Kees ’t Hart

Kees ’t Hart (Den Haag, 1944) debuteerde in 1988 als prozaschrijver met de bundel Vitrines. In de jaren daarna verschenen met name romans, maar ook twee dichtbundels: Kinderen die leren lezen (1998, bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs) en Ik weet nu alles weer (2008). Verder publiceerde ’t Hart een reportage over FC Heerenveen (Het mooiste leven…) en talloze essays en kritieken. Zijn roman De revue (1998) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en werd bekroond met de Multatuliprijs; de roman Ter navolging (2004) op de shortlist van de AKO Literatuurprijs. In de VS verscheen zijn ‘The Road to Camden’, een lang gedicht over Walt Whitman. Kees ’t Hart schrijft recensies voor De Groene Amsterdammer.

‘Geestig, mysterieus en betekenisvol: dit is hoe literatuur moet zijn.’ Elsevier

romans en verhalen:
Vitrines (1988)
Land van genade (1989)
De neus van Pinokkio (1990)
Zwembad (1992)
Blauw Curaçao (1996)
De revue (1999)
Ter navolging (2004)
De krokodil van Manhattan (2006)
De keizer en de astroloog (2008)
Engelvisje en andere verhalen (2010)
Hotel Vertigo (2012)
Teatro Olimpico (2014)
Wederzijds (2017)

poëzie:
Kinderen die leren lezen (1998)
Ik weet nu alles weer (2008)

essays en overige teksten:
De ziekte van de bewondering (2002)
Het mooiste leven… (reportage, 2006)
Onmisbaar Chinees (woordenboek, met Jan ’t Hart)