Het innerlijk getto

Santiago Amigorena

Buenos Aires, 1940. Een groep vrienden, Joodse ballingen, ontmoet elkaar dagelijks in Café Tortoni. Wat hen tussen alle prietpraat door vooral bezighoudt: wat er gebeurt in het Europa dat ze nog maar net ontvlucht zijn. En wie heeft de meest Joodse aller moeders? Een van die vrienden – Vicente Rosenberg, getrouwd met Rosita en vader van drie kinderen – heeft zijn moeder in Polen achtergelaten. Zij schrijft hem mooie brieven. Maar zij die bleven keerden nooit terug. Vicente’s moeder werd door de nazi’s gedeporteerd en kwam om in concentratiekamp Treblinka. Zij was de overgrootmoeder van Santiago Amigorena.