Van Gogh en zijn boeken

Een literaire schilder, een schilderende literator

Willem-Jan Verlinden

Vincent van Gogh las enorm veel en heel divers: in zijn brieven noemt hij zeker honderdvijftig auteurs en rond de tweehonderd titels. Vanaf zijn vroege jeugd was hij een lezer en een schrijver, pas later tekenaar en, nog later, schilder. Wat hij vanaf de vroegste brieven doet is verbanden leggen tussen de Bijbel, die hij van jongs af aan kent, de romans, de poëzie en de non-fictie die hij leest, de dagelijkse realiteit om hem heen en de schilderijen die hij ziet in tijdschriften en musea. Hij is altijd op zoek naar betekenis: wat bedoelt de schrijver of schilder en wat kan hij daar zelf mee in zijn werk en zijn leven? Zijn lezen is onder te verdelen in grofweg vijf perioden: zijn jonge jaren, zijn Engelse jaren, de jaren van zijn religieuze roeping in Dordrecht, Amsterdam en de Borinage, gevolgd door de Haagse en Drentse periode en de thuiskomst bij zijn ouders in Nuenen, en tot slot zijn Franse jaren.
Van Gogh en zijn boeken biedt een fascinerende, onverwachte blik op het leven en werk van Vincent van Gogh – voor iedereen die van zijn schilderijen houdt, en van zijn brieven. En voor iedereen die graag leest.