Kees ’t Hart

Kees ’t Hart (Den Haag, 1944) debuteerde in 1988 als prozaschrijver met de bundel Vitrines. In de jaren daarna verschenen met name romans, maar ook twee dichtbundels: Kinderen die leren lezen (bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs) en Ik weet nu alles weer. Verder publiceerde ’t Hart een reportage over FC Heerenveen (Het mooiste leven…) en talloze essays en kritieken. Zijn roman De revue werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en werd bekroond met de Multatuliprijs; de roman Ter navolging op de shortlist van de AKO Literatuurprijs. Teatro Olimpico haalde de shortlist van de Libris Literatuur Prijs, en zijn zeer succesvolle roman Wederzijds stond op de longlist van diezelfde prijs. Kees ’t Hart schrijft recensies voor De Groene Amsterdammer.

‘Geestig, mysterieus en betekenisvol: dit is hoe literatuur moet zijn.’ Elsevier

romans en verhalen:
Vitrines (1988)
Land van genade (1989)
De neus van Pinokkio (1990)
Zwembad (1992)
Blauw Curaçao (1996)
De revue (1999)
Ter navolging (2004)
De krokodil van Manhattan (2006)
De keizer en de astroloog (2008)
Engelvisje en andere verhalen (2010)
Hotel Vertigo (2012)
Teatro Olimpico (2014)
Wederzijds (2017)
De ziekte van Weimar (2019)

poëzie:
Kinderen die leren lezen (1998)
Ik weet nu alles weer (2008)

essays en overige teksten:
De ziekte van de bewondering (2002)
Het mooiste leven… (reportage, 2006)
Onmisbaar Chinees (woordenboek, met Jan ’t Hart)

Foto: Koos Breukel