Fictie moet de sport redden

Bert Wagendorp

Sport is fictie. Wielrennen is, zoals wielerschrijver Herman Chevrolet ooit constateerde, een literair genre. Het is een tamelijk nutteloze activiteit, die pas betekenis krijgt wanneer de toeschouwer bereid is naar diepere lagen te zoeken, de beweegredenen van de hoofdrolspelers te doorgronden.
Kees Fens was gek op wielrennen (al circuleren er over zijn liefde voor voetbal ook verontrustende verhalen) en hij ‘las’ wielerkoersen als waren het boeken. Hij zag het koersverloop als een verhaal. Hij wenste tijdens het kijken dan ook niet te worden gestoord, zoals een lezer niet uit een verhaal wil worden getrokken door rumoer in zijn omgeving.
Maar de benadering van sport is in de loop der jaren eendimensionaler geworden. Werkelijkheid en verbeelding zijn steeds meer samen gaan vallen, en dat is een verlies want het draait de verbeelding de nek om. Het is alsof de kale wedstrijd een waarde op zich vertegenwoordigt en we geen fictionalisering meer nodig hebben. Kees Fens zou in een sportcolumn wel raad hebben geweten met deze ontwikkeling.