Gouden vis

Jean-Marie Gustave Le Clezio

Als Laila zes jaar is, wordt ze uit haar dorp in Marokko ontvoerd en als hulp in de huishouding verkocht. Na de dood van haar bazin belandt ze in een Marokkaans bordeel en slaagt erin via een illegale bootreis in Parijs te komen, waar ze in een ondergrondse garage gaat samenwonen met een Kameroener. Ze maakt kennis met mensen die haar aan zich willen binden of van haar willen profiteren. Via allerlei omzwervingen en een kortstondig succes als zangeres in Nice gaat zij ten slotte op zoek naar haar geboortegrond, waar ze innerlijke rust en levenskracht weet te vinden.