De uitvreter,Titaantjes, Dichtertje

Nescio

In 1918 debuteerde Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh) in boekvorm met de drie verhalen De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje. Tijdens zijn leven werden deze verhalen slechts enkele malen herdrukt, de laatste keer samen met het in 1946 verschenen Mene Tekel, maar inmiddels behoren deze vertellingen met de zo eigen relativerende en melancholieke kijk op idealen, hoge verwachtingen en wereldbestormers tot het mooiste
uit de schatkamer van de Nederlandse literatuur. Een levensgeschiedenis in drie verhalen, puntig en met veel humor opgetekend door het fenomeen Nescio.

Jongens waren we, maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.

Quotes:
'Verhalen van honderd jaar oud, maar nog steeds vitaal en geliefd: het is slechts weinig Nederlandse schrijvers gegeven. Een lichte schrijfstijl, vers tot op de dag van vandaag en doorspekt met subtiele, terloopse humor, lichte ironie en mededogen - en overal melancholie. ' - de Volkskrant

'Het is de fijnbesnaarde spot die als luchtig literair tegengif kan dienen in een dom en opgefokt maatschappelijk debat. Dat kunnen we wel gebruiken.' - De Groene Amsterdammer