Een weense romance

David Vogel

In 2010 werd er in een schrijversarchief in Tel Aviv een opmerkelijke vondst gedaan: in de literaire nalatenschap van David Vogel bevond zich een stapeltje zeer dichtbeschreven vellen papier, dat bij nader onderzoek een volwaardige roman bleek te bevatten. Die toont eens te meer Vogels onmiskenbare meesterschap.
Op zoek naar avontuur reist de achttienjarige Michael Rost naar de bruisende hoofdstad van Oostenrijk-Hongarije, bevolkt door revolutionairen, hedonistische gelukszoekers, prostituees en decadente adel, soms puissant rijk maar vaker aan lager wal geraakt en zich vastklampend aan vergane glorie. Een louche zakenman neemt Rost onder zijn hoede, waardoor hij een kamer kan huren bij een welgestelde familie. De sensuele vrouw des huizes verleidt hem wanneer haar echtgenoot op zakenreis is. Ook haar zestienjarige dochter valt voor de charmes van de huurder. Er ontstaat een driehoeksverhouding, met fatale gevolgen.

‘David Vogel is voldoende aan Alfred Döblin, Arthur Schnitzler en Franz Kafka verwant om herkenbaar te zijn, en tegelijk oorspronkelijk genoeg om op zichzelf te staan.’ Michaël Zeeman