin hij Bauer een ‘bad painter’ noemt.

3) toen geen […] niets verzamelt […]:

Hilla Rebay aan Lloyd R. Ney, 1945; geciteerd in: Joan Lukach, Hilla Rebay. In search of the spirit in art. Postscript by Thomas M. Messer (New York: George Braziller, 1983) 324 n. 14: ‘when no one would give even $150. for one of them. I owe his finest paintings while Mr. Guggenheim does not like them […].’

4) Ik heb […] in mijn bezit:

CR: B218 Composition No. i: Lozenge with Four Lines, 1930 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum).

 

348

1) een speciale […] in New York:

The Société Anonyme Presents Its Special Exhibition Arranged in Honor of the Opening of the New Building of the New School for Social Research, 66 W. 12th Street on January 1st, 1931: 37 Painters, 70 Pictures, Oils and Watercolors (New York: Société Anonyme, 1930).

2) Dreier was […] pedagogische doeleinden:

Verg. Susan Greenberg, “Art as Experience. Katherine S. Dreier and the Educational Mission of the Société Anonyme”, in: Jennifer R. Gross ed., The Société Anonyme. Modernism for America (New Haven, Londen: Yale University Press, 2006) 97-121.

3) het boek Art as Experience uit 1934:

John Dewey, “Art as Experience”, in: Stephen David Ross ed., Art and Its Significance. An Anthology of Aesthetic Theory (New York: State University of New York Press, 1994) 204-220.

4) De kern daarvan […] gecombineerd met kleuren.:

Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) I, nr. 065; Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian (New York: Da Capo, 1993 [1Boston : G.K. Hall & Company, 1986]) 310-317: “The Necessity for a New Teaching in Art, Architecture, and Industry” (1938).

5) Foxtrot […] (in kleur’):

CR: B210 Composition No. III / Fox-Trot B, with Black, Red, Blue, and Yellow, 1929 (v: New Haven, Yale University Art Gallery); B211 Composition No. IV. 1929 / Fox-Trot A: Lozenge with Three Lines. 1930, 1929/1930 (v: New Haven, Yale University Art Gallery). Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 4 oktober 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

349

1) Simplification I en II:

CR III, 148. De werken hebben in de wandelgang inmiddels weer hun originele, door de schilder zelf bedachte foxtrot-namen terug; verg. Jennifer R. Gross ed., The Société Anonyme. Modernism for America (New Haven, Londen: Yale University Press, 2006) 113.

2) ‘Van Mondrian […] Foxtrot?:

Katherine S. Dreier aan Marcel Duchamp, december 1930, geciteerd in: Robert L. Herbert, Eleanor S. Apter, Elise K. Kenney eds., The Société Anonyme and the Dreier Bequest at Yale University. A Catalogue Raisonné (New Haven, Londen: Yale University Press, 1984) 481: ‘Of course Mondrian always love – but why – Fox trot?’

3) Nauwkeurigheid en vereenvoudiging […] Parijs.’:

CR II, 148: ‘Precision and Simplification based on a deep philosophy. Living and working in Paris.’

4) Als ik denk […] onduldbaar meed.’:

Sidney Janis, ‘“Reflexions of an Art Dealer.” Excerpts from the manuscript’, in: Herbert Henkels ed., Mondrian in the Sidney Janis Family Collections (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1988) 16-22; 18: ‘Thinking of Mondrian’s modus operandi, in which the horizontal-vertical configuration is regarded as the most concise, I have often wondered whether his choreography also adhered strictly to the right angle; if, given his sense of form, he avoided the oblique step as intolerable.’

5) Mondriaan schatte […] kapitaalkrachtig zou zijn:

PM aan Carola Giedion-Welcker, 10 november 1929 (o: Zürich, Eidgenössische Technische Hochschule Zürich). Op de tentoonstelling Abstrakte und surrealistische Malerei und Plastik (Zürich, Kunsthaus, 6 oktober-3 november 1929) werd het schilderij volgens CR III, 35 aangeboden voor een bedrag van frf 1400, een onverklaarbaar prijsverschil, tenzij er Zwitserse en niet Franse francs zijn bedoeld.

 

350

1) De publieke aandacht […] Sovjet-Unie:

Jennifer R. Gross ed., The Société Anonyme. Modernism for America (New Haven, Londen: Yale University Press, 2006) 118.

2) Uitnodiging voor […] hartstikke kierewiet:

Billy Klüver, Julie Martin, Kiki’s Paris. Artists and Lovers 1900-1930 (New York: Harry N. Abrams, 1989) 175 afb. 4: ‘Invitation au / cirque calder / chez Calder / 7 Villa Brune 14e / Mercredi 10 Sept / 17H precises / Chacun aporte une / boîte comme siège / tu vois toujours Grand Calder / il est complètement / piqué’. Ook geciteerd in: CR III, 148. Het is overigens geen uitgemaakte zaak dat Mondriaan juist voor deze voorstelling van 10 september was uitgenodigd; wel lijkt zeker dat het in de periode september-oktober 1930 moet zijn geweest. Een andere bron vermeldt dat de voorstelling waarop Mondriaan te gast was plaatsvond op 14 oktober 1930: Brigitte Leal, Joan Simon eds., Alexander Calder, les années parisiennes 1926-1933 (Parijs, Centre Pompidou, 2009) 377.

 

351

1) ‘handen met […] een valsspeler’:

Geciteerd in: Lien Heyting, “Ik denk het best in ijzerdraad. De vrolijke vindingrijkheid van Calder”, NRC Handelsblad, 17 april 2009.

2) Kiesler kon […] van Van Doesburg:

Over Kiesler en De Stijl verg. Kim Levin, “Kiesler and Mondrian. Art into Life”, Art News 63 (1964-1965) 3 (mei 1964) 38-41, 49-50; R.L. Held, Endless Innovations. Frederick Kiesler’s Theory and Scenic Design (Ann Arbor: umi Research Press, 1982) 18-19.

3) Voor de Stijl-voorman […] De Stijl) betrof:

Verg. Adolf Behne aan Walter Dexel, 16 oktober 1925: ‘Gestern meldete mir Does, dass Mondrian am 25. September für den Stijl gestorben sei. Na, er hat wie’s scheint in Fritze Kiesler Ersatz gefunden.’ Geciteerd in: Walter Vitt ed., Hommage à Dexel (1890-1973). Beiträge zum 90. Geburtstag des Künstlers. Mit Briefen von Adolf Behne, Theo van Doesburg und Herbert Kühn sowie Beiträgen von Andreas Brandt, Thomas Dexel, Tibor Gayor, Eugen Gomringer, Helmut Grosse, Ernst-Eberhard Güse, Arrigo Lora-totino, Peter Lufft, Klaus Meier-Ude, Heinrich Mersmann, Norbert Nobis, Horst Richter, Walter Vitt und Volker Wahl. (Starnberg: Joseph Keller, 1980) 96; ook geciteerd in: CR II, 131.

4) de abstractie […] (‘glanslak-asceten’):

C. Einstein, “L’exposition de l’art abstrait à Zürich”, Documents. Doctrines, Archeologie, Beaux-Arts, Ethnographie 1 (1929) 6, 342; herdrukt in: Carl Einstein, Werke Band 3, 1929-1930. Marion Schmid, Liliane Meffre eds. (Wenen, Berlijn: Medusa, 1985) 502-503; 503.

5) De term ‘koele verstandhouding’:

Alexander Calder, Calder: An Autobiography with Pictures (New York: Pantheon Books, 1966) 113: ‘on cool terms’.

6) ‘Zo zat Parijs […] ver van’:

Alexander Calder, Calder: An Autobiography with Pictures (New York: Pantheon Books, 1966) 113: ‘That was Paris, and I never understood the battles of these coteries – and somehow or other I remained aloof from all this.’ Verg. Paul Cummings, ‘Oral history interview with Alexander Calder, 1971 Oct. 26’, Archives of American Art (www.aaa.si.edu/collections/interviews/oral-history-interview-alexander-calder-12226): ‘they were very irritated with each other’.

 

352

1) in maart 1930 […] huurder genomen:

De situering van ‘de Villa Brune op de rue des Plantes’ in: Marja Bosma, Vooral geen principes! Charley Toorop (Rotterdam: Museum Boijmans Van Beuningen, 2008) 106, moet op een fout berusten.

2) aan haar geliefde Arthur Lehning:

Charley Toorop aan Arthur Müller-Lehning, 2 maart 1930, geciteerd in: Toke van Helmond-Lehning, met medewerking van Else de Graaf, Zelfportret van een liefde. Charley Toorop en Arthur Lehning (Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2008) 71.

3) op de bovenste verdieping werd getransporteerd:

Verg. Mariette Josephus Jitta, “Over een briefkaart en een brief van Piet Mondriaan aan William Einstein in het archief van kunstcritica Mathilde Visser”, RKD Bulletin 2007/2, 41-51.

4) toen had […] alweer verlaten:

Toke van Helmond-Lehning, met medewerking van Else de Graaf, Zelfportret van een liefde. Charley Toorop en Arthur Lehning (Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2008) 73.

5) ‘[…] van de hele […] avond kreeg’:

Alexander Calder, Calder: An Autobiography with Pictures (New York: Pantheon Books, 1966) 113: ‘But I got more of a reaction from Doesburg than I had from the whole gang the night before.’

 

353

1) de Victrola:

Mondriaans akoestische platenspeler.

2) een schok die dingen in werking zette:

Alexander Calder, Calder: An Autobiography with Pictures (New York: Pantheon Books, 1966) 113:

‘It was a very exciting room. Light came in from the left and from the right, and on the solid wall between the windows there were experimental stunts with colored rectangles of cardboard tacked on. Even the victrola, which had been some muddy color, was painted red.

I suggested to Mondrian that perhaps it would be fun to make these rectangles oscillate. And he, with a very serious countenance, said: “No, it is not necessary, my painting is already very fast.”

This visit gave me a shock. A bigger shock, even, than eight years earlier, when off Guatemala I saw the beginning of a fiery red sunrise on one side and the moon looking like a silver coin on the other.

This one visit gave me a shock that started things.’

Calder had reeds tijdens Mondriaans leven gewezen op de grote betekenis van het bezoek aan diens atelier voor zijn kunst. Verg. Alexander Calder, “Mobiles”, in: Myfanwy Evans ed., The Painter’s Object (Londen: Gerold Howe, 1937) 62-67; 63-64, waaruit: ‘Through a neighbor who knew about modern art – he had read the books, and so on – I went to see Mondrian. I was very much moved by Mondrian’s studio, large, beautiful and irregular in shape as it was, with the walls painted white and divided by black lines and rectangles of bright colour, like his paintings. It was very lovely, with a cross-light (there were windows on both sides), and I thought at the time how fine it would be if everything there moved; though Mondrian himself did not approve of this idea at all. I went home and tried to paint.’

3) op het terrein van de abstracte kunst:

George L.K. Morris, Willem De Kooning, Alexander Calder, Fritz Glarner, Robert Motherwell, Stuart Davis, “What Abstract Art Means to Me”, The Bulletin of the Museum of Modern Art 18 (1951) 3 (voorjaar 1951) 2-15; 8: ‘My entrance into the field of abstract art came about as the result of a visit to the studio of Piet Mondrian in Paris in 1930.’

4) die schok […] teweeg heeft gebracht:

Bianca Stigter, “Op de deining van de zee. Tentoonstelling van Alexander Calder in Londen”, NRC Handelsblad, 10 april 1992; Elizabeth Hutton Turner, “Calder and Miró: A New Space for the Imagination”, in: Elizabeth Hutton Turner, Oliver Wick eds., Calder/Miró (New York: Philip Wilson, 2004) 27-53; 34-35; Jonathan S. Feinstein, The Nature of Creative Development (Stanford: Stanford University Press, 2006) 260-265; 261; Eva Yonas, Calder and Mondrian: An Unlikely Kinship (A Senior Honors Thesis, The Ohio State University, August 2006); Arnauld Pierre, “‘Peindre et travailler dans l’abstrait’. La réception de l’œuvre de Calder dans la mouvance de l’art constructif”, in: Brigitte Leal, Joan Simon eds., Alexander Calder, les années parisiennes 1926-1933 (Parijs, Centre Pompidou, 2009) 119-131; Caroline Roodenburg-Schadd, “Alexander Calder: beweging in de ruimte”, in: Benno Tempel e.a., Alexander Calder. De grote ontdekking (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag; z.p.: Ludion, 2012) 6-37; 23-25; Jonathan S. Feinstein, “Unleashing Creative Development”, Kindai Management Review vol. 1, 2013, 130-140; 131-133.

5) een ‘onbekommerde knutselaar’:

Verg. Hans den Hartog Jager, “Een onbekommerde knutselaar”, hp/De Tijd, 2 april 1993.

6) de term ‘mobiles’:

Tentoonstellingscatalogus Alexander Calder. A Retrospective Exhibition (New York: Solomon R. Guggenheim Museum, 1964) 48; verg. Alexander Calder, Calder: An Autobiography with Pictures (New York: Pantheon Books, 1966) 127:

‘I asked him [Marcel Duchamp, lh] what sort of a name I could give these things and he at once produced “Mobile”. In addition to something that moves, in French it also means motive.

Duchamp also suggested that on my invitation card I make a drawing of the motor-driven object and print:

calder

ses mobiles’

7) als ‘moving Mondrians’ bedoelde:

Geciteerd in: Ian Chilvers, The Oxford Dictionary of Art and Artists (Oxford etc.: Oxford University Press, 42009) 100-101 (“Calder, Alexander (1898-1976)”); 101.

 

354

1) ’[…] hij leek zelden te lachen’:

Paul Cummings, ‘Oral history interview with Alexander Calder, 1971 Oct. 26’, Archives of American Art (www.aaa.si.edu/collections/interviews/oral-history-interview-alexander-calder-12226): ‘he was alright, he never seemed to be, he never seemed to smile very much.’

2) Duitse militaire marsmuziek:

Verg. Herbert R. Lottman, Man Ray’s Montparnasse (New York: Harry N. Abrams, 2001) 148.

3) vlak bij de Madeleine:

Calder ses mobiles, Galerie Vignon (17, rue Vignon) 12-20 februari 1932.

4) uit gedemonteerde kinderspeeltjes:

Alexander Calder aan Frederick Kiesler, 12 maart 1932, geciteerd in: Arnauld Pierre, “‘Peindre et travailler dans l’abstrait’. La réception de l’œuvre de Calder dans la mouvance de l’art constructif”, in: Brigitte Leal, Joan Simon eds., Alexander Calder, les années parisiennes 1926-1933 (Parijs, Centre Pompidou, 2009) 119-131; 123, 130 n. 20: ‘abstract sculptures which move’.

5) het hele ding stil zou moeten staan:

Alexander Calder aan Frederick Kiesler, 12 maart 1932, geciteerd in: Arnauld Pierre, “‘Peindre et travailler dans l’abstrait’. La réception de l’œuvre de Calder dans la mouvance de l’art constructif”, in: Brigitte Leal, Joan Simon eds., Alexander Calder, les années parisiennes 1926-1933 (Parijs, Centre Pompidou, 2009) 119-131; 123, 130 n. 20: ‘We had a lot of visitors – Léger, Picasso, Carl Einstein, Binks Einstein, Petro van Doesburg, Cocteau, Roux, etc. – who all were enthusiastic about “abstract sculptures which move” (toy elec. motors being used). There was only one dissenter… that was Mondrian. He said they weren’t fast enough, and when I stepped on the gas, he said they still weren’t fast enough, so I said I’d make one especially fast, to please him, and then he said that that wouldn’t be fast enough – because the whole thing ought to be still.’

 

355

1) nieuwe mogelijkheid […] te komen:

Calder, ‘Que ça bouge – À propos des sculptures mobiles’, ongepubliceerd manuscript, gedateerd ‘le 8 mars 1932’ (mt: New York, Archives of the Calder Foundation): ‘Comme l’art vraiment serieux doit être d’accord avec les grandes lois et non pas seulement avec les apparences, dans mes sculptures mobiles j’essaie de mettre en mouvement tous les elements. / Il s’agit d’harmoniser ces deplacements, atteignant ainsi une possibilité neuve de beauté.’

2) de carrière van de Amerikaan:

Verg. Elizabeth Hutton Turner, Oliver Wick eds., Calder/Miró (New York: Philip Wilson, 2004); Pepe Karmel, “Métamorphoses: Alexander Calder et le surréalisme”, in: Brigitte Leal, Joan Simon eds., Alexander Calder, les années parisiennes 1926-1933 (Parijs, Centre Pompidou, 2009) 133-145.

3) ‘[…] meer surrealistische tekeningen gemaakt!’:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), ongedateerd [november 1932] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Calder a fait des dessins plus ou moins surréalistes!’

 

356

1) van altijd opnieuw beginnen:

Jean-Paul Sartre, “Les Mobiles des Calder”, in: Alexander Calder. Mobiles, Stabiles, Constellations (Parijs: Galerie Louis Carré, 1946) 9-19; Engelse vertaling in: Jean-Paul Sartre, The Aftermath of War (Situations III). Translated by Chris Turner (Calcutta: Seagull, 2008).

2) Ze accepteren het leven.:

Bianca Stigter, “Op de deining van de zee. Tentoonstelling van Alexander Calder in Londen”, NRC Handelsblad, 10 april 1992.

3) ‘[…] nu is dan ook alles voorloopig gedaan’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 14 januari 1932 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) groepstentoonstelling Cercle et Carré:

Cercle et Carré, Parijs, Galerie 23, 18 april-1 mei 1930. Op de tentoonstelling hingen twee doeken van Mondriaan, CR: B218 Composition No. i: Lozenge with Four Lines, 1930 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum); B219 Composition No. II / Composition I // Composition en rouge, bleu et jaune, 1930 (v: Fukuoka, The Fukuoka City Bank Ltd.) en de gouache B205 Tableau-Poème, with Text by Michel Seuphor, 1928 (v: 1928 M. Seuphor; 30 november 1992 geveild bij Christie’s Londen).

 

357

1) hoogere, innerlijke vorm bereikt:

H. van Loon, “Abstracte schilderkunst. Een tentoonstelling te Parijs – De beteekenis van Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30 maart 1930.

2) deze legale stap op de hoogte:

John Charlot, ‘Notes On Conversations With Jean Charlot, 1960-1979’. Edited by John Charlot and Janine Richardson (www.jeancharlot.org/writings/interviews/JoC%20Notes%20JC.html): ‘This is to say that Mr. Janowitz has legally changed his name to Sidney Janis.’

 

358

1) een kunstwerk op zichzelf:

Verg. Marius van Beek, “Brancusi, de vader van de moderne beeldhouwkunst”, De Tijd, 1 oktober 1970.

2) ‘[…] een beeldschone jonge vrouw’:

Sidney Janis, “Of Brancusi, Mondrian And Paris in the 30’s”, The New York Times, 19 december 1982: ‘like the gradual undressing of a beautiful young woman.’

3) het visualiseren van het onzichtbare:

Verg. Alicja Kuczy?ska, “The Epiphany of Traces in Art: Post-neoplatonic Visualisations of the Invisible”, in: R. Baine Harris ed., Neoplatonism and Contemporary Thought. Part Two (Albany: State University of New York Press, 2002) 257-267; 262-263.

4) compromis wist te behoeden:

N.N., [Theo van Doesburg], “Brancusi”, De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 8 (1927) nrs. 79-84 (jubileumserie XIV) 85-86. Deze lofprijzingen aan het adres van Brancusi waren ook strategisch bedoeld om diens veronderstelde tegenpool Alexander Archipenko zo diep mogelijk de grond in te drukken. De Roemeen was in hetzelfde nummer met een tekst en enkele afbeeldingen vertegenwoordigd in Van Doesburgs tijdschrift: “Const. Brancusi”, [‘Direct cutting is the true road te sculpture…’], De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 8 (1927) nrs. 79-84 (jubileumserie XIV) 81-82, 83 (afb.).

5) ‘[…] onzen schildermonnnik Mondriaan’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Absolute schilderkunst. Mondriaan en Brancusi”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 3 februari 1926; [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Meesters der plastiek”, De Telegraaf, 17 december 1927; [W.F.A. Röell] (‘Van onzen Parijschen correspondent’), “Montparnasse. De kunst belaagt door de kosmopolitische kermis. Teken van ondergang: de trek naar het Zuiden. IV. (Slot)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 september 1932.

 

359

1) te zijn geweest dan Mondriaan:

Interview (1985) met Cesar Domela door Cis Heijdenrijk-Osendarp (Amersfoort, Mondriaan-documentatie F.H.M. Heijdenrijk-Osendarp).

2) de laatste hand was gelegd:

CR: B239 Composition with Red and Blue, 1933 (v: New York, MoMA).

3) klein en niet te duur’:

Verg. PM aan Charles J.F. Karsten, 24 januari 1934 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut), waaruit: ‘Verder, als materieel gevolg, een verzoek van een collectioneur om een “klein en niet te duur schilderij.” Ik vroeg 2000 frs. maar hij kon niet meer dan 1500 geven en kon toch “niet langer buiten een Mondrian”! Zoo heb ik dat kleine met rood links, je weet wel, dan weer verkocht.’ Deze mededeling, anderhalf jaar na Janis’ eerste bezoek aan Mondriaans atelier, plaatst het zeer spontane karakter van de aankoop – mogen we althans de herinneringen van de Amerikaan geloven – enigszins op losse schroeven. Janis’ herinneringen in: [Interview with Sidney Janis conducted by Helen M. Franc, June 1967] William Rubin, Three Generations of Twentieth-Century Art. The Sidney and Harriet Janis Collection of the Museum of Modern Art. With a foreword by Alfred H. Barr Jr. (New York: MoMA, 1972); Sidney Janis, “Of Brancusi, Mondrian And Paris in the 30’s”, The New York Times, 19 december 1982; Sidney Janis, “‘Reflexions of an Art Dealer.’ Excerpts from the manuscript”, in: Herbert Henkels ed., Mondrian in the Sidney Janis Family Collections (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1988) 16-22.

 

360

1) ‘het is als een roos’:

Sidney Janis, “‘Reflexions of an Art Dealer.’ Excerpts from the manuscript”, in: Herbert Henkels ed., Mondrian in the Sidney Janis Family Collections (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1988) 16-22; 16: ‘It was about a year before it finally arrived in New York; he had evidently given it a lot more work, for it now had a specially constructed frame, single tiered and painted white, and instead of mitering the corners Mondrian had joined them at right angles […]. With the picture came a note, in which this staunch classicist briefly became an apostate to the romantic. He stated that he finally finished the work but was “sad to see it leave my hands; it is like a rose.”’

2) van rechte stootnaden te voorzien:

De rechte hoeken moesten dan liefst consequent horizontaal dan wel verticaal zijn om enige visuele wanorde te voorkomen, wat niet in alle gevallen is gebeurd, verg. CR II, 192-193.

3) zuiver esthetische motieven achter:

Deze visie ook in CR II, 193: ‘By employing the butt joint, he undoubtedly wanted to prevent the disturbing visual effect of the diagonally-cut miter joint.’

 

361

1) in het origineel had gezien:

CR II, 134: ‘much impressed by [his] first sight of the originals’; geciteerd uit: Rona Roob, “Alfred H. Barr, Jr.: A Chronicle of the Years 1902-1929”, The New Criterion 5 (1986-1987) 11 [special summer issue] 1-19.

2) de bloem der Amerikaanse natie:

Sybil Gordon Kantor, Alfred H. Barr, Jr. and the Intellectual Origins of the Museum of Modern Art (The mit Press: Cambridge, Massachusetts, London, 2002) 113.

3) ‘[…] eenvoudigweg vercommercialiseerd’:

Katherine S. Dreier aan Alfred H. Barr Jr., 14 maart 1929, geciteerd uit: Sybil Gordon Kantor, Alfred H. Barr, Jr. and the Intellectual Origins of the Museum of Modern Art (The mit Press: Cambridge, Massachusetts, London, 2002) 116: ‘If you want to be up to date Mondrian and Doesberg [sic] have separated and Mondrian feels that Doesberg in no way represents his point of view. He has simply commercialized the outward expression.’

4) het ‘belangrijkste […] wereld’ proclameerde:

Alfred H. Barr, “Dutch Letter”, The Arts 13 (januari 1928) 48-49, geciteerd in: Annie Cohen-Solal, Mark Rothko. Biografie. Vertaald uit het Frans door Reintje Ghoos, Judith Wesseling en Jan Pieter van der Sterre (Amsterdam: Meulenhoff, 2014) 247 n. 28. Barrs waardering voor het Bauhaus in Dessau, waar hij na zijn bezoek aan Nederland vier nachten verbleef, was overigens niet of nauwelijks minder enthousiast. De aan de wereld van empirisch onderzoek en techniek verbonden term ‘laboratorium’ werd een favoriet begrip van de Amerikaan om institutionele ontwikkelingen in de moderne kunst mee te karakteriseren, zo was ook zijn ideaal van het moderne kunstmuseum er een van een ‘laboratorium’ waarin experimenten op het gebied van kunst, design en educatie plaatsvinden.

5) ‘poëtisch functionalisme’:

Hans Oud, J.J.P. Oud. Architect 1890-1963. Feiten en herinneringen gerangschikt (’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar, 1984) 81; verg. Ed Taverne, Cor Wagenaar, Martien de Vletter eds., J.J.P. Oud. Poëtisch functionalist, 1890-1963. Compleet werk (Rotterdam: NAi Uitgevers, 2001) 260-273.

6) het vooruitzicht stellen:

Verg. Ed Taverne, Cor Wagenaar, Martien de Vletter eds., J.J.P. Oud. Poëtisch functionalist, 1890-1963. Compleet werk (Rotterdam: NAi Uitgevers, 2001) 39-40.

 

362

1) ‘connectie tussen […] moderne architectuur’:

Verg. Philip Johnson, “Foreword to the 1995 Edition”, in: Henry Russell Hitchcock, Philip Johnson, The International Style. With a new foreword by Philip Johnson (New York, Londen: W.W. Norton, 1995 [1932]) 13-17; 14: ‘Of course, he [= Alfred H. Barr Jr., lh] was very interested in abstract art – he brought up the connection between Mondrian and modern architecture, which we liked very much.’ Over Mondriaan verg. ook Henry Russell Hitchcock, Philip Johnson, The International Style, 45-46.

2) over de Nederlandse architect publiceren:

Henry Russell Hitchcock Jr., J.J.P. Oud (Parijs: Éditions ‘Cahiers d’Art’, 1931 = Les cahiers d’architecture contemporaine, 2). De publicatie bevat een geschreven inleiding van 6 pagina’s en 45 pagina’s met afbeeldingen.

3) ‘schuwe dominee’:

Verg. Michael Kimmelman, “The Saint”, The New York Review of Books, 20 november 2003, waaruit: ‘Barr was bespectacled and thin, extremely polite, and given to long, uncomfortable silences, particularly in response to questions. He looked like a shy vicar.’

4) in de zomer van 1935:

Verg. Margaret Scolari Barr, “‘Our Campaigns’, Alfred H. Barr, Jr., and the Museum of Modern Art: A Biographical Chronicle of the Years 1930-1944”, The New Criterion 5 (1986-1987) 11 [special summer issue] 23-74; 42.

5) hun blonde lokken:

Geciteerd uit: Marina de Vries, “Door de bril van Philip Johnson”, Het Parool, 27 juli 1996.

6) ‘[…] dat ze niet zo duur waren’:

Philip Johnson aan J.J.P. Oud, ongedateerd [1930], geciteerd [in Nederlandse vertaling] in: Paul Hefting, “Correspondentie met Amerika”, in: Fons Asselbergs e.a, Americana. Nederlandse architectuur 1880-1930 (Otterlo: Rijksmuseum Kröller-Müller, 1975) 102; verg. CR II, 147, 344: ‘And yet it is important that I have one this year. Would it be too much trouble for you to pick out one and send it to me with the bill? I know one should buy one’s own pictures, and I should if it costs too much money, but as I remember it, you said they were not so expensive.’

 

363

1) ‘[…]hoop dat het gelukt. Dank je wel’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 27 juli 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) het kleine van 2000 franc:

CR: B209 Composition No. II, with Red and Blue, 1929 (v: New York: MoMA). Het schilderij werd in 1929 op de tentoonstelling Abstrakte und Surrealistische Malerei und Plastik in het Kunsthaus Zürich (6 oktober-3 november 1929) nog te koop aangeboden voor frf 1300.

3) geld zenden, zei Hitchcock:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ongedateerd [na 27 juli 1930] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. ook PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 22 september 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Met Mr. Johnson is het in orde gekomen, ik heb het geld ontvangen.’

4) alle moderne schilders:

Philip Johnson Interview, Academy of Achievement, 28 februari 1992 (www.achievement.org), waaruit: ‘I had experienced only my knowledge of Mondrian because Mondrian, of course, had a very close connection with architecture. Some painters are more architectonic. The two great ones in recent history are Malevich and Mondrian. If you don’t know those people and appreciate them, I don’t see how you could be an architect. […] Why Mondrian? Because he used a straight shape that influenced Corbusier and all the modern architects of our time, and Malevich.’

5) in 1932 in het MoMA zou plaatsvinden:

De officiële naam voor de tentoonstelling in het MoMA in 1932 was: Modern Architecture: International Exhibition. Catalogus: Modern Architecture: International Exhibition (New York: MoMA, W.W. Norton, 1932). Dit was een andere publicatie dan: Henry Russell Hitchcock, Philip Johnson, The International Style. With a new foreword by Philip Johnson (New York, Londen: W.W. Norton, 1995 [1932]), die wel eens ten onrechte voor de catalogus bij de tentoonstelling wordt gehouden. Verg. John Elderfield ed., Philip Johnson and the Museum of Modern Art (New York: MoMA, 1998 = Studies in Modern Art, 6) 66 n. 11.

6) de titel The Public as Artist:

Alfred H. Barr Jr., The Public as Artist (New York: MoMA, [juli] 1932) [16 pp].

7) ‘[…] is een kunstwerk doodgeboren’:

Geciteerd in: A. Joan Saab, For the Millions. American Art and Culture Between the Wars (Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 2004) 93: ‘… art is the joint creation of artist and public. Without an appreciative audience, the work of art is stillborn.’

 

364

1) zo verknocht was, het MoMA:

Verg John Elderfield ed., Philip Johnson and the Museum of Modern Art (New York: MoMA, 1998 = Studies in Modern Art, 6) 14, 66, 155.

2) de oude Plato van stal:

Verg. Jennifer Jane Marshall, “In Form We Trust: Neoplatonism, the Gold Standard, and the ‘Machine Art’ Show, 1934”, The Art Bulletin 90 (2008-2009) 4 (december 2008) 597-615.

3) ‘[…] precisie tot stand te brengen’:

Geciteerd uit: John Elderfield ed., Philip Johnson and the Museum of Modern Art (New York: MoMA, 1998 = Studies in Modern Art, 6) 58: ‘Malyevitch, Lissitsky, and Mondriaan have used technicians’ tools, the compass and the square, to achieve “abstract” geometrical paintings of machine-like precision.’

4) kubistische werken […] het MoMA:

New Acquisitions and Extended Loans. Cubist and Abstract Art, New York, MoMA, 25 maart- 3 mei 1942. Verg. Clement Greenberg, “Abstract Art” [“Review of Four Exhibitions of Abstract Art”], The Nation, 2 mei 1942; opgenomen in: Clement Greenberg, The Collected Essays and Criticism. Volume 1. Perceptions and judgments, 1939-1944. John O’Brian ed. (Chicago enz.: University of Chicago Press, 1986) 103-105; 104-105.

5) en zodoende ook de verf:

PM aan Alfred H. Barr Jr., 22 maart 1942 (o: New York, MoMA).

6) ‘the little picture’:

PM aan Charmion von Wiegand, 24 maart 1942 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

7) later in […] was te doen:

PM aan Alfred H. Barr Jr., 22 maart 1942 (o: New York, MoMA).

 

365

1) (waarvan de MoMA-directeur […] hoogte was):

CR II, 189.

2) ‘pauvre Mondrian’:

Over ‘pauvre Mondrian’, in niet neerbuigende zin, en zijn productieve betekenis in de kunstgeschiedenis: Fernande Saint-Martin, L’Immersion dans l’art. Comment donner sens aux oeuvres de 7 artistes (Québec: Presses de l’Université du Québec, 2009) 113-126; 123.

 

366

1) ‘[…] in het gewone dagelijkse leven’:

Alfred H. Barr Jr., What is Modern Painting? (New York: MoMA, 1943 = Introductory Series to the Modern Arts, 2) 27: ‘Yet Mondrian’s pictures almost in spite of themselves have achieved practical results to an amazing extent. They have affected the design of modern architecture, posters, printing layout, decoration, linoleum and many other things in our ordinary everyday lives.’ Ook in: Alfred H. Barr Jr., “What is Modern Painting?”, in: The Agnes Scott Alumnae Quarterly 25 (1947) 2 (voorjaar 1947) 6-14; 10. Verg. ook John Elderfield ed., Modern Painting and Sculpture. 1880 to the Present at The Museum of Modern Art (New York: MoMA, 2004) 207.

2) de plechtige afscheidsceremonie:

In Universal Chapel op de hoek van Lexington Avenue en 52nd Street.

3) dan welke andere kunstenaar ook:

Alfred H. Barr Jr., ‘[oration made at the funeral of] Piet Mondrian’ (tt: New York, MoMA), waaruit: ‘although Mondrian’s art may lack variety, fantasy, sensibility, richness of human associations, it does possess an extraordinary power…’

4) iets heldhaftigs en fundamenteels:

Hilton Kramer, “Mondrian: He Perfected Not A Style But a Vision”, The New York Times, 24 februari 1974: ‘We may not want to follow where his art leads any more than we may want to join in the tragic destiny of Lear or Oedipus, but we are in no doubt that we have witnessed something heroic and fundamental.’

 

 

20 Waarlijk een altaarstuk

 

368

1) door zijn […] Le Corbusier verwezen:

Le Corbusier en Karl Moser waren in 1928 medeoprichters van het Congrès International d’Architecture Moderne (CIAM).

2) woonhuis te Katwijk aan Zee:

Het betrof huize Sigrid aan de noordkant van Katwijk aan Zee, op de punt waar de Oude Rijn in de Noordzee uitkomt, door Trousselot na de verbouwing door Oud (volgens schetsen van Menso Kamerlingh Onnes) omgedoopt in villa Allegonda (thans Hotel Savoy). Voor een foto van Roth en Trousselot tijdens het bezoek van de Zwitser zie: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 35 afb. 17.

3) theehandelaar René […] een schilderij:

CR: B189 Composition with Black, Red, and Gray, 1927 (o: Keulen, Museum für Angewandte Kunst, Sammlung von Prof. Dr. R.G. Winkler).

4) Op zijn aanbellen:

De aanwezigheid van een deurbel wordt overigens bestreden in: Christiane Germain, Paul Haim, Michel Seuphor. Une vie à angle droit. Préface de Bernard Lamarche-Vadel (Parijs: La Différence, 1988) 30-31: ‘Il n’y avait pas de sonnette, mais une petite carte de visite: “Piet Mondrian” sur une porte marron foncé.’

 

369

1) Desnoods een beetje petroleum:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 15 juli 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. ook PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 24 april 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Roth bracht me het doek van den heer Trousselot; het was best in Holland te repareeren geweest, een klein plekje aan den rand en een paar vuile vingers die er met wat essence de pétrole hadden afgenomen kunnen worden. Ik zal den heer Trousselot schrijven als het nu gerepareerd is en hoe hij met de terugzending wil.’

2) zijn boek Begegnungen mit Pionieren:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 125-196. Roths herinneringen aan Mondriaan zijn in enigszins geanekdotiseerde en sterk verkorte vorm opgenomen in zijn Amüsante Erlebnisse eines Architekten (Zürich: Ammann, 1988).

 

370

1) aan vrienden […] lage prijzen:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 130: ‘Nun stand ich im Atelier des mir bis zu jenem Moment fremd und rätselhaft gewesenen Malers. Die seiner Kunst gegenüber bisher gehegte Reserve verflüchtigte sich mit Blitzesschnelle. Es kam wie eine Offenbarung, wie ein Wunder über mich. Der Raum mit seinen weißen Wänden und den rhythmisch aufgesetzten roten, gelben und blauen, quadratischen und rechteckigen, großen und kleinen Akzenten fesselte mich unmittelbar und derartig, daß ich zunächst kaum Worte fand. Das an sich nicht große Atelier schien sich nach allen Richtungen über seine baulichen Begrenzungen hinaus zu weiten, sie wirkten wie aufgehoben. Es klang von allen Seiten her wie sublime Musik, rein, klar und stark ähnlich wie Bachsche Musik. Ich wurde von einem eigentümlichen Hochgefühl ergriffen. Mit einem Schlag eröffnete sich mir die Kunst Piet Mondrians als Ausdruck höchster vergeistigter Künstlerschaft. Mein fester innerer Bund mit dieser Kunst und mit dem Künstler selbst ward in diesem Moment für immer geschlossen. Ein eigentliches Gespräch kam allerdings nicht zustande, woran hauptsächlich meine Verworrenheit schuld gewesen sein mochte. Mondrian sprach sehr ruhig und bedächtig in einem Französisch, dem man den Holländer anmerkte. Im Raume herrschte rundum peinliche Ordnung, die leere Staffelei war zur Seite geschoben. Die Bilder, an denen der Künstler gerade arbeitete, waren in einer Ecke umgedreht gegen die Wand gestellt. Auf dem Tische lagen keinerlei Papiere, etwas abgerückt entdeckte ich auf einem einfachen Korpus ein Grammophon. Diesen aufgeräumten Zustand fand man bei Besuchen immer vor. Um diese Mondrian wichtige, seine Gäste geheimnisvoll anmutende Ordnung jeweils herrichten zu können, vor allem aber, um in der Arbeit nicht gestört zu werden, liebte er, wie schon angedeutet, unangemeldete Besucher nicht. Die Anmeldung war nur schriftlich möglich, ein Telephon gab es nicht. Ein solches hätte sich der Künstler auch nicht leisten können, denn es ging ihm in jenen Jahren finanziell schlecht. Er verkaufte sozusagen nichts oder dann nur an Freunde und Bekannte zu sehr niedrigen Preisen.’

2) ‘het naar […] uitbreidende beeldaspect’:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 132: ‘Anstelle der in das Leinwandformat eingefügten, in sich geschlossenen Komposition trat jetzt der nach allen vier Richtungen sich öffnende und ausdehnende Bildaspekt.’

3) ’[…] de gedachte […] onbegrensdheid’:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 132: ‘Das war auch der Grund, weswegen Mondrian übliche Bilderrahmen grundsätzlich ablehnte, denn sie würden dem Gedanken geistiger und ästhetischer Unbegrenztheit widersprechen.’

 

371

1) Max Bill […] 1933 opzocht):

Max Bill, “Ausgeklügelte Gratwanderung. Notizen anläßlich des 100. Geburtstags von Piet Mondrian”, Die Zeit, 3 maart 1972.

2) en nog twee anderen:

Roth noemt een met Stam bekende Hollandse dame en de Kroatische architect Ernest Weissmann, die toentertijd net als hij voor Le Corbusier werkte.

3) de mede-eigenaar, Michael Stein:

Michael Stein en zijn vrouw Sarah (‘Sally’) Stein hadden in het kunstcircuit vriendschap gemaakt met Gabrielle de Monzie, die ook een deel van de villa bewoonde. Verg. Alice T. Friedman, Women and the Making of the Modern House. A Social and Architectural History (New Haven: Yale University Press, 2006) 92-125 = Chapter 3, “Being Modern Together: Le Corbusier’s Villa Stein-de Monzie”; 117: ‘Nicknamed Les Terrasses – the name appeared almost immediately on the Stein’s new stationary – the house became a place of pilgrimage for artists – Mondrian, El Lissitzky, Man Ray, Matisse – critics, and collectors.’ Verg. ook Janet Bishop, Cécile Debray, Rebecca Rabinow eds., The Steins Collect: Matisse, Picasso, and the Parisian Avant-Garde (San Francisco: San Francisco Museum of Modern Art, 2011).

 

372

1) aan de heer Stein de Monzie:

Het woonhuis werd wel met de achternamen van de twee bewoners aangeduid als Villa Stein-de Monzie; als Roth spreekt over ‘de heer Stein de Monzie’ verbindt hij beide namen abusievelijk aan een persoon.

2) de reeds aanwezige ouderwetse meubelstukken af:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 125-196, waaruit: ‘Beim Durchwandern des Hauses entspannen sich unter uns rege Gesprache, hauptsächlich zwischen Stam und mir, der zu Le Corbusiers Architektur eine recht kritische Einstellung bekundete. Mondrian machte die Besichtigung in der ihm eigenen stillen Art mit und zeigte sichtliches Interesse. Mit gelegentlichen Bemerkungen gab er uns zu verstehen, daß er sich mit den freien gerundeten Formen an Wanden und Säulen nicht befreunden könne und daß ihn ganz allgemein die sich vordrängende sehr persönliche Handschrift Le Corbusiers störe. Auch vermisse er ein ausgeprägteres Gleichgewicht der Kompositionselemente und bedaure die zu stärke Betonung der Horizontalen gegenüber der Vertikalen. Vor einem besonders ausgeprägten Wandfeld im Wohnraum bemerkte er spaßhafterweise, daß ein Bild von ihm an dieser Stelle sich vorzüglich präsentieren und das nicht vorhandene ästhetische Gleichgewicht einigermaßen kompensieren würde. Niemand von uns hätte es gewagt, diesen Gedanken Herrn Stein de Monzie schmackhaft zu machen; davon hielten uns schon allein die bereits vorhandenen altmodischen Möbelstücke ab.’

3) […] interessante huizen van de Corbusier’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 15 juli 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

373

1) door hem […] op te sieren:

Verg. Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 33 afb. 11, 35 afb. 15.

2) ‘het gelukkige moment’:

Alfred Roth aan PM, 6 september 1929 (a: Zürich, Eidgenössische Technische Hochschule, Institut für Geschichte und Theorie der Architektur, Alfred Roth Archiv; gepubliceerd in: Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 149-150, en in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 31-37: ‘l’heureux moment où j’arrive à la réalisation de mon plus grand désir est venue: de vous commander une peinture.’ De Nederlandse vertaling is ontleend aan: Serge Lemoine ed., Briefwisseling Piet Mondriaan / Alfred Roth (1929-1939). Vertaald door Margriet Cuypers. Begeleid door Anja Bastenhof en Martijn Rus ([onuitgegeven] Utrecht : Universiteit van Utrecht. In opdracht van het Mondriaanhuis te Amersfoort en in samenwerking met de Wetenschapswinkel Letteren te Utrecht [12 april] 2000).

3) zoals dat hoort bij mijn leeftijd:

Alfred Roth aan PM, 6 september 1929: ‘Choisissez entre vos œuvres une, qui, la laissant, ne vous plait pas trop de chagrin, seulement une petite, que je puisse facilement l’emporter dans mes voyages (max. 40 cm). Un désir personnel serait d’y remarquer une petite passion, aux frais peut-être d’une trop sereine subtilité… conforme à mon âge.’

4) ‘[…] totdat ik die helemaal voldaan heb’:

Alfred Roth aan PM, 6 september 1929: ‘Je vous envoie par mandate postal frs. 800, une petite et première somme, mais je vous promets de l’augmenter si vite que possible, soit en deux mois environ. J’ai travaillé durement pour arriver déjà à ceci et je ne cesserai pas pour vous contenter entièrement.’

5) in Frankfurt enkele werken verkocht:

Der Stuhl, Frankfurt am Main, Kunstgewerbemuseum, 10-31 maart 1929, een tentoonstelling waarin Mondriaan met negentien werken was vertegenwoordigd.

6) zelf gekocht voor 3000 francs:

CR: B204 Composition with Red, Black, Blue, and Yellow, 1928 (v: Ludwigshafen: Wilhelm-Hack-Museum).

7) erg aardig dat hij aan mij denkt!:

PM aan Alfred Roth, 7 september 1929 (o: op 6 december 2002 ter veiling aangeboden in een lot van negentien handgeschreven brieven en drie briefkaarten van Mondrian aan Alfred Roth bij Christie’s, Londen, sale 9489; gepubliceerd [met correctieve wijzigingen in de tekst] in: Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 150, en in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 43-44; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Peut-être il me restera en Nov. un tableau pour vous envoyer. Ecrivez-moi si vous préférez bleu et jaune, blanc et gris ou bien rouge, peu de bleu et de jaune et blanc et gris. Ces dernières œuvres (avec du rouge) sont plus “reëel”, les autres plus spirituel, plus ou moins. Et si je peux vous l’envoyer port dû, parce que je n’ai pas vendu depuis longtemps. Le prix officiel est maintenant 3000 fr. franç. au moins, mais pour vous 1500 fr. ça va. J’ai vendu par Stam quelques œuvres au printemps le tableau que vous aimiez tant il a acheté lui-même pour Il gagne quelque argent maintenant et c’est très gentil de lui de penser à moi!’

Nederlandse vertaling in: Serge Lemoine ed., Briefwisseling Piet Mondriaan / Alfred Roth (1929-1939). Vertaald door Margriet Cuypers. Begeleid door Anja Bastenhof en Martijn Rus ([onuitgegeven] Utrecht: Universiteit van Utrecht. In opdracht van het Mondriaanhuis te Amersfoort en in samenwerking met de Wetenschapswinkel Letteren te Utrecht [12 april] 2000).

 

374

1) ‘[…] vertrouwen in […] in mijzelf’:

Alfred Roth aan PM, 17 september 1929 (a: Zürich, Eidgenössische Technische Hochschule, Institut für Geschichte und Theorie der Architektur, Alfred Roth Archiv; gepubliceerd in: Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 151, en in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 45: ‘Vous êtes trop aimable de me demander mon désir. Celui est avant tout d’avoir une petite peinture, je crois je préférais une avec du rouge et peu de bleu et de jaune, selon votre première lettre. Mais je n’ai rien contre une avec seulement du bleu et du jaune. Je puis facilement m’imaginer que cette dernière conception doit donner des effets extrêmement cultivés. Je vous laisse à donner ce que vous jugez bien, j’ai plus de confiance en mon grand ami que en ma propre personne.’ Nederlandse vertaling in: Serge Lemoine ed., Briefwisseling Piet Mondriaan / Alfred Roth (1929-1939). Vertaald door Margriet Cuypers. Begeleid door Anja Bastenhof en Martijn Rus ([onuitgegeven] Utrecht: Universiteit van Utrecht. In opdracht van het Mondriaanhuis te Amersfoort en in samenwerking met de Wetenschapswinkel Letteren te Utrecht [12 april] 2000).

2) aan Roth voor zijn schilderij:

CR: B217 Composition with Red, Blue, and Yellow, 1930 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich).

3) van de idealist Stam:

Kort voordat Mart Stam zich in 1966 met zijn derde vrouw in volstrekte anonimiteit in een dorpje bij Ascona terugtrok, verkocht hij zijn schilderij aan de kunststofindustrieel en verzamelaar Wilhelm Hack, die het tot een van de topstukken in zijn museum te Ludwigshafen maakte. In de literatuur over Mart Stam wordt weliswaar zijn relatie met Mondrian meer of minder uitgebreid aan de orde gesteld, maar blijft het feit onvermeld dat hij ook een werk van de meester bezat. Verg. Simone Rümmele, Mart Stam (Zürich, München: Verlag für Architektur, 1991) 20-21; Werner Möller, Mart Stam 1899-1986. Architekt, Visionär, Gestalter. Sein Weg zum Erfolg 1919-1930 (Tübingen, Berlijn: Wasmuth, 1997) 43-47.

 

375

1) Op de achterkant […] een briefje:

Het briefje is niet op het linnen, maar op het horizontale, houten dwarslatje in het midden van het doek (CR: B217 Composition with Red, Blue, and Yellow, 1930 (v: Zürich, Kunsthaus Zürich)) vastgeplakt.

2) Parijs, januari ’30 Piet Mondrian:

‘Dédié à mon cher ami et collèg[u]e Alfred Roth: “Compter seulement avec les rapports en les créant et en cherchant leur équilibre en art et dans la vie: c’est le beau travail d’aujourd’hui, c’est préparer l’avenir.” / Paris, janvier ’30 Piet Mondrian’. Roths transciptie is hier enigszins gecorrigeerd aan de hand van de originele formulering van het briefje. De Franse tekst vormt de laatste zin van de korte publicatie: Piet Mondrian, “[Ne pas s’occuper de la forme…]”, Cercle et Carré 1 (1930) 1 ([15] maart) z.p. [1]. In die publicatie is het woord ‘seulement’ vervangen door ‘exclusivement’.

3) ‘Gelukkige Hans’:

“Gelukkige Hans”, sprookje van de gebroeders Grimm.

4) in het boek staat geschreven:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 154: ‘Voller ungeduldiger Erwartung begab ich mich bald nach meiner Ankunft zu Mondrian, dem ich meinen Besuch rechtzeitig schriftlich angekündigt hatte. Der große und glückliche Moment war gekommen! Mondrian zeigte mir mit stiller Freude das für mich bestimmte, extra auf die Staffelei gestellte Bild. Meine Begeisterung kannte kaum Grenzen! Die Komposition hatte meiner Wunschvorstellung nicht vollkommener entsprechen können. Das 45 Zentimeter messende quadratische Bild war durch das Linienkreuz aufgeteilt in ein großes dominierendes rotes Feld, in ein wesentlich kleineres blaues links unten und in ein ganz kleines gelbes rechts unten. Das Bild war ganz frisch, der Künstler hatte es extra auf meinen Besuch hin fertiggemacht, und es entströmte ihm noch das “Parfüm” des Bindemittels. Die Komposition als Ganzes war von einer Strahlungskraft, die mich mit einer Glückseligkeit erfüllte, wie ich es noch nie vor einem Kunstwerk erlebt hatte. Auf der Rückseite war auf die Leinwand ein Zettel aufgeklebt mit der nachfolgenden, den Sinn und das Wesen der Kunst Mondrians zusammenfassenden Widmung: Dedié à mon cher ami et collegue Alfred Roth: Compter seulement avec les rapports en les créant et en cherchant leur équilibre en art et dans la vie, c’est le beau travail d’aujourd’hui, c’est préparer l’avenir. Paris, le 30 janvier 1930 Piet Mondrian. Voller innerer Bewegung dankte ich Mondrian für das Werk mit einem langen festen Händedruck. Als es zum Abschied kam, wickelte er das Bild in ein säuberliches Packpapier ein und übergab es mir. Ich kehrte darauf eiligen Schrittes in mein Hotel zurück und anders, als ich es mit dem Bilde von Herrn Trousselot getan hatte, packte ich es sogleich wieder aus. Ich bestaunte, bewunderte es während einer langen köstlichen Zeit. Nachdem ich auch Le Corbusier und Pierre Jeanneret noch einen kurzen Besuch abgestattet und ihnen von meinem kostbaren neuen Besitztum offen und stolz erzählt hatte, verließ ich Paris als ein “Hans im Glück”, wie es im Buch steht.’

 

376

1) […] tot de meest […] is uitgegroeid:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 141: ‘Tatsächlich hat die Kunst Piet Mondrians an Strahlungskraft in diesem Sinne auch seit seinem Tode nichts eingebüßt, sondern ist im Gegenteil zur anerkannt sublimiertesten und ermutigendsten Kunst unseres Jahrhunderts geworden.’

2) de radio besprak op 27 mei:

Gepubliceerd als “Piet Mondrian. Ansprache am Rundfunk vom 27. Mai 1955 anlässlich der Ausstellung im Kunsthaus Zürich vom 22. Mai bis Anfang Juli 1955” in: Stanislaus von Moos [inleiding], Alfred Roth. Architect of Continuity/Architekt der Kontinuität (Zürich: Waser Verlag für Kunst und Architektur, 1985) 263-264. Hier komt de metafysische interpretatie van Mondrian reeds tot uitdrukking: ‘Mondrians Bildern ist ein über die irdische Realität sich erhebender, reiner und starker Klang eigen, der in seiner Absolutheit an die tönende Klarheit und Weit Bachscher Musik gemahnt.’

3) in de buurt van Zürich leefden:

De Vlaamse kunstenaar en architect Henry van de Velde, na de Tweede Wereldoorlog beschuldigd van collaboratie, bewoonde sedert 1947 in vrijwillige ballingschap met zijn dochter Nele een door Alfred Roth ontworpen bungalow in de gemeente Oberägeri aan de Ägerisee (kanton Zug, Zwitserland).

4) in hogere sferen te verheffen?:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 141-142: ‘Im Zürcher Kunsthaus fand im Frühjahr 1955 eine Ausstellung des Gesamtwerks von Piet Mondrian statt, die ich im Rundfunk am 27. Mai eingehend besprach. Eines Tages besuchte ich sie mit dem zweiundneunzigjährigen Henry van de Velde und seiner Tochter Nele, die seit 1947 unweit von Zürich lebten. Ursprünglich selbst Maler, dann zum revolutionären Verfechter des Postulats der “vernunftgemäßen Schönheit” in der Architektur und den angewandten Künsten geworden, huldigte van de Velde der in der großen französischen Tradition verhafteten vorkubistischen Kunst. Trotzdem war er dank seiner wachen Sensibilität und der ungebrochenen geistigen Vitalität von der ihm an sich fremden Malerei Mondrians zutiefst beeindruckt. Die Reinheit der geistigen und künstlerischen Intention veranlaßten ihn vor einem der großzügigsten und stärksten Bilder der Ausstellung zu dem mich völlig überraschenden tiefsinnigen Ausspruch: “C’est un véritable tableau d’autel” – ein wahrhaftes Altarbild! Mit dieser treffenden Äußerung hatte also Henry van de Velde die geistige Mission der Kunst Mondrians in der Verfolgung wahren Menschentums spontan erkannt und vollumfänglich bestätigt. Sind die mitten im Volksleben errichteten Altarbilder als Symbole der Heilsversprechung nicht von jeher dazu bestimmt gewesen, die Gedanken und Empfindungen der Gläubigen unabhängig von existenziellen Verschiedenheiten in höheren Sphären zu erheben?’

 

377

1) dezelfde neiging […] grafische kunst:

Verg. Robert Leonard, ‘Social Science and Modernism: the Case of Karl Menger’, discussiepaper als Visiting Fellow, Center for the History of Political Economy, Duke University, 2008-2009 (http://public.econ.duke.edu/~staff/wrkshop_papers/2008-2009%20Papers/MengerDraft-2.pdf).

2) draagt de boom […] geen vrucht:

Karl Menger, Selected Papers in Logic and Foundations, Didactics, Economics (Dordrecht: Reidel, 1979 = Vienna Circle collection, 10) 244; Nederlandse vertaling in: Dirk van Dalen, L.E.J. Brouwer, 1881-1966. Het heldere licht van de wiskunde. Een biografie (Amsterdam: Bert Bakker, 2002) 286.

 

378

1) Ik heb er zeer van genoten…:

Geciteerd uit: Robert J. Leonard, “Ethics and the Excluded Middle: Karl Menger and Social Science in Interwar Vienna”, Isis 89 (1998-1999) 1 (maart 1998) 1-26; 2; ook in: Robert Leonard, Von Neumann, Morgenstern, and The Creation of Game Theory: From Chess to Social Science, 1900-1960 (Cambridge, New York: Cambridge University Press, 2010) 110: ‘Just in passing, and to annoy you, I also visited Mondrian the painter, who paints only squares. He showed me photos of all his pictures; the development is quite interesting. Also his studio, whose walls are covered with large rectangles in different colours and sizes. I liked it very much…’ Het Engelse citaat is ongetwijfeld uit het Duits overgezet.

2) zijn bezoek aan de rue du Départ:

Verg. Louise Golland, “Karl Menger and the Taxicab Geometry”, Mathematics Magazine, vol. 63, nr. 5, december 1990, 327-328; Robert Leonard, ‘Social Science and Modernism: the Case of Karl Menger’, discussiepaper als Visiting Fellow, Center for the History of Political Economy, Duke University, 2008-2009 (http://public.econ.duke.edu/~staff/wrkshop_papers/2008-2009%20Papers/MengerDraft-2.pdf).

 

379

1) ‘[…] dat is toch geen kunst, beste Roth’!:

Alfred Roth, “Piet Mondrian”, in: dez., Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 140: ‘Un carré rouge, un carré jaune, ce n’est pourtant pas de l’art, cher Roth.’

2) begin 1917 […] had gegeven:

Lien Heyting, De wereld in een dorp. Schilders, schrijvers en wereldverbeteraars in Laren en Blaricum, 1880-1920 (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1994) 226; PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, ongedateerd [juni 1920] (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ik zond ’t eerste klad van de vertaling [van Le Néo-Plasticisme, lh] aan een Belg in Holland (Eekman, daar ik vroeger fransche les van had).’; PM aan H. van Assendelft, 19 februari 1917 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Au serieux, ik ben begonnen Fransche les te nemen – misschien in ’t najaar naar Parijs terug??’

3) een aanbetaling van 300 franc:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 1 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘…ik kreeg 200 fr. van Eekman voor een betalingstermijn van een doek dat hij wil hebben.’ Wellicht is dit CR: B145 Composition with Blue, Yellow, Black, and Red, 1922 (v: Stuttgart, Staatsgalerie). Het doek werd door Eekman in 1946 uitgeleend voor de Piet Mondriaan herdenkingstentoonstelling, Amsterdam, Stedelijk Museum, 6 november-6 december.

4) modern breugeliaans realisme:

Nelly van Doesburg, “Some Memories of Mondrian”, in: Piet Mondrian 1872-1944. Centennial Exhibition (New York: The Solomon R. Guggenheim Museum, 1971) 67-73; 72: ‘One of his personal friends was the Dutch realist painter Eekman, who lived with his wife in Bougival.’ In de jaren dertig had Eekman een atelier in hartje Parijs aan de rue de Seine. Verg. N.N., “Eekman over eigen werk. Kunstzaal Joh. D. Scherft”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 26 januari 1936, waaruit: ‘Eekman is naar Parijs gegaan en heeft daar onmiddellijk den invloed van Mondriaan ondergaan; ook de tweeledigheid van Mondriaan in dien tijd: Het puritanisme en de wereldlijke zijde, die hij in cafés en dancings in vervulling deed gaan. Eekman heeft toen doelbewust den monnik in Mondriaan, het maken van abstracties nagestreefd en is daarbij, volgens eigen oordeel, misschien te theoretisch te werk gegaan.’ Verg. ook: Jef Last, “Eekman de mensch. Reportage van een bezoek aan het atelier van den schilder-teekenaar”, De Groene Amsterdammer, 17 november 1934, waaruit: ‘… er is een tijd geweest, dat Eekman, onder invloed van Mondriaan, bijna den weg opging van het volkomen abstracte.’ Verg. over Eekman ook: Adriaan Venema, Nederlandse schilders in Parijs 1900-1940 (Baarn: Het Wereldvenster, 1980) 228.

5) Mondriaan onderhield […] ‘hartelijk’ contact:

PM aan S.B. Slijper, 8 maart 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘De Eekmans zijn erg hartelijk en zie ik van tijd tot tijd.’

6) kwam daardoor ook in contact met de galeriste:

Verg. PM aan Gerard Hordijk, 22 februari 1928 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ik exposeer nu bij een kunsthandeltje Mad. Bucher, rue Cherch. Midi. Tegelijk met teekeningen van Eekman, die Mad. Bucher goed kent.’

7) in de boek- en kunsthandel was gegaan:

Verg. Christian Derouet, Nadine Lehni eds., Jeanne Bucher. Une galerie d’avant-garde 1925-1946. De Marx Ernst à De Staël (Genève: Skira; Straatsburg: Les Musées de la Ville de Strasbourg, 1994) 48; Harry Bellet, “Jeanne Bucher à Strasbourg. L’histoire d’une grande galerie”, Le Monde, 21 juni 1994; Gérard Monnier, “Figures du monde de l’art à Paris. Eileen Gray, Charlotte Perriand, Jeanne Bucher”, French Cultural Studies 7 (1996) 2, 141-148.

 

380

1) Bernheim, Durand Ruel of Druet:

De galerie Bernheim-Jeune (in 1863 opgericht door Alexandre Bernheim, later voortgezet door zijn zoons Josse en Gaston), de kunsthandel van Paul Durand-Ruel en de galerie Druet (opgericht in 1903 door Eugène Druet) waren alle drie belangrijk voor de doorbraak van het vroege modernisme van Manet tot Van Gogh en de impressionisten.

2) wegens gebrek aan belangstelling:

[H. van Loon] (‘Onze correspondent te Parijs schrijft’), “P. Mondriaan en N. Eekman. Te Parijs bij Jeanne Bucher”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 maart 1928.

3) ‘was Piet Mondrian’:

Fritz Billeter, “Ein Überlebender aus grosser Zeit – Serge Brignoni im Gespräch”, in: dez. ed., Serge Brignoni (Zürich: abc-Verlag, 1997) 13-41; 21 vlgg., geciteerd in: Angela Thomas, Mit Subversivem Glanz. Max Bill und seine Zeit. Band 1: 1908-1939 (Zürich: Scheidegger & Spiess, 2008) 325.

4) meubels en ander binnenhuisdesign:

Brian Brace Taylor, Pierre Chareau. Designer and Architect (Keulen: Benedikt Taschen, 1992) 14.

 

381

1) ‘[…] ik geloof dat hij maar eens kwam neuzen’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 20 december 1926 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) op een kleine […] een ding:

CR: B192 Compositie No. 1 / Composition: v, with Blue and Yellow, 1927 (v: Baltimore, The Baltimore Museum of Art).

3) ’[…] Een klein succes dus!!’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 27 februari 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Verg. ook PM aan Gerard Hordijk, 22 februari 1928 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ik heb een klein doekje verkocht, dat geeft weer moed voor de financieele kant.’

4) van de galerie bewaard is gebleven:

‘La Galerie Jeanne Bucher exposera des peintures de P. Mondrian et des dessins de N. Eekman. Du 20 Février au 1er Mars 1928’, lijst van gasten ‘20 fev. 28’ (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels). Opvallend is dat er behalve de schilderes Marlow Moss, die in Parijs bij Léger en Ozenfant in de leer was, geen kunstenaars onder de gasten op de vernissage zijn geweest die artistiek werkelijk voeling met Mondriaans abstractie hadden. Om een aantal namen van het dertigtal bezoekers te noemen: Eric Allatini, een van oorsprong Griekse schrijver en art-decochoreograaf; de Italiaanse neoclassicistisch schilder en journalist Massimo Campigli; de interieurontwerper Clément Nauny; de Amerikaanse Flora Schofield, eveneens een leerlinge van Léger, maar geenszins geneigd de natuurlijke voorstelling te versmaden. Ook de publicist Robert Aron, in deze dagen nog te associëren met het surrealisme (getuige zijn samenwerking met Antonin Artaud en Roger Vitrac in het Théâtre Alfred Jarry), kan niet van een heimelijk sympathiseren met Mondriaans kunst worden verdacht. Andere gasten op de opening waren vrienden die ongetwijfeld speciaal voor Mondriaan kwamen: Mme G.[esina Antonia] (‘Tonia’) Stieltjes met haar dochter Marcelle de Meyere (79 avenue de la Bourdonnais, 7e) en het echtpaar Louk Hoyack en Ella Hoyack-Crameris (141 avenue Maréchal Foch, Saint-Cloud). Nieuwe Rotterdamsche Courant-journalist H. van Loon (77 rue des Plantes, 14e) was in de eerste plaats beroepsmatig van de partij; verg. [H. van Loon] (‘Onze correspondent te Parijs schrijft’), “P. Mondriaan en N. Eekman. Te Parijs bij Jeanne Bucher”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 maart 1928. In het hoofdstuk: Marie-Blanche Pouradier Duteil, in: “Le livre d’or”, in: Christian Derouet, Nadine Lehni eds., Jeanne Bucher. Une galerie d’avant-garde 1925-1946. De Marx Ernst à De Staël (Genève: Skira; Straatsburg: Les Musées de la Ville de Strasbourg, 1994) 117-130, blijft het gastenboek van de tentoonstelling Mondrian-Eekman vreemd genoeg onbesproken. Om kort op Marlow Moss terug te komen: zij verbleef in hotel Libéria (thans genaamd ‘À la villa des artistes’), rue de la Grande Chaumière 9, dat voor haar gasten een aantal atelierkamers ter beschikking had. Door het feit dat Moss de tentoonstelling bij Bucher bezocht, moet de datum van haar kennismaking met het werk van Mondriaan worden geantedateerd van 1929 naar februari 1928. Verg. nog Florette D?kstra, Marlow Moss: constructiviste + het reconstructieproject (’s-Hertogenbosch: De Kleine Kapaciteit, 1994) 10; Marja Pruis, “Een schok van herkenning. De vriendschap van A.H. N?hoff en Marlow Moss”, Jaarboek voor vrouwengeschiedenis 18 (1998) 12-34; 16; daarentegen Ankie De Jongh-Vermeulen, “Marlow Moss. De constructie van een nieuwe werkelijkheid”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 10 (1994) 4, 40-52; 42.

5) het enige […] hier toeliet:

Marc Vellay, Kenneth Frampton, Pierre Chareau. Architect and craftsman 1883-1950. Translated from the French by Bridget Strevens Romer (Londen: Thames and Hudson, 1985) 24: (geciteerd uit een brief van Dollie Chareau aan René Herbst) ‘Later he was attracted to the Cubists and their architectural sense of structure. It was at that time, 1913-1914, and then on his return from the army in 1919, that we bought those “horrible” paintings, as my bourgeois friends used to call them […]. Also during this period, Jean Lurçat, painted a very poetic mural for us, which we later had installed in my Louveciennes sitting room. Subsequently, we had a very fine Mondrian, the only picture in Pierre’s office in Louveciennes […].’ In de originele Franse versie, Marc Vellay, Kenneth Frampton, Pierre Chareau. Architecte-meublier 1883-1950 (Parijs: Éditions du Regard, 1984) 25-26: ‘Puis il fut attiré par les cubistes et leur structure architecturale. C’est à cette époque, 1913-1914, puis en 1919 à son retour de l’armée que nous avons acheté ces “horribles” toiles comme disaient mes amis bourgeois […]. C’est aussi à cette période que Jean Lurçat a réalisé pour nous une peinture murale trè poétique que nous avons ensuite fait poser dans mon salon à Louveciennes. Plus tard, nous avons eu un très beau Mondrian, seul tableu dans le bureau de Pierre à Louveciennes.’

 

382

1) Passedoit Gallery op Manhattan:

PM aan Harry Holtzman, 6 mei 1941 (o: New York, Art Science Research Laboratory / ’s-Gravenhage, RKD). Ook in deze brief schrijft Mondriaan de naam van de Fransman (verkeerd) als ‘Charreau’. De expositie: Retrospective of Water Colors, Gouaches, Pastels, 1912-1941, by Ozenfant, expositie 5-17 mei 1941, Georgette Passedoit Gallery, 121 East 57th Street, New York.

2) de Broadway […] licht had gegeven:

Verg. Robert Motherwell, “Preface To Mondrian’s Plastic Art And Pure Plastic Art, 1945”, in: Piet Mondrian. Plastic Art and Pure Plastic Art 1937 and Other Essays, 1941-1943. The Documents of Modern Art, 2. Director: Robert Motherwell. “Preface” by Robert Motherwell, “Introduction” by Harry Holtzman (New York: Wittenborn and Company, 1945, 21947); opgenomen in: Dore Ashton, Joan Banach eds., The Writings of Robert Motherwell (Berkeley, Los Angeles, Londen: University of California Press, 2007) 44-46. Verg. ook Robert Motherwell, “Notes on Mondrian & Chirico. i. The Art of Abstraction: Piet Mondrian”, vvv 1, juni 1942, 59-60; als openingsessay opgenomen in: Dore Ashton, Joan Banach eds., The Writings of Robert Motherwell (Berkeley, Los Angeles, Londen: University of California Press, 2007) 15-19.

3) Chareaus laatste wapenfeit:

Verg. Mary Cummings, “Robert Motherwell’s Life in the Hamptons”, Hamptons.com, 18 juni 2004 (www.hamptons.com/The-Arts/Main-Articles/255/Robert-Motherwells-Life-in-the-Hamptons.html).

4) in 1926 veel te doen is geweest:

Christian Zervos, “L’art d’Aujourd’hui” (‘La Chronique des Expositions’), Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 1 (1926) 1 (januari 1926) 16; P. Mondrian, “L’Expression plastique nouvelle dans la peinture”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 1 (1926) 7 (september) 181-183, met de reproductie van: ‘Tableau’ = CR: B99 Composition with Grid 5: Lozenge Composition with Colors, 1919 (v: Otterlo, KMM) {zie hierboven in dit hoofstuk}.

 

383

1) schilderkunst van Mondrian onbetwiste kwaliteiten:

Christian Zervos, “P. Mondrian (Galerie Jeanne Bucher)” (‘Les expositions’), Cahiers d’Art. Feuilles Volantes 2 (1928) 2 (februari) 94: ‘Cet artiste néerlandais, mais qui vit depuis de longues années parmi nous, est le chef incontestable de l’école picturale dénommée néo-plasticisme et dont il a été longuement question dans notre revue en 1926. Le néo-plasticisme et son chef jouissent parmi les éléments avancés de Hollande, d’un grand prestige. J.-J.-P. Oud, le chef de l’école architecturale de Rotterdam, considère Mondrian comme le peintre le plus remarquable de la génération actuelle en Europe. Si grande que soit notre estime pour Oud et son incontestable talent, nous ne saurions partager un avis si exclusif. Par son honnêteté, par la dignité de sa pensée et de sa vie, par l’effort dans ses recherches Mondrian nous impose l’estime, mais cette estime ne peut aller jusqu’à l’admiration, car l’œuvre de Mondrian semble faire table rase des éléments les plus constitutifs de la peinture qu’il rend exclusivement la servante de l’architecture; une servante qui renonce à toute sa personnalité. La peinture, d’après l’œuvre de Mondrian, se réduit au rôle de décoration murale, ou plus exactement de moyen de souligner les volumes architecturaux. Comme telle la peinture néo-plasticienne de Mondrian contient des qualités incontestables.’

2) een vervanging van de kaleidoscoop:

Montpar., “Mondrian et Eckman”, La Semaine à Paris. Journal illustré hebdomadaire paraissant le vendredi ce qui se verra, s’entendra, se fera à Paris, du 2 au 9 mars 1928, 53-54; 54: ‘Si l’essai d’Eckmann est déclassé, celui de Mondrian est démodé comme le snobisme de la veille. L’invention – si invention encore il y a – de semblables découpages ne saurait plus, en elle-même, faire illusion à personne. Donc on interroge d’emblée la valeur personnelle de ces emboîtages décoratifs, qui doivent porter un nom beaucoup plus prétentieux dans la tète de leur auteur. On ne leur trouvera de beauté ni dans les proportions, ni dans l’équilibre, ni dans les rapports de tons. Ces rectangles rapprochés, pauvres de plastiques, n’évoquent rien. Mais libres et maniables, feraient-ils sans doute un jeu bon à remplacer le kaléidoscope.’

 

 

21 Ik sta alleen met eenige weinigen

 

384

een soort Sequa-behandeling […] gewrichten etc:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 25 september 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Het citaat in Engelse vertaling in: CR II, 140, waar het woord ‘Sequa’ als ‘illegible’ (onleesbaar) wordt aangeduid: ‘I am now completely recovered thanks to a treatment by an Indian whom I found through the Hoyacks. He was living temporarily near St. Cloud, but is going to the Indies now for 5 months. I am writing you about it, but I usually keep it to myself. Most people make fun of such healing practices. He did wonders for me, as he has for so many. I am very grateful that the Hoyacks told me about this man. It is a kind of [illegible] treatment, stretching the joints, etc.’

 

386

1) in de havenstad Southampton stierf:

Verg. N.N., “Sequah”, Nieuwe Tilburgsche Courant. Nieuws- en Advertentieblad voor Tilburg en omstreken, 30 augustus 1891; N.N., “Sequa, de wonderdokter”, De Waarheid. Volksdagblad voor Nederland, 28 oktober 1966; N.N., “Sequah – een succes-nummer uit de jaren ’90”, Tegen de kwakzalverij. Maandblad. Orgaan van de Vereniging Tegen de kwakzalverij 84 (1969) 9 (september) 54-54; Thomas J.A. Terlouw, “Niets dan een handlanger, in alles aan den geneesheer ondergeschikt. Wederwaardigheden van zich emanciperende heilgymnasten in Nederland eind negentiende eeuw”, Gewina. Tijdschrift voor de geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek 17 (1994) 4, 235-253; Cor W.P.G. van der Heijden, “Noord-Brabant in de ban van Sequah. Moderne kwakzalverspraktijken aan het eind van de negentiende eeuw”, Brabants Heem. Tweemaandelijks tijdschrift voor Brabantse heem- en oudheidkunde 47 (1995) 1-9; Peter-Paul de Baar, “Amsterdamse kwakzalvers”, Ons Amsterdam, nr. 11/12 (november/december) 2007, 429.

2) Het soefisme à la Inayat Khan:

Een kleine selectie uit de talloze contemporaine en recente publicaties van en over Hazrat Inayat Khan: N.N., “Pir-O-Moersjid Inayat Khan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 18 januari 1924 (verslag van een lezing in de Salon Doele te Rotterdam); N.N., “Inayat Khan en zijn levenswerk. Een kosmisch mysticus van hooge allure. Zijn boodschap aan het Westen”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 21 mei 1939; K. Steur, “Het moderne Soefisme”, Het Schild. Apologetisch Maandschrift 22 (1940-1941) 13-19 (I, ‘Leider en Beweging’), 44-52 (II, ‘Ideeën en idealen’), 76-81 (III, ‘Eeredienst en organisatie’), 109-116 (IV, ‘Soefisme en Katholicisme’); Louis Hoyack, De boodschap van Inayat Khan (Deventer: Æ.E. Kluwer, z.j. [1946]); Theo van Hoorn, Herinneringen aan Inayat Khan en het universeel soefisme (’s-Gravenhage: East-West Publications, 1981; Sufi Publications, 22011); The Complete Works of Pir-O-Murshid Hazrat Inayat Khan. Original Texts: Lectures on Sufism (8 dln. ‘s-Gravenhage: East-West Publications, 1982-2004); Karin Jironet, The Image Of Spiritual Liberty In The Western Sufi Movement Following Hazrat Inayat Khan (Leuven: Peeters, 2002); Elisabeth Keesing, Golven, waarom komt de wind. De levensgeschiedenis van Hazrat Inayat Khan (tweede herziene druk, ’s-Gravenhage/Londen: East-West Publications, 2002 [11973]); Jan Slomp, De Soefi Beweging (Kampen: Kok, 2007).

 

388

1) uit Duizend-en-één-nacht leek te zijn weggelopen:

Theo van Hoorn, Herinneringen aan Inayat Khan en het universeel soefisme (’s-Gravenhage: East-West Publications, 1981; Sufi Publications, 22011) 56.

2) wordt de opbrengst groter en groter:

Ontleend aan: P. van Schilfgaarde, De zin der geschiedenis. Tweede boek: Geschiedkundige theorieën (Leiden: E.J. Bril, 1947) 170-171.

3) ’[…] rust het accent toch op de terugreis’:

Louis Hoyack, De philosophie der verveling (Deventer: Kluwer, 1954) 111; verg. hierover Corn. Verhoeven, “Louis Hoyack”, in: dez., Parafilosofen. Wijsbegeerte buiten de school (Bilthoven: Amboboeken, 1973) 38-40; 39-40.

 

389

1) Zwart Front en Nationaal Front:

Adriaan Venema, Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie. Deel 1 Het systeem (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1988) 90.

2) ‘Een bespotting! Een pias!’:

Zakagenda Ella Hoyack-Cramerus 1928 (x: ’s-Gravenhage, RKD, collectie Cis en Leo Heijdenrijk / Mondriaan-documentatie).

3) voor het eerst genoemd in december 1927:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 4 december 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) Mondriaan aan de wand had hangen:

CR: B138 Composition with Blue, Yellow, Red, Black, and Gray, 1922 (v: Amsterdam, SM).

5) wie de eigenaar was:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. 24 april 1928 en 15 juli 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) om welk schilderij het precies gaat:

CR: U25 “A canvas,” 1927.

7) is echter eveneens een raadsel:

Verg. PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 7 juni 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Het schilderijtje dat ik Ella wou geven is terug maar nu wil Muller Lehning ’t koopen dus je vindt wel goed dat ik een ander voor je maak.’

8) die agenda’s zijn teruggevonden:

x: ’s-Gravenhage, RKD, collectie Cis en Leo Heijdenrijk / Mondriaan-documentatie.

 

390

1) Chez les Vikings:

La Cigogne, American Bar, Dancing, Attractions, Soupers, 27, rue Bréa (Montparnasse); La Coupole, 102, Boulevard du Montparnasse; Le Dôme, 108, Boulevard du Montparnasse; Café Falstaff, 42, rue du Montparnasse; Lapin Agile, 22, rue des Saules (Montmartre); Chez les Vikings, Taverne Scandanave, 29 et 31, rue Vavin (Montparnasse).

2) Le Petit Teddy:

Bal Nègre, 33, rue Blomet (Montparnasse); La Jungle, 127, Boulevard du Montparnasse; Le Petit Teddy, rue de Caumartin (Opéra).

3) voor lieden van andere origine:

Behalve de reeds genoemde Gerard Hordijk worden de namen genoemd van Janus de Winter, Adya en Otto van Rees en hun dochter Magda, Georges Vantongerlo en zijn vrouw Tine, Marthe Donas, Seuphor en zijn uit IJsland afkomstige vriendin Ingeborg Bjarnasson, verder de echtparen d’Eck, Van Loon, Wim en Tonia Stieltjes met hun dochter Marcella de Meijere. In het atelier van Mondriaan trof Ella Hoyack figuren als Albert van den Briel, Arthur Müller-Lehning en zijn geliefde Charley Toorop en de schilderes Annemarie Blaupot ten Cate, die in 1933 op Ibiza een affaire zou hebben met Walter Benjamin.

4) ‘in een groote boog’:

Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 106.

5) zich door hem onderhanden nemen:

Zoals blijkt uit PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 3 april 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Ik heb een aanval van rhumatiek in mijn linker heup en been gehad maar dank zij Alighan is het goed afgeloopen. Ik bedoel dankzij de behandeling van l.l. zomer.’

6) ‘uitrekken van de gewrichten etc’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 25 september 1928 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

7) ‘handoplegging’:

Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 106.

 

391

1) een worstelaar moet hebben gehad:

Karin Jironet, Sufi Mysticism into the West. Life and Leadership of Hazrat Inayat Khan’s Brothers 1927-1967 (Leuven: Peeters, 2009 = New Religious Identities in the Western World, 6) 97.

2) gingen we een wandeling maken:

H. Johannes Witteveen en Saskia Rosdorff, De magie van harmonie. Een visie op de wereldeconomie. Autobiografie (z.p.: Gibbon Uitgeefagentschap, 2012) 35.

3) ‘een paar weken minder goed’:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 1 november 1929 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) relaties tussen mensen te genezen:

Karin Jironet, Sufi Mysticism into the West. Life and Leadership of Hazrat Inayat Khan’s Brothers 1927-1967 (Leuven: Peeters, 2009 = New Religious Identities in the Western World, 6) 98.

5) ‘the spiritual man can heal and change a life’:

M.S., “Healing: Murshid Ali Khan”, The Sufi. A Quarterly Journal of Mysticism 2 (1936) 2 (april) 51-58; 56.

6) controleren betekent zichzelf beschermen:

M.S., “Healing: Murshid Ali Khan”, The Sufi. A Quarterly Journal of Mysticism 2 (1936) 2 (april) 51-58; 53: ‘Controlling one’s self means saving one’s self.’

7) ’[…] zegt: “The spirit can not be without the body”’:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 18 februari 1929 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

8) een wijsheid die Mondriaan omarmde:

PM aan Albert van den Briel, 22 maart 1932 (m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, documentatie Michel Seuphor); verg. PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 22 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

9) warme baden te gaan nemen:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 3 april 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); pm aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 7 juni 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

10) last bleef houden van bronchitis:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 19 mei 1931 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

392

1) nu als ‘Ali-Ghan’:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 7 juli 1931 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) aanvaarden en te boven te komen:

PM aan Albert van den Briel, 22 maart 1932 (m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, documentatie Michel Seuphor); verg. PM aan Arthur Müller-Lehning, 26 maart 1932, gepubliceerd in: Yves-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 32-33, 125-127.

3) ‘ballonnement du ventre’:

flatulentie: PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, resp. 17 oktober en 18 december 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) een poosje in Suresnes was:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 9 augustus 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘ben weer 4 maal bij Alikhan geweest ’t geen me goed heeft gedaan. Hij vroeg nog naar jelui.’; PMaan Ella Hoyack-Cramerus, 26 juli 1934 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Met de verdere gezondheid ging ’t ook maar langzaam vooruit […] en over een poosje zal ik ook weer eens naar Alighan gaan die even in Suresnes is.’

 

393

1) eruitziend als een jonge papagaai:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 1 november 1929 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘(naar mijn […] goed geworden’:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 17 oktober 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) de Nederlandse Charlotte van Pallandt:

Charlotte van Pallandt maakte in 1956 een portret in brons van Ali Khan, zie Lambert Tegenbosch & Marian Koekkoek, Charlotte van Pallandt. Beelden en tekeningen (Zwolle: Waanders, 1994)122 nr. 82. Zij maakte nadien ook twee verschillende beelden in brons van de man aan wie zich zij boven alles schatplichtig voelde, Inayat Khan (op. cit. resp. 131 nr. 114 en 141 nr. 144) en van diens broer Musharaff Khan (op. cit. 140 nr. 141).

4) aan zijn borst koesterde:

Verg. inventaris Mondrian Papers, New York, Art Science Research Laboratory, Folder 4, b): ‘1922? portrait of Ali Khan (PM acquintance), gift to PM from photographer, van Beck, 1/11/34.’, thans ’s-Gravenhage, RKD.

5) zijn ontzaglijk multi-dimensionaal wezen:

Theo van Hoorn, Herinneringen aan Inayat Khan en het universeel Soefisme (’s-Gravenhage: East-West Publications, 1981; Sufi Publications, 22011) 56.

6) 16 impasse du Maine:

Thans 18 rue Antoine Bourdelle, waar sedert 1949 het Musée Bourdelle is gevestigd.

 

394

1) een maatregel die hemzelf ook zou treffen:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus, 2 april 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 9 augustus 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘[…] niet op de wijze der natuur’:

PM aan Louis Hoyack, 16 april 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) niet uit de natuurlijke wereld:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 19 mei 1931 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) Het woord ‘uiting’:

PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 6 juli 1931 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) gaandeweg doordrongen van geest:

Mondriaan verweet Hoyack dat hij de evolutie van het fysieke naar het geestelijke veronachtzaamde, verg. PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Cramerus, 22 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), dit naar aanleiding van L. Hoyack, Spiritualisme historique. Étude critique sur l’idée de progrès (Parijs: Librairie des sciences politiques et sociales, Marcel Rivie?re, 1932).

 

395

1) ‘de zuivere intuïtie, het goddelijke’:

PM aan Louis Hoyack, 27 juni 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) zijn voor mij niet geldig:

PM aan Louis Hoyack, 27 juni 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Mondriaan ontleende het voorbeeld aan: L. Hoyack, Tijdgeest. Een cultuurphilosophische studie (Deventer: AE.E. Kluwer, z.j. [1932]).

3) ‘[…] en zelfs het licht!’:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 18 augustus 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘ils étaient gentils comme toujours, mais quelle amitié de “glace”! Enfin ils sont “de glace” et ils croient avoir le feu – même la lumière!’

4) ‘gewild abstracte, stuntelige vormgeving’:

L. Hoyack, Ideeën over kunst en schoonheid (Deventer Æ.E. Kluwer, 1934) 36.

5) neer op een ‘fout’:

L. Hoyack, Ideeën over kunst en schoonheid (Deventer Æ.E. Kluwer, 1934) 7.

 

396

1) het goddelijk licht kan stralen:

H. Johannes Witteveen en Saskia Rosdorff, De magie van harmonie. Een visie op de wereldeconomie. Autobiografie (z.p.: Gibbon Uitgeefagentschap, 2012) 102.

2) ‘[…] verbroedering der menschheid’:

Albert van den Briel aan Michel Seuphor, 13 augustus 1951, gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 22-28; 24.

 

397

1) sinds de herfst van 1910 was geabonneerd:

PM aan Kees Spoor, z.d. [oktober 1910] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), gepubliceerd in: Lily van Ginneken, met medewerking van J.M. Joosten, “Documentatie: kunstenaarsbrieven Kees Spoor (2)”, Museumjournaal 15 (1970) 5, 261-267; 263. Ruim vijf jaar later dankt Mondriaan in een brief aan Van Doesburg voor toezending van een nummer van Eenheid, waaruit valt op te maken dat hij dan kennelijk geen abonnee meer is. Verg. PM aan Theo van Doesburg, 20 november 1915 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) een verklaard vrijmetselaar:

Verg. H. van Assendelft, Hoe word ik vrijmetselaar? Inlichtingen voor hen die het voornemen hebben om vrijmetselaar te worden (Leiden: Kooyker-Huysman, 1911).

3) ‘[…] hijzelf geen opvolgers hebben’:

Albert van den Briel, ‘Mondriaans persoonlijkheid’, versie 1 (mt, o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh).

4) het bestaan van het hogere?:

Verg. PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 15 juni 1932; PM aan Louis Hoyack, 27 juni 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) kiezen voor het inhumane?:

De verklaring van de afwijzing door de loge maçonnique omdat Mondriaans schilderkunst communistisch en ‘inhumaan’ zou zijn in: Albert van den Briel, ‘Mondriaans persoonlijkheid’ (1967), gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 44-58; 53-54.

 

398

1) ‘naar een leven in werkelijk evenwicht’:

Verg. P. Mondrian, ‘L’Art nouveau – la vie nouvelle (La culture des rapports purs)’ (ongepubliceerd; mt: New Haven, Yale University, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, ms Vault 710. Box 1, 30A, 30B, 30C; Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) I, nr. 052); Piet Mondrian, “L’Art nouveau – la vie nouvelle”. Édité et annoté par Jean-Claude Lebensztejn, Les Cahiers du Musée national d’art moderne 114-115 (hiver 2010/printemps 2011) 32-73; 51, waaruit: ‘Observons donc sur le terrain libre de l’art le cours de la culture humaine; le progrès vers la délivrance réelle des formes et vers l’équivalence de leurs rapports mutuels – vers une vie en équilibre réel.’

2) ‘een groote teleurstelling’:

Albert van den Briel aan Michel Seuphor, 13 augustus 1951, gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 22-28; 24.

3) zoals zijn oude vriend:

Verg. PM aan Albert van den Briel, 22 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘… daarom schreef ik “zie maar in elk geval te komen”. Ik geloof of weet dat we er beiden weer veel aan zullen hebben.’

4) ‘ik sta alleen met eenige weinigen’:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 15 juni 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

 

22 Utopische projecten: asb en Cercle et Carré

 

400

1) het gevoel […] kunnen nemen:

J.R. Voûte, ‘Memory of a Visit to Pieter Mondriaan in Paris’ [ca. 1986] (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, 107).

2) Architectuur Schilderwerk Beeldhouwwerk:

‘Atelier interieur’, afb. in: catalogus a.s.b. Architectuur Schilderwerk Beeldhouwwerk. 2e Tentoonstelling (Amsterdam: Stedelijk Museum, 2 november-2 december 1929) 7, met daarop drie schilderijen: CR: B201 Large Composition with Red, Blue, and Yellow, 1928 (v: particuliere collectie); B214 Composition No. I, with Red and Black, 1929 (v: Basel, Kunstmuseum Basel); B215 Composition No. II, with Yellow and Blue, 1929 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen).

3) de tweede asb-tentoonstelling in te sturen:

CR: B214 Composition No. I, with Red and Black, 1929 (v: Basel, Kunstmuseum Basel).

4) een achttal personen:

Behalve Charley Toorop: Jacob Bendien, het echtpaar Rein Harrenstein en An Harrenstein-Schräder, Arthur Müller-Lehning, Peter Alma, John Rädecker en Johan Polet.

5) een combinatie […] en publicaties:

Charley Toorop aan PM en anderen, 8 december 1926, geciteerd in: Ype Koopmans, Max Meijer, asb. Architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst. Nieuwe beelding en nieuwe zakel?kheid 1926-1930 (Arnhem: Museum voor Moderne Kunst Arnhem, 2004 = Arnhemse cahiers 6) 10-11.

 

401

1) Menschheitsdämmerung (‘mensheidsschemering’):

Verg. Kurt Pinthus ed., Menschheitsdämmerung. Symphonie jüngster Dichtung (Berlijn: E. Rowohlt, 1920).

2) geconcipieerd door Theo van Doesburg:

Redactie [Theo van Doesburg], “Ter inleiding”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 1 ([16] juni 1917) 1-2.

3) universele ‘schoonheidsontroering’:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst. 1. Inleiding”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 1 (oktober 1917) 2-6; 2: ‘De werkelijk moderne kunstenaar voelt de abstractie der schoonheidsontroering bewust hij erkent bewust, dat de schoonheidsontroering cosmisch, universeel is.’

4) ‘[…] hoe zuiverder de kunstuiting is’:

Piet Mondriaan, “Kunst zonder onderwerp”, Kroniek van Hedendaagsche Kunst en Kultuur 3 (1937-1938) 6 (april 1938) 166-168; 166. De passage begint met de zin: ‘Het eigenlijke van kunst is hetgeen onze schoonheidsontroering uitbeeldt of bewerkt.’ Mondriaan lijkt hier uitsluitend vanuit de producent van kunst te redeneren.

 

402

1) groepstentoonstelling in 1928:

A.S.B. Tentoonstelling van Architectuur, Schilderkunst & Beeldhouwkunst, Amsterdam, Stedelijk Museum, 1 februari-4 maart 1928.

2) ‘[…] symbool van een nieuw geloof’:

Walter Gropius, ‘Programm des Staatlichen Bauhauses in Weimar, herausgegeben vom Staatlichen Bauhaus, Weimar, April 1919’, vierzijdig pamflet met een houtsnede van Lyonel Feininger op het titelblad en een door Gropius geschreven manifest en programma, waaruit: ‘Wollen, erdenken, erschaffen wir gemeinsam den neuen Bau der Zukunft, der alles in einer Gestalt sein wird: Architektur und Plastik und Malerei, der aus Millionen Händen der Handwerker einst gen Himmel steigen wird als kristallenes Sinnbild eines neuen kommenden Glaubens.’ Afgedrukt in: Hans M. Wingler, Das Bauhaus. 1919-1933 Weimar Dessau Berlin und die Nachfolge in Chicago seit 1937 (Keulen: DuMont, 42002) 38-41; 39.

3) gelaagdheid, constructie en vitaliteit:

Verg. Gabriele Leuthäuser, Peter Gössel eds., Functional Architecture. The International Style, Funktionale Architektur, Le Style International, 1925-1940 (Keulen: Benedikt Taschen, 1990).

 

403

zijn Schröder-huis te Utrecht:

Ida van Zijl, Gerrit Rietveld (Londen, New York: Phaidon, 2010) 97, 105.

 

404

1) niet helemaal voor zich alleen kreeg:

Verg. Ype Koopmans, Muurvast & gebeiteld. Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940 (2 dln. Rotterdam: NAi Uitgevers, 1994) II, 182.

2) het werk van de beroemde kunstschilder:

De vergelijking komt van Aldo van Eyck. Verg. Max van Rooy, “Revolutie in het bos. De restauratie van Zonnestraal”, NRC Handelsblad, 12 december 2003, waaruit: ‘Aldo van Eyck [waarschuwt] dat voor alles de dunheid van de detaillering die Zonnestraal zijn karakteristieke lichtheid geeft, essentieel is. Hij vergeleek Zonnestraal met een schilderij van Mondriaan. “Als je een Mondriaan laat restaureren, zeg je toch ook niet ‘laten we de lijnen maar 1 millimeter breder maken?’ Doe je dat wel dan heb je geen Mondriaan meer maar een willekeurig schilderij.”’ Van een directe relatie of beïnvloeding tussen Mondriaan en Duiker lijkt overigens geen sprake. Verg. R. Zoetbrood, “J. Duiker, een ‘oudere jongere’”, in D. van Woerkom e.a., Het Nieuwe Bouwen. Voorgeschiedenis (Delft: Delft University Press, 1982) 144-153; Jan Molema, Ir. J. Duiker (Rotterdam: 010, 1989).

3) ‘iets gewilds’:

PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 11 april 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD); verg. daarentegen PM aan Theo van Doesburg en Lena Milius, 6 januari 1920 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Ja, die meubels van Rietveld schijnen nu wel goed.’

4) te ‘plaatsen’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. ongedateerd [februari 1926] en 25 juni 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) goudsbloem in een glas:

CR: C127 Marigold in a Glass (v: particuliere collectie); verg. Mondrian 1872-1944 (’s-Gravenhage: Gallery Pieter B. van Voorst van Beest, 1988) nr. 19: ‘Chrysanthemum in a Glass. Circa 1920-1924’.

6) contact met een vluchtig karakter:

Verg. Frits Bless, Rietveld 1888-1964. Een biografie (Amsterdam: Bert Bakker; Baarn: Erven Thomas Rap, 1982) 262 n. 26: ‘Over Rietvelds contact met Mondriaan is weinig bekend. Rietveld zelf heeft meerdere malen geschreven dat hij M. niet heeft ontmoet, maar blijkens de door hem in 1958 aan het Centraal Museum verstrekte gegevens hebben ze elkaar wel ontmoet. Ook de kinderen Rietveld deelden mij dit mee. Het contact zal echter niet langdurig zijn geweest. Gecorrespondeerd hebben ze waarschijnlijk niet.’ Dit laatste was echter wel het geval, zoals blijkt uit PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ongedateerd [februari 1926] (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Kort geleden schreef Rietveld me ook …’. Verg. Bibeb, “Architect Rietveld”, in: dez., Bibeb in Holland (Utrecht: A.W. Bruna en zoon, 1958) 74-81; 78: ‘Hij vertelt van Mondriaan met wie hij gecorrespondeerd heeft.’ Of dit impliceert dat hij hem nooit ontmoet heeft, blijft onduidelijk. Verg. over de relatie Mondriaan-Rietveld: Theodore M. Brown, “Mondrian and Rietveld: the Divining Rod and the Compass”, Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 19 (1968) (Bussum: Fibula-Van Dishoeck, 1969) 205-214. Dit artikel vergelijkt echter ideeënmateriaal en bevat geen concrete gegevens over de contacten tussen beiden. Hetzelfde geldt voor Daniele Baroni, The Furniture of Gerrit Thomas Rietveld (Woodbury, New York: Barron’s, 1978) 42, 48.

7) een voorbeeld […] hele wereld:

Bibeb, “Architect Rietveld”, in: dez., Bibeb in Holland (Utrecht: A.W. Bruna en zoon, 1958) 74-81; 78-79.

8) functie van het netvlies:

Arthur Schopenhauer, Über das Sehen und die Farben, 1816.

 

405

1) (zelfs na […] glas in lood):

G.Th. Rietveld, “Mondriaan en het nieuwe bouwen”, Bouwkundig Weekblad. Orgaan van de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst Bond van Nederlandsche architecten 73 (1955) 11 (15 maart 1955) 127-128. Rietveld bespeurde een gevaar in een al te directe invloed van Mondriaans werk op de bouwkunst omdat dit kan leiden tot ‘snel voorbijgaande decoratieve toevoegsels’. Die invloed zag hij vooral op het gebied van interieur, maar weer niet in de industriële vormgeving.

2) in het tijdschrift i10 publiceerden:

[‘Opbouw’], “Over stedebouw”, i10. Internationale revue 1 (1927) 3 (maart) 81, bijvoorbeeld: ‘2. De opvattingen op stedebouwkundig gebied moeten worden ontdaan van aesthetische gewoonten, die van vroegere generaties zijn blijven aankleven.’; [‘de 8’], “Wat is ‘de 8’?”, i10. Internationale revue 1 (1927) 4 (april) 126, waaruit: ‘de 8 is a-aesthetisch. / de 8 is a-dramatisch. / de 8 is a-romantisch. / de 8 is a-kubistisch.’

3) dan ook geen blik waardig:

Verg. Jan Molema, Ir. J. Duiker (Rotterdam: 010, 1989) 10.

4) ‘[…] de wereld in de gevangenis gebracht’:

Frank Lloyd Wright, “To my critics in the land of the Danube and the Rhine” (1931), gevolgd door Sigfried Giedion, “Die architektonische Front” en commentaar van Jan Duiker, in: De 8 en Opbouw. 14-Daagsch tijdschrift van de architectengroep ‘De 8’ Amsterdam en ‘Opbouw’, Rotterdam, opgenomen in ‘Bouw en Techniek’ 3 (1932) 18 (2 september 1932) 177-184; herdrukt als “Het manifest van Frank Lloyd Wright” in: Forum voor architectuur en daarmee verbonden kunsten 22 (1971-1972) 6 (januari 1972) 136-137. Wrights tekst is opgenomen in: Bruce Brooks Pfeiffer ed., Frank Lloyd Wright Collected Writings: Volume 3. 1931-1939 (New York: Rizzoli, 1993) 18-20.

5) in 1928 als eerste Zwitsers:

Verg. PM aan Carola Giedion-Welcker, 5 juni 1933 (o: Zürich, Stiftung Andreas Giedion), waaruit: ‘… vous étiez en Suisse, le première personne qui m’a reconnu et acheté une œuvre.’ Het betreft het werk CR: B193 Composition No. I, with Black, Yellow, and Blue, 1927 (v: particuliere collectie). In 1930 werd het echtpaar Giedion-Welcker eigenaar van CR: B225 Composition No. II, with Blue and Yellow, 1930 (v: op 4 februari 2014 geveild bij Christie’s Londen uit de nalatenschap van Carola en Sigfried Giedion-Welcker).

 

406

1) Les Architectes du groupe De Stijl:

Over de expositie recentelijk: tentoonstellingscatalogus De Stijl 1917-1931 (Parijs: Centre Pompidou, 2010) 94-105.

2) ‘[…] in het leven zoals in de kunst’:

S. Giedion, Architecture you and me. The diary of a development (Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press, 1958) 78.

3) ‘Wie kan […] aan vastknoopen?’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bezoek bij Mondriaan. Het Neo-plasticisme in Schilderkunst, Bouwkunst, Muziek, Litteratuur”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 17 oktober 1924. Verg. ook PM aan Cornelis van Eesteren, ongedateerd [na 27 oktober 1924] (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut). Mondriaans uitspraak richtte zich met met name tegen: Théo van Doesburg, “Tot een beeldende architectuur”. De Stijl. Maandblad voor Nieuwe Kunst, Wetenschap en Kultuur 6 (1924) serie XII (6-7) 78-83, waaruit (81): ‘10. Ruimte en tijd. – De nieuwe architectuur rekent niet slechts met de ruimte, doch ook met den tijd als accent der architectuur. De eenheid van tijd en ruimte geeft de architectonische verschijning een nieuw en volledig beeldend aspect. (4-dimensionaal, tijdruimtelijk beeldingsaspects).’

4) ‘met een redenering […] en prijzen’:

Auke van der Woud, Sterrenstof. Honderd jaar mythologie in de Nederlandse architectuur (Rotterdam: 010, 2008) 20.

5) ‘Ik ben bang […] niet verkocht’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. 4 december 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

407

1) ‘[…] maar dat kan met ander werk ook’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. 17 december 1927 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) op het moment van oprichting:

De Klomp was formeel opgericht in december 1926 en had als doel ‘Fransche en Hollandsche artisten te laten optreden in Fransch en Hollandsch programma op alle terrein: voordracht, lezing, spel, dans, muziek, schilderkunst, die elken avond veelkleurig als in “glacé napolitaine” worden opgedischt.’ Uit: [W.F.A. Röell] ‘Van onzen correspondent’, “Hoe de Hollandsche Klomp geopend werd”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 1 december 1926. Het programma op zaterdagavond 26 februari 1927 had bestaan uit instrumentale muziek door het Parijsche Trio met Marie Colin-Penning; aansluitend zang door de Groningse alt Willy van Sonsbeeck-Hommes, op piano begeleid door W.F.A. Röell, waarna de Franse literator en (Couperus?)vertaler Paul Eyquem een voordracht hield over het thema ‘Holland’. Ten slotte gaf de samensteller van de avond, Paul van Sonsbeeck, een korte inleiding op het geëxposeerde werk van Mondriaan, waarvan hij het element van ‘denaturalisatie’ naar voren haalde als een streven om gelijke tred te houden met de vooruitgang van het algehele ‘beschavingsleven’.

3) mystificatie of puur idiotisme:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Eyquem in de Parijsche Klomp. Inkijkje in Holland. – Zaag en trio. – Beeldende maximen van Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 1 maart 1927.

4) een lichtje te brengen hier en daar:

N.N., “Woorden en beelden”, Algemeen Handelsblad, 15 maart 1927. Verg. ook N.N., “’De Klomp’”, krantenknipsel, zonder bronvermelding, waaruit: ‘De diepere bedoeling van deze regelmatige en onregelmatige vierkantjes, in wit en grijs met hier en daar een schijn van de “elementaire” kleuren rood-blauw-geel, is ongetwijfeld aan de meeste bezoekers verborgen gebleven […]. Hoe dit zij, de witte en kleurige vakken en vakjes vormden een vroolijke, voor sommigen zelfs een vroolijk-makende, decoratie en ze leverden het bewijs dat de artistieke leiders van “De Klomp” hun gasten het àller-modernste niet onthouden, en het vliegtuig prefereeren boven de nachtschuit!’

5) bracht mijn gezondheid niet vooruit:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, ongedateerd.

6) ‘dat wij hem zoo apprecieeren’:

Charley Toorop aan J.J.P. Oud, poststempel 19 januari 1928; geciteerd in: Ype Koopmans, Max Meijer, asb. Architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst. Nieuwe beelding en nieuwe zakel?kheid 1926-1930 (Arnhem: Museum voor Moderne Kunst Arnhem, 2004 = Arnhemse cahiers 6) 20.

 

408

1) ‘[…] maar niet te lang duren’:

Charley Toorop aan J.J.P. Oud, poststempel 19 januari 1928; geciteerd in: Ype Koopmans, Max Meijer, asb. Architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst. Nieuwe beelding en nieuwe zakel?kheid 1926-1930 (Arnhem: Museum voor Moderne Kunst Arnhem, 2004 = Arnhemse cahiers 6) 20.

2) bleven tijdens de expositie onverkocht:

CR: B107 Composition C, 1920 (v: New York, MoMA; destijds eigendom van Peter Alma); B190 Composition: No. III, with Red, Yellow, and Blue, 1927 (v: Amsterdam, SM).

3) abstracte doek van Mondriaan uit 1921:

CR: B128 Tableau I, with Red, Black, Blue and Yellow, 1921 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

4) Martinus Nijhoff deed watertanden:

Verg. PM aan S.B. Slijper, 26 oktober 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD), waaruit: ‘Steeds speelde hem [= Nijhoff, lh] die van jou (met dat groote blauwe vlak, zei hij) in ’t hoofd die hij eigenlijk prefereerde hoewel ik de latere beter vind.’ Verg. catalogus asb. Tentoonstelling van architectuur, schilderkunst & beeldhouwkunst, 4 Febr.-1 Mrt. [1928], Stedelijk Museum, z.p., nr. 94, afb. ‘Mondriaan Compositie’.

5) overbuurman van de schilder:

Maart-november 1916, Laren, Melkweg 1 (‘De Groote Basselt’); Nijhoff was enige tijd woonachtig op Melkweg 5 (‘De Heiblom’).

6) kleuren-schoonheid ‘zonder meer’:

W. Jos. de Gruyter, “Tentoonstelling A.S.B.”, Utrechtsch Stedelijk Dagblad, 24 februari 1928. Willink exposeerde op de asb-tentoonstelling zowel vroege abstracte schilderijen als recenter neorealistisch werk.

 

409

1) de niet-kleuren wit, grijs, zwart:

W. Jos. de Gruyter, Zelfportret als zeepaardje. Memoires. Bezorgd door Hans Ebbink, Alied Ottevanger, Peter de Ruiter, Kriszti Vákár. Met inleidingen van Peter de Ruiter (Bussum: Thoth, 2004 = RKD-bronnenreeks, 3) 238-239.

2) een week later op 2 november 1929:

A.S.B. Architectuur Schilderwerk Beeldhouwwerk. 2e Tentoonstelling. Amsterdam, Stedelijk Museum, 2 november-2 december 1929.

3) elkander niet zeer waardeerend gezelschap:

A. Plasschaert, “A.S.B. Tentoonstelling, Gemeente Museum, Amsterdam”, De Groene Amsterdammer, 30 november 1929. Verg. Jan Engelman, “A.S.B. Tentoonstelling van Architectuur, Schilderkunst en Beeldhouwwerk in het Stedelijk Museum te Amsterdam”, De Nieuwe Eeuw. Weekblad voor Nederland, 7 november 1929: ‘chaotisch zonder eenheid.’ Soortgelijke kritiek in: Kasper Niehaus, “Harmonieën en contrasten. asb Expositie”, De Telegraaf, 12 november 1929.

4) ‘[…] niets meer van ’t moderne willen weten!’:

PM aan S.B. Slijper, 1 november 1929 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

410

1) en als de hunne prezen:

A. Plasschaert, “De A.S.B. Stedelijk Museum”, De Groene Amsterdammer, 16 november 1929. De door Plasschaert niet bij naam genoemde Rus moet Malevitsj zijn.

2) reëele tijdsverlangens blijven hineininterpretieren:

Jan Engelman, “A.S.B. Tentoonstelling van Architectuur, Schilderkunst en Beeldhouwwerk in het Stedelijk Museum te Amsterdam”, De Nieuwe Eeuw. Weekblad voor Nederland, 7 november 1929.

3) later in Zwitserland terechtkwam:

CR: B214 Composition No. I, with Red and Black, 1929 (v: Basel, Kunstmuseum Basel).

4) Een andere Compositie:

CR: B215 Composition No. II, with Yellow and Blue, 1929 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen).

5) (‘meer lineair met geel en blauw’):

Formulering van de toenmalige museumdirecteur, D. Hannema, CR II, 349.

 

411

1) (‘Tegen zulke […] niet opbieden’):

Charles J.F. Karsten aan PM, 4 november 1929 (d: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut).

2) eveneens uit de asb-zending:

CR: B216 Composition No. IV, with Red, Blue, and Yellow, 1929 (v: Amsterdam, SM). Karsten schonk het werk in 1960 aan het Stedelijk Museum in Amsterdam.

3) het huisnummer in de rue La Boétie:

Verg. de foto in: Michel Seuphor ed., Cercle et Carré (Parijs: Belfond, 1971 = Collection ‘Art-action-architecture’) afb. 3. De opmerking in: William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013) 46 n. 125 dat Kandinsky de opening niet kon bijwonen door verplichtingen aan het Bauhaus en pas de volgende dag arriveerde, geplaatst nota bene in een noot bij een passage over de sluitingsceremonie op 30 april, lijkt niet helemaal hout te snijden. Ook is er in het bijschrift van de afgedrukte foto van de openingsavond in hetzelfde Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art, 258, sprake van een verwisseling van Wassilly Kandinsky (uiterst rechts op de foto, die hier enigszins afgesneden is, waardoor Jean Gorin is weggevallen) met Jean Gorin.

4) het souterrain omlaag deed tuimelen:

Verg. Wassily Kandinsky aan Seuphor, 5 april 1930, afgedrukt in: Michel Seuphor ed., Cercle et Carré (Parijs: Pierre Belfond, 1971 = Collection ‘Art-action-architecture’) afb. 7, 21 n. 13. Het is niet onmogelijk dat het verhaal over het handgemeen tussen Van Doesburg en Vantongerloo geheel of gedeeltelijk moet worden toegeschreven aan Seuphors gevoel voor drama en fantasie anno 1971; verg. William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013) 44.

5) als een tandartsboor snerpende russolofoon:

Verg. Domitille d’Orgeval, “Cercle et Carré: De constructieve actie van Michel Seuphor in Parijs tijdens de jaren 1920-1930”, in: Michel Seuphor (1901-1999). Grensverkenner van de avant-garde. Themanummer Zacht Lawijd. Literair-historisch tijdschrift 8 (2009) 3 (juli-augustus-september) 167-175; 169.

6) over het publiek zou neerdalen:

Het ooggetuigenverslag in: William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013) 44-46, is afkomstig uit een brief van 16 mei 1930 van de Amerikaanse schilderes Louise Blair, de vrouw van de van oorsprong Spaanse kunstenaar Pierre Daura.

7) Joaquín Torres-García:

Over Cercle et Carré verg. Michel Seuphor ed., Cercle et Carré (Parijs: Pierre Belfond, 1971 = Collection ‘Art-action-architecture’); Michel Seuphor e.a., De Stijl – Cercle et Carré. Entwicklungen des Konstruktivismus in Europa ab 1917 (Keulen: Galerie Gmurzynska, 1974); Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980); Cercle et Carré: Thoughts for the 1930s (New York: Rachel Adler Gallery, 1990); Maria Lúcia Bastos Kern, “A revista Cercle et Carré e a crise dos projetos messiânicos”, in: Congresso nacional de pesquisadores em artes plásticas, 1996 (São Paulo: anpap Anais, 1996) 38-50; William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013).

 

412

1) snel de oude weg bewandelde:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), ongedateerd [januari 1930?] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor; Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976, 88) waaruit: ‘Pour la revue, que est ce que tu penses du mot “Stop” parce que l’on va trop vite l’ancienne route. Enfin je voudrais te rappeler que je ne fais pas partie d’un group quelconque si l’on me le demande je donne des articles et j’expose des tableaux et cela partout; je n’ai pas vu encore Van Doesburg mais s’il me demande la même chose je me compte libre de le faire.’ Het woord ‘l’ancienne’ ontbreekt in de tekstweergave in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 88 en is, kennelijk als onleesbaar, vervangen door drie puntjes. Verg. ook Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980) 71, wat hier leidt tot een verkeerde duiding van Mondriaans statement. Hij riep immers helemaal niet op tot een ‘stop’ omdat men ‘te snel’ zou gaan.

2) is geen speling mogelijk:

[H. van Loon] ‘Onze correspondent te Parijs schrijft’, “Abstracte schilderkunst. Een tentoonstelling te Parijs. – De beteekenis van Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30 april 1930. Op de tentoonstelling hingen twee doeken van Mondriaan, CR: B218 Composition No. I: Lozenge with Four Lines, 1930 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum); B219 Composition No. II / Composition I // Composition en rouge, bleu et jaune, 1930 (v: Fukuoka, The Fukuoka City Bank Ltd.) en de gouache B205 Tableau-Poème, with Text by Michel Seuphor, 1928 (v: 1928 M. Seuphor; 30 november 1992 geveild bij Christie’s Londen).

 

413

1) in het kasboek worden opgetekend:

Michel Seuphor, “Pour faire le point”, in: Michel Seuphor ed., Cercle et Carré (Parijs: Pierre Belfond, 1971 = Collection ‘Art-action-architecture’) 7-28; 21-22; Catherine Dossin, “Permutation on the Circle and the Square: Michel Seuphor’s Historicization of Cercle et Carré, 1930-1970”, in: William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013) 271-291; 272.

2) Afijn, jij weet het:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 23 maart 1931 (x: RKD, archief WMC; m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels): ‘Ca tombe mal, ce temps de crise, pour nous artistes surtout. Que la vie est difficile mon vieux! Afin, tu le sais.’

3) ‘[…]die zuivere abstrakte schilderkunst maakt’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, resp. ‘Zaterdagavond’ en 7 september 1929 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

414

1) universaliteit in Mondriaans wezen:

Verg. Theo van Doesburgs dagboek van ‘Mei 1929’ en ’13 Mei’, geciteerd in: CR II, 142.

2) rood, blauw, geel en wit:

Geciteerd in: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 160.

3) ‘[…] veel beter werk hebben gemaakt’:

M.V., “Stedelijk Museum. Esac”, Algemeen Handelsblad, 9 oktober 1929, n.a.v. E.S.A.C. Expositions Sélectes d’Art Contemporain, Amsterdam, Stedelijk Museum, 1-31 oktober 1929. Positiever daarentegen, toen de tentoonstelling naar Den Haag verhuisde: Just Havelaar, “esac. (Expositions Sélectes d’Art Contemporain)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 13 december 1929; N.N. [= A.M. Hammacher], “Pulchri Studio. Hedendaagsche Parijsche Schilderkunst (Expositions Sélectes d’Art Contemporain)”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 18 december 1929, n.a.v. E.S.A.C. Expositions Sélectes d’Art Contemporain, ’s-Gravenhage, Genootschap Pulchri Studio, 10 december 1929-5 januari 1930.

4) ‘een met […] artistieke zelfmoord’:

H.v.M., “De Esac in het Stedelijk Museum”, De T?d. Godsdienstig-staatkundig dagblad, 24 oktober 1929.

 

415

1) zwaarder moet zijn dan de andere:

N.N. [= A.M. Hammacher], “Pulchri Studio. Hedendaagsche Parijsche Schilderkunst (Expositions Sélectes d’Art Contemporain)”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 18 december 1929.

2) Het destijds onverkoopbare schilderij:

CR: B213 Composition No. III, with Red, Blue, Yellow, and Black, 1929 (v: onbekend). De opmerking in CR II, 144, dat An Harrenstein-Schräder dit schilderij wilde kopen berust op een vergissing; zij viel juist voor CR: B214 Composition No. I, with Red and Black, 1929 (v: Bazel, Kunstmuseum).

3) Alberto Sartoris:

Alberto Sartoris, die wel ‘de eerste waarlijke Europese modernist’ is genoemd, publiceerde korte stukken over Mondriaan (hij had hem in december 1929 persoonlijk leren kennen), maar zijn commitment lag eerder bij Van Doesburg en diens architecturale ideeën. Verg. Alberto Sartoris, “Mondrian”, Origini – Quaderni di Segnalazione 1 (1937) oktober, 10-11; Alberto Sartoris, “Piet Mondrian”, Campo Grafico (januari 1938) 12-13; Antoine Baudin ed., Photography, Modern Architecture, and Design: The Alberto Sartoris Collection | Objects from the Vitra Design Museum (Lausanne: epfl Press, 2005) 70-71; Thomas Muirhead, “Obituary: Alberto Sartoris”, The Independent, 26 mei 1998. Tot een serieus contact tussen de Italiaan en Mondriaan is het niet gekomen; laatstgenoemde noemt Sartoris enkele keren in zijn brieven als een mogelijke kruiwagen voor de publicatie van zijn geschrift ‘L’Art nouveau – la vie nouvelle (la culture des rapports pure)’. Verg. o.a. PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 19 december 1932; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 106.

4) 4.182.500 dollar:

Christie’s, Sale 8646: Important Paintings and Sculpture from a European Estate, 14 mei 1997, New York, Park Avenue.

5) tegen de dominantie van het surrealisme:

Volgens Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980).

6) 1000 tot 1500 exemplaren:

Laura Valeri, “Seuphor as Editor: The Pursuit of a Unified Philosophy in Cercle et Carré’s Journals”, in: William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013) 57-71; 69.

7) voor Cercle et Carré had gekozen:

Verg. Rolinka Kattouw ed., The Antagonistic Link: Joaquín Torres-García – Theo van Doesburg (Amsterdam: Institute of Contemporary Art, 1991) 30-47.

 

416

1) hetgeen ik aan de anderen ook gezegd heb:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Doesburg-van Moorsel, 8 december 1929 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ‘[…] ik leg je dit wel later uit’:

PM aan Nelly van Doesburg-van Moorsel, ‘Zondagavond’ [december 1929] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

3) aansluiting bij een nieuwe ‘groepeering’:

Verg. Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 537 n. 24.

4) ‘[…] of dergelijke nonsens hebben’:

Theo van Doesburg aan PM, 26 december 1929 (m: ’s-Gravenhage, RKD).

 

417

1) ‘[…] We hadden […] mooie avond heh’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Doesburg-van Moorsel, ongedateerd [na 26 december 1929] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) ’[…] stel ik […] waar dan ook’:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), ongedateerd [december 1929]; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 88: ‘Enfin je voudrais te rappeler que je ne fais pas partie d’un group, quelconque (welke ook) si l’on me le demande je donne des articles et j’expose des tableaux et cela partout; je n’ai pas vu encore Van Doesburg mais s’il me demande la même chose je me compte libre de le faire.’

3) het eerste nummer:

P. Mondrian, [“Ne pas s’occuper de la forme et de la couleur”], Cercle et Carré 1 (1930) 1 [15] maart n.g. [4]; verg. Piet Mondrian, Écrits français. Brigitte Leal ed. (Parijs: Centre national d’art et de culture Georges Pompidou, 2010) 164-165.

4) vanuit kleur gedacht moeten zijn:

Theo van Doesburg en Nelly van Doesburg-van Moorsel aan Anthony Kok, 23 januari 1930, opgenomen in: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 166-169; 169; Alied Ottevanger ed., ‘De Stijl overal absolute leiding’. De briefwisseling tussen Theo van Doesburg en Antony Kok (Bussum: Thoth, 2008 = RKD-bronnenreeks, deel 5) 531-534; 534.

5) Het tolde in Van Doesburgs hoofd:

Verg. Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980) 39.

6) ‘[…] Alles is […] en bedisseld’:

Theo van Doesburg aan Evert Rinsema, 2 februari 1930; opgenomen in: K. Schippers, Holland Dada (Amsterdam: Em. Querido, 22000) 231-232. Verg. M. Seuphor, “Editorial”, Cercle et Carré 1 (1930) 2, n.g., die zich geroepen voelde een mogelijk misverstand omtrent de uitnodiging aan het adres van Theo van Doesburg recht te zetten: ‘Mon ami Théo van Doesburg, officiellement invité le 7 Janvier 1930 à participer à la formation de notre groupement, a cru devoir se refuser.’

 

418

1) de oprichting van Art Concret:

Verg. Jean Hélion, “Art Concret 1930” (‘janvier 1966’), Art and Literature, nr. 11 (winter) 1967, 128-140.

2) een persoonlijke opoffering:

Jean Hélion geciteerd in: Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980) 41.

3) de naar Cercle et Carré overgelopen Torres-García:

Didier Ottinger, “Hélion ou l’art de l’éloquence”, in: Didier Ottinger ed., Jean Hélion (Parijs: Éditions du Centre Pompidou, 2004) 16-27; 17.

4) zo niet met allen overhooplag:

Verg. Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980) 47; Maïa Müller, “Chronologie”, in: Didier Ottinger ed., Jean Hélion (Parijs: Éditions du Centre Pompidou, 2004) 218-241; 220.

5) Van Doesburg was Dada, Mondriaan was klassiek:

Geciteerd in: Maïa Müller, “Chronologie”, in: Didier Ottinger ed., Jean Hélion (Parijs: Éditions du Centre Pompidou, 2004) 218-241; 220-221: ‘J’ai tout de suite beaucoup aimé Mondrian, cette sorte de noblesse innée, ce détachement merveilleux, ce sentiment qu’il a gardé toute sa vie d’être sur un sommet, sur un pointe. Il était tout à fait différent de van Doesburg qui, au meilleur sens du mot, était un aventurier de la pensée, prêt à tous les risques. Van Doesburg était Dada, Mondrian était un classique.’

6) hartstochtelijk en zelfs tiranniek:

Jean Hélion over Mondriaan in een interview met Alain Jouffroy uit 1957, in: Maïa Müller, “Chronologie”, in: Didier Ottinger ed., Jean Hélion (Parijs: Éditions du Centre Pompidou, 2004) 218-241; 234.

7) ‘een grote, maar praktisch lege tuin’:

Verg. Michel Seuphor, L’Art abstrait. 2: 1918-1938 (Parijs: Maeght, 1972): ‘Mondrian n’était pas un boutique’; Jean Hélion, “Art Concret 1930” (‘janvier 1966’), Art and Literature, nr. 11 (winter) 1967, 128-140; 135, over Art Concret als een ‘harangue dans un jardin public, un vaste jardin presque vide’.

 

419

1) evenveel recht […] de anderen:

Michel Seuphor ed., Cercle et Carré (Parijs: Pierre Belfond, 1971 = Collection ‘Art-action-architecture’) 11: ‘Depuis Janvier j’étais locataire d’un petit appartement au sixième etage, juste en face de l’église de Vanves. Mondrian, Vantongerloo et Russolo y venaient presque chaque dimanche boire le thé, puis diner très sobrement autour d’un saladier. Torres-Garcia, très vite, fut admis parmi ces intimes auxquels se joignaient parfois Arp et Sophie Taeuber, les van Rees, sans compter des oiseaux de moindre plumage qui avaient autant droit à la parole que les autres.’

2) Twee vlak na elkaar geschoten kiekjes:

Verg. de foto’s in: Herbert Henkels ed., Mondrian. From figuration to abstraction (Tokyo: The Tokyo Shimbun, 1987) 217; CR II, 145 ‘53 Sunday gathering in Seuphor’s studio in Vanves, c. April 1930.’; Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 248: ‘Zondagse maaltijd bij Michel Seuphor in Vanves, april 1930’; Brigitte Léal ed., Mondrian (Parijs: Centre Pompidou, 2010) 310 afb. 56.

3) Ingeborg Bjarnasson:

Haar naam wordt ook wel gespeld als Bjornesson. Verg. Michel Germain, “Michel Seuphor: zijn leven / Michel Seuphor: répères biographiques (1901-1999)”, in: Liliane Dewachter, Mark Hermans, Rik Sauwen eds., Michel Seuphor (Antwerpen: Musea Antwerpen, 2001) 93-151; 103.

4) vensterfoto gemaakt door Florence Henri:

Florence Henri, Fenêtres, 1929; de foto (43 × 33 cm) werd als Parisian Window, 1929, opgenomen in het portfolio Florence Henri met 12 gelatine-zilverdrukken (Keulen: Galerie Wilde, 1974).

5) ‘Uw tijdschrift is werkelijk afschuwelijk’:

Geciteerd in: Evert van Straaten ed., Theo van Doesburg 1883-1931. Een documentaire op basis van materiaal uit de schenking Van Moorsel. Inleiding van Wies van Moorsel en Jean Leering (’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1983) 166-169; 166.

 

420

1) Beste groeten, ook aan Pédro, van Piet:

PM aan Theo van Doesburg, 30 maart 1930 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) onder de levenden mocht weten:

PM aan aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 23 maart 1931 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) de spil van de beweging:

Verg. Catherine Dossin, “Permutation on the Circle and the Square: Michel Seuphor’s Historicization of Cercle et Carré, 1930-1970”, in: William Underwood Eiland e.a., Cercle et Carré and the International Spirit of Abstract Art (Georgia: Georgia Museum of Art, University of Georgia, 2013) 271-291; 277-278.

4) het prestige […] kringen genoot:

Marie-Aline Prat, Contribution aux archives de l’art abstrait en France: Le groupe et la revue ‘Cercle et Carré’ (Thèse de Doctorat de IIIe cycle en Histoire de l’Art, Université de Paris I – Pantheon – Sorbonne, 1980) 37.

5) dat hij er deel van wilde uitmaken:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Doesburg-van Moorsel, 8 december 1929 (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), ongedateerd [januari 1930?] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor; Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976, 88).

6) ‘Om zuiver […] alleen blijven’:

PM aan Jean Gorin, 12 oktober 1934, gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 131: ‘Pour être pur, la seul possibilité pour moi c’est de rester seul.’

 

421

1) Kunst (althans […] nooit sociaal:

Robert P. Welsh, J.M. Joosten eds., Two Mondrian Sketchbooks 1912-1914. With a Preface by Harry Holtzman (Amsterdam: Meulenhoff International, 1969) 56. In Engelse vertaling aldaar: ‘For this reason no universal art can exist; art is always individual.’ Verg. Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) nr. 005.

2) Abstraction-Création:

Verg. Gladys C. Fabre e.a., Abstraction-Création 1931-1936 (Münster: Westfälisches Landesmuseum, 1978).

3) de kunstscene van Parijs:

Georgia Illetschko, Kandinsky und Paris. Die Geschichte einer Beziehung (München, New York: Prestel, 1997) 78.

 

 

23 In deze kunst lijkt de wereld tot stilstand gekomen

 

422

1) over de artistieke actualiteit:

Verg. Michel Anthonioz e.a., Hommage à Tériade. Grand Palais du 16 mai au 3 septembre 1973 (Parijs: Centre National d’Art Contemporain, 1973) 5.

2) “Pelures d’orange… Hygiène artistique”:

E. Tériade, “Pelures d’orange… Hygiène artistique”, L’Intransigeant, 11 maart 1930; opgenomen in: Tériade, Écrits sur l’art (Parijs: Biro, 1996) 272-274. Dit artikel vormt weer de condensatie van een beschouwing van dezelfde auteur, eerder dat jaar: E. Tériade, “Documentaire sur la jeune peinture. III. Conséquences du Cubisme”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 5 (1930) 1 (januari); opgenomen in: Tériade, Écrits sur l’art (Parijs: Biro, 1996) 236-243.

3) de crisis van het kubisme:

Verg. E. Tériade, “Documentaire sur la jeune peinture. III. Conséquences du Cubisme”, in: Tériade, Écrits sur l’art, 243: ‘La crise devrait provoquer des propositions nombreuses. Des écoles se constituèrent, en France et à l’étranger, sur la base de ces propositions. Il est à remarquer que tous ces mouvements correspondent à un besoin pressant de trouver des solutions, des remèdes à la crise. D’où leur caractère “d’hygiène artistique”.’ De stelling dat de titel “Hygiène artistique” ‘aimed at the supposed aridity of abstract painting’ is dan ook niet correct; verg. Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian (New York: Da Capo, 1993 [1Boston: G.K. Hall & Company, 1986]) 236.

4) Zij zijn dood:

E. Tériade, “Pelures d’orange… Hygiène artistique” in: Tériade, Écrits sur l’art (Parijs: Biro, 1996) 273: ‘Ceux qui avancent sans interruption les yeux fixés sur un but lointain et chimérique, s’isolent de la vie, de ses apports, de son contrôle, de sa chaleur. Ils n’ont pas sommeil. Ils sont morts.’ De zin stond exact zo ook in Tériades artikel van januari in Cahiers d’Art; verg. E. Tériade, “Documentaire sur la jeune peinture. III. Conséquences du Cubisme”, in: dez., Écrits sur l’art (Parijs: Biro, 1996) 238. De term ‘sinaasappelschillen’ (“Pelures d’orange”) in de titel van het artikel in L’Intransigeant, verwijst in strikte zin dan ook naar het feit dat de auteur hier de ‘schillen’ geeft van een vrucht die elders, namelijk in Cahiers d’Art, te vinden is.

5) architectuur van dit land:

E. Tériade, “Documentaire sur la jeune peinture. III. Conséquences du Cubisme”, in: Tériade, Écrits sur l’art (Parijs: Biro, 1996) 243: ‘En Hollande ce fut le neoplasticisme, peinture strictement décorative, réduite au minimum et “fonction” de l’architecture moderne triomphante en ce pays.’

 

423

1) ten slotte een Composition:

Het betreft CR: B92 Composition with Color Planes and Gray Lines 1, 1918 (v: Zumikon, Max Bill/Georges Vantongerloo Stiftung). De afbeelding moet zijn overgenomen uit: Theo van Doesburg, Drie voordrachten over de nieuwe beeldende kunst. Haar ontwikkeling, aesthetisch beginsel en toekomstigen stijl (Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1919) 89 afb. 24 (‘Kompositie, 1918’).

2) waarvoor hij de naam had bedacht:

Verg. M.H.J. Schoenmaekers, Mensch en natuur. Een mystische levensbeschouwing (Bussum: C.A.J. van Dishoeck, 1913) 20: ‘Als de nieuwe beweging primitief is, heet ze “radiatief” en openbaart zich in een “bol”. Als die nieuwe beweging gecompliceerd is heet ze “uitbeelding” en openbaart ze zich in een “beeld”. (Het woord “beeld” is een gewijzigde vorm van “bol”.) In een vreemd, wellicht meer gebruiklijk woord heet de uitbeeldingsbeweging de “plastische” en haar openbaring “plastiek”.’; M.H.J. Schoenmaekers, Het nieuwe wereldbeeld (Bussum: C.A.J. van Dishoeck, 1915) 199: ‘Die nieuwe beelding, is aardsch, ze is geboren uit licht en geluid. Maar zij is een nieuwe aardschheid, een aardschen hemel.’ De these van Marty Bax dat Mondriaan de term ‘neoplasticisme’ heeft ontleend aan Blavatsky, komt niet overtuigend over. Verg. Marty Bax, “Introductie”, in: dez., Mondriaan compleet (Blaricum: v+k Publishing, 2001) 8-20; 14: ‘Blavatsky noemt in De geheime leer de oorsprong van alles de plastische essentie (The Plastic Essence) die het universum vult.’ Verg. ook Hendrik G. Matthes, “Eenheid en verscheidenheid. Het centrale thema van Schoenmaekers’ wijsbegeerte”, in: Hendrik de Jager, Hendrik G. Matthes, M.H.J. Schoenmakers, Het beeldende denken. Leven en werk van Mathieu Schoenmaekers (Baarn: Ambo, 1992) 49-121; H.G. Matthes, “Schoenmaekers” [ingezonden brief], NRC Handelsblad, 5 juni 1992.

3) z’n weerwoord te plaatsen:

Verg. PM aan Alfred Roth, 25 maart 1930 (verg. Alfred Roth, Begegnung mit Pionieren, 156; Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance, 51-52; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief wmc). ‘Actuellement je suis en train de répondre à une attaque dans l’Intran[sigeant] contre le Néoplasticisme, mais je ne sais pas si cela sera placé. En tout cas: ce sera placé ailleurs.’; PM aan Louis Hoyack en Ella Hoyack-Crameris, 4 april 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD): ‘Ik zou je wel eerder geschreven hebben maar ik ben zoo druk geweest met een nieuw artikel voor de “Intran” waarin het neoplast. aangevallen werd maar ik weet nog niet of ’t geplaatst wordt.’

4) Maurice Raynal:

Zoals blijkt uit PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 27 maart 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels), waarin hij uit een van Tériade ontvangen brief citeert: ‘Monsieur, Je vais tout de suite transmettre votre lettre à Maurice Raynal, chef de la rubrique. Je pense qu’il sera très heureux de vous ouvrir sa page.’

5) Dat leek alleen maar zo:

P. Mondrian, “Le Cubisme et la Néoplastique”, ongepubliceerd manuscript (tt: New Haven, Yale University, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, Box 1 no. 27): ‘La néoplastique n’est ni peinture décorative ni peinture géométrique. Elle en a seulement l’apparence.’ Verg. ook (voor de Engelse vertaling): Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian (New York : Da Capo, 1993 [1Boston: G.K. Hall & Company, 1986]), 236-241.

6) ‘[…] zich “aan […] afgrond” bevindt’:

P. Mondrian, “Le Cubisme et la Néoplastique”: ‘La plastique cubiste, poussée à bout, voilà que la néoplastique se trouve “au bord du gouffre”…’

7) ‘werkelijk menselijke’ samenleving inluiden:

P. Mondrian, “Le Cubisme et la Néoplastique”: ‘“L’art” jeté dans “le gouffre”, son contenu véritable restera. L’art se transformera, se réalisera d’abord dans notre ambiance palpable, ensuite dans la société… dans toute notre vie, qui, alors, deviendra “vraiment humaine”.’

8) dat dit nog eeuwen kan duren:

P. Mondrian, “Le Cubisme et la Néoplastique”: ‘Probablement cela durera des siècles avant qu’un avenir plus équilibré, donc d’une beauté réelle, soit né – mais quel beau travail pour l’art, de le préparer!’

9) dat ze superrealistisch is:

P. Mondrian, “Le Cubisme et la Néoplastique”: ‘je tiens beaucoup à indiquer la néoplastique comme le ‘superréalisme’, en opposition avec le réalisme et le surréalisme.’

 

425

1) ‘mogelijkheden tot […] was beroofd:

N.N. [Christian Zervos] “De l’art abstrait”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 1 (januari) 41: ‘Désireuse de ne pas manquer à la règle d’impartialité qu’elle s’est toujours imposée, la Rédaction de “Cahiers d’Art” a prié les chefs du mouvement d’art abstrait, de présenter à ses lecteurs la défense de cette art accusé: 1º d’être cérébral à l’excès et, par conséquent, de se trouver en contradiction avec la nature même de l’art véritable qui serait essentiellement d’ordre sensuel et émotif. 2º d’avoir remplacé l’émotion par un exercice plus ou moins adroit et subtil, mais toujours objectif, de tons purs et de dessins géométriques. 3° d’avoir restreint les possibilités qui s’offraient à la peinture et à la sculpture au point de réduire l’œuvre d’art à un simple jeu de couleurs et à des formes purement ornementales qui conviendraient tout au plus à l’affiche et au catalogue de publicité. 4º d’avoir ainsi engagé l’art dans une impasse et d’avoir supprimé toutes ses possibilités d’évolution et de développement.’

2) aan respectievelijk Mondriaan:

Piet Mondrian, “De l’art abstrait. Réponse de Mondrian”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 1 (januari) 41-43.

3) Kandinsky:

Wassily Kandinsky, “Réflexions sur l’art abstrait”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 7-8 (juli-augustus) 350-353; in Duitse vertaling verschenen als: Wassily Kandinsky “Betrachtungen über die abstrakte Kunst”, in: dez., Essays über Kunst und Künstler. Max Bill ed. (Bern: Benteli, 21963) 144-152.

4) Léger:

Fernand Léger, “De l’art abstrait II. Réponse de Fernand Léger”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 3 (maart) 151-152.

5) Alexander Doerner:

Alexander Doerner, “Considérations sur la signification de l’art abstrait”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 7-8 (juli-augustus) 354-357.

6) Arp:

Hans Arp, “A propos d’art abstrait”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 7-8 (juli-augustus) 357-358.

7) ‘[…] als we aan evolutie geloven’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 4 oktober 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); verg. ook PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 9 november 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Les Cahiers d’Art heeft me een artikel gevraagd om de z.g. abstracte kunst te verdedigen en heeft mijn artikel aangenomen: mooi voor de abstracte beweging, heh.’

8) uit de tekst te elimineren:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 23 maart 1931 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC; m: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels), waaruit: ‘Mon article (pour l’Intrans que tu as corrigé) est paru dans le Cahiers d’art ? i ’31. Tu sais peut-être que Zervos m’a demandé un article. C’est bien pour notre mouvement, en tout cas.’

9) de schijn kan hebben van ‘het koude’:

Piet Mondrian, “De l’art abstrait. Réponse de Mondrian”, waaruit: ‘Toutefois, l’expression d’un tableau dépend aussi de l’observateur. Et en ceci Kandinsky a bien remarqué que “le froid” peut devenir “chaud” (tout comme “le chaud” peut paraître “froid”) si l’on peut dire.’ Verg. Dee Reynolds, Symbolist Aesthetics and Early Abstract Art. Sites of Imaginary Space (Cambridge: Cambridge University Press, 1995 = Cambridge Studies in French, 51) 156.

10) ‘Gij zijt noch koud noch warm…’?:

Wassily Kandinsky, Het abstracte in de kunst [Über das Geistige in der Kunst, 1911]. Vertaald door Charles Wentinck (Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum, 1962 = Aula 91) 106 n. 1. Verg. Openbaring 3:15.

11) ‘een beetje “bekrompen” in zijn opvattingen’:

Wassily Kandinksy aan Christian Zervos, 24 april 1931, gepubliceerd in: Vassily Kandinsky, Correspondances avec Zervos et Kojève. Textes présentés, établis et annotés par Christian Derouet. Établissement et traduction des textes russes par Nina Ivanoff (Parijs: Éditions du Centre Georges Pompidou, 1992) 77-78; 77: ‘La réponse de Mondrian m’a beaucoup intéressé, mais il est un peu “étroit” dans ses opinions en pensant que une forme dans l’art pourrait être éternelle. Mais il est très intelligent.’; verg. ook aldaar 78 n. 3; verg. ook Christian Derouet, Jessica Boissel eds., Kandinsky. Œuvres de Kandinsky (Parijs: Centre Georges Pompidou, Musée national d’art moderne, 1984) 356.

 

426

1) loochent haar zelfstandigheid:

Kandinsky, Punkt und Linie zu Fläche. Beitrag zur Analyse der malerischen Elemente (Bern-Bümpliz: Benteli, 71973 [11926 = Bauhaus-Bücher, 9]) 151. Voor het eerst (en het laatst) werd gewezen op deze kritiek in: Kasper Niehaus, “Piet Mondriaan 60 jaar. Apostel van het Neo-Plasticisme”, De Telegraaf, 7 maart 1932. Niehaus strooide hierna nog wat zout in de wond (bij Mondriaan) met de opmerking: ‘Op deze exclusieve neiging tot horizontaal-verticalen – waarin de verdoofde moderne mensch innerlijke rust in innerlijk zwijgen meende te vinden – is een sterke reactie gekomen, omdat de vorm der moeilijk te begrijpen waarheid ten slotte niet zonder “beelden” geopenbaard kan worden.’

2) hedendaagse schilderkunst anno 1935:

Christian Zervos, “Explication d’une enquête” [over ‘la création contemporaine’], Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 10 (1935) 1-4 (april) 6-7, 9.

3) die veroordeeld zijn tot de dood:

Kandinsky, “L’art d’aujourd’hui est plus vivant que jamais” (réponse à une enquête), Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 10 (1935) 1-4 (april) 53-56; opgenomen in: Wassily Kandinsky, Écrits complets. II La forme. Philippe Sers ed. (Parijs: Denoël-Gonthier, 1970) 349-357; 355-356: ‘Ces artistes sont, en vérité, des mécaniciens (alors des enfants spirituellement limités de “notre siècle de la machine”), mais qui produisent des mécanismes privés de mouvement, des locomotives qui ne bougent pas ou des avions qui ne volent pas. C’est de “l’art pour l’art”, mais poussé à la dernière limite et même au delà. Et c’est pourquoi la plupart des “constructivistes” ont bien vite cessé de peindre. (Un d’eux a proclamé que la peinture est seulement un pont pour arriver à la architecture. Il a oublié qu’il existe de grands architectes de l’extrême avant-garde qui ne cessent pas de faire en même temps de la peinture.) Si l’homme commence à faire des choses sans but, il finit par périr lui-même, (intérieurement au moins), ou il produit des choses condamnées à la mort.’

 

427

1) ‘[…] vijandig aan […] onze oplossing’:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 25 mei 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) diens gebruik van de ‘gebogen lijn’:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst. X. Van het natuurlijke tot het abstracte, d.i. van het onbepaalde tot het bepaalde. (IV)”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 11 (september 1918) 127-134; 133 n. 15. De discussie is hierboven in het eerste hoofdstuk behandeld.

3) als autonoom kunstenaar:

Georgia Illetschko, Kandinsky und Paris. Die Geschichte einer Beziehung (München, New York: Prestel, 1997) 74, 88.

4) ‘Ik begrijp […] kan schilderen’:

Nina Kandinsky, Kandinsky und Ich (Bergisch Gladbach: Bastei Lübbe, 1978) 179: [citaat Kandinsky] ‘Es ist mir unverständlich, wie er in diesem farbigen Einerlei leben kann.’

5) boulevard de la Seine:

Thans boulevard du Général Koenig.

 

428

1) van zijn ontsteltenis. ‘Die bomen’:

Nina Kandinsky, Kandinsky und Ich (Bergisch Gladbach: Bastei Lübbe, 1978) 178: ‘“Ach, wie entsetzlich!” “Was ist entsetzlich?” fragte Kandinsky. “Diese Bäume.” “Diese Bäume?” “Ja.”’

2) […] en moest naar buiten gaan’:

Nina Kandinsky, Kandinsky und Ich (Bergisch Gladbach: Bastei Lübbe, 1978) 178: ‘“Was war der Grund?”, wollte Kandinsky wissen. “Ach, wissen Sie, da kam ein Sänger mit einem Bart auf die Bühne…” “Ein Sänger mit einem Bart? Was für eine Oper war das denn?” “Es war Boris Godunow.” “Na, da geht es nun einmal nicht ohne Bart”, meinte Kandinsky. “Das ist möglich. Ich konnte dennoch den Anblick nicht ertragen und mußte hinausgehen.”’ De datering van deze ontmoeting in 1935 is op grond van het feit dat er in dat jaar een uitvoering in Parijs was van (de originele versie van) Moessorgski’s opera Boris Godoenov. Verg. het lemma “Boris Godunov” in: Michael Kennedy, Joyce Bourne, The Concise Oxford Dictionary of Music (Oxford: Oxford University Press, 41996) 88.

3) ‘c’est beau mais romantique son œuvre!’:

PM aan Clara Friedrich-Jezler, 26 mei 1934 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). De bewuste tentoonstelling: Kandinsky. Peintures de toutes les époques, aquarelles, dessins, exposition organisée par Yvonne Zervos dans les locaux de la revue Cahiers d’Art, 14, rue du Dragon, du 23 mai au 9 juin 1934. Voor een lijst van geëxposeerde werken, ‘beau mais romantique’ volgens Mondriaan, zie: Vassily Kandinsky, Correspondances avec Zervos et Kojève. Textes présentés, établis et annotés par Christian Derouet. Établissement et traduction des textes russes par Nina Ivanoff (Parijs: Éditions du Centre Georges Pompidou, 1992) 129-130.

4) ‘sentimentele neigingen’:

PM aan Ben Nicholson, oktober 1936 (o: Londen, Tate Archive, Ben Nicholson Archive; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

429

1) ‘[…] beweerd dat […] kunst leidt”’:

Vert. lh. Verg. Piet Mondrian, “Plastic Art and Pure Plastic Art. (Figurative Art and Non-figurative Art)”, in: J.L. Martin, Ben Nicholson, N. Gabo eds., Circle. International Survey of Constructive Art (Londen: Faber and Faber, 1937) 41-56; 51: ‘Recently, even a great artist has declared that “complete indifference to the subject leads to an incomplete form of art”.’

2) een grote ‘vergissing’:

Kandinsky, “L’art d’aujourd’hui est plus vivant que jamais” (réponse à une enquête), Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 10 (1935) 1-4 (april) 53-56; opgenomen in: Wassily Kandinsky, Écrits complets. II La forme. Philippe Sers ed. (Parijs: Denoël-Gonthier, 1970) 349-357; 351: ‘L’affirmation que le choix de l’objet ne joue aucun rôle dans la peinture (“L’object considéré comme un prétexte pour peindre”) est basée sur une erreur. […] L’objet parle dans tous ces cas d’une voix précise qui n’est pas à supprimer.’

3) men niet zuiver abstract is:

Vert. lh. Verg. Piet Mondrian, “Plastic Art and Pure Plastic Art. (Figurative Art and Non-figurative Art)”, in: J.L. Martin, Ben Nicholson, N. Gabo eds., Circle. International Survey of Constructive Art (Londen: Faber and Faber, 1937) 41-56; 50-51: ‘There, too, there is sometimes added to the abstract forms something particular, even without the use of figuration; through the colour or through the execution, a particular idea or sentiment is expressed. There it is generally not the literary inclination but the naturalistic inclination which has been at work. It must be obvious that if one evokes in the spectator the sensation of, say, the sunlight or moonlight, of joy or sadness, or any other determinate sensation, one has not succeeded in establishing universal beauty, one is not purely abstract.’ Mondriaan had zijn tekst zelf in het Frans geschreven, de vertaling was in handen van Leslie Martin en anderen. Aan Ben Nicholson, een van hen, liet Mondriaan weten wie hij met passages als hierboven bekritiseerde: ‘… je vous enverrai la deuxième partie, 15 pages environ; justement contre touts ces tendances sentimentales qui sont dans l’œuvre de Miro, de Kandinsky etc.’ pm aan Ben Nicholson, 5 oktober 1936 (o: Londen, Tate Archive, Ben Nicholson Archive; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) Zij waren absoluut incompatibel:

Christian Derouet, “Kandinsky in Paris: 1934-1944”, in: Thomas M. Messer e.a., Kandinsky in Paris, 1934-1944 (New York: The Solomon R. Guggenheim Museum, 1985) 44-45; 44.

 

430

1) ‘[…] dat alleen […] hadden ontdekt’:

Piet Mondrian, “Toward the True Vision of Reality”, in: tentoonstellingsfolder Toward the True Vision of Reality by Mondrian (New York: Valentine Gallery 1942); vervolgens in: dez., Plastic Art and Pure Plastic Art 1937, and other essays 1941-1943. Robert Motherwell ed. (New York: Wittenborn, 1945 = The Documents of Modern Art, 1 1945) 10-15; Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie, nr. 084: ‘Of all the abstractionists (Kandinsky and the Futurists), I felt that only the Cubists had discovered the right path; and, for a time, I was much influenced by them.’ De vertaling is hier, met een enkele aanpassing, ontleend aan het document: P.C. Mondriaan, “Op weg naar een waarachtige visie op de werkelijkheid”, zonder verantwoording en/of bronvermelding (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, 336).

2) ‘[…] en het object elimineerde uit het beeld’:

Kandinsky, “Selbstcharakteristik. Verfaßt als Beitrag zu einer russischen Enzyklopädie” [1919], in: Die Gesammelten Schriften i Autobiographische Schriften. Hans K. Roether, Jelena Hahl-Koch eds. (Bern: Benteli, 1980) 60-62; 60: ‘Wassily Kandinsky – Maler, Grafiker und Schriftsteller – der erste Maler, der die Malerei auf den Boden der rein-malerischen Ausdrucksmittel stellte und das Gegenständliche im Bilde strich.’

3) een landschappelijke voorstelling:

Wassily Kandinsky, Picture with a Circle (Bild mit Kreis), 1911. Olieverf op doek, 139 × 111 cm (v: Tbilisi, Georgian National Museum). Over het schilderij, verg. Hans K. Roethel, Jean K. Benjamin, “A New Light on Kandinsky’s First Abstract Painting”, The Burlington Magazine 119 (1977) 896 (november) 772-773; Jelena Hahl-Koch, Kandinsky (Stuttgart: Gerd Hatje, 1993) 181, 185; Hans K. Roethel, Jean K. Benjamin, Kandinsky. Catalogue Raisonné of the Oil-Paintings. Volume One 1900-1915 (Londen: Meulenhoff/Landshoff, Sotheby Publications, 1982) 391 nr. 405; Raphael Rosenberg, “Epilog: Kandinsky und die ‘Erfindung’ der abstrakten Kunst”, in: Raphael Rosenberg, Max Hollein eds., Turner, Hugo, Moreau. Entdeckung der Abstraktion (Frankfurt: Schirn Kunsthalle; München: Hirmer, 2007) 311-317; 314-315.

4) later ook van de toren blies:

Nina Kandinsky, Kandinsky und Ich (Bergisch Gladbach: Bastei Lübbe, 1978) 74-75: ‘Der Maler-Revolutionär Kandinsky schuf 1910 sein erstes gegenstandsloses Werk. […] Mir ist an dem Entstehungsdatum des ersten abstrakten Aquarells nicht aus Haarspalterei oder aus Besserwisserei so sehr gelegen. […] Dennoch glaube ich im Sinne Kandinskys zu sprechen, wenn ich für ihn den Titel des ersten abstrakten Malers beanspruche. […] Warum versucht man immer wieder das gleiche Spiel und setzt Namen wie Larionoff, Gontscharowa, Malewitsch oder Mondrian dort hin, wo allein der Name Kandinsky stehen müßte?’

5) enkele jaren te zijn geantedateerd:

Wassily Kandinsky, Sans titre (Aquarelle), 1910? 1913?, aquarel, 49,6 x 64,8 cm (v: Parijs, Musée National d’Art Moderne, Centre Pompidou). Het werk wordt wel als een voorstudie beschouwd van het grote en bekende olieverfschilderij Composition VII (1913), 200 x 300 cm (v: Moskou, The State Tretyakov Gallery). Verg. Vivian Endicott Barnett, Kandinsky Watercolours. Catalogue Raisonné. Volume One. 1900-1921 (Londen: Sotheby’s Publications, 1992) 327 nr. 365.

6) ‘[…] hun geloof en belangeloosheid’:

N.N., “Léger over Mondriaan’s werk”, De Telegraaf, 20 april 1931.

 

431

1) Deze hulde:

Fernand Léger, “De l’art abstrait II. Réponse de Fernand Léger”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 3 (maart) 151-152; opgenomen – met toevoeging van de laatste drie alinea’s – onder de titel “De l’art abstrait” in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Préface de Roger Garaudy (Parijs: Denouël, 1984 = Bibliothèque méditations 35) 39-41; opgenomen in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Édition établie, présentée et annotée par Sylvie Forestier (Parijs: Gallimard, 1997 = Collection Folio/Essais 309) 145-148.

2) dat van Mondriaan kwam te hangen:

Waarderend over Léger in een voor het overige neersabelend artikel (‘het zijn folteringen, welke men in de groote zaal van deze heeren ondergaat’): N.N., “Moderne Kunstkring te Amsterdam. II”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 16 oktober 1912. De Fransman was op de tentoonstelling met zes schilderijen en acht tekeningen vertegenwoordigd.

 

432

1) als een spel met de machine:

Verg. Theo van Doesburg, “De beteekenis der mechanische esthetiek voor de architectuur en de andere vakken [1-3]”, Bouwkundig Weekblad, resp. 18 juni, 9 juli, 13 augustus.

2) (‘De machine […] natuurlijke kracht.’):

Piet Mondrian, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. IV [= V] De redelijkheid der Nieuwe Beelding”, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 5 (maart 1918) 53.

3) niet verder dan baggermolens:

Robert P. Welsh, J.M. Joosten eds., Two Mondrian Sketchbooks 1912-1914. With a Preface by Harry Holtzman (Amsterdam: Meulenhoff International, 1969) 51 (2 (1)).

4) ‘[…] het kan het ook dooden’:

Piet Mondriaan, “De Jazz en de Neo-Plastiek”, i10. Internationale revue 1 (1927) 12 (december) 421-427; 423.

5) zijn ‘grote liefde’:

Maud van Loon, “Mondriaan, zoals hij leefde te Parijs”, De Groene Amsterdammer. Onafhankelijk weekblad voor Nederland en Vlaanderen, 7 december 1946.

6) de leidraad in het bestaan:

Verg. hierover, heel inzichtrijk: Luc Ferry, Le Sens du Beau. Aux origines de la culture contemporaine (Parijs: Le livre de poche, 2001 = biblio essays 4289).

7) het wezen van de moderniteit:

Charles Baudelaire, De schilder van het moderne leven [“Le peintre de la vie moderne”, 1863]. Vertaling en nawoord Maarten van Buuren (Amsterdam: Voetnoot, 1992) 27-30.

 

433

1) ‘het extatische […] het zijn’:

Martin Heidegger, De oorsprong van het kunstwerk. Inleiding Hans-Georg Gadamer. Vertaling Mark Wildschut & Chris Bremmers. (Meppel: Boom, 1996) 83 (origineel: ‘das ekstatische Sicheinlassen des existierenden Menschen in die Unverborgenheit des Seins’). Het kunstwerk krijgt de functie van een ‘zich-in-het-werk-stellen van de waarheid’. Verg. De oorsprong van het kunstwerk, 51. De term ‘onverborgenheid’ ontleende Heidegger aan de oude Grieken (‘alètheia’), verg. De oorsprong van het kunstwerk, 64.

2) de in het werk geschiedende waarheid:

Martin Heidegger, De oorsprong van het kunstwerk. Inleiding Hans-Georg Gadamer. Vertaling Mark Wildschut & Chris Bremmers. (Amsterdam: Boom, 1996) 82.

 

434

1) zwakjes probeert na te bootsen:

Branko Cucak, “Boogie-woogie overhoort Mondriaan” [vertaler: Robert Stallaerts], Kreatief. Driemaandelijks literair en kunstkritisch tijdschrift 38 (2004) 2 (juni) 132 p. [= ‘Sarajevo voorbij. Recente literatuur uit Bosnië-Herzegovina’] 87.

2) verschil tussen […] homo rhetoricus:

Dit onderscheid gemaakt in: Richard Lanham, The Motives of Eloquence. Literary Rhetoric in the Renaissance (New Haven: Yale University Press, 1976), won nog aan bekendheid dankzij: Stanley Fish, “Rhetoric”, in: dez., Doing What Comes Naturally. Change, Rhetoric, and the Practice of Theory in Literary and Legal Studies (Durham: Duke University Press, 1989) 471-502; 482-483.

3) nuttig en onontkoombaar:

Verg. Richard Lanham, The Motives of Eloquence, Literary Rhetoric in the Renaissance (New Haven: Yale University Press, 1976) hoofdstuk 1: “The Rhetorical Ideal of Life i” (www.rhetoricainc.com/motives1.html).

4) ‘o zo, als je dat maar begrepen hebt’:

M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf. Maandblad voor letteren 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293.

 

435

1) techniek en ingenieursbelang:

Léger kon overigens bedenkelijk pessimistisch zijn over de ontwikkeling van de cultuur en de rol van de machine daarin. Voor de eerste keer in New York, schreef hij in 1931: ‘Je ne pense pas que la civilisation puisse aller plus loin. Il m’apparaît qu’une catastrophe peut se produire dans notre monde on a “atteint un plafond” – on pourrait casser tout cela et chercher autre chose.’ Geciteerd uit: Fernand Léger, Lettres à Simone. Préface de Maurice Jardot. Christian Derouet ed. (Parijs: Musée National d’Art Moderne Centre Georges Pompidou, 1987) 27.

2) de complete vormgeving van het leven:

Michael White, De Stijl and Dutch modernism (Manchester, New York: Manchester University Press, 2003).

 

436

1) in al haar onbeweeglijkheid:

Fernand Léger, “De l’art abstrait II. Réponse de Fernand Léger”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 3 (maart) 151-152; opgenomen – met toevoeging van de laatste drie alinea’s – onder de titel “De l’art abstrait” in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Préface de Roger Garaudy (Parijs: Denouël, 1984 = Bibliothèque méditations 35) 39-41; opgenomen in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Édition établie, présentée et annotée par Sylvie Forestier (Parijs: Gallimard, 1997 = Collection Folio/Essais 309) 145-148, waaruit: ‘Le plan coloré, qui hante les peintres novateurs depuis 1912, ils l’ont audacieusement utilisé comme “personnage principal”; l’inscription géométrique le limite rigoureusement, il n’a pas le droit de sortir; c’est fermé à clé, la couleur doit rester fixe et immobile.’

2) de eenzame hoogte waarin zij zweeft:

Fernand Léger, “De l’art abstrait II. Réponse de Fernand Léger”, Cahiers d’Art. Peinture, sculpture, architecture, musique, mis en scène 6 (1931) 3 (maart) 151-152; opgenomen – met toevoeging van de laatste drie alinea’s – onder de titel “De l’art abstrait” in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Préface de Roger Garaudy (Parijs: Denouël, 1984 = Bibliothèque méditations 35) 39-41; opgenomen in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Édition établie, présentée et annotée par Sylvie Forestier (Parijs: Gallimard, 1997 = Collection Folio/Essais 309) 145-148, waaruit: ‘Le danger de cette formule est son élé­vation même.’

 

437

1) ‘vooral omdat hij zelf anders werkt’:

PM aan S.B. Slijper, ongedateerd [na 20 april 1931] (o: ’s-Gravenhage, RKD). Een knipsel van het artikel: N.N., “Léger over Mondriaan’s werk”, De Telegraaf, 20 april 1931, zat kennelijk bij deze brief ingesloten.

2) ‘[…] een Mondrian is nog beter’:

Fernand Léger, “Le Problème de l’espace mural”, XXe Siècle, nr. 2, januari 1952, 67-68, opgenomen onder de titel “Nouvelles conceptions de l’espace” in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Préface de Roger Garaudy (Parijs: Denouël, 1984 = Bibliothèque méditations 35) 126-127; opgenomen in: Fernand Léger, Fonctions de la peinture. Édition établie, présentée et annotée par Sylvie Forestier (Parijs: Gallimard, 1997 = Collection Folio/Essais 309) 287-288.

3) vertegenwoordigde […] een blinde vlek:

In: Fernand Léger, Une correspondance d’affaires. Correspondances Fernand Léger-Léonce Rosenberg. Christian Derouet ed. (Parijs: Les Cahiers du Musées National d’Art Moderne, 1996) blijft de naam van Mondriaan ongenoemd.

4) het Kunsthaus te Zürich:

Salvador Dalí was op de tentoonstelling Abstrakte und surrealistische Malerei und Plastik (Zürich, Kunsthaus, 6 oktober-3 november 1929) vertegenwoordigd met twee schilderijen: (Catalogue Raisonné of Paintings [1910-1951]; www.salvador-dali.org/cataleg_raonat) 202 Nu féminin (Female Nude), 1928 (v: St. Petersburg, Florida, The Salvador Dalí Museum); 203 Baigneuses (Bathers), c. 1928 (v: St. Petersburg, Florida, The Salvador Dalí Museum). Piet Mondriaan met vijf schilderijen: CR: B193 Composition No. I, with Black, Yellow, and Blue, 1927 (v: 1928-1979 collectie Sigfried Giedion and Carola Giedion-Welcker; sedert 1995 particuliere collectie) B208 Composition No. I, with Yellow and Blue, 1929 (v: Kyoto, National Museum of Modern Art); B209 Composition No. II, with Red and Blue, 1929 (v: New York, The Museum of Modern Art); B210 Composition No. III / Fox-Trot b, with Black, Red, Blue and Yellow, 1929 (v: New Haven, Yale University Art Gallery); B211 Composition No. IV. 1929 / Fox-Trot a: Lozenge with Three Lines. 1930, 1929/1930 (v: New Haven, Yale University Art Gallery).

5) vriendschap met Picasso:

Verg. Dalí, Lettres à Picasso (1927-1970). Laurence Madeline ed. (Parijs: Le Cabinet des Lettrés, 2005).

 

438

1) ‘complete vernietiging van oude structuren’:

Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 203-204; 203.

2) een fundamenteel universeel niveau:

Piet Mondrian, “Plastic Art and Pure Plastic Art. (Figurative Art and Non-figurative Art)”, in: J.L. Martin, Ben Nicholson, N. Gabo eds., Circle. International Survey of Constructive Art (Londen: Faber and Faber, 1937) 41-56; 51: ‘As for surrealism, we must recognize that it deepens feeling and thought, but since this deepening is limited by individualism it cannot reach the foundation, the universal.’

3) ‘[…] niet aan de ware realiteit raken’:

Piet Mondrian, “Plastic Art and Pure Plastic Art. (Figurative Art and Non-figurative Art)”, in: J.L. Martin, Ben Nicholson, N. Gabo eds., Circle. International Survey of Constructive Art (Londen: Faber and Faber, 1937) 41-56; 51: ‘So long as it remains in the realm of dreams, which are only a re-arrangement of the events of life, it cannot touch true reality.’

4) ‘[…] naar de figuratieve voorstelling teruggegrepen?’:

Piet Mondrian, “Plastic Art and Pure Plastic Art. (Figurative Art and Non-figurative Art)”, in: J.L. Martin, Ben Nicholson, N. Gabo eds., Circle. International Survey of Constructive Art (Londen: Faber and Faber, 1937) 41-56; 50: ‘But if the purpose was nothing but plastic expression, why then use figurative representation?’

5) ‘de abstracte […] beetje uitlegde’:

PM aan Sigfried Giedion, 6 september 1929 (o: Zürich, Eidgenössische Technische Hochschule, Sigfried Giedion-Archiv): ‘… Mr. Arp m’a dit que vous aimeriez un article pour les journaux Suisse, expliquant un peu la tendance abstraite qui figurera à l’exposition.’

 

439

1) gelijkwaardige ruil […] en materieele:

P. Mondrian, ‘De Zuiver Abstracte Kunst’ (mt, tt: Zürich, Eidgenössische Technische Hochschule, Sigfried Giedion-Archiv); originele (?) Nederlandse versie van: Piet Mondrian, “Die rein abstrakte Kunst (L’Art abstrait pur)”, Neue Zürcher Zeitung, 26 oktober 1929, waaruit: ‘Die rein abstrakte Kunst emanzipiert sich vollständig, wird frei von der naturalistischen Erscheinung. Sie ist nicht mehr natürliche Harmonie, sondern schafft gleichwertige Beziehung. Das Realisieren gleichwertiger Beziehungen ist für das Leben von höchstem Interesse. Nur dadurch kann soziale und ökonomische Freiheit, Friede und Glück erreicht werden. Der Begriff: gleichwertige Beziehung, ist der typische für unsere heutige geistige Haltung. Traditionelle moralische Gefühle und Begriffe sind durch veränderte Lebensumstände schon unrealer geworden. Schon die alte Moral enthält ihn zu tiefst: Liebe, Bruderschaft, Freundschaft, usw. Er ist der Begriff des Rechts. Auf ökonomischem Gebiet realisiert im gleichwertigen Tausch (reiner Handel).’ Over de Nederlandse versie(s) van het manuscript ‘De Zuiver Abstracte Kunst’ verg. Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) II, 214-215.

2) nog verachtelijker […] kunstenaars zelf:

Verg. Salvador Dalí, Mijn leven als genie. Vertaald [uit het Frans] door Gerrit Komrij (Amsterdam: De Arbeiderspers, 31979 = Privé-domein 11) 251 (aantekening 12 mei 1956).

 

440

1) de manische […] Monsieur Mondrian:

Geciteerd uit: Robert Descharnes, Gilles Néret, Salvador Dalí 1904-1989. Het geschilderde werk. Deel I, 1904-1946. Vertaling Will Boesten (Hongkong enz.: Taschen, 2007 [1994]) 155. In de oorspronkelijke Engelse bewoordingen: ‘Our film ruined in a single evening ten years of pseudo-intellectual post-war advance-guardism. That foul thing which is figuratively called abstract art fell at our feet, wounded to the death, never to rise again, after having seen a girl’s eye cut by a razor blade – this was how the film began. There was no longer room in Europe for the little maniacal lozenges of Monsieur Mondrian.’

2) (in feite […] uit 1936):

CR: B263 Composition (b) en bleu, jaune et blanc, 1936 (v: Bazel, Kunstmuseum Basel).

3) dat is Russisch voor ja:

Steven Adolf, “Greep uit de bonte erfboedel van Dalí”, n.a.v. tentoonstellingen in het kader van Dalí’s honderdste geboortedag resp. te Barcelona, Madrid, St. Petersburg (Florida) en Rotterdam, NRC Handelsblad, 5 februari 2004; Jaap Guldemond ed., It’s all Dalí. Film, fashion, photography, design, advertising, painting (Rotterdam: Museum Boijmans Van Beuningen, 2005) 182-183; 182, met de afbeelding van een film still waarop Dalí naar een Mondriaan van eigen makelij wijst; Helen Sainsbury, “Chaos and Creation 1960”, in: Matthew Gale ed., Dalí and Film (Londen: Tate Publishing, 2007) 206-213.

4) (in deze jaren bracht André Breton het beroemde anagram ‘Avida Dollars’ in omloop):

Robert Descharnes, Gilles Néret, Salvador Dalí, 1904-1989 (Keulen: Benedikt Taschen, 1990) 136; Ian Gibson, The Shameful Life of Salvador Dalí (New York, Londen: W.W. Norton & Company, 1998) 469, 486.

 

441

1) Piet minder […] geniale vlo:

Salvador Dalí, Mijn leven als genie. Vertaald [uit het Frans] door Gerrit Komrij (Amsterdam: De Arbeiderspers, 31979 = Privé-domein 11) 233.

2) ‘ontluisterend voorbeeld van zwakzinnigheid’:

Salvador Dalí, Les cocus du vieil art moderne (Parijs: Fasquelle, 1956 = Collection ‘Libelles’) 81: ‘Ainsi de ces monstrueux académismes son nés tous les néo-plasticismes et notamment cet exemple dégradant de débilité mentale qu’on appelait pompeusement “abstraction-création”.’

3) zijn tirade […] te stuwen:

Salvador Dalí, Les cocus du vieil art moderne (Parijs: Fasquelle, 1956 = Collection ‘Libelles’) 83-85: ‘Et l’on entendra le Piet, Piet, Piet des nouveaux académiciens modernes. Ce Piet Mondrian avait, pourtant, une faiblesse pour Dalí. Il disait que personne au monde n’était capable comme moi de placer une petite pierre qui projette son ombre dans l’espace d’un tableau. Moi, j’ai un faible pour Mondrian, car, adorant Vermeer, je trouve dans l’ordre de Mondrian la propreté de femme de chambre de Vermeer et même sa rétinienne instantanéité des bleus et des jaunes. Je ne m’empresse pas moins de dire que Vermeer est presque tout et Mondrian presque rien. Des critiques complètement crétins ont employé pendant plusieurs années le nom de Piet Mondrian comme s’il représentait le summum de toute activité spirituelle. Ils le citaient à toute propos. Piet pour l’architecture, Piet pour la poésie, Piet pour le mysticisme, Piet pour la philosophie, les blancs de Piet, les jaunes de Piet, Piet, Piet, Piet, … … … Piet, Piet, Piet, Piépie, Pitié, Piet. Eh bien! Piet, c’est moi Salvador qui vous le dis, avec un ‘i’ de moins, ce n’eût été qu’un pet*. * “Soudain Epistémon commence à respirer, puis ouvrir les yeux, puis bâiller, puis éternuer, puis fît un gros pet de ménage.” (Rabélais, II, 30).’

4) Piépie:

Niet-bestaand woord, mogelijk een ironische koosnaam of een zinspeling op ‘pipi’: ‘plas(sert)je’.

5) Pitié:

Letterlijk: ‘mededogen’.

6) (Rabelais, II, 30):

Hier geciteerd naar: François Rabelais, Gargantua en Pantagruel. Vermeldend hun onwaardeerbare heldhaftigheden en hoogwijze woorden mitsgaders de tallooze boeverijen van Panurg, die nooit wist of hij trouwen dorst. Boek I, II en III. Uit het Fransch vertaald door J.A. Sandfort (Laren: A.G. Schoonderbeek, 1931) 301; verg. François Rabelais, Gargantua en Pantagruel. Vertaald door Théo Buckinx (Amsterdam: Bert Bakker, 1995) 290: ‘Plotseling begon Epistemon te ademen. Hij opende de ogen, geeuwde, niesde en liet een zeer luide wind.’

 

442

oorverdovend met een sonoor volume:

Salvador Dali [sic], “Cartier-Bresson: moralities”, Art News 58 (1959-1960) 10 (februari 1960) 38-39; 38: ‘Holland: clarity, cleanliness, parallelism. The Holland of hogs, like a Mondrian or a Vermeer. […] I want the hogs to be prepared for slaughter in rigorously parallel lines, like a wonderful Mondrian – wonderful because pinked (the rose of pigs): each of the black lines will become tender, bleeding, deafening with sonorous volume.’

 

443

1) Voor mij […] tijden niet meer:

Anatole Jakovsky, Les feux de Montparnasse. Peintres et écrivains (Parijs: La Bibliothèque des Arts, 1957 = Souvenirs et Documents) 132-138: ‘Quant à l’autre saint de l’abstraction, l’ermite de la ligne droite et du carré coloré, Piet Mondrian, Niet Mondrian, d’après Dali, il continue à œuvrer au cœur même du quartier, dans cette rue du Départ aujourd’hui rasée, malgré le bruit des trains et les respectueuses qui vous raccrochent tous les cinq mètres.

Mais qu’à cela ne tienne! Il vivait séparé de tout, dans un espace factice, bien à lui, uniquement pour lui, exactement à sa mesure. La nature en est bannie et la lumière est presque artificielle.

La fenêtre, l’unique fenêtre de la pièce était bloquée, camouflée, et la lumière du dehors n’arrivait que tamisée, pour ainsi dire irréelle. Et partout, sur les quatre murs passablement hauts, s’installait un équilibre plus que parfait, savamment calculé, de quelques carrés jaunes, rouges et bleus, jouant avec d’immenses espaces blancs. Le phono était rouge, la table aussi. La penderie bleue. Les assiettes jaunes. Les rideaux rouges. Le reste était blanc. Blanc, très blanc. Ripoliné probablement très souvent. Une espèce de salle d’opération où l’on extrait les racines carrées de l’arc-en-ciel. Quelque chose comme une matérialisation du discours sur la méthode de la couleur…

Je ne sais même pas s’il en existe quelque part des photographies de cet atelier absolument unique. On ne photographiait pas encore, à tout bout de champ, les artistes de ce temps-là, et Mondrian, bien que déjà très connu à l’étranger, continuait à rester un illustre inconnu en France. Sa seule et unique exposition parisienne a eu lieu, chez Denise René, en 1957! Quatorze ans après sa mort. En effet, c’était quasi mathématique ses rapports des couleurs, on s’en serait douté. Ainsi, il pouvait travailler des semaines et des mois à un seul tableau, ceci en déplaçant légèrement, de quelques dixièmes de millimètre seulement, tantôt à droite, tantôt à gauche, ces barres noires qui le coupent en quatre, en six ou en huit, c’est selon. Jusqu’a ce qu’il trouve finalement cet équilibre idéal, ces rapports suprêmes, au-delà desquels il n’est plus humainement possible d’aller. C’est le sommet du raffinement, et l’impasse, par surcroît, de toute une démarche picturale. Le commencement et la fin. La tension visuelle extrême qui peut exister entre deux couleurs, entre deux surfaces, entre deux espaces. Une étincelle invisible y crépite… Mais aussi, hélas, en même temps, la négation la plus absolue du tableau de chevalet!

Niet… Niet… Lui-même, qui est mort pendant la guerre à New York, était d’ailleurs à l’image de ce qu’il faisait. Quel contraste avec cet autre abstrait de la ligne droite, son compatriote, Vantongerloo, qui était petit, fond, jovial et expansif comme seuls peuvent être les Flamands quand ils s’y mettent.

Je me souviens d’avoir rencontre un jour Mondrian dans la rue, pas loin de chez lui, un jour particulièrement doux et enivrant du précoce printemps parisien. Cela m’empêche de travailler, lui dis-je, je ne sais pas trop pourquoi, au cours de la conversation.

La raison ignore les saisons, fut sa réponse; prompte, légèrement courroucée.

Il n’y a que l’esprit et le travail qui comptent. Pour moi, il y a bien longtemps que le printemps n’existe plus.

2) ‘De lente […] niet zien’:

‘Spring is coming soon. But I can’t see it.’

 

444

1) maakt ons […] en nauwkeuriger:

Herbert Read, “The Faculty of Abstraction”, in: J.L. Martin, Ben Nicholson, N. Gabo eds., Circle. International Survey of Constructive Art (Londen: Faber and Faber, 1937) 61-66; 65: ‘“Space”, for example, is a typical concept. As a concept it is very evident in the work of a surrealist painter like Dali; Dali contradicts the rational concept of space in a fantastic manner, giving to his picture what we might call “a dream perspective”. This very contradiction of space makes us vividly aware of its reality. But an abstract artist like Mondrian attacks the same concept frontally. He presents us with a bare arrangement of lines and two or three colours which create and affirm the concept “space” in the most direct and unequivocal manner. The purer and more fundamental the elements which are used, the acuter and purer is our emotional awareness of “space”. The very fact that naturalistic motives are excluded, and that a naturalistic quality like shading is not imitated, makes our physical awareness of the concept more direct, more exact.’ Ook nadien bleef Reads interpretatie van Mondrian steunen op de these van de organisatie van vorm en ruimte, al zou hij nu ook de rol (van de intensiteit) van het kleurgebruik hierbij beklemtonen.

2) ‘mystieke dandy’:

Verg. Robert Franquinet, Salvador Dali: mystisch dandy (Tielt, Den Haag: Lannoo, 1962 = Humanitasboekje, 40; ‘Idolen en symbolen’, 17).

3) in een eindeloze ruimte:

Het motief was naar verluidt ontleend aan het olifantje van Bernini (Pulcino della Minerva). Salvador Dalí, The Temptation of St. Anthony, 1946 (v: Brussel: Musées Royaux des Beaux-Arts de Belgique); Catalogue Raisonné of Paintings [1910-1951] 625. Het olifantmotief lijkt voor het eerst voor te komen op het schilderij One Second Before the Awakening from a Dream Provoked by the Flight of a Bee Around a Pomegranate (Dream Caused by the Flight of a Bee around a Pomegranate One Second before Awakening), ca. 1944 (v: Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid); Catalogue Raisonné of Paintings [1910-1951] 596.

 

445

1) in samenwerking […] te zien waren:

Verg. Edward Alden Jewell, “Modern Museum Shows Dali, Miro. Two Large One-Man Offerings Under One Roof Portray Plenty of Surrealism”, The New York Times, 19 november 1941 (dag van opening). De tentoonstelling duurde t/m 11 januari 1942.

2) ’irrationaliteit […] de rationaliteit!’:

Ontleend aan: Charmion von Wiegand, ‘Three Dreams. Written after a visit to the Janis Collection of Modern Painting, New York City (mt, x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels): ‘… No Man’s Land – that arid plateau, where Dali so brilliantly enacts the sadistic liturgy of death, irrationally within the realm of the rational!’

3) ‘Hoe dan ook […] het antwoord:

Charmion von Wiegand, “Mondrian: A Memoir of His New York Period”, Arts Yearbook 4 (1961) 57-65: ‘“Nevertheless, Dali is very plastic,” Mondrian said. “Don’t you realize that he called your work the ‘Maniacal squares of Monsieur Mondrian’?” “No matter, he is plastic,” was the answer.’

 

 

24 Schone witte as

 

446

1) ‘een afgesloten periode’ van haar leven:

Stan Huygens, “Mondriaans geheim” (‘Journaal’), De Telegraaf, 8 januari 1972; Ben van der Velden, “Late liefde in jaren 20. Mysterieus huwelijksaanzoek van Mondriaan”, NRC Handelsblad, 8 januari 1972.

2) momenten in de jaren vijftig en zestig:

De herinnering aan Mondriaans afgesprongen huwelijk reeds in: Albert van den Briel aan Michel Seuphor, 13 augustus 1951, gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 22-28; 24. Een bevestiging uit derde bron van Mondriaans huwelijksaanzoek aan Lily Bles: interview met Maud van Loon door Cis Heijdenrijk (t: ’s-Gravenhage, RKD, collectie Cis en Leo Heijdenrijk / Mondriaan-documentatie).

3) de verhouding te verbreken:

Albert van den Briel aan Robert P. Welsh, ongedateerd (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh).

4) ‘onjuiste voorstellingen […] en gezondheid’:

Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 24.

5) ‘Groeten aan […] aan Lily’:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 7 juni 1930 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

447

1) De joodse schrijver Dop Bles:

G.H. ’s-Gravesande, “Dop Bles† Een persoonlijk woord”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 januari 1940; J. Welders, “Dop Bles†”, De Stem 20 (1940) I, 131-133; 131. Dop Bles, geboren 1872 te Rotterdam, was een zoon van Rachel Bles (geb. 1843) en een onbekende vader. Zijn moeder huwde in 1880 te Brussel met de handelsreiziger Michel Bromet (geb. 1856), die uit Antwerpen en (daarvoor) Parijs kwam. Bij het huwelijk werd de zoon Adolf door Bromet als zijn wettige zoon erkend, maar het kind behield de achternaam van zijn moeder (Bles). Overigens had ook deze Michel Bromet de achternaam van zijn moeder gekregen, terwijl zijn (pleeg)vader weer een Bles was.

2) (‘Mon cher Paris!!!’):

PM aan Dop Bles en Johanna Bles-Thüring, 3 augustus 1914 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) Mijn dagboek door Ida de Wilde:

Ida de Wilde, Mijn dagboek (Rotterdam: Meindert Boogaerdt Jun., 1906).

4) kookboeken samenstelde:

Verg. J. Bles-Thuring, Practische recepten uit andere landen (Arnhem: Van Loghum Slaterus & Visser, z.j. [1920]); 3e verbeterde en vermeerderde druk als: J. Bles-Thuring, L. de Ridder-Bles, Eet eens wat anders. Practische recepten uit andere landen (Amsterdam: J. Veen, 1949).

5) een vertaling van Cyrano de Bergerac:

Edmond Rostand, Cyrano de Bergerac. Heldenkomedie in vijf bedrijven in verzen. Vertaling door R. de Buci (’s-Gravenhage: Laurens Janszoon Coster, 1923).

6) ‘Het was mijn succesnummer’:

Ken Wilkie, “Mondrian and all that jazz”, Holland Herald. Newsmagazine of the Netherlands 7 (1972) 1 (januari) 23-37; 33: ‘It was my partypiece.’ De geïnterviewde maakt gewag van regelmatige bezoeken van Mondriaan aan haar vader ‘in our home in Amsterdam’, zij spreekt bovendien expliciet van ‘Amsterdam street songs’. Maar bezoeken van de schilder toen zij nog een peuter was (‘I was four years old when we first met’) kunnen alleen maar tijdens de eerste Parijse periode van Mondriaan tot de zomer van 1914-1919 hebben plaatsgehad. Tijdens de oorlogsjaren had Mondriaan nauwelijks contact met Bles en was hij ook niet op de hoogte van diens adres. De enkele keren dat beiden in deze periode met elkaar afspraken waren in openbare gelegenheden zoals Americain. Verg. PM aan Dop Bles, 14 februari 1916 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan Lena Milius, 25 mei 1917 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Wanneer en of Dop Bles ooit in Amsterdam heeft gewoond is niet bekend, tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde hij in Rotterdam en Den Haag.

7) nooit een letter aan het tijdschrift bijdragen:

PM aan Theo van Doesburg, 21 mei 1917 (o: ’s-Gravenhage, RKD); PM aan Dop Bles, 6 juni 1917 (veilinggegevens van 3 brieven en 1 briefkaart pm aan Dop Bles, 2 juni 1999, Christie’s, London, King Street, Sale 6125).

8) een nieuwe vriendschap:

PM aan Dop Bles, z.d. (‘Vrijdagavond’) (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); N.N., “Afscheid W.J. Steenhoff”, Algemeen Handelsblad, 1 januari 1929.

 

448

1) een ideale vriend van Mondriaan:

G.H. ’s-Gravesande, “Dop Bles† Een persoonlijk woord”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 januari 1940; J. Welders, “Dop Bles†”, De Stem 20 (1940) I, 131-133; 131.

2) een bundel Parijsche verzen uit:

Dop Bles, Parijsche verzen (Bussum: C.A.J. van Dishoeck, 1923).

3) een groot succes:

Verg. de criticus Dirk Coster: ‘Dop Bles beschrijft in zijn verzen nooit iets anders dan de uiterste raffinementen der moderne cultuur. Doch niemand deed dit zoo persoonlijk en niemand doorleed dit alles zoozeer aan den lijve als Dop Bles. Het verdwaasde Parijs van 1914, dat de volheid van de tijden naderde, dat in een waanzin van zinnen en zenuwen raasde naar den donkeren inkeer der bemodderde loopgraven, dat Parijs heeft deze Hollander gekend en doorleefd als wellicht weinig Franschen zelve. In dit Parijs heeft hij de foltering der uiterste sensaties geleden, sensaties, die trillen aan den rand der uiterste leegte, aan den rand van den stupiden waanzin.’ Geciteerd in: G.H. ’s-Gravesande, “Dop Bles† Een persoonlijk woord”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 januari 1940; ook (in Franse vertaling) in: Dirk Coster, “Littérature Néerlandaise. VI Van Collem, Dop Bles, Just Havelaar”, L’Art Libre 3 (1921) 6 (juni) 91-92; 92. Zeer kritisch daarentegen: J.[o] [van Dullemen-] d.[e] W.[it], “Dop Bles, Parijsche Verzen, Bussum, C.A.J. van Dishoeck, 1923”, Elsevier’s Maandschrift 35 (1925) 70 (juli-december) 358-360.

4) ‘er is niet […] ontzettend vervelend’:

H. Marsman, “Dop Bles: Parijsche Verzen. (Van Dishoeck, 1923)”, De Vrije Bladen 2 (1925) 3 (maart) 76-77.

5) dan zou die kennis van pas kunnen komen:

PM aan H. van Assendelft, 10 februari 1926 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) ‘G. Severini […] Paris mai 1929’:

Veilinggegevens Christie’s Amsterdam, 7 december 1994, Sale 2250, geveild voor ƒ 11.500 ($ 6,531).

 

449

1) kan worden uitgevoerd en begrepen:

Verg. Theo van Doesburg aan J.J.P. Oud, 24 februari 1920 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). Mondriaan baseerde zich, zoals blijkt in zijn oordeel over Severini, op diens Du cubisme au classicisme. Esthétique du compas et du nombre (Parijs: J. Povolozky, 1921), dat wil zeggen op een uittreksel van het boek zoals gepubliceerd in La Vie des Lettres et des Arts. Verg. PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Dinsdagavond’ [vermoedelijk 2 mei 1922] (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) een beetje hersteld van de griep:

PM aan J.J.P. Oud, 14 maart 1929 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

3) ‘[…] het spiedend oog van mijn vader’:

Ken Wilkie, “Mondrian and all that jazz”, Holland Herald. Newsmagazine of the Netherlands 7 (1972) 1 (januari) 23-37; 33: ‘… whenever we could, Piet and I would spend time alone, away from my father’s gaze.’

4) met al zijn ‘stille charme’:

Ken Wilkie, “Mondrian and all that jazz”, Holland Herald. Newsmagazine of the Netherlands 7 (1972) 1 (januari) 23-37; 33: ‘Mondrian’s “quiet charm”’.

5) als je een voorwerp zou verplaatsen:

Ken Wilkie, “Mondrian and all that jazz”, Holland Herald. Newsmagazine of the Netherlands 7 (1972) 1 (januari) 23-37; 33-34: ‘“He had some of the qualities of a monk – austere and detached. His apartment in Paris was small and simple. I couldn’t have imagined a bouquet of flowers there. There wasn’t a speck of dust anywhere. The walls were painted in geometrical patterns that reflected the precise way he thought. Like the impression given by his paintings, you felt that if you moved anything you would unbalance the total decor.”’

 

450

1) in zijn atelier […] niet terug:

Maud van Loon, “Mondriaan, zoals hij leefde te Parijs”, De Groene Amsterdammer. Onafhankelijk weekblad voor Nederland en Vlaanderen, 7 december 1946.

2) ‘[…] heel direct […] Geen poeha’:

Maud van Loon, [‘In 1927 kwam ik in Parijs aan…’], in: Frans Postma, 26, rue du Départ. Mondriaans atelier Parijs 1921-1936. Frans Postma (onderzoek), Cees Boekraad (redactie), met bijdragen van Luc Veeger en Monique Suttorp (Berlijn: Ernst & Sohn, 1995) 53.

 

451

1) En het ‘verbinden’ […] het leven:

PM aan Carel Mondriaan, 3 juli 1930 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

2) Het was nog […] dolle mina’s:

Ken Wilkie, “Mondrian and all that jazz”, Holland Herald. Newsmagazine of the Netherlands 7 (1972) 1 (januari) 23-37; 34: ‘In his last letter he asked me to marry him. But I couldn’t. I was still under the influence of my father – as Mondrian himself had been at my age. I never saw Piet again. But a friend called Ella Hojak [sic], who knew the painter well in Paris, told me he had waited for two years before giving up hope of marriage. I was told that during these two years Mondrian kept one little flowering plant in his bedroom. I definitely would have married him had it not been for my father. Consents were all-important in those days, I’m afraid. It was hardly the age of the Dolle Minas.’

 

452

1) brandend vuur […] as overblijft:

Ken Wilkie, “Mondrian and all that jazz”, Holland Herald. Newsmagazine of the Netherlands 7 (1972) 1 (januari) 23-37; 34: ‘“I may have been happy with Mondrian, maybe not,” says Lilly […]. “But when I see his paintings today all my old feelings are rekindled. More than anything else it was the cleanliness of his whole-work that I loved. It reminded me of a fire burning and leaving behind clean white ashes.”’

2) een huis zonder ramen:

Ben van der Velden, “Late liefde in jaren 20. Mysterieus huwelijksaanzoek van Mondriaan”, NRC Handelsblad, 8 januari 1972.

3) een ‘persoonlijke tragedie’ […] vrouwelijke partner:

Nelly van Doesburg, “Some Memories of Mondrian”, in: Piet Mondrian 1872-1944. Centennial Exhibition (New York: The Solomon R. Guggenheim Museum, 1971) 67-73.

4) van de hand moest doen:

CR: B224 Composition en blanc et noir II, with Black Lines, 1930 (v: Eindhoven, Van Abbemuseum), olieverf op doek, 50,5 × 50,5 cm Verg. Wies Leering-van Moorsel, Van Abbemuseum Eindhoven. Painting in the Twentieth Century. Translated from the Dutch by Ian F. Finlay (München, Ahrbeck/Hanover: Knorr & Hirth, 1969) 24, 25 (afb. ‘Composition, 1930’). In het jaar 1950 overleed overigens na een lang ziekbed Van den Briels vrouw Tiets; mogelijk dat Van den Briel in dit droevige feit aanleiding zag zijn vermeende abstracte portret door Mondriaan uit 1930 te verkopen en de opbrengst geheel of gedeeltelijk ten goede te laten komen van Mondriaans late liefde Lily Bles.

5) Maar dat lag […] toekomst verborgen:

De directeur die de Composition en blanc et noir II voor het Van Abbemuseum aankocht was Edy de Wilde; verg. Christiane Berndes e.a. eds., Een collectie is ook maar een mens. Edy de Wilde, Jean Leering, Rudi Fuchs, Jan Debbaut over verzamelen (Eindhoven: Stedelijk Van Abbemuseum; Rotterdam: NAi Uitgevers, 1999) 27, 55-56. Verg. het werk voor het eerst na de restauratie: Robert P. Welsh, Piet Mondriaan 1872-1944 (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1966) [Nederlandse versie van: dez., Piet Mondrian, 1872-1944 (Toronto: Art Gallery of Toronto, 1966)] 174-175: ‘111. Compositie 2, met zwarte lijnen’. Verg. ook Rudi Fuchs, “Wegen met het oog” (‘Kijken’), De Groene Amsterdammer, 23 september 2009.

 

453

1) niemand anders dan Lily Bles:

Verg. Albert van den Briel aan Robert P. Welsh, ongedateerd [brief met commentaar op de volgens Van den Briel ‘onnodig gedramatiseerd[e]’ kijk van Seuphor op het thema Mondriaan en de vrouwen] (o: ’s-Gravenhage, RKD; archief Robert P. Welsh). Het ontging Van den Briel kennelijk dat hij de dramatiek alleen maar versterkte met zijn eigen toelichting: ‘Er is een verbroken verhouding geweest, die M.[ondriaan] veel verdriet gedaan heeft. Iemand die hij al lang kende (en waaraan hij zeer gehecht was) heeft zich door [laster]praatjes en aandringen van de familie laten overhalen de verhouding te verbreken. Toen M. naar Engeland vertrok heeft hij mij gevraagd op haar te letten en zoonoodig te helpen. Dit is gebeurd. Dat is de reden geweest, waarom ik mijn non-figuratief portret verkocht heb en het bedrag er voor gebruikt. (Deze mededeeling is natuurlijk vertrouwelijk.)’

2) op negentigjarige leeftijd was overleden:

Lily van Pareren-Bles zocht niet op eigen initiatief de publiciteit over haar relatie met Mondriaan. Toen zij van een onderhuurder in haar woning aan de Amsterdamse Koninginneweg, de uit Schotland afkomstige journalist Ken Wilkie, begreep dat hij voor het tijdschrift The Holland Herald een artikel voorbereidde naar aanleiding van Mondriaans honderdste geboortedag, vertelde zij hem over haar eigen wederwaardigheden met de schilder, veertig jaar eerder. Wilkie verwerkte deze informatie van, zoals hij het noemde, ‘the mystery woman in Paris who fell for Mondrian’s quiet charm’ in zijn tekst, die in de eerste dagen van 1972 verscheen. Om de primeur wereldkundig te maken organiseerde The Holland Herald zelfs een persconferentie, waarin Lily van Pareren-Bles haar liefdesavontuur met Mondriaan ook voor andere journalisten uit de doeken deed. Hierop volgden publicaties in NRC Handelsblad en De Telegraaf (8 januari 1972) en The New York Times (7 februari 1972). Ondanks vele naspeuringen is het niet gelukt nazaten van Lily Bles te vinden. Vermoedelijk is zij kort na haar affaire met Mondriaan getrouwd met een zekere ‘De Vries’, om na scheiding te hertrouwen met een ‘De Ridder’ en vervolgens met de heilgymnast Bob van Pareren, die in 1961 overleed. Mogelijk hebben haar financiële problemen omstreeks 1950 te maken gehad met het ontbinden van een huwelijk.

3) kort na diens zestigste verjaardag, opzocht in Parijs:

Verg. PM aan Albert van den Briel, 22 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘… daarom schreef ik “zie maar in elk geval te komen”. Ik geloof of weet dat we er beiden weer veel aan zullen hebben.’

4) nog als de dag van gisteren:

Albert van den Briel aan Robert P. Welsh, z.d. [1967] (o: ’s-Gravenhage, RKD, archief Robert P. Welsh).

5) een klein restaurant bij de Halles aux Vins:

De Halle aux Vins was gelegen aan de quai Saint-Bernard, in het vijfde arrondissement van Paris langs de Seine.

6) hij was wel ouder geworden:

Albert van den Briel aan Robert P. Welsh, ongedateerd [brief met commentaar op de volgens Van den Briel ‘onnodig gedramatiseerd[e]’ kijk van Seuphor op het thema Mondriaan en de vrouwen] (o: ’s-Gravenhage, RKD; archief Robert P. Welsh). Over de komst van Albert van den Briel naar Parijs, verg. PM aan Albert van den Brel, 22 maart 1932 (o: ’s-Gravenhage, RKD). In deze brief is ook sprake van betaling van geld van Van den Briel aan Mondriaan, wellicht voor het bewuste schilderij CR: B224 Composition en blanc et noir II, with Black Lines, 1930 (v: Eindhoven, Van Abbemuseum).

7) bij hem op bezoek was geweest:

Lucie Glarner figureert op een foto genomen in Mondriaans atelier uit augustus 1929. Verg. CR II, 141 afb. 49: ‘Visitors in Mondrian’s studio, August 1929.’ Lucie Glarner, echtgenote van Fritz Glarner (staande links naast haar) zit in de witte stoel, tweede van rechts.

8) dat het ‘een […] hebben betekend:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening [January 9, 1942 – for Tuesday January 6, 1942 / for Thursday January 8, 1942] (t: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand): ‘The other night Carl told me story that explains Mondrian’s whole attitude to me now. He said that I think Mrs. Gelrner [= Glarner, lh] told him that Mondrian ten years [ago] in Paris was planning to get married. He fixed over his studio, got a bigger bed, and built a cradle. All was ready and then it never happened. When I hear this a big lump came in my throat – and Carl said “You see he created a whole fantasy”. But I knew it was no fantasy and that it had been a terrible blow to him.’

 

454

1) solotentoonstelling in Valentine Gallery:

Paintings and Drawings by Mondrian, New York, Valentine Gallery, 19 januari-7 februari 1942.

2) een tamelijk groot doek van bijna 85 bij 55 centimeter:

CR: B226 Composition No. I, with Red, 1931 (v: sedert 1983 particuliere collectie).

3) ‘[…] Het was gedateerd P.M. 31’:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening [October 5, 1941 – for Thursday September 25, 1941] (t: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand): ‘I can’t recall what we did that evening, but he said to me later that he wanted to show me two pictures and to know whether I thought they should go into the exhibition. “I want to show you a very tragic picture.” […] But later when we went into the bedroom, he brought out the Tragic picture. It was a rather large one, that is elongated, about 20 × 35 and with a tri[p]ple mo[u]lding on the back of it. A very dramatic one with a strange balance, consisting of a large black cross with the horizontal very wide and under it a second horizontal almost as wide going on the right [= left; lh] side. On the right side, thin lines made an elongated rectangle and the lower left has a narrow rectangle of bright red. It is very startling and I could see why he called it tragic. The two black horizontals were like mourning bands and the cross gave it a religious and somber expression. It was dated P.M. 31.’

 

455

1) en de vreselijke […] dateren van toen:

Charmion von Wiegand, dagboekaantekening [January 9, 1942 – for Tuesday January 6, 1942 / for Thursday January 8, 1942] (t: Los Angeles, The Getty Research Institute, Call Number 990024 Mondrian/Von Wiegand): ‘Suddenly I understood meaning of my Picture – the Crucifixion motif – and remembered the story he told me that one night when I came back from Cape Cod – about his engagement to a girl, whom he was sure loved him, who came to see him with friends and it was to be announced and then seeing his poverty, she had turned him down. I remember his face – the look of suffering and his trembling voice – the unweiling of his emotions. And I was not really understanding or sympathetic – nor was I sensitive as to why he called his picture “a very personal picture as a personal gift to me.” He had been hurt so deeply and now he finds himself on the edge of another hurt – or so he thinks and perhaps thinks correctly – and so he withdrew before he could be attached. And that is why he wanted the picture hung in the bedroom, because he could not bear to have people laughing and being socially occupied in the presence of that picture which had been born out of so much pain. Under that cross lies his love and his hope of a son and of all the personal happiness that the individual desires and longs for no matter how great his is… And the ten years of ill health he spoke to me about and the terrible time in Paris dates from then.’

2) met een aantal […] te duiden:

Voor het eerst afgebeeld in: Michel Seuphor, Piet Mondrian. Life and Work (New York: Harry N. Abrams; Amsterdam: Contact, 1956), waar de schets abusievelijk wordt gedateerd ‘c. 1924’; verg. Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 16 (onderschrift): ‘januari 1931’. Een duiding van de tekening in: Yve-Alain Bois, “De beeldenstormer”, in: Angelica Zander Rudenstine ed., Piet Mondriaan 1872-1944 (Zwolle: Waanders, 1994) 313-380; 360-363. De twee andere werken op de tekening zijn: B201 Large Composition with Red, Blue, and Yellow, 1928 (v: sedert 1978 particuliere collectie) en B215 Composition No. II, With Yellow and Blue, 1929 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen). Het werk uit 1928 had kennelijk Mondriaans voorkeur als het erom ging het ‘tragische’ element zoveel mogelijk te beperken.

3) met haar man […] appartement bezat:

Recentelijk afgebeeld in Brigitte Léal ed., Mondrian (Parijs: Centre Pompidou, 2010) 327 afb. 80: ‘Charmion von Wiegand avec Composition No 1, avec rouge, 1931, sur le toit de son appartement à New York, 1944, La Haye, RKD (Netherlands Institute for Art History).’; Louis Veen, “Piet Mondrian’s autobiographical writings (1941-43)”, Simiolus. Netherlands quarterly for the history of art 37 (2014) 1, 61-85 ; 67 afb. 4.

 

 

25 Aas voor de vissen: de internationale expositie in de Bijenkorf

 

456

1) wat niet […] belediging was bedoeld:

A. Plasschaert, “De A.S.B. Stedelijk Museum”, De Groene Amsterdammer, 16 november 1929.

2) de Internationale […] te Rotterdam:

Verg. Léon Hanssen, “De Internationale Schilderijententoonstelling van Moderne Meesters, februari 1932, in De Bijenkorf te Rotterdam. Een cultuurhistorische reconstructie”, in: Jisca Bijlsma ed., Moderne Meesters. De Internationale Schilderijententoonstelling van Moderne Meesters, februari 1932, in De Bijenkorf te Rotterdam (Rotterdam: Chabot Museum, 2002) 20-33, waarop in dit hoofdstuk gedeeltelijk wordt teruggegrepen.

3) ‘in het maatschappelijke […] dezen tijd’:

De ambitieuze woorden komen uit de openingstoespraak van mededirecteur H.W.M. (‘Heinz’) Littaur. Deze 32-jarige joodse zakenman, die in Berlijn als econoom was gepromoveerd op een studie over de Amsterdamse diamantindustrie, was de initiatiefnemer van de expositie. Een verslag van Littaurs openingsspeech in: N.N., “De Bijenkorf te Rotterdam. Internationale schilderijen-tentoonstelling van moderne meesters”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 31 januari 1932 [beknopte stadsuitgave]. Het organiseren van kunsttentoonstellingen was geen primeur van de Rotterdamse vestiging van de Bijenkorf. In de ‘oostersche tapijtzaal’ van het Amsterdamse moederbedrijf waren onder het directoraat van Arthur Isaac, de godfather van de Bijenkorf, reeds exposities van de luminist Co Breman, de estheticist Marius Bauer en van de modernistische kunstenaarsgroep Het Signaal (april 1919) met vertegenwoordigers als Henri le Fauconnier, Piet van Wijngaerdt en Charley Toorop te zien geweest. Verg. Ileen Montijn, ’t Gonst – 125 jaar de Bijenkorf (Amsterdam: de Bijenkorf, 1995) 29; Mattie Veldkamp, Josine Bokhoven, Le Fauconnier in Nederland. Expositie [17] december 1970[-8 januari 1971] (Amsterdam: Kunsthistorisch Instituut, 1970); Arnold Ligthart, “Het Signaal 1916-1922”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 8 (1992) 2, 27-40; 39, 40 (n. 53); Piet en José Boyens, Expressionisme in Nederland 1910-1930 (Zwolle: Waanders; Laren: Singer Museum, 1994) 145 vlgg.

4) de woorden van de architect W.M. Dudok:

W.M. Dudok, “Toelichting ontwerp Bijenkorf. Motto ‘vele facetten’”, Bouwkundig Weekblad Architectura, 20 april 1929, 125-128; 125.

 

457

1) ‘gelijk visschen in de fuik’:

Ir. A.J. van der Steur, “De Rotterdamsche Bijenkorf”, Bouwkundig Weekblad Architectura, 20 april 1929, 121-122; W.M. Dudok, “Toelichting ontwerp Bijenkorf. Motto ‘vele facetten’”, Idem, 125-128; dez., “Het warenhuis ‘De Bijenkorf’ Rotterdam. Toelichting”, in: Gedenkboek uitgegeven ter herinnering aan de opening van de Rotterdamsche Bijenkorf op 16 October 1930 (z.p. z.j. [1930]) 3-4; Herman van Bergeijk, Willem Marinus Dudok. Architect-stedebouwkundige 1884-1974 (Naarden: V+K Publishing/Inmerc, 1995) 53-56, 209.

2) het internationaliseren van de smaak:

J.N. Polak, “De maatschappelijke betekenis van het groote magazijn”, in: Gedenkboek uitgegeven ter herinnering aan de opening van de Rotterdamsche Bijenkorf op 16 October 1930 (z.p. z.j. [1930]) 5-8; 8.

3) het strakke ontwerpbureau:

Verg. Willem Frijhoff e.a., De Rotterdamse cultuur in elf spiegels (Rotterdam: 010, 1993) met in het bijzonder: Hans Schoots, “De rechte lijn naar het paradijs: Rotterdams modernistische erfenis”, 115-123.

4) het imago van cultuurloosheid:

Marianne van Erp, “Rotterdam, cultuurloze stad?”, in: M.H. Würzner e.a. eds., Aspecten van het Interbellum. Beeldende kunst, film, fotografie, cultuurfilosofie en literatuur in de periode tussen de twee wereldoorlogen (’s-Gravenhage: SDU, 1990 = Leids kunsthistorisch jaarboek 7 (1988)) 214-224; Paul van de Laar, Stad van formaat. Geschiedenis van Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw (Zwolle: Waanders, 2000), hoofdstuk 6: ‘Politiek en cultuur van Transitopolis’; Marlite Halbertsma, Patricia van Ulzen eds., Interbellum Rotterdam. Kunst en cultuur 1918-1940 (Rotterdam: NAi Uitgevers, Stichting Kunstpublicaties Rotterdam, 2001).

 

458

1) deze materialistische gruwelkamer:

H.F. Bieling, “Rotterdam – de stad van harde arbeid, waar geen plaats is voor sentimentaliteit en aesthetiek”, in: Paul Citroen ed., Palet. Een boek gewijd aan hedendaagsche Nederlandsche schilderkunst (Amsterdam: De Spieghel, 1931) 19-24.

2) een kruising […] een havenarbeider:

Verg. Jos. de Gruyter, Zes moderne schilders (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1935 = Kleine cultuurbibliotheek): ‘Ge moet u de schilder voorstellen als een kloeke gestalte, bruin van tint, sterk van spieren en snel in zijn bewegingen, met gaaf gevormde gelaatstrekken, heldere ogen en ‘n half naieve, half uitdagende lach’. Verg. voorts de tentoonstellingscatalogus Herman Bieling (1887-1964). Schilderijen, aquarellen, grafische kunst (’s-Hertogenbosch: Kunsthandel Borzo, 1979); Ed Wingen, H.F. Bieling 1887-1964. Van avantgardist tot realist (Albrandswaard: Gemeente Albrandswaard, 2003).

3) Weer was Walden de contactman:

Geurt Imanse, “Van Sturm tot Branding”, in: Kathinka Dittrich, Paul Blom, Flip Bool eds., Berlijn-Amsterdam 1920-1940. Wisselwerkingen (Amsterdam: Em. Querido, 1982) 251-264; Doede Hardeman, “Leider der Expressionisten. De ontvangst van Kandinsky en Der Blaue Reiter in Nederland”, in: dez., ed., Kandinsky en Der Blaue Reiter (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag; Antwerpen: Ludion, 2010) 73-85, 222-223.

4) de intuïtieve […] individuele verbeelding:

Ida Boelema, “De Branding. Federatie van Rotterdamse beeldende kunstenaars, ca. 1917-26”, Museumjournaal 17 (1972) 5 = catalogus tentoonstelling Het nieuwe wereldbeeld: het begin van de abstrakte kunst in Nederland 1910-1925 (Utrecht: Centraal Museum, 19 januari-28 februari 1973) 254-261; Geurt Imanse, “De jaren 1915-1918: Het ontstaan van De Branding en De Stijl”, in: dez. e.a., Van Gogh tot Cobra. Nederlandse schilderkunst 1880-1950 (Amsterdam: Meulenhoff/Landshoff; Utrecht: Centraal Museum, 1980) 135-178.

5) voor een groot deel zelfs verloren gegaan:

Een retrospectieve tentoonstelling van De Branding in Boijmans in 1991 vermocht niet aan haar rehabilitatie bij te dragen. Verg. Els Brinkman, De Branding 1917-1926 (Rotterdam: Stichting Kunstpublicaties Rotterdam, 1991). De kritiek sprak van een ‘stilistisch ratjetoe’, dat niet in de schaduw van De Stijl kon staan, waarmee echter vooral een bestaand (voor)oordeel werd herbevestigd. Verg. Din Pieters, “De ‘vibratie van het innerlijk’ als stilistisch ratjetoe. Gedegen studie en overzicht in Boymans van vergeten Kunstenaarsfederatie De Branding”, NRC Handelsblad, 16 juli 1991; Els Hoek, “Aura’s en demonen in giftig groen”, de Volkskrant, 19 juli 1991.

 

459

1) de Rotterdamse ingenieur E.H.E.L. Cabos:

CR: B109 Composition II, 1920 (v: Madrid, Fundación Juan March).

2) leden van De Stijl niet bij betrokken:

Verg. Bernd Finkeldey, “Die ‘I. Internationale Kunstausstellung’ in Düsseldorf 28. Mai bis 3. Juli 1922”, in: Konstruktivistische internationale schöpferische Arbeitsgemeinschaft 1922-1927. Utopien für eine europäische Kultur (Düsseldorf: Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, 1992) 23-30; 29.

3) andere gebieden van het menselijke:

Kandinsky, “Vorwort”, in: catalogus I. Internationale Kunstausstellung Düsseldorf 1922 (Düsseldorf: Warenhaus Leonard Tietz, 1922), afgedrukt in: Konstruktivistische internationale schöpferische Arbeitsgemeinschaft 1922-1927. Utopien für eine europäische Kultur (Düsseldorf: Düsseldorf, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, 1992) 24: ‘Wir stehen unter dem Zeichen der Synthese. Wir – Menschen auf dem Erdenball. / Alle Wege, auf denen wir bis heute voneinander getrennt gingen, sind ein Weg geworden, auf dem wir vereinigt gehen – ob wir wollen oder nicht. / Die Mauern, die diese Wege einander unsichtbar machten, sind gefallen. / […] / Die letzten Mauern fallen und die letzten Grenzzeichen werden vernichtet.’ Over het ideaal van de avant-garde: Peter Bürger, Theorie der Avantgarde (Frankfurt am Main: Suhrkamp Taschenbuch, 11974, 131995 = Edition Suhrkamp 727).

 

460

1) uitgever en publicist Kahnweiler:

Verg. Isabelle Monod-Fontaine, Claude Laugier eds., Daniel-Henry Kahnweiler. Marchand, éditeur, écrivain (Parijs: Centre Georges Pompidou, 1984); Hans Albert Peters ed., Die Sammlung Kahnweiler. Von Gris, Braque, Léger und Klee bis Picasso (Düsseldorf: Kunstmuseum Düsseldorf, 1994).

2) die deze […] had veroverd:

Daniel-Henry Kahnweiler, Der Weg zum Kubismus (Stuttgart: Hatje, 1958 [München: Delphin, 1920]) 49 vlgg.: ‘Eine unerhörte Freiheit schenkt diese neue Sprache der Malerei.’; over zijn samenwerking met Flechtheim, verg. Daniel-Henry Kahnweiler, Meine Maler – meine Galerien. Übertragen aus dem Französischen von Susanne B. Milczewsky (Keulen: M. DuMont Schauberg, 1961) 76.

3) met bevriende kunstenaars […] had gevoerd:

Een kritische evaluatie bij: Manfred Brunner, “Daniel-Henry Kahnweilers ‘Weg zum Kubismus’ als Quelle kubistischer Werkabsicht”, in: Siegfried Gohr ed., Kubismus. Künstler, Themen, Werke, 1907-1920 (Keulen: Josef-Haubrich-Kunsthalle, 1982) 131-143.

4) waar de Nederlander […] exposant werd:

Verg. Jan van Adrichem, “Kees van Dongen: vroege jaren in Rotterdam en Parijs”, in: Talitha Schoon, Jan van Adrichem, Hanneke de Man eds., Kees van Dongen (Rotterdam: Museum Boymans-van Beuningen, 1989) 6-33.

5) de grote […] van Piet Mondriaan:

Verg. [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Een bezoek bij Piet Mondriaan”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 9 juli 1920.

 

461

1) ‘wegbereiders’ of ‘overtuigingsdaders’:

Verg. Stephan von Wiese, “Der Kunsthändler als Überzeugungstäter. Daniel-Henry Kahnweiler und Alfred Flechtheim”, in: Stephan von Wiese, Monika Flacke-Knoch, Gerhard Leistner eds., Alfred Flechtheim. Sammler. Kunsthändler. Verleger (Düsseldorf: Kunstmuseum Düsseldorf, 1987) 45-54; Peter Springer, “Alfred Flechtheim: ein Kunsthändler neuen Typs”, in: Henrike Junge ed., Avantgarde und Publikum. Zur Rezeption avantgardistischer Kunst in Deutschland 1905-1933 (Keulen, Weimar, Wenen: Böhlau, 1992) 79-91; Stephan von Wiese, “Alfred Flechtheim en Daniel-Henry Kahnweiler. Passie en handel”, in: Jisca Bijlsma ed., Moderne meesters. De Internationale Schilderijententoonstelling van Moderne Meesters, februari 1932, in de Bijenkorf te Rotterdam (Rotterdam: Chabot Museum, 2002) 36-47; Bas C. van Lier, Carel van Lier. Kunsthandelaar, wegbereider, 1897-1945 (Arnhem: Museum voor Moderne Kunst, 2003). Over Flechtheim verg. ten slotte Ottfried Dascher, “Es ist was Wahnsinniges mit der Kunst”. Alfred Flechtheim. Sammler, Kunsthändler, Verleger. Mit einer Bibliographie von Rudolf Schmitt-Föller und einer Stammtafel von Rico Quaschny (Wädenswil: Nimbus, 2011 = Quellenstudien zu Kunst, 6).

2) ‘[…] van de erin geïnvesteerde bruidsschat’:

George Grosz, Een klein ja, een groot nee. Herinneringen. Vertaald door Hans Hom (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1978 = Privé-domein, 49) 240.

3) ‘[…] misschien een […] niet teveel!’:

George Grosz, Briefe 1913?1959. Herbert Knust ed. (Reinbek bei Hamburg: Rowohlt, 1979) 255?256: ‘Sein Kunsthändler?Herzchen glühte nur für France, und ich vergesse nicht, wie er mir einmal sagte, wir deutschen Maler wären allesamt gerührte Scheiße, könnten nichts und nicht-nichts – vielleicht een bißchen zeechnen – aber nicht allzuviel!’ Flechtheim voelde zich reeds in 1911 genoodzaakt een antwoord te formuleren tegen het ‘protest van Duitse kunstenaars’ vanwege het feit dat hij in Parijs schilderijen kocht; verg. Stephan von Wiese, Monika Flacke-Knoch, Gerhard Leistner eds., Alfred Flechtheim. Sammler. Kunsthändler. Verleger (Düsseldorf: Kunstmuseum Düsseldorf, 1987) 116, 157.

4) ([…] en van Kandinsky drie.):

Paul Klee, resp. Drei Gefässe und Anderes, 1927 (v: particuliere collectie); Der Beladene, 1929 (v: Düsseldorf, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen); Regie, 1930 (v: Düsseldorf, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen); Pastorale, 1927 (v: New York, MoMA); Willi Baumeister, resp. Frau vor einem Zelt, 1930 (v: onbekend, mogelijk door de kunstenaar vernietigd); Läuferin II, 1927 (v: Stuttgart, Staatsgalerie Stuttgart); Wassily Kandinsky, resp. Gelber Bogen, 1930 (v: particuliere collectie); Dichtes Braun, 1930 (v: onbekend); Leicht im Schwer, 1929 (v: Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen).

 

462

1) ‘een boek […] schilderkunst’ (1931):

Palet. Een boek gewijd aan de hedendaagsche Nederlandsche schilderkunst. Samengesteld door Paul Citroen (Amsterdam: De Spieghel, 1931; Utrecht: Reflex, 1981).

2) retour à l’ordre:

Verg. Doris Wintgens Hötte, “Retour à l’ordre. Leiden in de jaren dertig”, in: Doris Wintgens Hötte, Ankie de Jongh-Vermeulen eds., Dageraad van de moderne kunst. Leiden en omgeving 1890-1940 (Leiden: Stedelijk Museum De Lakenhal, 1999) 273-300. Jean Cocteau formuleerde reeds in een drietal teksten uit de jaren 1918-1926 Le rappel à l’ordre in een boek met de gelijknamige titel (Parijs: Stock, 1926). Verg. ook hier hoofdstuk 2.

3) Kunstenaars ontwikkelden een kühle Blick:

Wieland Schmied ed., Der kühle Blick. Realismus der Zwanzigerjahre in Europa und Amerika (München: Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung; München, Londen, New York: Prestel, 2001).

4) een romantisch-idealistische esthetica:

In: Jan van Adrichem, De ontvangst van de moderne kunst in Nederland 1910-2000. Picasso als pars pro toto (Amsterdam: Prometheus, 2001) wordt bevestigd dat de Nederlandse kritiek tijdens het interbellum weinig oog had voor de discontinuïteit en de grensverlegging van het modernisme, maar juist zocht naar de idealistische, bovenhistorische krachten erin.

5) ‘[…] op de […] schilderkunst is’:

O., “Nederlanders in de ‘Bijenkorf’ te Rotterdam. Weinig ultra-modern werk. De buitenlandsche schilderkunst schept een andere sfeer dan de Hollandsche”, Het Volk. Dagblad voor de arbeiderspart?, 11 februari 1932; eerder verschenen in: Voorwaarts. Sociaal-democratisch dagblad, 9 februari 1932. Een soortgelijk geluid in: N.N. [= Jo Zwartendijk], “De Bijenkorf te Rotterdam. Internationale schilderijen-tentoonstelling van moderne meesters”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, resp. 6 en 13 februari 1932. Zwartendijk meende dat men ‘alle normale wetten der aesthetica, zooals die eeuwen lang in het groot gegolden hebben, terzijde moet stellen, om er met eenige kans op succes, begrip van te krijgen.’

 

463

1) waarvan deze tentoonstelling getuigt:

S.C. Tinbergen, “Inleiding”, in: Internationale schilderijen tentoonstelling van moderne meesters. Februari 1932, De Bijenkorf, Rotterdam. Lijst der geëxposeerde werken [niet gepagineerd] (Rotterdam: De Bijenkorf, 1932).

2) zich niet […] kunst houden:

Er was slechts één recensent die deze gedachte in haar volle draagwijdte tot zich liet doordringen, maar hij trok daaruit een drastische conclusie. Verg. Verver, “Internationale kunst. De Bijenkorf, Rotterdam”, Haagsche Post, 13 februari 1932: ‘een kunst die geheel en al ongebonden is, zal zich ook niet meer kunnen wijzigen en is hiermede aan zijn eind’.

3) een ‘onvoltooid project’:

Jürgen Habermas, “Die Moderne – ein unvollendetes Projekt”, Die Zeit, 19 september 1980; Jürgen Habermas, “Het moderne – Een onvoltooid project”. Vertaling: Cyrille Offermans, Raster 19 (1981) 126-143.

4) dus ook in de kunsten:

Verg. Marco Abate, Domenico Pertocoli eds., Gli anni Trenta. Arte e cultura in Italia (Milaan: Comune di Milano/Mazzotta, 1982); Jürgen Harten, Hans-Werner Schmidt, Marie Luise Syring eds., “Die Axt had geblüht…” Eüropäische Konflikte der 30er Jahre in Erinnerung an die frühe Avantgarde (Düsseldorf: Städtische Kunsthalle Düsseldorf, 1987); Douglas and Madelein Johnson, The Age of Illusion. Art and politics in France 1918-1940 (Londen: Thames and Hudson, 1987); Suzanne Pagé, Aline Vidal eds., Années 30 en Europe. Le temps menaçant 1929-1939 (Parijs: Musée d’Art moderne de la Ville de Paris, 1997) ; Ype Koopmans, Mieke Rijnders eds., In de schaduw van morgen. Neorealisme in Nederland (Arnhem: Museum voor Moderne Kunst Arnhem; Wezep: De Kunst, 2012).

5) een ‘afgetakeld mecenatendom’:

Hendrik, “Abgetakeltes Mäzenatentum. Wie Flechtheim und Kaesbach deutsche Kunst machten”, Volksparole, 1 april 1933; afgedrukt in: Stephan von Wiese, Monika Flacke-Knoch, Gerhard Leistner eds., Alfred Flechtheim. Sammler. Kunsthändler. Verleger (Düsseldorf: Kunstmuseum Düsseldorf, 1987) 196.

6) een fatale bloedvergiftiging:

Flechtheims overlijden wordt in de literatuur ook wel verklaard vanuit de fatale gevolgen van een ongelukkige val op een, als gevolg van de vorst, gladde stoep.

 

464

1) de Nederlandse ‘landsaard’:

W. Jos de Gruyter, “Moderne Fransche schilderkunst. Stedelijk Museum te Amsterdam”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 28 april 1932. In zijn bespreking van de tentoonstelling in de Bijenkorf had deze criticus nagelaten iets over Mondriaan op te merken; Jos. de Gruyter, “Moderne Internationale Schilderkunst. Bijenkorf te Rotterdam”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 13 februari 1932.

2) naar Rotterdam laten verzenden:

CR: B223 Composition en blanc et noir I / Composition No. II, with Black Lines, 1930 (v: [1992] Sidney Janis Gallery, New York; thans onbekend); B227 Composition en couleurs / Composition No. I, with Red and Blue, 1931 (v: Madrid, Museo Thyssen-Bornemisza).

3) ‘[…] het kan zelfs voor 200’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 14 januari 1932 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) ‘[…] de man van kunnen en ervaring’:

O., “Nederlanders in de ‘Bijenkorf’ te Rotterdam. Weinig ultra-modern werk. De buitenlandsche schilderkunst schept een andere sfeer dan de Hollandsche”, Het Volk. Dagblad voor de arbeiderspart?, 11 februari 1932; eerder verschenen in: Voorwaarts. Sociaal-democratisch dagblad, 9 februari 1932.

5) een lidmaatschap niet kon permitteren:

PM aan Chris Beekman, 28 februari 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) ‘[…] toch ook duivelsch consequent is’:

Kasper Niehaus, “De Onafhankelijken in Sted. Museum. Jubileum expositie. Inzendingen van genoodigde buitenlanders en van leden. – Moedwillige variëteiten”, De Telegraaf, 13 maart 1932.

7) ‘[…] voorloopig zijn wij de dupe’:

PM aan Chris Beekman, 22 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

465

1) te zien op twee foto’s:

O: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut.

2) leunende schildersezel:

Zoals bekend had Mondriaan de achterpoten van de ezel afgezaagd, zodat deze zo dicht mogelijk tegen de muur kon worden geplaatst.

3) Karsten bewonderde het architectonische karakter:

Verg. PM aan Charles J.F. Karsten, 2 september 1931 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut).

4) Voor de crisis maakte ik voor dergelijke doeken ƒ 350:

PM aan Charles J.F. Karsten, 5 juli 1932 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut).

5) ‘omdat ik geld noodig heb’:

PM aan Charles J.F. Karsten, 18 juli 1932 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut).

 

466

1) ‘[…] dat de menschen weer koopen gaan’:

PM aan Charles J.F. Karsten, 24 juli 1932 (o: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut).

2) een door Mondriaan geschilderde rode amaryllis:

CR: C35 Red Amaryllis with Blue Background (v: New York, MoMA).

3) een associé van haar zoon, onderdak vond:

Charles J.F. Karsten aan PM, 29 november 1933 (d: Rotterdam, Het Nieuwe Instituut). CR: B240 Composition with Blue and Yellow, 1933 (v: Stockholm: Moderna Museet).

4) een ‘ultiem kunstwerk’:

Verg. ?L’Œuvre ultime, de Cézanne à Dubuffet. Préface de Jean-Louis Prat (Saint-Paul-de-Vence: Fondation Maeght, 1989).

 

467

1) Werken door tijdgenooten:

Werken door tijdgenooten, Amsterdam, Kunsthandel Huinck en Scherjon, met werk van Peter Alma, Jacob Bendien, Rudolf Bremmer, Edgar Fernhout, T.G.M. van Hettinga Tromp, Pyke Koch, Bart van der Leck, Piet Mondriaan, John Rädecker, Charles Roelofsz, Jan Sluijters, Joseph Teixeira de Mattos en Charley Toorop.

2) een overzichtsexpositie van Bart van der Leck:

H.P. Bremmer, Tentoonstelling van werken door B. van der Leck (Amsterdam: Huinck & Scherjon, 1930). Bremmer meende dat Van der Leck zich in de expositie als een der grootsten van alle tijden aan ons openbaart. Verg. hierover W.J.[os] d.[e] G.[ruyter], “B. van der Leck bij Huinck en Scherjon”, Elsevier’s Maandschrift 40 (1930) 80 (juli-december) 353-357; 357.

3) zij kwamen […] Mondriaan uit:

Zo oordeelde althans de kritiek. Verg. W. Jos. de Gruyter, “B. van der Leck. Kunsthandel Huinck en Scherjon te Amsterdam”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 14 oktober 1930, waaruit: ‘Persoonlijk hindert mij bij Van der Lecks abstracte werken het even herkenbare der voorstellingen wel eens, terwijl de onderschriften eer ontnuchterend dan verhelderend op mij werken; Mondriaans abstracties zijn mij daarom gewoonlijk liever, waar tegenover staat, dat de figuur van Van der Leck in haar geheel mij ontegenzeggelijk grooter, veelzijdiger en belangrijker voorkomt dan die van den Parijschen landgenoot.’ Deze laatste uitspraak wekt enige verwondering als men bedenkt dat De Gruyter praktisch gelijktijdig in een schrijven aan Mondriaan zijn grote waardering voor hem had uitgesproken. Verg. PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 4 oktober 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) ‘[…] op hun eigen voordeel enkel uit’:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 4 oktober 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

468

1) neen, dat kan nooit wat worden:

PM aan J.J.P. Oud en Annie Oud-Dinaux, 9 november 1930 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘[…] In Parijs doe je dat niet’:

Christiane Germain, Paul Haim, Michel Seuphor. Une vie à angle droit. Préface de Bernard Lamarche-Vadel (Parijs: La Différence, 1988) 31.

3) ([…] eerder gemiddeld vroeg) vaststelde:

PM aan kunsthandel Huinck en Scherjon, 17 juni 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Op invitatie van mevrouw Charley Toorop heb ik het genoegen U twee mijner laatste werken voor de tentoonstelling in Juli toe te zenden.’ De twee werken: CR: B231 Composition B, with Double Line and Yellow and Gray, 1932 (v: 1932-1965 collectie Oskar en Annie Müller-Widmann, Bazel; sedert 1965 particuliere collectie); B232 Composition C, with Gray and Red, 1932 (v: 1933-1984 collectie Cornelis van Eesteren, ’s-Gravenhage; op 26 juni 1989 op een veiling van Sotheby’s Londen aangekocht door de Duitse kunsthandelaar Wolfgang Wittrock voor een bedrag van £ 3.190.000).

4) zonder bezwaar […] meester uitleende:

Vermoedelijk betreft het: CR: B25 Composition No. X, 1912-13 (v: Essen: Museum Folkwang). Het schilderij is (abusievelijk) gedateerd door de toenmalige eigenaar H.P. Bremmer: ‘1911’. Bremmer was de medeorganisator van de tentoonstelling bij Huinck en Scherjon.

5) de moeite […] te signaleren:

Verg. A.E. van den Tol, “Moderne Nederlandsche schilderkunst bij Huinck en Scherjon, Amsterdam”, De Groene Amsterdammer, 23 juli 1932, met de naar een verwijt klinkende opmerking dat de schilder zich in 1911 tenminste ‘nog niet geheel van de natuur had wég-bezonnen’.

6) van ‘uiterste […] was gekomen:

M.[aria] V.[iola], “Tijdgenooten. Bij Huinck & Scherjon”, Algemeen Handelsblad, 16 juli 1932. Verg. ook Kasper Niehaus, “Werk van tijdgenooten. De groep ‘A.S.B.’ Alma, Bendien, Van der Leck en Mondriaan in de kunstzaal Huinck en Scherjon”, De Telegraaf, 16 juli 1932. Niehaus betreurde het verbreken van de band met de natuur, waardoor Mondriaan ‘zich vergenoegde met in zekere orde bijeengebrachte onafhankelijke vormen en kleuren’.

7) zoals het […] was vergaan:

N.N., “Jan Greshoff praat over Nederland. De kwijnende letterkunde – Wij kunnen niet behoorlijk lanterfanten – Het succes van onze bouwkunst en onze nationale ondeugden – De ontbrekende belangstelling”, De Sumatra Post, 27 januari 1930. Greshoffs uitspraak kende een iets vroegere versie bij: A.R. Weerts, “Een Nederlandsch Meester in het Buitenland. Willem Paerels”, De Hollandsche Revue 34 (1929) 15 juni 1929, 630-634; 630: ‘Piet Mondriaan is uit zijn vaderland “weggepest” – men vergeve dit ietwat populaire woord: het is het eenige juiste –.’

 

 

26 Een modernisme van twee snelheden: de schrijver versus de schilder

 

470

1) Kasimir Malevitsj:

Verg. K.S. Malevich, Essays on Art. Troels Andersen ed. (4 dln. Kopenhagen: Borgen, 1968-1978). Vol. 1, 1915-1928 (1968); vol. 2, 1928-1933 (1968); vol. 3, The World as Nonobjectivity. Unpublished Writings 1922-25 (1976); vol. 4, The Artist, Infinity, Suprematism. Unpublished Writings 1913-33 (1978); Kazimir Malevi?, Sobranie So?inenij v pjati tomach. Aleksandra Semenovna Šatskich ed. (5 dln. Moskou: Gileja, 1995-2004).

2) Paul Klee:

Verg. Paul Klee, Das bildnerische Denken. Schriften zur Form- und Gestaltungslehre. Juerg Spiller ed. (Stuttgart: Schwabe, 1956); Paul Klee, Schriften. Rezensionen und Aufsätze. Christian Geelhaar ed. (Köln: DuMont, 1976); Paul Klee, Tagebücher, 1898-1918. Textkritische Neuedition. Wolfgang Kersten ed. (Stuttgart: Gerd Hatje; Teufen: Niggli, 1988).

3) de teksten van Mondriaan:

Harry Holtzman, Martin S. James eds., The New Art – The New Life. The Collected Writings of Piet Mondrian (New York: Da Capo, 1993 [1Boston: G.K. Hall & Company, 1986]); Louis Veen, Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011).

4) “De groote boulevards”:

P. Mondriaan, “De groote boulevards”, De Nieuwe Amsterdammer. Onafhankelijk Nederlandsch weekblad, I: 27 maart 1920, II: 3 april 1920; herdrukt in: Piet Mondriaan, Twee verhalen. Met een inleiding van August Hans den Boef en een studie van Carel Blotkamp (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1987) 13-20.

5) aandacht aan […] had besteed:

L. van Deyssel, “Futurisme”, De Nieuwe Gids. Maandblad voor letteren, kunst, wetenschap en wijsbegeerte 35 (1920) 5 (mei) 703-723.

6) ‘geweldigzware en […] en gemoeds-zwoegerijen’:

N.N., “Dambordliteratuur”, Het Centrum. Dagblad voor Utrecht en Nederland, 10 april 1920.

 

471

1) de redactie […] te vermurwen:

PM aan H.Th. Colenbrander, redactiesecretaris van De Gids, resp. 1 en 7 juni 1920 (o: Leiden, Universiteitsbibliotheek).

2) in de jaren 1919-1920 publiceerde:

Piet Mondriaan, “Dialoog over de Nieuwe Beelding”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1919-1920) 4 (februari 1919) 37-39; 5 (maart 1919) 49-53; herdrukt in: Herbert Henkels ed., Piet Mondriaan. Gedurende een wandeling van buiten naar de stad (2 dln. ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum/Gravura, 1986) I, 17-26; Piet Mondriaan, “Natuurlijke en abstracte realiteit. Trialoog (gedurende een wandeling van buiten naar de stad)”, De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 2 (1918-1919) 8 (juni 1919) 85-89: “1e Tooneel. Late Avond – vlak land – wijde horizon – hoog daarboven de maan”; 9 (juli 1919) 97-99: “2e Tooneel. Grillige boomgroepen teekenen zich tegen de heldere maanlucht af”; 10 (augustus 1919) 109-113: “3e Tooneel. Nacht – de sterren staan nu aan een helderen hemel boven een wijde zandvlakte”; 11, September 1919: 121-125: “Vervolg 3e Tooneel”; 12 (oktober 1919) 133-137: “Slot 3e Tooneel”; De Stijl. Maandblad gewijd aan de moderne beeldende vakken en kultuur 3 (1919-1920) 2 (december 1919) 15-19: “4e Tooneel. Een molen van zeer nabij – scherp en donker tegen de heldere nachtlucht – de wieken staan stil in den vorm van een kruis”, “5e Tooneel. Tuin met in Stijl geschoren boomen en heesters – huis”, “6e Tooneel. De gevel van een kerk – als een plat vlak tegen het duister, in schijnsel van ’t stadslicht”; 3 (januari 1920) 27-31: “Vervolg 6e Tooneel”; 5 (maart 1920) 41-44: “7e Tooneel. Atelier van z.”; 6 (april 1920) 54-56: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 7 (mei 1920) 58-60: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 8 (juni 1920) 65-69: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 9 (juli 1920) 73-76: “7e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; 10 (augustus 1920) 81-84: “8e Tooneel. Atelier van z. (vervolg)”; herdrukt in: Herbert Henkels ed., Piet Mondriaan. Gedurende een wandeling van buiten naar de stad (2 dln. ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum/Gravura, 1986) i, 28-85.

3) het geheel als zodanig wilde kwalificeren:

PM aan Theo van Doesburg, 28 maart 1919 (o: ’s-Gravenhage, RKD). Over zijn “Dialoog over de Nieuwe Beelding” uit 1919 rept Mondriaan zelfs met geen woord van toneel, maar met enige goede wil zou de tekst wellicht te ensceneren zijn.

4) een voorstelling […] succes bleek:

Gerardjan Rijnders (schrijver), Victory Boogie Woogie, uitgevoerd door Het Zuidelijk Toneel, 2009. Verg. Lien Heyting, “Goeroe van de rechthoek. Mondriaan als fundamentalist in toneelstuk Gerardjan Rijnders”, NRC Handelsblad, 6 maart 2009.

5) late werken zoals New York/Boogie Woogie:

CR: B299.319 New York. 1941 / Boogie Woogie. 1941-42, 1941/1942 (Second state) (v: [sedert 2004] Las Vegas, The Wynn Collection).

6) Broadway Boogie Woogie:

CR: B323 Broadway Boogie Woogie, 1942-1943 (v: New York, MoMA).

7) Victory Boogie Woogie:

CR: B324 Victory Boogie Woogie (unfinished), 1942-44/1944 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

8) de Karl Marx van de schilderkunst:

Clement Greenberg, “Art (Reconsideration of Mondrian’s Theories)”, The Nation, 21 april 1945; opgenomen als: “Review of an Exhibition of Hans Hofmann and a Reconsideration of Mondrian’s Theories”, in: Clement Greenberg, The Collected Essays and Criticism. Volume 2: Arrogant Purpose, 1945-1949. John O’Brian ed. (Chicago, Londen: The University of Chicago Press, 1986) 18-19; 19. Overigens was Mondriaan voor Clement Greenberg niet de ware heraut van het modernisme. Naar zijn oordeel bleef de schilder in weerwil van zijn radicale abstractie nog te veel verbonden aan de traditie door zijn gebruik van kleur, zijn individuele handschrift en zijn dienstigheid aan de lijst van het schilderij. Mondriaan zou zich daarin zelfs conservatiever hebben getoond dan een voorloper als Claude Monet in diens late schilderijen. Verg. Clement Greenberg, “Modernist Painting”, Forum Lectures (Washington, D.C.: Voice of America, 1960); opgenomen in: Clement Greenberg, The Collected Essays and Criticism. Volume 4: Modernism with a Vengeance, 1957-1969. John O’Brian ed. (Chicago: University of Chicago Press, 1993) 85-93.

 

472

‘[…] een afzonderlijke kunstvorm is ondernomen’:

Clement Greenberg, “Art” [In memoriam Piet Mondrian], The Nation, 4 maart 1944; opgenomen in: Clement Greenberg, The Collected Essays and Criticism. Volume 1. Perceptions and Judgments, 1939-1944. John O’Brian ed. (Chicago, Londen: University of Chicago Press, 1986) 187-188; 188: ‘… the final intention of his work is to expand painting into the décor of the man-made world – what of it we see, move in, and handle. This means imposing a style on industry, and thus adumbrates the most ambitious program a single art has ever ventured upon.’

 

473

1) het Parthenon in Athene?:

Clement Greenberg, “Art” [In memoriam Piet Mondrian], The Nation, 4 maart 1944; opgenomen in: Clement Greenberg, The Collected Essays and Criticism. Volume 1. Perceptions and Judgments, 1939-1944. John O’Brian ed. (Chicago, Londen: University of Chicago Press, 1986) 187-188.

2) ‘de schaapachtigste […] waar aannam’:

Robert Hughes, De schok van het nieuwe. Kunst in het tijdperk van verandering. Vertaling: Karin en Maarten Beks (Utrecht, Antwerpen: Veen/Reflex, 1991) 200-207.

3) Want werkelijk […] ze doen’:

R.H. Fuchs, “Mondriaans ‘bijdrage’ en zijn kwaliteit”, De Gids 129 (1966) 9 (september) 269-271. Later zou Fuchs zijn oordeel over Mondriaan in buitengewoon positieve zin ombuigen.

4) voor een andersluidende […] meer is:

K. Schippers, “Evangelie & boogie-woogie. Tekst, klank & beeld bij Piet Mondriaan”, NRC Handelsblad, 21 mei 1982.

 

474

om zijn ‘opvatting […] te verklaren’:

PM aan Lodewijk van Deyssel, 18 maart 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

 

475

drukken slechts plastisch uit: verhoudingen en niet vormen:

De Nederlandse vertaling komt uit: A.M. Hammacher, “Het Neo-Plasticisme”, Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad, 9 en 16 oktober 1921. Verg. P. Mondrian, Le Néo-Plasticisme. Principe Général de l’Équivalence Plastique (Parijs: Editions de l’Effort Moderne. Léonce Rosenberg, 1920) 4: ‘Elle est une composition de plans rectangulaires en couleur exprimant la réalité la plus approfondie. Elle y arrive par l’expression plastique des rapports et non par l’apparition naturelle. Elle réalise ce que toute peinture a voulu, mais n’a pas pu exprimer autrement que d’une manière voilée. Les plans colorés, tant par position et dimension que par la valorisation de la couleur n’expriment plastiquement que des rapports et non des formes.’

 

476

‘Honderd en een profeten’:

Jan Romein, Op het breukvlak van twee eeuwen (Amsterdam: Em. Querido, 21976), hoofdstuk XXXIII: Honderd en een profeten.

 

477

1) op de werkelijkheid […] te brengen:

Piet Mondrian, “Toward the True Vision of Reality”, in: tentoonstellingsfolder Toward the True Vision of Reality by Mondrian (New York: Valentine Gallery 1942); vervolgens in: dez., Plastic Art and Pure Plastic Art 1937, and other essays 1941-1943. Robert Motherwell ed. (New York: Wittenborn, 1945 = The Documents of Modern Art, 1 1945) 10-15; Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie, nr. 084: ‘Even in this chaotic moment, we can near equilibrium through the realization of a true vision of reality. Modern life and culture helps us in this. Science and technics are abolishing the oppression of time. […] Because it is free of all utilitarian limitations, plastic art must move not only parallel with human progress but must advance ahead of it. It is the task of art to express a clear vision of reality.’ De vertaling is ontleend aan het document: P.C. Mondriaan, “Op weg naar een waarachtige visie op de werkelijkheid”, zonder verantwoording en/of bronvermelding (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels, 336).

2) Baudelaires Tableaux Parisiens:

Charles Baudelaire, Tableaux Parisiens. Deutsche Übertragung mit einem Vorwort über die Aufgabe des Übersetzers von Walter Benjamin (Heidelberg: Richard Weißbach, 1923).

 

478

waarin ze […] uit te doven:

Walter Benjamin, “De opgave van de vertaler”. Vertaling Henri Bloemen, in: Ton Naaijkens, Cees Koster, Henri Bloemen, Caroline Meijer eds. Denken over vertalen. Tekstboek vertaalwetenschap (Nijmegen: Vantilt, 2004) 59-67; 66. Verg. Charles Baudelaire, Tableaux Parisiens. Deutsche Übertragung mit einem Vorwort über die Aufgabe des Übersetzers von Walter Benjamin (Heidelberg: Richard Weißbach, 1923) XVI; Walter Benjamin, “Die Aufgabe des Übersetzers”, in: Walter Benjamin, Gesammelte Schriften. Rolf Tiedemann, Hermann Schweppenhäuser eds., IV.1. Tillman Rexroth ed. (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1972) 9-21; 19: ‘In dieser reinen Sprache, die nichts mehr meint und nichts mehr ausdrückt, sondern als ausdrucksloses und schöpferisches Wort das in allen Sprachen Gemeinte ist, trifft endlich alle Mitteilung, aller Sinn und alle Intention auf eine Schicht, in der sie zu erlöschen bestimmt sind.’

 

479

1) ‘Ze had moeten […] niet spreken’:

Friedrich Nietzsche, Die Geburt der Tragödie. Oder: Griechenthum und Pessimismus (Leipzig: E.W. Fritzsch, 1886), Versuch einer Selbstkritik, § 3: ‘Sie hätte singen sollen, diese “neue Seele” – und nicht reden!’

2) ‘woordloos geloven’:

Allan Janik, Stephen Toulmin, Het Wenen van Wittgenstein. Vertaling Hans W. Bakx en Paul de Bruin (Amsterdam, Amsterdam: Boom, 1976) 24. Verg. Allan Janik, Stephen Toulmin, Wittgenstein’s Vienna (Londen: Weidenfels and Nicolson, 1973) 24: ‘wordless faith’.

3) langs de […] en literatuur:

Allan Janik, Stephen Toulmin, Het Wenen van Wittgenstein. Vertaling Hans W. Bakx en Paul de Bruin (Meppel, Amsterdam: Boom, 1976) 189, 195. Verg. Allan Janik, Stephen Toulmin, Wittgenstein’s Vienna (Londen: Weidenfels and Nicolson, 1973) 193: ‘Wittgenstein is trying to set the ethical off from the sphere of rational discourse, because he believes that it is more properly located in the sphere of the poetic: “Ethics and arsthetics are one and the same.”’ Voor een analyse van de kritische visie van Wittgenstein op zijn tijd, verg. J. Bouveresse, “The Darkness of this time: Wittgenstein and the Modern World”, in: A.P. Griffiths ed., Wittgenstein. Centenary Essays. Royal Institute of Philosophy Lecture Series: 28. Supplement to Philosophy 1990 (Cambridge enz.: Cambridge University Press, 1991) 11-40.

4) de komende oorlog:

Walter Benjamin, “Ervaring en armoede” [1933], in: Walter Benjamin, Maar een storm waait uit het paradijs. Filosofische essays over taal en geschiedenis. Vertaald door Ineke van der Burg en Mark Wildschut (Nijmegen: SUN, 1996) 136-141; 141. Verg. Walter Benjamin, “Erfahrung und Armut”, Die Welt im Wort 1 (1933) 10 (7 december 1933) (Beiblatt) 2-3; opgenomen in: Walter Benjamin, Gesammelte Schriften. Rolf Tiedemann, Hermann Schweppenhäuser eds., II.1 (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1977) (Werkausgabe Bd. 4, Frankfurt/Main 1980, 213-219; 219: ‘Ein Stück des Menschheitserbes nach dem anderen haben wir dahingegeben, oft um ein Hundertstel des Wertes im Leihhaus hinterlegen müssen, um die kleine Münze des “Aktuellen” dafür vorgestreckt zu bekommen. In der Tür steht die Wirtschaftskrise, hinter ihr ein Schatten, der kommende Krieg.’

 

480

1) ze doet het lachend:

Walter Benjamin, “Ervaring en armoede” [1933], in: Walter Benjamin, Maar een storm waait uit het paradijs. Filosofische essays over taal en geschiedenis. Vertaald door Ineke van der Burg en Mark Wildschut (Nijmegen: SUN, 1996) 136-141; 141. Verg. Walter Benjamin, “Erfahrung und Armut”, Die Welt im Wort 1 (1933) 10 (7 december 1933) (Beiblatt) 2-3; opgenomen in: Walter Benjamin, Gesammelte Schriften. Rolf Tiedemann, Hermann Schweppenhäuser eds., II.1 (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1977) (Werkausgabe Bd. 4, Frankfurt/Main 1980, 213-219; 219: ‘… Männern, die das von Grund auf Neue zu ihrer Sache gemacht und es auf Einsicht und Verzicht begründet haben. In deren Bauten, Bildern und Geschichten bereitet die Menschheit sich darauf vor, die Kultur, wenn es sein muß, zu überleben. Und was die Hauptsache ist, sie tut es lachend.’

2) hij heeft […] een keer gehoord:

Walter Benjamin zou de naam van Mondriaan kunnen hebben gehoord in zijn gesprekken met Arthur Lehning te Parijs in de periode tussen eind april en medio juli 1926 en nogmaals te Parijs begin mei 1927. Over de contacten tussen Lehning en Benjamin verg. Arthur Lehning, “Walter Benjamin und i10”, in: Ingrid & Konrad Scheurmann eds., Für Walter Benjamin. Dokumente, Essays und ein Entwurf (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1992) 56-67; Toke van Helmond, “De bijdragen van Bloch en Benjamin”, in: Toke van Helmond ed., i10 sporen van de avant-garde (Heerlen: Algemeen burgerlijk pensioenfonds, 1994) 179-195.

3) een groot […] het aura:

Over het aurabegrip bij Benjamin, zoals in het bijzonder uitgewerkt in zijn beroemde tekst “Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit” (1936), verg. Miriam Bratu Hansen, “Benjamin’s Aura”, Critical Inquiry 34 (winter 2008) 336-375.

4) de symbolische taal van dichters:

Verg, hiervoor Giorgio Agamben, “Infancy and History: An Essay on the Destruction of Experience” (1978), in: Giorgio Agamben, Infancy and History. The Destruction of Experience. Translated by Liz Heron (Londen, New York: Verso, 1993) 11-63; 50.

5) ‘Uw woord is de waarheid’:

‘Uw woord is de waarheid’: Johannes 17.

 

 

27 De zwaarte van het zwart

 

481

1) In een bekend opstel:

Isaiah Berlin, “The Hedgehog and the Fox” [1953], in: Isaiah Berlin, The Proper Study of Mankind. An Anthology of Essays. Henry Hardy, Roger Hausheer eds. With a Foreword by Noel Annan (Londen: Chatto & Windus, 1997) 436-498.

2) ‘Een vos weet […] een groot ding’:

Isaiah Berlin, “The Hedgehog and the Fox” [1953], in: Isaiah Berlin, The Proper Study of Mankind. An Anthology of Essays. Henry Hardy, Roger Hausheer eds. With a Foreword by Noel Annan (Londen: Chatto & Windus, 1997) 436-498; 436: ‘There is a line among the fragments of the Greek poet Archilochus which says: “The fox knows many things, but the hedgehog knows one big thing.”’

 

482

1) ‘oude en nieuwe cultuur’:

PM aan J.J.P. Oud, 14 maart 1929 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) tot diep in het jaar 1932:

Verg. Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) II, 255-258.

3) die de titel […] rapports purs):

P. Mondrian, ‘L’Art nouveau – la vie nouvelle (La culture des rapports purs)’ (ongepubliceerd; mt: New Haven, Yale University, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Holtzman Deposit, ms Vault 710. Box 1, 30A, 30B, 30C; Louis Veen ed., Het geschreven werk van Piet Mondriaan. Voorstel tot een editie (3 dln., dissertatie Universiteit Utrecht, 2011) I, nr. 052); Piet Mondrian, “L’Art nouveau – la vie nouvelle”. Édité et annoté par Jean-Claude Lebensztejn, Les Cahiers du Musée national d’art moderne 114-115 (hiver 2010/printemps 2011) 32-73.

4) ‘De nieuwe kunst […] zuivere verhoudingen)’:

Til Brugman vervaardigde een ongepubliceerd gebleven vertaling onder de titel: ‘De nieuwe beelding – het nieuwe leven (De ontwikkeling der zuivere verhoudingen)’ (tt, z.p., z.d.; exemplaar bibliotheek Kunsthistorisch Instituut Universiteit van Amsterdam).

5) zijn ‘petit livre’:

PM aan Ben Nicholson, 21 april 1938 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) plaats maakte voor harmonische evenwichtigheid!:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Zijn nieuwe levensleer”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 12 maart 1932.

 

483

1) ‘alle kwaad […] goed’ ontlokte:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, 12 november 1936 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) langzaam maar zeker helemaal gaan overnemen:

Harry Holtzman, “Mondrian und ‘Liberation’ / Mondriaan en ‘de Bevrijding’ / Mondrian and ‘Liberation’”. Übersetzung Karin Hartmann / Vertaling Molly van Gelder, in: Ulrike Gauss ed., Mondrian. Zeichnungen. Aquarelle. New Yorker Bilder / Tekeningen. Aquarellen. New Yorkse schilderijen / Drawings. Watercolours. New York Paintings (Stuttgart: Staatsgalerie Stuttgart, 1980) 23-26; 23: ‘“Piet,” I said, “I see that the United States is now the only country where art can flourish freely… I’m going home to New York…’ Holtzmans opstel vormt de inleiding tot de publicatie van de nagelaten tekst waarvan hij zelf het copyright bezat: Piet Mondrian, “Art Shows the Evil of Nazi and Soviet Oppressive Tendencies”, in: Ulrike Gauss ed., Mondrian. Zeichnungen. Aquarelle. New Yorker Bilder / Tekeningen. Aquarellen. New Yorkse schilderijen / Drawings. Watercolours. New York Paintings (Stuttgart: Staatsgalerie Stuttgart, 1980) 29-33.

3) een La Vie Claire-shirt:

Het design van de wielershirts van La Vie Claire is geënt op Mondriaans schilderij CR: B204 Composition with Red, Black, Blue, and Yellow, 1928 (v: Ludwigshafen: Wilhelm-Hack-Museum). Over de totstandkoming van het aan Mondriaan ontleende design, ook van de fietsen van het merk Look, verg. Richard Moore, Slaying the Badger. LeMond, Hinault and the Greatest Ever Tour De France (Londen: Yellow Jersey Press/Random House, 2011); Richard Moore, LeMond en Hinault en de spectaculairste tour aller tijden. Vertaling: Rob van Moppes (Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2013).

4) ‘Met hun grote […] effectiviteit uit’:

Bernd Schmitt, Alex Simonson, Marketing Aesthetics. The Strategic Management of Brands, Identity, and Image (New York: The Free Press, 1997) 91: ‘With their large and angular spaces, these product designs project strength, energy, and effectiveniss.’

 

484

1) ‘Mondriaan is […] “massakunst” geworden’:

N.N., “Doe de boogie woogie” (‘Opinie hoofdartikel’), NRC Handelsblad, 4 september 1998.

2) ‘[…] De hele […] gelegen, nietwaar?’:

PM aan Alfred Roth, 24 juli 1932, gepubliceerd in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 75-76, 125; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC: ‘J’étais enchanté par votre lettre et votre appréciation et celle des autres amis me donne une joie très grande. Vous avez très bien remarqué l’essentiel: ma foi inébranlable dans le futur: dans l’évolution humaine. Toute la beauté de la vie est là dedans – n’est pas?’ Nederlandse vertaling in: Serge Lemoine ed., Briefwisseling Piet Mondriaan / Alfred Roth (1929-1939). Vertaald door Margriet Cuypers. Begeleid door Anja Bastenhof en Martijn Rus ([onuitgegeven] Utrecht: Universiteit van Utrecht. In opdracht van het Mondriaanhuis te Amersfoort en in samenwerking met de Wetenschapswinkel Letteren te Utrecht [12 april] 2000).

3) als een ‘ware broeder’:

Paul Depondt, “Priester in dienst van het witte doek. Serie nieuwe boeken over Piet Mondriaan toont dat schrijven over de schilder niet makkelijk is”, de Volkskrant, 25 november 1994.

4) krijgt ieder de plaats die hem toekomt:

Verg. PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, ‘Vrijdag’ [24 februari 1922] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘Het is noodig dat alles door ons gezegd wordt maar ik ben ’t volkomen met je eens dat er aan de evolutie niets te veranderen is en ieder de plaats krijgt die hem toekomt. Dat is ook ’t mooie van ’t leven.’

5) ‘eindelijk God […] kunnen zijn?’:

PM aan Arnold Saalborn, 31 januari 1910 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) ‘[…] een nieuw leven zal ontstaan!’:

PM aan Alfred Roth, 6 maart 1933, gepubliceerd in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 86-87, 127; 87; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief wmc. Nederlandse vertaling in: Serge Lemoine ed., Briefwisseling Piet Mondriaan / Alfred Roth (1929-1939). Vertaald door Margriet Cuypers. Begeleid door Anja Bastenhof en Martijn Rus ([onuitgegeven] Utrecht: Universiteit van Utrecht. In opdracht van het Mondriaanhuis te Amersfoort en in samenwerking met de Wetenschapswinkel Letteren te Utrecht [12 april] 2000): ‘Ne trouvez-vous pas terrible l’état des choses en Allemagne? Mais cet effort réactionnaire provoquera certainement partout la force contraire: la vie nouvelle se créera!’

 

485

1) de mensheid […] ook vooruitgaan:

PM aan Jean Gorin, 1 april 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 129: ‘Bien que des événements tel qu’à présent en Allemagne nous remplissent de dégout et tristesse cela ne peut durer et évoquera un contre-effort fameux. Tout de même cette dominance de la tyranny du moyen-âge m’a bien excité. Pour le moment nous ne pouvons que continuer notre travail. Je suis heureux que tu t’occupe de plus en plus de l’architecture parce qu’il y a beaucoup à améliorer dans celle-ci et elle est l’avenir de l’art. Quant à la Russie, on verra s’il y aura le désir d’approfondissement. Ce que j’apprends n’est pas encourageant: on tend vers la régression, comme partout. Mais en tout cas l’art et l’humanité avanceront.’ Gedeeltelijke Nederlandse vertaling in: Carel Blotkamp, Mondriaan. Destructie als kunst (Zwolle: Waanders, 1994) 219.’

2) (‘zo arm als een kerkrat’):

Nico Scheepmaker, “Piet Mondriaan” (‘Trijfel’), Nieuwsblad van het Noorden, 6 februari 1987.

3) bij openbare […] musea terechtkwamen:

Verg. Carla Graft, Kunst in nood. Haagse kunstliefhebbers en hun initiatieven voor steun aan noodlijdende beeldend kunstenaars 1922-1940 (Delft: Eburon, 2008).

 

486

1) die ‘het zeer noodig schijnt te hebben’:

E. van Leer-Eichmann aan de afdeling Utrecht van het Nederlandsch Kunstverbond, vóór 10 juni 1931 (x: Amsterdam, SM), geciteerd in: CR II, 360.

2) ‘[…] de kalme rust in Mondriaans atelier U zeker goed doen, denk ik’:

E. van Leer-Eichmann aan W.M. Dudok, 11 juli 1931 (x: Amsterdam, SM).

3) van een egaal wit ruitvormig doek:

CR: B229 Lozenge Composition with Two Lines, 1931 (v: Amsterdam, SM). Verg. Carel Blotkamp, “Hoe onmisbaar is één Mondriaan”, NRC Handelsblad, 6 maart 1987, waaruit: ‘Het is het enige werk van Mondriaan met slechts twee zwarte lijnen, één horizontaal en één verticaal, zonder kleur.’

4) in het Landesmuseum te Hannover terecht was gekomen:

CR: B173 Schilderij No. 1: Lozenge with Two Lines and Blue, 1926 (v: Philadelphia, Philadelphia Museum of Art).

5) afgesneden werd door de ruitvorm:

E.A. Carmean, Jr., Mondrian. The Diamond Compositions (Washington: The National Gallery of Art, 1979) 46.

 

487

1) hoe de penseelstreek oorspronkelijk is geweest:

Frauke Syamken, “Piet Mondriaan: Compositie met twee lijnen”, Kunstlicht. Tijdschrift voor beeldende kunst en architectuur van de oudheid tot heden 15 (1994) 1, 36-40; 37.

2) Toch is de indruk dat Mondriaan ‘niet lang’:

Frauke Syamken, “Piet Mondriaan: Compositie met twee lijnen”, Kunstlicht. Tijdschrift voor beeldende kunst en architectuur van de oudheid tot heden 15 (1994) 1, 36-40; 37.

3) ‘[…] en veel tijd in mijn boekje [L’Art nouveau – la vie nouvelle, LH] gezet’:

PM aan Arthur Müller-Lehning, 1 januari [1932], gepubliceerd in: Yves-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 29.

4) oud in een nieuwe vorm (niet “Oud”!!):

PM aan J.J.P. Oud, 22 december 1932 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

5) op een voor hem ‘karakteristieke wijze’ samen te laten komen:

Isabelle Blekxtoon, “De waardering voor het binnenste buiten van een Gesamtkunstwerk. Het raadhuis te Hilversum van de architect W.M. Dudok”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 17 (2001) 3, 15-20; 15.

6) dit schilderij gaarne voor mijn werkkamer aanvaarden:

W.M. Dudok aan het college van burgemeester en wethouders van Hilversum, 5 januari 1932 (x: Amsterdam, SM); geciteerd in: CR II, 360.

 

488

1) waar hij ook zijn gasten ontving:

N.N., “Excursie van de ‘Friesche Bouwkring’”, Leeuwarder Courant, 28 mei 1932.

2) voor de grote zaal van het raadhuis:

Verg. Ed Wingen, “Mondriaan: een lot uit de loterij…” (‘Signatuur’), De Telegraaf, 21 maart 1987; Frauke Syamken, “Piet Mondriaan: Compositie met twee lijnen”, Kunstlicht. Tijdschrift voor beeldende kunst en architectuur van de oudheid tot heden 15 (1994) 1, 36-40; 39.

3) ‘[…] Ik stel voor deze zaak in ons college te bespreken’:

‘Extract uit den Mantel van Publieke Werken, No. 5, behandeld in de vergadering van Burgemeester en Wethouders van 8 Januari 1932’ (x: Amsterdam, SM); deels geciteerd in: Nico Scheepmaker, “Piet Mondriaan” (‘Trijfel’), Nieuwsblad van het Noorden, 6 februari 1987.

4) het besluit het geschenk te aanvaarden:

PM aan M.R. Rademacher Schorer, resp. 19 augustus 1931 en 1 januari 1932 (o: ’s-Gravenhage, KB, archief M.R. Rademacher Schorer). De jurist en bibliofiel M.R. Rademacher Schorer was secretaris-penningmeester van het Nederlandsch Verbond.

5) zo’n kleine 4500 euro vandaag de dag:

Berekend via: www.iisg.nl/hpw/calculate2-nl.php.

6) ‘[…] onnodig te veranderen en te verknoeien’:

C.H. Grooten, “Het nieuwe Hilversumsche Raadhuis”, Vakblad voor de Bouwbedrijven 27 ([september] 1931), geciteerd in: Sander van Walsum, “Verval Hilversumse parel van Dudok lijkt onvermijdelijk”, NRC Handelsblad, 22 juli 1987.

7) middels ‘een eenvoudig briefje’:

Wim Beeren, “Mondriaan als betaalmiddel”, in: dez., Om de kunst. Opvattingen van een museumman over moderne kunst, kunstenaars, musea en kunstbeleid. Rini Dippel e.a. eds. (Rotterdam: NAi Uitgevers, 2006) 445-448.

8) ‘Wij dreigen onder deze rijkdom te bezwijken’: Geciteerd in: Sander van Walsum, “Verval Hilversumse parel van Dudok lijkt onvermijdelijk”, NRC Handelsblad, 22 juli 1987.

 

489

1) in de gemeente te kunnen laten opknappen:

Geciteerd in: PT, “De Hilversumse Mondriaan” [4 augustus 2006] (www.icn-kennisdossiers.nl), ook als: Collectiewijzer wiki (http://wiki.collectiewijzer.nl/index.php/De_Hilversumse_Mondriaan).

2) (‘Van theedoek tot Mondriaan’):

Verg. Het Vr?e Volk. Democratisch-socialistisch dagblad, 13 februari 1963, met de aankondiging van een lezing door Pierre Janssen in de lunchroom van de Bijenkorf te Rotterdam over het thema: ‘Van theedoek tot Mondriaan’.

3) beschouwde:

N.N., “Kunstkenner Pierre Janssen overleden”, anp, 1 november 2007 (http://nos.nl/artikel/65413-kunstkenner-pierre-janssen-overleden.html).

4) aldus een van de Gooilanders:

N.N., “Verkeerd opgehangen doek met twee strepen”, Het Parool, 14 februari 1987.

5) om een Mondriaan te ‘verkwanselen’:

Jan Blokker, “Democratie”, de Volkskrant, 11 april 1987.

6) ([…] zich inmiddels tegen de verkoop uitgesproken):

Willem Offenberg, “Ook Raad van Europa laakt verkoop van doek Mondriaan”, NRC Handelsblad, 3 juli 1987.

7) waarop men aanvankelijk had gehoopt:

Verg. Willem Ellenbroek, “Stedelijk door jaarbudget heen na koop Mondriaan. Hilversum doet schilderij voor 2,5 miljoen van de hand”, de Volkskrant, 17 december 1987.

8) op ‘ongeveer zeven miljoen’ schatten:

N.N., “Waarde Mondriaan veel hoger”, NRC Handelsblad, 16 december 1987.

9) die als ‘zendbode’:

Alfred Roth, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 145.

10) in Göteborg werkzaam was geweest:

Verg. Alfred Roth, Begegnung mit Pionieren. Le Corbusier, Piet Mondrian, Adolf Loos, Josef Hoffmann, August Perret, Henry van de Velde (Bazel, Stuttgart: Birkhäuser, 1973) 71 vlgg., 145 vlgg.; Christoph Wieser, Erweiterung des Funktionalismus 1930-1950. Mit Beispielen aus der Schweiz und Schweden (Diss. École Polytechnique Fédérale de Lausanne, Faculté Environnement Naturel, Architectural et Construit, Institut d’Architecture et de la Ville, Section d’Architecture, 2005) 249 vlgg.

11) tentoonstelling met postkubistische kunst:

AC (Art Concret). Internationell utställning av post-kubistisk konst (Art Concret. Internationale tentoonstelling van postkubistische kunst), gehouden van 19 augustus tot 30 september 1930 in het ‘parkrestaurant’ op de Stockholmtentoonstelling te Stockholm.

12) waar ook Mondriaan met twee werken vertegenwoordigd was:

CR: B219 Composition No. II / Composition I // Composition en rouge, bleu et jaune, 1930 (v: Fukuoka, The Fukuoka City Bank Ltd.); B222 Composition II, with Red, Blue, and Yellow, 1930 (v: 2 november 1993 geveild bij Christie’s, New York).

 

490

1) durfde zich niet meer in Parijs te vertonen:

Verg. Oscar Reutersvärd, “Carlsund och neoplasticismen”, Konsthistorisk Tidskrift / Journal of Art History 18 (1949-1950) 1 (mei 1949) 19-27; Alied Ottevanger, “Art Concret, de expositie in Stockholm, 1930. De samenwerking tussen Otto G. Carlsund en Theo van Doesburg”, De Witte Raaf, # 131, januari-februari 2008 (www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/3263).

2) ‘gelijkwaardige en dus evenwichtige verhoudingen’:

Verg. PM aan Alfred Roth, 6 augustus 1931, gepubliceerd in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 61-62, 121-122; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC.

3) in een walhalla van het ritme:

Sven Backlund, “Piet Mondrian”, Hyresgästen (Göteborg) 9 (1931) 20 (15 oktober 1931) 1-3. Nederlandse vertaling door een onbekend persoon (mt: Yale University Beinecke Rare Book and Manuscript Library, ms Vault 710 (Piet Mondrian-Holtzman Deposit), Box 4). Verg. PM aan Alfred Roth, 1 januari 1932, gepubliceerd in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 67-68, 122; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC, waaruit: ‘Il [= Sven Backlund, lh] a très bien écrit sur mon œuvre, je trouve, quelqu’un m’a traduit le journal que j’ai reçu de la Suède.’

 

491

1) ‘Zo scheidden […] moeten ontmoeten’:

Sven Backlund, “Piet Mondrian”, Hyresgästen (Göteborg) 9 (1931) 20 (15 oktober 1931) 1-3. Nederlandse vertaling door een onbekend persoon (mt: Yale University Beinecke Rare Book and Manuscript Library, ms Vault 710 (Piet Mondrian-Holtzman Deposit), Box 4).

2) van een prijzend voorwoord kunnen voorzien?:

Verg. PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 9 december 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Ce Suédois sociologue qui a déjà écrit sur mon œuvre a été chez moi et il veut écrire une préface et tâcher de trouver un éditeur; il a beaucoup de relations et il est en extase de ce que j’ai écrit.’

3) ‘[…] weg moeten zien te voeren’:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 9 december 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Cela est très beau et nous donne la certitude qu’il y a encore des ‘hommes’ sur ce monde, ce monde que nous devons tâcher d’enlever du passé.’

 

492

1) in olieverf op het doek te vereeuwigen:

Gerard Hordijk, Portret van Piet Mondriaan, 1927. Olieverf op doek, 115 × 73,5 cm (v: ’s-Gravenhage, HGM); Adriaan Lubbers, Portret van Piet Mondriaan, 1931. Olieverf op doek, 81,3 × 54,7 cm (Ede, Simonis & Buunk Kunsthandel). Voor het portret door Hordijk zie hier het hoofdstuk {De man met de vierkante rode grammofoon}. Mondriaans oordeel over het portret door Lubbers in: PM aan Adriaan Lubbers, 31 maart 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Dat portret dat je naar mij maakte bevalt me nog steeds. Ik zag ’t weer terug in reproductie in ’t boek van Fierens dat ik bij van Loon in zag. De andere menschen die me kennen vinden ’t niet goed, ’t geen ik niet begrijp.’ Citaat gedeeltelijk in: catalogus Adriaan Lubbers 1892-1954 (Amsterdam: Kunstzaal Monet, maart 1963) nr. 1 (met afb.). ’t Boek: Paul Fierens, L’Art hollandais contemporain (Parijs: Le Triangle, z.j. [1933]).

2) alsof Mondriaan een dubbelganger had:

Joaquín Torres-García, Piet Mondrian, 1927. Olieverf op doek, 61,2 × 45,2 cm (v: particuliere collectie). Afgebeeld in: Rolinka Kattouw ed., The Antagonistic Link: Joaquín Torres-García – Theo van Doesburg (Amsterdam: Institute of Contemporary Art, 1991) 120. Het jaartal ‘27’ staat met zwarte koeienletters rechtsboven op het doek genoteerd, maar roept grote vraagtekens op. Over het jaartal van de ontmoeting tussen beiden verg. Enric Jardí, Torres García (Barcelona: Polígrafa, 1973) 280: ‘1929. Meets Piet Mondrian.’; hetzelfde jaar van kennismaking genoemd in: Hilton Kramer, “Scenario of Exile: Torres-Garcia”, The New York Times, 3 oktober 1971; verg. ook Nicolette Gast, “Torres-García in Paris”, in: Rolinka Kattouw ed., The Antagonistic Link: Joaquín Torres-García – Theo van Doesburg (Amsterdam: Institute of Contemporary Art, 1991) 70-103; 96: ‘Torres-García had got no know Mondrian via Seuphor in 1929’, en meer recentelijk nog: Mario H. Gradowczyk, Torres-García: utopía y transgresión (Montevideo: Museo Torres García, 2007) 334: ‘Torres-García lo [= PM, lh] conoció en París en 1929 por intermedio de Michel Seuphor’; Cecilia de Torres, ‘Chronology: Joaquín Torres-García 1874-1949’ (www.ceciliadetorres.com/pdf/artbio_1.pdf): ‘1929, April: Seuphor introduces jtg to the Dutch De Stijl painter Piet Mondrian.’ Het vermeende portret van Mondriaan, geschilderd door Joaquín Torres-García, werd op 17 november 2010 bij Christie’s Amsterdam geveild voor het bedrag van 12.500 euro (sale 2852, Impressionist and Modern Art) als een ‘Portrait of a gentleman’. Het doek was afkomstig uit de nalatenschap van de arts en collectioneur Johannes Esser, in wiens gezin het doorging voor een afbeelding van Mondriaan. Esser bezat ook een uitgebreide Mondriaan-collectie: hij had de kunstenaar in zijn Amsterdamse jaren (1905-1913) onder zijn patiënten geteld en had werken van hem geaccepteerd als betaling voor medische diensten.

3) gratis drank en spijs te krijgen waren:

Er bestaat een foto van een redactiebijeenkomst uit april 1929 van het tijdschrift L’Art contemporain – Sztuka Wspólczesna in Galerie Zak, 16, rue de l’Abbaye (6e) waarop ook Mondriaan te zien is, verg. Herbert Henkels, ed., Mondrian. From figuration to abstraction (Tokyo: The Tokyo Shimbun, 1987) 216; CR II, 141 afb. 48 (deze bronnen vermelden verschillende fotografen, resp. de uitgever en illustrator S. Londynski (Š.Y. L’ondiynsqiy) en de fotografe Florence Henri. Aangezien Henri ook zelf op de foto voorkomt, zou zij, als ze de maakster is, de opname met een zelfontspanner hebben moeten maken. Galerie Zak was opgericht door de Poolse kunstenaar Eugène Zak en werd na diens dood in 1926 verder geleid door diens vrouw Jadwiga Kon, die het accent mede op Zuid-Amerikaanse kunst legde.

4) een rood-wit-blauw paneel:

CR: B230 Composition A, with Red and Blue, 1932 (v: Winterthur, Kunstmuseum Winterthur).

5) aan de ‘schildermonnik’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen Parijschen correspondent’), “Montparnasse. De kunst belaagd door de kosmopolitische kermis. Teken van ondergang: de trek naar het Zuiden. IV. (Slot)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 september 1932.

 

493

1) ‘als een blijde strijdkreet, een signaal, een vlag’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen corrrespondent’), “Onze Hollandsche modernen te Parijs. Een komisch incident bij de inwijding”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 28 mei 1932; ook verschenen als [W.F.A. Röell] N.N., “Onze Hollandsche modernen te Parijs. Overblijfselen der Haagsche school verdwenen; het expressionisme zegeviert”, De Sumatra Post, 24 juni 1932.

2) op een van de vier schilderijen:

CR: B230 Composition A, with Red and Blue, 1932 (v: Winterthur, Kunstmuseum Winterthur); B231 Composition B, with Double Line and Yellow and Gray, 1932 (v: 1932-1965 collectie Oskar en Annie Müller-Widmann, Bazel; sedert 1965 particuliere collectie); B232 Composition C, with Gray and Red, 1932 (v: particuliere collectie); B233 Composition D, with Red, Blue, and Yellow, 1932 (v: particuliere collectie).

3) Het bewuste doek:

B231 Composition B, with Double Line and Yellow and Gray, 1932 (v: 1932-1965 collectie Oskar en Annie Müller-Widmann, Bazel; sedert 1965 particuliere collectie).

4) de schilderswinkel van Lucien Lefebvre-Foinet:

De winkel van Lefebvre-Foinet was sedert het jaar 1902, toen Lucien Lefebvre de zaak overnam van zijn schoonvader Paul Foinet, gelegen op de hoek 19, rue Vavin en 2, rue Bréa (6e).

5) van zijn macht wordt beroofd:

Verg. Gregory Schufreider, “Overpowering the Center: Three Compositions by Mondrian”, The Journal of Aesthetics and Art Criticism 44 (1985) 1 (Autumn, 1985) 13-28.

6) (Mondriaan sprak daarom wel van ‘het geele doek’):

PM aan Arthur Müller-Lehning, 26 maart 1932, gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie. Nederlandse bewerking Toke van Helmond (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 31-32, 126 n. 75; 32 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC). In de annotatie wordt ‘het geele doek’ (ten onrechte) geïdentificeerd als ‘Compositie met gele lijnen, 1933’ (CR: B241 Lozenge Composition with Four Yellow Lines, 1933 (v: ’s-Gravenhage, HGM)); verg. echter CR II, 362-363; 363.

7) ‘Zo verwijder […] mooi vind’:

PM aan Alfred Roth, 31 oktober 1932, gepubliceerd in: Serge Lemoine ed., Piet Mondrian / Alfred Roth. Correspondance. Préface de Serge Lemoine, notes d’Arnauld Pierre (Parijs: Gallimard, 1994) 81-82, 126; 81; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC: ‘… je suis occupé des nouvelles recherches en peinture, avec des lignes doubles. Ainsi, j’écarte un peu le noir, ce que j’aime de moins en moins. Et, entre-temps, j’ai toujours renouvelé l’atelier de sorte que, maintenant, il m’est assez supportable.’ Nederlandse vertaling in: Serge Lemoine ed., Briefwisseling Piet Mondriaan / Alfred Roth (1929-1939). Vertaald door Margriet Cuypers. Begeleid door Anja Bastenhof en Martijn Rus ([onuitgegeven] Utrecht: Universiteit van Utrecht. In opdracht van het Mondriaanhuis te Amersfoort en in samenwerking met de Wetenschapswinkel Letteren te Utrecht [12 april] 2000).

8) verkocht hij zijn Composition B:

Het schilderij CR: B231 Composition B, with Double Line and Yellow and Gray, 1932 (v: 1932-1965 collectie Oskar en Annie Müller-Widmann, Bazel; sedert 1965 particuliere collectie) was na de tentoonstelling Art hollandais in Galerie Zak nog geëxposeerd bij Kunsthandel Huinck en Scherjon nv, Amsterdam: Werken door tijdgenooten, 2-30 juli 1932.

9) over het werk had kunnen vormen:

CR II, 153. De aldaar genoemde brief van Mondriaan aan Arthur Müller-Lehning van 11 oktober 1932 is niet opgenomen in Yve-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie. Nederlandse bewerking Toke van Helmond (Amsterdam: Van Gennep, 1984) en is ook anderszins niet bekend.

 

494

1) ‘Ik hoop […] dus helderheid’:

PM aan Oskar en Annie Müller-Widmann, 11 oktober 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘Je suis très heureux d’apprendre par votre lettre que vous êtes contents d’avoir le tableau chez vous. J’espère qu’il vous donnera toujours de la joie; un peu de soleil, donc de clarté.’

2) in 1932-1933 eerst sporadisch:

CR: B231 Composition B, with Double Line and Yellow and Gray, 1932 (v: 1932-1965 collectie Oskar en Annie Müller-Widmann, Bazel; sedert 1965 particuliere collectie); B237 Composition with Double Line and Yellow, 1932 (v: Edinburgh, National Galleries of Scotland); B238 Composition with Double Line and Yellow and Blue, 1933 (v: particuliere collectie).

3) ‘de zwaarte […] werk bestrijden:

PM aan Fernand Berckelaers (Seuphor), 9 december 1932 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC): ‘… le travail avance fort bien et mon œuvre montre un renouveau, dont je suis content. Je fais des tableaux avec double lignes de sorte que j’évite la lourdeur du noir.’ Het woord ‘lourdeur’ heeft hier ook de waarde van ‘lompheid’ en ‘plompheid’. Verg. verder PM aan Arthur Müller-Lening, 22 december 1932 (gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, Arthur Lehning en Mondriaan. Hun vriendschap en correspondentie. Nederlandse bewerking Toke van Helmond (Amsterdam: Van Gennep, 1984) 34-35; x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); PM aan J.J.P. Oud, 22 december 1932 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), waaruit: ‘… ik ben met nieuwe recherches bezig: doeken met dubbele lijnen, waardoor ik een grootere helderheid bereik.’

4) Marlow Moss, […] leren kennen:

Het standaardwerk over Marlow Moss: Lucy Harriet Amy Howarth, Marlow Moss (1889-1958). A thesis submitted to the University of Plymouth in partial fulfilment for the degree of Doctor of Philosophy (3 dln. School of Humanities, University of Plymouth, December 2008).

5) in de galerie van Jeanne Bucher had:

‘La Galerie Jeanne Bucher exposera des peintures de P. Mondrian et des dessins de N. Eekman. Du 20 Février au 1er Mars 1928’, lijst van gasten ‘20 fev. 28’ (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief Herbert Henkels), handtekening ‘Mme Moss – Liberia Hotel 9 rue de la Grande-Chaumière’. Afgebeeld in: Ankie de Jongh-Vermeulen, “Marlow Moss. De constructie van een nieuwe werkelijkheid”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 10 (1994) 4, 40-52; 42 afb. 5.

6) ‘de sprong in de leegte’ wilde wagen:

A.H. Nijhoff, “marlow moss (richmond, surrey, 29 mei 1980 – penzance, cornwall, 23 aug. 1958)”, in: Marlow Moss (Amsterdam: Stedelijk Museum, 1962 = catalogus 301) z.p.

7) ‘All I understand […] criticism’:

A.H. Nijhoff, “marlow moss (richmond, surrey, 29 mei 1980 – penzance, cornwall, 23 aug. 1958)”, in: Marlow Moss (Amsterdam: Stedelijk Museum, 1962 = catalogus 301) z.p. Verg. ook Moss’ uitspraak in een brief: ‘… he [= Leger, lh] taught me everything I know about – Construction’, geciteerd in: Lucy Harriet Amy Howarth, Marlow Moss (1889-1958). A thesis submitted to the University of Plymouth in partial fulfilment for the degree of Doctor of Philosophy (3 dln. School of Humanities, University of Plymouth, December 2008) I, 30.

 

495

1) op het terras van Café de Flore:

Café de Flore, hoek boulevard Saint-Germain en rue St.-Benoit (6e).

2) desondanks aan […] gevolg te geven:

Marja Pruis, “Een schok van herkenning. De vriendschap van A.H. Nijhoff en Marlow Moss”, in: Jaarboek voor vrouwengeschiedenis 18. Parallelle levens (Amsterdam: Stichting beheer IISG, 1998) 13-34; 13.

3) de ‘struise Hollandse’ het ‘dubieuze’:

Verg. Frank Elgar, Mondrian. Translated from the French by Thomas Walton (Londen: Thames and Hudson, 1968) 58: ‘… one of his own pupils, a young English woman, was a colourful figure among the dubious clientele of the Montparnasse cabarets. Flanked by an excessively corpulent Dutch woman, she went about, summer and winter, dressed as a jockey.’

4) niet ver van Mondriaans atelier:

Verg. de woonadressen vermeld in: Lucy Harriet Amy Howarth, Marlow Moss (1889-1958). A thesis submitted to the University of Plymouth in partial fulfilment for the degree of Doctor of Philosophy (3 dln. School of Humanities, University of Plymouth, December 2008) I, 73, 75, 78.

5) Evenwel zit ze […] vanwege de crisis:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, ‘Mardi’ [ca. oktober 1931] (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

6) zoals in de Mondriaan-literatuur wel is geopperd:

Verg. Frank Elgar, Mondrian. Translated from the French by Thomas Walton (Londen: Thames and Hudson, 1968) 58; verg. ook Lucy Harriet Amy Howarth, Marlow Moss (1889-1958). A thesis submitted to the University of Plymouth in partial fulfilment for the degree of Doctor of Philosophy (3 dln. School of Humanities, University of Plymouth, December 2008) I, 15 n. 47.

 

496

1) ‘[…] verplicht zich een nieuwe beelding te creëren’:

Marjorie Moss, [‘puisque c’est le but de cet almanach d’introduire le public dans le domaine de l’art non-figuratif , …’], Abstraction-Création. Art non-figuratif 1 (1932) 26: ‘vérité immuable et universelle’; ‘le peintre a donc été obligé de se créer une nouvelle plastique.’ Verg. de Nederlandse en Engelse vertaling in: Florette Dijkstra, “Ergens tussen kunst en leven: het constructivisme van Marlow Moss” / “Somewhere between art and life: the constructivism of Marlow Moss”, Ruimte. Vrouw en kunst / Women and art 11 (1994) 2, 37-43; 41. Ook in: Florette Dijkstra, Marlow Moss: constructiviste + het reconstructieproject (’s-Hertogenbosch: De Kleine Kapaciteit, 1994) 14.

2) van Mondriaan te kunnen dienen:

Yve-Alain Bois, “De beeldenstormer”, in: Angelica Zander Rudenstine ed., Piet Mondriaan 1872-1944 (Zwolle: Waanders, 1994) 313-380; 379 n. 156.

3) ‘schoonheid van het getal’ niet te zien:

Ankie de Jongh-Vermeulen, “Marlow Moss. De constructie van een nieuwe werkelijkheid”, Jong Holland. Tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850 10 (1994) 4, 40-52; 46 vlgg.

4) te veel aan de natuur herinnerden:

A.H. Nijhoff, “marlow moss (richmond, surrey, 29 mei 1980 – penzance, cornwall, 23 aug. 1958)”, in: Marlow Moss (Amsterdam: Stedelijk Museum, 1962 = catalogus 301) z.p.

5) aan de welles-nietesdiscussie over te houden:

Verg. het overzicht van ‘the infamous double-line controversy’ in: Lucy Harriet Amy Howarth, Marlow Moss (1889-1958). A thesis submitted to the University of Plymouth in partial fulfilment for the degree of Doctor of Philosophy (3 dln. School of Humanities, University of Plymouth, December 2008) I, 30 vlgg., 37, 176 vlgg., 282 vlgg.

6) in museum Tate St Ives in Cornwall:

Marlow Moss, Tate St Ives, 18 mei-29 september 2013. Geen catalogus.

 

497

1) bovengenoemde:

Composition B: CR: B231 Composition B, with Double Line and Yellow and Gray, 1932. Olieverf op doek, 50 × 50 cm (v: 1932-1965 collectie Oskar en Annie Müller-Widmann, Bazel; sedert 1965 particuliere collectie).

2) Moss’ schilderij:

Wit, zwart, rood en grijs: Marlow Moss, White, Black, Red and Grey, 1932. Olieverf op doek, 44,5 × 54 cm (v: ’s-Gravenhage, HGM).

3) beide uit 1932:

Op de gelijkenis tussen beide werken werd reeds gewezen in: Cor Blok, Piet Mondriaan. Een catalogus van zijn werk in Nederlands openbaar bezit (Amsterdam: Meulenhoff, 1974) 66-68.

4) bijvoorbeeld aan de oever van de Seine:

Verg. CR: C18 The Banks of the Seine, c. 1931 (afkomstig uit de nalatenschap van Berend F. Groeneveld; Ede, Simonis & Buunk Kunsthandel); C33 “Studie van een negerin” / ”Sibbetje” [mogelijk een werk van Groeneveld of van Mondriaan en Groeneveld samen] (afkomstig uit de nalatenschap van Berend F. Groeneveld; geveild Sotheby’s, New York, 6 oktober 1989).

5) ([…] mee uit eten te nemen.):

Verg. Anja Reenders, “Een Bedumer in Parijs: Berend Groeneveld, ‘le peintre Hollandais’”, Zo as t was. Tijdschrift over de historie van de gemeente Bedum 7 (2003) 2 (september) 2-11; Harry Wubs, “Kaashandelaar maakt furore in Parijs”, Dagblad van het Noorden, 29 oktober 2003.

6) als die van meester versus discipel:

Lucy Howarth, “The Lonely Radical”, Tate Etc., # 38, Summer 2013.

7) ‘Cijfers zeggen me niet veel’:

A.H. Nijhoff, “marlow moss (richmond, surrey, 29 mei 1980 – penzance, cornwall, 23 aug. 1958)”, in: Marlow Moss (Amsterdam: Stedelijk Museum, 1962 = catalogus 301) z.p.

 

498

1) ‘is er sprake van spel’:

Susanne Deicher, Mondriaan 1872-1944. Composities op het lege vlak. Vertaling: Wil Boesten (Keulen: Taschen/Librero, 2000) 83.

2) ‘[…] het mysterie […] maar vergroot’:

PM aan Jean Gorin, 31 januari 1934 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 130: ‘… je crois que cette question est une de celles qui tombent en dehors de la théorie et qui sont si subtiles enfin ressortissent encore du mystère de “l’art”.’ Nederlandse vertaling in: Florette Dijkstra, Marlow Moss: constructiviste + het reconstructieproject (’s-Hertogenbosch: De Kleine Kapaciteit, 1994) 13.

3) kwaliteiten van het schilderij, de compositie:

PM aan Jean Gorin, 20 januari 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 128-130; ook in: Marianne Le Pommeré, L’Œuvre de Jean Gorin = The works of Jean Gorin = Das Werk von Jean Gorin (Zürich: Waser, 1985) 497-498: ‘Comme je te l’ai déjà écrit, moi je ne tiens pas beaucoup à la personnalité, mais par différents faits et par ce que l’on dit, j’ai appris que pour ce temps-ci, une certaine personnalité même est nécessaire. Tout cela tu le trouve aussi, je le vois par ta lettre. Mais dans celle-ci tu t’occupe seulement de la personnalité plus ou moins “intérieure”, c’est-à-dire tu le trouves dans la qualité des rapports, dans l’expression qui s’en dégage et la technique et que “tout cela est franchement indescriptible”. En ceci tu as pleinement raison, mais tu ne parle pas de la forme du tableau: de la composition elle-même.’

4) ‘[…] zal hij ondercomposities […] nodig hebben’:

PM aan Jean Gorin, 20 januari 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 128-130; ook in: Marianne Le Pommeré, L’Œuvre de Jean Gorin = The works of Jean Gorin = Das Werk von Jean Gorin (Zürich: Waser, 1985) 497-498: ‘La composition N.P. la plus simple (+) tout néo-plasticien doit s’en servir, je crois. Mais pour exprimer ses différentes émotions ou conceptions de voir, il lui faut des sous-compositions (complications).’

 

499

1) de vraag […] hierboven stel:

PM aan Jean Gorin, 20 januari 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 128-130; ook in: Marianne Le Pommeré, L’Œuvre de Jean Gorin = The works of Jean Gorin = Das Werk von Jean Gorin (Zürich: Waser, 1985) 497-498: ‘Je voudrais bien savoir si tu trouves qu’il est possible de créer d’autres que celles que nous avons faites? C’est justement la question que j’ai posée à Mad.ll Moss. J’ai reçu encore et enfin lettre d’elle – plus modérée et que je te montre quand tu sera ici – dans laquelle elle me montre une théorie-à-elle pour défendre l’emploi de la ligne double – Théorie que je n’ai pas compris, mais qui aussi va en dehors de la question. J’ai donc à nouveau lui demandé ce que je te demande ci-dessus.’ Nederlandse vertaling in: Florette Dijkstra, Marlow Moss: constructiviste + het reconstructieproject (’s-Hertogenbosch: De Kleine Kapaciteit, 1994) 12.

2) vooralsnog niet had willen reageren:

PM aan Jean Gorin, 20 januari 1933 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 130: ‘Il paraît que Mell Moss n’est pas si loin que toi ou moins consciente, parce qu’elle ne m’a pas encore répondue.’ Nederlandse vertaling in: Florette Dijkstra, Marlow Moss: constructiviste + het reconstructieproject (’s-Hertogenbosch: De Kleine Kapaciteit, 1994) 13.

3) een plagiator, van Moss afschilderde:

PM aan Ella Hoyack-Cramerus en Louis Hoyack, resp. 8 juni 1935 en 12 november 1936 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC), pm aan Jean Gorin, 18 november 1936 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC); gepubliceerd in: Yve-Alain Bois, “Lettres à Jean Gorin. Vantongerloo, Torrès-Garcia, Mondrian, Hélion, Bill, etc.”, Macula. Revue Trimestrielle 2 (1977) 117-139; 132, waaruit: ‘Miss. Moss continue à sa façon; je suis maintenant comme autrefois avec elle; il paraît qu’elle s’est aperçu elle-même que Vantongerloo l’avait mal renseignée á propos de moi – enfin – tant mieux.’

 

500

1) weelderige rondingen […] te produceren:

William Rothuizen, “‘Ik kon me niet voorstellen dat ik mijn hele leven kwadraten en rechthoeken op het doek zou zetten’. Avant-garde kunstenaar Cesar Domela Nieuwenhuis: ‘Ik was de jongste van de club’”, Vrij Nederland, 26 april 1986.

2) Mondriaan en hij bleven bevriend:

Interview Cis Heijdenrijk-Osendarp met Cesar Domela, 13 oktober 1985 (t: ’s-Gravenhage, RKD, collectie Cis en Leo Heijdenrijk / Mondriaan-documentatie).

3) in het tijdschrift De 8 en Opbouw:

‘Piet Mondriaan bij zijn werk… 1933’ (een foto van de architect Charles J.F. Karsten), De 8 en Opbouw. 14-Daagsch Tijdschrift van de Architectengroep ‘De 8’ Amsterdam en ‘Opbouw’ Rotterdam, nr. 22, 23 oktober 1933.

4) twee schilderijen:

Compositie met dubbele lijnen en geel en Compositie met gele lijnen: B242 Composition with Double Lines and Yellow, 1934 (v: 1934 collectie Emil Friedrich and Clara Friedrich-Jezler, Zürich; vermoedelijk verbrand tijdens een autotransport tijdens de Tweede Wereldoorlog); CR: B241 Lozenge Composition with Four Yellow Lines, 1933 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

5) ‘als een overblijfsel uit een vroegere tijd’:

Susanne Deicher, Mondriaan 1872-1944. Composities op het lege vlak. Vertaling: Wil Boesten (Keulen: Taschen/Librero, 2000) 78.

6) Compositie met gele lijnen uit 1933:

CR: B241 Lozenge Composition with Four Yellow Lines, 1933 (v: ’s-Gravenhage, HGM).

7) een ‘zeer atypische Mondriaan’:

Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 252-263.

8) ontdaan van elk spoor van zwart:

CR: B301 New York City, 1942 (v: Parijs, Musée national d’art moderne, Centre Georges Pompidou); B323 Broadway Boogie Woogie, 1942-1943 (v: New York, MoMA); B324 Victory Boogie Woogie (unfinished), 1942-44/1944 (v: ’s-Gravenhage, HGM). Zelfs het laatste werk bevat nog, al dan niet ongewild, sporen van zwart, zoals van potlood en houtskool.

 

501

1) ‘Het heeft […] en expansie’:

De schilder Jan Andriesse in: DNB Magazine nr. 5, 2011, 36-37. Andriesse maakte een 1 : 1 Replica Piet Mondriaan Compositie met gele lijnen 1933 (2011), acrylverf op linnen, 80 × 80 cm (v: Amsterdam, De Nederlandsche Bank).

2) ‘[…] de klaarlichte dag de nacht overwinnen’:

P. Mondrian, “L’Art Réaliste et l’Art Superréaliste (La Morphoplastique et la Néoplastique)”, in: Paul Citroen ed., Palet. Een boek gewijd aan de hedendaagsche Nederlandsche schilderkunst (Amsterdam: De Spieghel, 1931) 76-82; 80: ‘… comme la lumière artificielle vainc de plus en plus la nuit, l’homme du grand-jour la vaincra.’ Verg. Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 252.

3) ‘Als dat gelukt […] nauw aangaan’:

PM aan Albert van den Briel, 22 maart 1932; gepubliceerd in: Herbert Henkels ed., ’t Is alles een groote eenheid, Bert. Piet Mondriaan, Albert van den Briel en hun vriendschap. Aan de hand van brieven, documenten en fragmenten bezorgd en van een nawoord voorzien door Herbert Henkels (Haarlem: Joh. Enschedé en zonen, 1988) 17-19; 17.

4) ‘gezamenlijk opgebracht’ door het vriendencomité:

Charley Toorop aan Arthur Müller-Lehning, 18 maart 1933, geciteerd in: Toke van Helmond-Lehning, met medewerking van Else de Graaf, Zelfportret van een liefde. Charley Toorop en Arthur Lehning (Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2008) 101.

 

502

1) reeds vier […] zijn collectie had:

CR: A671 Avond (Evening): The Red Tree, 1908-10 (aankoop uit 1933 van Marie Tak van Poortvliet); A649 Night Landscape II, c. 1908; A672 Apple Tree in Blue: Tempera, 1908-09; B19 Bloeiende appelboom (Flowering Appletree), 1912 (schenkingen uit 1934 door Conrad Kickert).

2) Het leek […] plaats kon geven:

Deze situatie bleef ook na de oorlog nog lange tijd bestaan. Cor Blok, Piet Mondriaan. Een catalogus van zijn werk in Nederlands openbaar bezit (Amsterdam: Meulenhoff, 1974) 69, wijdt bijvoorbeeld slechts een enkele regel aan Compositie met gele lijnen.

3) ‘stortte het […] Knuttel aanging:

Hans Janssen, “‘Zingen, lief, is zich versteken in een vindbaarheid, zoo schoon’. G. Knuttel Wzn. en het verzamelbeleid van de afdeling Moderne Kunst”, Jaarboek Haags Gemeentemuseum 1995-1996. Jubileumnummer (’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1997) 65-85; 81.

 

503

1) ‘Hangt ’t niet te laag?’:

PM aan Charley Toorop, 8 juni 1935 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

2) ‘[…] den verstikkingsdood zou sterven’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen Parijschen correspondent’), “Montparnasse. De kunst belaagt door de kosmopolitische kermis. Teken van ondergang: de trek naar het Zuiden. IV. (Slot)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 september 1932. Röells waarneming over ‘seinschijven en signalen’ lijkt meer van toepassing op het werk van Léger dan van diens Hollandse counterpart Mondriaan.

3) de stilstand van de dood:

Verg. [W.F.A. Röell] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Zijn nieuwe levensleer”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 12 maart 1932, waaruit: ‘Zal de menschheid ooit haar lagere natuurlijkheid te boven komen? De meester [= Mondriaan, lh] zoekt de oplossing in de zuivere aanschouwing der wijsgeeren. Nachtenlang zwoegde hij om zijn systeem volkomen kloppend te maken. Maar staat de bevroren levensstroom, beeld der gestolde waarheid, niet gelijk met den stilstand van den dood?’

 

504

‘hij schildert […] hetzelfde schilderij’:

Fritz Billeter, “Ein Überlebender aus grosser Zeit – Serge Brignoni im Gespräch”, in: dez. ed., Serge Brignoni (Zürich: abc-Verlag, 1997) 13-41; 22, geciteerd in: Angela Thomas, Mit Subversivem Glanz. Max Bill und seine Zeit. Band 1: 1908-1939 (Zürich: Scheidegger & Spiess, 2008) 325: ‘… comme ce type doit s’ennuyer, il peint pendant toute sa vie le même tableau.’

 

 

28 Het geluk van het evenwicht

 

505

1) gebombardeerd of zo men wil gedegradeerd:

Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 249: ‘De fotografe Florence Henri (1893-1982) bracht in mei 1930 een bezoek en bleef twee maanden hangen, totdat Mondriaan aan Michel Seuphor vroeg haar te zeggen dat zij beter kon vertrekken: “Zij leidt mij teveel af.”’ Zie ook Wietse Coppes ed., Liefde & Inspiratie. De vrouwen van Piet Mondriaan. Kwartet (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, 2013) ‘03 Aanbidsters’ › ‘Florence Henri’.

2) De in New York geboren Florence Henri:

Over Florence Henri: Delia Gaze ed., Dictionary of Woman Artists (2 dln. Londen, Chicago: Fitzroy Dearborn Publishers, 1997) lemma “Henri, Florence”; Jean-Michel Foray e.a., Florence Henri (Milaan: Electa, 1995. Tentoonstellingscatalogus Villa Aurélienne, Fréjus).

3) vertrouwd met […] de fotografie:

Verg. m-n [Lászlo Moholy-Nagy], “Zu den Fotografien von Florence Henri”, i10. Internationale revue 2 (1929) 1 (20 december 1928) = # 17-18, 117-118.

4) in de avant-gardebioscoop Studio 28:

Studio 28 was en is gelegen in Montmartre op het adres 10, rue Tholozé, Parijs (18e).

5) Er ontwikkelde zich een ‘idylle’:

Verg. http://imago.blog.lemonde.fr/tag/florence-henri/: “L’œil nouveau, Paris années Vingt” (geraadpleegd november 2013), waaruit: ‘Toujours grâce à l’entremise de Michel Seuphor, un autre photographe Florence Henri rencontre Piet Mondrian à la terrasse de la Coupole. Une idylle de quelques semaines en suivra.’

 

506

1) ‘langer dan drie maanden’:

Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 249, spreekt nog van ‘twee maanden’; in: Wietse Coppes ed., Liefde & Inspiratie. De vrouwen van Piet Mondriaan. Kwartet (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, 2013) ‘03 Aanbidsters’ › ‘Florence Henri’, is er sprake van ‘langer dan drie maanden’. Christiane Germain, Paul Haim, Michel Seuphor. Une vie à angle droit. Préface de Bernard Lamarche-Vadel (Parijs: La Différence, 1988) 36, de oorspronkelijke bron van ‘het avontuur’ met Florence Henri, houdt het op ‘au maximum deux mois’.

2) ‘Zeg haar alsjeblieft […] teveel af’:

Christiane Germain, Paul Haim, Michel Seuphor. Une vie à angle droit. Préface de Bernard Lamarche-Vadel (Parijs: La Différence, 1988) 35-36: ‘“Dis-lui de ne plus venir s’il te plaît. Elle me dérange trop.”’; gedeeltelijk overgenomen in: Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 249.

3) terwijl ze naast hem aan tafel zit:

Verg. Herbert Henkels ed., Mondrian. From figuration to abstraction (Tokyo: The Tokyo Shimbun, 1987) 217; CR II, 145 afb. 53; Hans Janssen, Mondriaan in het Gemeentemuseum Den Haag (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum; Zwolle: Waanders, 2008) 248; Brigitte Léal ed., Mondrian (Parijs: Centre Pompidou, 2010) 310 afb. 56.

4) dit Pools-Franse tijdschrift te vieren:

Van het door Wanda Chodasiewicz-Grabowska (vanaf 1952: Nadia Léger) en Jan Brzekowski geredigeerde L’Art contemporain / Sztuka Wspó?czesna. Revue d’art international verschenen in totaal drie nummers. Mondriaan was daarin vertegenwoordigd met een afbeelding van CR: B205 Tableau-Poème, with Text by Michel Seuphor, 1928. Verg. de Italiaanse uitgave/vertaling: L’Art contemporain. Sztuka Wspó?czesna. Revue d’art international. Anna Nassisi ed. (Rome: Aracne editrice, 2012). Een tweede foto van de bijeenkomst: Jean-Michel Foray e.a., Florence Henri (Milaan: Electa, 1995. Tentoonstellingscatalogus Villa Aurélienne, Fréjus) 122.

 

507

1) en heeft hij hun relatie beëindigd:

Christiane Germain, Paul Haim, Michel Seuphor. Une vie à angle droit. Préface de Bernard Lamarche-Vadel (Parijs: La Différence, 1988) 36: ‘En 1933, il me dit un jour. “Regarde, mon vieux, elle m’apporte des fleurs. Ce n’est pas une chose à faire! Elle dit qu’elle veut m’épouser. Elle est si gentille, si touchante. Mais quelle différence d’âge! Je suis presque vieux.” Quelque temps plus tard il lui a dit qu’elle devait épouser quelqu’un de son âge, qu’elle serait malheureuse avec lui, et il a mis fin à leur relation.’

2) (waarvan een kind […] zijn) verdedigen:

Over deze affaire verg. Pierre Schneider, “Beaubourg: trois Mondrian inconnus”, L’Expres Magazine, 31 juli 1978; Jacques Michel, “Trois Mondrian pour Beaubourg”, Le Monde, 2 december 1978; Laurent Greilsamer, “Les faux Mondrian du Centre Georges-Pompidou” (‘Au tribunal de Paris’), Le Monde, 11 mei 1984; Michael Gibson, “For the Love of Mondrian”, Art News, oktober 1985, 121-122; Martijn Koolhoven, “Frans museum schenkt ‘nep’-Mondriaans”, De Telegraaf, 23 juli 1987; N.N., “‘De drie Mondriaans zijn zeker niet vals’. Vlaams-Franse Mondriaankenner (89) heeft er nooit aan getwijfeld”, Limburgs Dagblad, 29 augustus 1989; Karel Glastra van Loon, Paul Keysers, “Het mysterie van de Mondriaans. Wie bedroog wie in de kunstwereld?”, Nieuwe Revu, 26 oktober 1989.

3) Cercle et Carré (april 1930) waren tien vrouwen:

Cercle et Carré, Parijs, Galerie 23, 18 april-1 mei 1930. Op de expositie hingen twee doeken van Mondriaan, CR: B218 Composition No. i: Lozenge with Four Lines, 1930 (v: New York, The Solomon R. Guggenheim Museum); B219 Composition No. II / Composition I // Composition en rouge, bleu et jaune, 1930 (v: Fukuoka, The Fukuoka City Bank Ltd.) en de gouache B205 Tableau-Poème, with Text by Michel Seuphor, 1928 (v: 1928 M. Seuphor; 30 november 1992 geveild bij Christie’s Londen).

4) de messianistische ambities van het project:

Verg. Maria Lúcia Bastos Kern, “A revista Cercle et Carré e a crise dos projetos messiânicos”, in: Congresso nacional de pesquisadores em artes plásticas, 1996 (São Paulo: anpap Anais, 1996) 38-50.

5) met een enkele foto vertegenwoordigd:

Florence Henri, “Photo”, Cercle et Carré, nr. 2, 15 april 1930, z.p. [6].

6) lichtjaren tussen haar en Mondriaan:

Mondriaan was alleen aanwezig op de opening. Verg. Michel Seuphor ed., Cercle et carré (Parijs: Belfond, 1971 = Collection ‘Art-action-architecture’) afb. 3; Herbert Henkels ed., met medewerking van Rik Sauwen, Germain Viatte, Michel Seuphor, Seuphor (Antwerpen: Mercator Fonds; ’s-Gravenhage: Haags Gemeentemuseum, 1976) 92; CR II, 145 afb. 52.

 

508

1) van wat genoemd wordt de Modern Woman:

De ‘Modern Woman’ wordt daarbij wel gezien als de opvolgster van de ‘New Woman’ (‘Neue Frau’) van het fin de siècle. Verg. Mary Louise Roberts, Civilization without Sexes. Reconstructing Gender in Postwar France, 19171927 (Chicago: University of Chicago Press, 1994); Mary Louise Roberts, Disruptive Acts. The New Woman in Fin-de-Siècle France (Chicago: University of Chicago Press, 2002); Whitney Chadwick, Tirza True Latimer eds., The Modern Woman Revisited. Paris Between the Wars (New Brunswick: Rutgers University Press, 2003); Paula J. Birnbaum, Women Artists in Interwar France. Framing Femininities (Surrey: Ashgate, 2011).

2) sociaal-politiek bewustzijn en seksuele identiteit:

Voor het traditionele man-vrouwbeeld, zoals het expliciet naar voren komt in een bespreking van werk van Florence Henri, verg. W. van Beek, “De vrouw en de fotografie”, Bedrijfsfotografie 18 (1936) 7 (3 april 1936) 129-134, waaruit: ‘Maar evenmin als we een vrouwelijke Shakespeare, een vrouwelijke Rodin of een vrouwelijke Rembrandt kennen, evenmin ontmoeten we in de fotografie een vrouwelijke Hill, Nadar of Man Ray. Dat ligt niet aan de vermogens van de vrouw, zooals men vroeger beweerd heeft. De vrouw komt even vèr als de man, wanneer het gaat om de dingen, die bereikt worden met vlijt, toewijding en intelligentie. Maar het komt door de andere instelling, die de vrouw heeft. Zij ervaart de dingen meer intuïtief, heeft niet – zooals de man – het onafgebroken bezeten zijn van die eene idee, waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt, huisgezin, maatschappelijk succes, vrienden, een idee, die tot steeds grootere spanningen leidt, die zich bij de groote kunstenaars dan ten slotte ontladen in een geweldig meesterstuk, waarin tijd en eeuwigheid elkaar raken. … Ja, de vrouw kent toch eigenlijk die eene idee wel, maar… anders en daarom wordt ze innerlijk voortdurend in haar kunstenaarschap teruggehouden: door het verlangen naar het kind, dat beter, grootscher, edeler, kortom volmaakter dan welk ander kind zal moeten worden. …’

3) als een biografisch feit gerekend:

Verg. Shannon Wearing, “Henri, Florence (1893-1982)”, GLBTQ. The World’s Largest Encyclopedia of Gay, Lesbian, Bisexual, Transgender, and Queer Culture (www.glbtq.com/arts/henri_f.html).

4) ‘[…] Het is erg moeilijk’:

Christiane Germain, Paul Haim, Michel Seuphor. Une vie à angle droit. Préface de Bernard Lamarche-Vadel (Parijs: La Différence, 1988) 36: ‘Sa priorité était l’œuvre et c’est à elle qu’il était marié. En justes noces, définitives et radicales. C’était le tableau à peindre, pas le tableau achevé, celui d’hier. Le tableau d’aujourd’hui, c’était là son mariage. Rien d’autre ne comptait que l’œuvre à faire. Il disait: “Tu ne peux pas savoir comme c’est difficile. C’est très difficile.”’

 

509

1) Door strijd leven – wisseling noodzakelijk:

Robert P. Welsh, J.M. Joosten eds., Two Mondrian Sketchbooks 1912-1914. With a Preface by Harry Holtzman (Amsterdam: Meulenhoff International, 1969) 19 (17).

2) dat zij geen man noodig heeft:

Robert P. Welsh, J.M. Joosten eds., Two Mondrian Sketchbooks 1912-1914. With a Preface by Harry Holtzman (Amsterdam: Meulenhoff International, 1969) 39 (53).

3) dingen die vreemd lijken voor mij:

PM aan Aletta de Iongh, ongedateerd [april 1912] (o: Otterlo, KMM).

 

510

1) “Het futuristisch manifest” van 1909:

F.-T. Marinetti, “Le Futurisme”, Le Figaro, 20 februari 1909; verg. Marinetti, “Het futuristisch manifest”, vertaald door L. Vedder en H. Vlot, in: F. Drijkoningen, J. Fontijn eds., Historische avant-garde. Programmatische teksten van het Italiaans futurisme, het Russisch futurisme, Dada, het constructivisme, het surrealisme, het Tsjechisch poëtisme (Amsterdam: Huis aan de drie grachten, 1982); F.T. Marinetti, “The Futurist Manifesto”, als ‘Appendix’ in: James Joll, Three Intellectuals in Politics. Blum, Rathenau, Marinetti (New York: Pantheon, 1960) 179-184. Verg. ook F.T. Marinetti, “Contempt for woman. From Le Futurisme (1911)”, in: Lawrence Rainey, Christine Poggi, Laura Wittman eds., Futurism. An Anthology (New Haven, Londen: Yale University Press, 2009) 86-89; F.T. Marinetti, “Gründung und Manifest des Futurismus”, in: Wolfgang Asholt, Walter Fähnders eds., Manifeste und Proklamationen der europäischen Avantgarde (1909-1938) (Stuttgart, Weimar: J.B. Metzler, 2005) 3-7; 5: ‘Verachtung des Weibes’.

2) een misogyn statement:

Over het misogyne vrouwbeeld van de futuristen verg. Silvia Contarini, “À l’origine du futurisme: le rêve de la création d’un enfant mécanique sans le concours de la femme”, in: Véronique Léonard-Roques, Jean-Christophe Valtat eds., Les mythes des avant-gardes (Clermont-Ferrand: Presses Universitaires Blaise Pascal, 2003 = Collection Littératures) 286-297; Silvia Contarini, La femme futuriste. Mythes, modèles et représentations de la femme dans la théorie et la littérature futuristes (1909-1919) (Parijs: Presses Universitaires de Paris X, 2006 = Cahiers d’Italies).

3) ‘[…] het tragische in de kunst’:

[H. van Loon] (‘Van onzen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 maart 1922; verg. ook: Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst. IX”, ‘Van het natuurlijke tot het abstracte, d.i. van het onbepaalde tot het bepaalde (III)’, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 10 (augustus 1918) 121-124; 124 n. 7.

4) van de […] worden verwekt:

Verg. Silvia Contarini, “Procreazioni futuriste”, in: Claude Cazalé Bérard ed., Ecritures. Scritture di maternità, paternità, infanzia (Parijs: Presse Universitaires de Paris 10, 2006 = Italies, nr. 2) 15-28.

5) hun garage […] start opent:

F.T. Marinetti, “Multiplied Man and the Reign of the Machine. From Le Futurisme (1911)”, in: Lawrence Rainey, Christine Poggi, Laura Wittman eds., Futurism. An Anthology (New Haven, Londen: Yale University Press, 2009) 89-92; 91: ‘In order to prepare for the formation of the inhuman and mechanical type of multiplied man, it is necessary to drastically reduce the need for affection, a need which is not yet destructible and which man carries in his veins. We need to reduce our need for affection to that low level already achieved by certain forty-year-old bachelors who assuage their foolish hearts’ thirst with the energetic gambols of a frisky poodle. Future man will reduce his heart to its purely distributive function. The heart has to become, in some way, a sort of stomach for the brain, which will methodically empty and fill so that the mind can go into action. Already today you can meet men who go through life almost without love, in an atmosphere that is the color of steel. We must ensure that such exemplary men increase in number. These energetic beings have no sweet lover to visit at night; but in the morning they make sure that their garage or factory gets off to a perfect start, opening it with amatory scrupulousness.’

 

511

1) ‘elk druppeltje […] een meesterwerk’:

John Golding in de video: Matthew Collings, Mondrian: Mr Boogie-Woogie Man (bbc Arts film production, 1995): ‘every drop of semen spent is a masterpiece lost’.

2) ‘een eenheid […] hij het noemde:

Piet Mondriaan, “De Nieuwe Beelding in de schilderkunst”, ‘XI. Natuur en geest als vrouwelijk en mannelijk element (slot)’, De Stijl. Maandblad voor de beeldende vakken 1 (1917-1918) 12 (oktober 1918) 140-147; 146 n. 4. Verg. hierover ook Els Hoek, “Mondriaan”, in: Carel Blotkamp e.a., De beginjaren van De Stijl 1917-1922 (Utrecht: Reflex, 1982) 47-82; 55-57.

3) in een brief aan Saalborn had geschreven:

PM aan Arnold Saalborn, 31 januari 1910 (x: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).

4) ‘dat zijn dingen die je niet forceeren kunt’:

PM aan S.B. Slijper, 29 augustus 1924 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

5) van een kunstmatig wensbeeld:

De aartsvader van de theorievorming over de vrijgezellenmachine, Michel Carrouges, heeft erop gewezen dat de ‘machines célibataires’ vooralsnog sterk in het rijk van de mythomanie thuishoort. Ze bestaan hoofdzakelijk in de voorstelling, het zijn mentale machines. Verg. Michel Carrouges, Les machines célibataires. Nouvelle édition entièrement révue et augmentée, 27 illustrations. Quatre lettres de Marcel Duchamp (Paris: Chène, 1976) 12 vlgg.; dez., “Mode d’emploi / Gebrauchsanweisung”, in: Jean Clair, Harald Szeeman eds., Junggesellenmaschinen / Les machines célibataires (Venetië: Alfieri, 1975) 21-49; 44.

 

512

1) ‘[…] mijn intérieur te verbannen’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen bijzonderen correspondent’), “Bij Piet Mondriaan. Het kristalklare atelier. – Apologie van den Charleston”, De Telegraaf, 12 september 1926.

2) de libidineuze aanwezigheid van het vrouwelijke:

David Shapiro, “Mondrian’s Secret”, in: Bill Beckley, David Shapiro eds., Uncontrollable Beauty. Toward a New Aesthetics (New York: Allworth Press, 1998) 307-323; 316.

3) in 26, rue du Départ:

Over het bezoek verg., in telegramstijl, PM aan S.B. Slijper, 26 oktober 1922 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

4) ‘au fond slechts in het dierlijke’:

P. Mondrian, “De ‘Bruiteurs Futuristes Italiens’ en ‘het’ nieuwe in de muziek” [‘Paris-juillet 21’], De Stijl. Maandblad voor nieuwe kunst, wetenschap en kultuur 4 (1921) 8 (augustus) 114-118, 9 (september) 130-136; 131.

5) van oppervlakkigheid te worden beticht:

PM aan Theo van Doesburg en Nelly van Moorsel, 10 december 1921 (o: ’s-Gravenhage, RKD).

 

513

1) ‘mais… on […] l’amour ici’:

M. van Domselaer-Middelkoop, “Herinneringen aan Piet Mondriaan”, Maatstaf. Maandblad voor letteren 7 (1959-1960) 5 (augustus 1959) 269-293; 289-290.

2) van de desbetreffende auteur moet laten:

Wietse Coppes ed., Liefde & Inspiratie. De vrouwen van Piet Mondriaan. Kwartet (’s-Gravenhage: Gemeentemuseum Den Haag, 2013) ‘13 Danseuses’ › ‘de Russin’. In de zeer uitvoerige correspondentie van Elsa Triolet met haar zuster Lili Brik, de geliefde van de dichter Vladmir Majakovski, valt de naam van Mondriaan geen enkele keer. Verg. Lili Brik-Elsa Triolet, Correspondance 1921-1970. Traduite du Russe sous la direction de Léon Robel. Préface et notes de Léon Robel (Parijs: Gallimard, 2000). Sedert het midden van de jaren twintig verkeerde Triolet te Montparnasse in de kringen van de surrealisten en ook al was de afstand tot Mondriaan geografisch zeer gering, ideologisch en psychologisch was hij des te groter.

 

514

1) ‘[…] ga ik wel in mijn bed liggen’:

Hier geciteerd uit Frances Spaldings interessante, ofschoon idealiserende opstel: “Matisse’s Armchair and Mondrian’s Grocer”, in: Sally Bayley, Willam May eds., From Self to Shelf. The Artist under Construction (Newcastle: Cambridge Scholars Publishing, 2007) 98-108; 104: ‘If it is too comfortable, people will stay too long! When I want to rest, I lie down in my bed.’

2) ‘zitten is een werkwoord’:

Het legendarische van Rietvelds parool ‘zitten is een werkwoord, als je moe bent ga je maar liggen’ is mede gelegen in het feit dat hij het nooit schijnt te hebben gezegd (mededeling van Ida van Zijl via Alied Ottevanger). Mogelijk is het (via Harry Holtzman) aan Mondriaan toegeschreven citaat een contaminatie van de bijna identieke kreet, toegedicht aan Rietveld.

3) ‘[…] zonder twijfel […] zou sterven’:

[W.F.A. Röell] (‘Van onzen Parijschen correspondent’), “Montparnasse. De kunst belaagt door de kosmopolitische kermis. Teken van ondergang: de trek naar het Zuiden. IV. (Slot)”, Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, 16 september 1932.

4) de eenzaamheid die hijzelf zocht:

Peter Gay, “Mondrian: The Claims of Privacy”, in: Peter Gay, Art and Act. On Causes in History – Manet, Gropius, Mondrian. The Critique Lectures Delivered at The Cooper Union (New York, Evanston, enz.: Harper & Row, 1976) 175-236; 221: ‘He went dancing as often as he could and repeatedly took lessons. Often he chose as his partners the wife or mistress of one of his friends which was one means of securing safety. Another means, even more instructive, was his posture, stiff, graceless, distant; in short a man desexualized.’ Verg. ook Francis V. O’Connor, “The Psychodynamics of the Frontal Self-portrait”, Mary Mathews Gedo ed., Psychoanalytical Perspectives on Art (Hillsdale: Analytic Press, 1985) 169-221; 197; verg. ook Pieter van den Berg, “Piet Mondrian. Splitting of Reality and Emotion”, in: Joost Baneke, Han Groen-Prakken, Willem Ietswaart, Nikolaas Treurniet eds., Dutch Art and Character. Psychoanalytic Perspectives on Bosch, Bruegel, Rembrandt, Van Gogh, Mondrian, Willink, Queen Wilhelmina (Amsterdam, Lisse: Swets & Zeitlinger, 1993) 110-131; 115: ‘Although he wanted to be alone, he suffered from his loneliness.’

5) dat is […] schilderijen meedelen:

Peter Gay, “Mondrian: The Claims of Privacy”, in: Peter Gay, Art and Act. On Causes in History – Manet, Gropius, Mondrian. The Critique Lectures Delivered at The Cooper Union (New York, Evanston, enz.: Harper & Row, 1976) 175-236; 225: ‘He found sensuality so frightening that it was his dread [vrees] of desire, rather than the desires themselves, that ultimately shaped his abstract designs. No sentiment, no curves, no touching – that is how he lived and that is what his paintings proclaim.’ Peter Gay is deze visie op Mondriaan altijd trouw gebleven, al is hij welwillender komen te staan tegenover de laatste doeken van Mondriaan uit New York, die voor hem ‘als een verrassing: vrolijk en beweeglijk’ komen. Door de invloed van New York, met name Manhattan, zou Mondriaan ‘een zekere lichamelijke levenslust’ hebben opgedaan: ‘Als hij wat langer had geleefd en in New York was blijven wonen, had hij misschien iets terug kunnen winnen van de erotische kracht die hij zo vakkundig en angstvallig had ontkend met die eenvoudige rasters – de symptomen van zijn meedogenloze verzet tegen de spannende gebogen lijnen en het kleurenspel die voor het seksuele leven zo goed als onmisbaar zijn.’ Uit: Peter Gay, Het modernisme. De schok der vernieuwing. Vertaald door Rob van Essen (Amsterdam: Ambo, 2007) 135-141; 140. Enkele jaren voordat Gay met deze harde uitspraak kwam, was de Amerikaanse psychoanalytica Phyllis Greenacre, eertijds president van de American Psychoanalytic Association, reeds tot soortgelijke waarnemingen en gevolgtrekkingen in verband met Mondriaan en zijn kunst gekomen. Terwijl hij in zijn abstracte schilderkunst alles wilde wegzuiveren waar hij gevoelsmatig niet mee overweg kon (emotionaliteit, agressiviteit, seksualiteit), bouwde hij zich met zijn neoplasticistische vormentaal zijn nieuwe gevangenis. Zie Phyllis Greenacre, “The primal scene and the sense of reality”, Psychoanalytic Quarterly 42 (1973) 10-41; 34-39.

 

515

1) in de lichtste […] tot uitdrukking:

G.J.P.J. Bolland, Zuivere rede en hare werkelijkheid. Een boek voor vrienden der wijsheid (Leiden: A.H. Adriani, 21909) 922. De zwaarte verschijnt volgens Bolland in de lichtheid niet rechtstreeks, maar ‘verkeerd en omgekeerd’.

2) deze nieuwe renaissance […] ‘uitgesteld’:

Stephen Toulmin, Kosmopolis. Verborgen agenda van de Moderne Tijd. Vertaald door Maarten van der Marel (Kampen: Agora; Kapellen: Pelckmans, 72001) 209 vlgg.; Stephen Toulmin, Cosmopolis. The Hidden Agenda of Modernity (Chicago, Londen: The University of Chicago Press, 1992) 153: ‘From 1910 to 1950, then, a return to the values of the Renaissance (a “re-Renaissance” so, to say) was deferred.’

3) ‘het resultaat van ongeleefd leven’:

Erich Fromm, Escape From Freedom (New York: Holt, Rinehart and Winston, 1941) 184: ‘Destructiveness is the outcome of unlived life.’; Erich Fromm, Die Furcht vor der Freiheit. Aus dem Englischen von Liselotte und Ernst Mickel (München: Deutscher Taschenbuch Verlag, 2000) 181: ‘Destruktivität ist das Ergebnis ungelebten Lebens.’

4) van het ‘drama van de vrijheid’:

Verg. Rüdiger Safranski, “Ondanks de slang”, Trouw, 6 september 1997; voorpublicatie uit: Rüdiger Safranski, Het kwaad, of Het drama van de vrijheid. Vertaling door Mark Wildschut (Amsterdam: Atlas, 1998).

5) de trekken […] nieuwe gevangenis:

Hier heeft de kunstenaar het een en ander gemeen met een andere grote vrijgezel van de cultuur van zijn tijd, Franz Kafka. Verg. Fred Weinstein, Gerald M. Platt, The Wish to Be Free. Society, Psyche, and Value Change (Berkeley, Los Angeles, Londen: University of California Press, 1973 [1969]) 11, 156, 171 vlgg.

 

516

1) en zijn leven […] vervuld geweest:

A. Roland Holst, “[Toespraak bij de opening van de tentoonstelling ‘Space Motifs’ van Jacob Boots]”, opgenomen als bijlage IV in: Jan van der Vegt, A. Roland Holst. Biografie (Baarn: De Prom, 2001) 644-646; 645.

2) ‘een artiest is een raar beest!’:

PM aan J.J.P. Oud, 10 december 1921 (o: Parijs, Fondation Custodia; tt: ’s-Gravenhage, RKD, archief WMC).