Ovidius

Ovidius wordt 43 v.Chr. (20 maart) geboren te Sulmona, waar zijn vader land bezit.
Op dertienjarige leeftijd wordt hij voor zijn verdere ontwikkeling naar Rome gestuurd, samen met zijn één jaar oudere broer. Hij raakt betrokken bij een groep (elegische) dichters, onder wie Tibullus, Propertius en Sulpicia, allen beschermelingen van Marcus Valerius Messalla.
Ca. 27 v.Chr. is hij klaar voor de ‘toga virilis’, dat wil zeggen voor een ambtelijke loopbaan en senatorencarrière. In die tijd trouwt hij – jong als hij is – met een vrouw die hij later ‘nec digna nec utilis’ (niet eerbaar, niet hanteerbaar) zal noemen. Een paar jaar later wordt zijn reputatie gevestigd met de eerste voorlezingen uit eigen werk. Zijn eerste huwelijk eindigt.
Met zijn broer Macer maakt Ovidius een reis naar Klein-Azië, Griekenland en Sicilië. Ca. 23 v.Chr. sterft zijn broer. Na deze reis wordt Ovidius waarschijnlijk medewerker van een advocaat, waarna hij functies bekleedt van juridische en controlerende aard.
Dan wordt Amores gepubliceerd, elegische poëzie gewijd aan een fictieve liefde: Corinna. Ovidius kiest voor het dichterschap en een niet-ambtelijke loopbaan. Hij trouwt voor de tweede keer, en krijgt een dochter.
In de daaropvolgende jaren wordt meer werk van zijn hand gepubliceerd: onder meer Heroïdes, Medea en een didactisch tractaat in dichtvorm over gelaatsverzorging: De medicamine faciei (onvoltooid). Tevens verschijnt Ars amandi, een leerdicht over de liefde.
Ovidius’ vader sterft. Waarschijnlijk treedt hij voor de derde keer in het (ditmaal gelukkige) huwelijk, en wordt hij grootvader door de dochter uit zijn vorige huwelijk.
In het jaar 8 n.Chr. wordt hij voor levenslang verbannen naar Tomi aan de Zwarte Zee. Zijn epos Metamorphosen is praktisch voltooid, en zal door vrienden in Rome worden uitgegeven. Een leerdicht over de Romeinse kalender, Fasti, blijft met zes boeken onvoltooid. Er volgt een lange reis naar Tomi. Vanaf 10 n.Chr. houdt Ovidius zich in leven, zoals hij zelf zegt, door poëzie te schrijven: vier boeken Tristia en vijf boeken Epistulae ex Ponto (brieven van de Zwarte Zee). Keizer Augustus overlijdt 14 n.Chr., maar diens opvolger Tiberius verleent de balling geen gratie. Ovidius sterft 17 n.Chr.