’s Avonds laat

Annie M.G. Schmidt

Wanneer het buiten donker wordt, dan komt de witte maan.
Dan worden in de huizen de gordijntjes dichtgedaan.[…]
Dan slaapt het witte koetje en dan slaapt het zwarte hondje.
En al de kleine kindjes met hun vinger in hun mondje
en al de kippetjes zijn zo moe, zo moe van ’t buiten spelen…
Dan komt dat gekke mannetje, dat de dromen uit moet delen.