De Albanese minnaar

Susana Fortes

Zanum, een hooggeplaatst lid van de Albanese communistische partij, wordt dood gevonden.
Waarschijnlijk gaat het om zelfmoord, hoewel sommige getuigen zeggen dat ze twee schoten hebben gehoord. De norse, verbitterde Zanum laat twee zoons achter: Ismail, die dichter is, en de militair Viktor.

De dood van zijn vader maakt bij Ismail herinneringen los aan de tijd dat zijn moeder nog leefde en dat hij en zijn broer onafscheidelijk waren. Maar ook aan het langdurige ziekbed van zijn moeder, de verwijdering tussen Viktor en Ismail, hun liefde voor dezelfde vrouw en de rol die zijn vader speelde in de politieke zuiveringsacties. De herinneringen vermengen zich met de realiteit. Het is het begin van een prachtig liefdesverhaal, vol passie, pijn en sensualiteit.