De stad aan de rand van de hemel

Elif Shafak

De Indiase Jahan is op jonge leeftijd aanwezig bij de geboorte van het witte olifantje Chota, waardoor tussen hen een bijzondere band ontstaat. Wanneer Chota aan de sultan wordt gegeven als cadeau, gaat Jahan met hem mee naar Istanbul om voor het dier te zorgen. Hier valt Jahan al snel op door zijn intelligentie en wordt hij ingezet als leerknecht van de architect van de sultan. Dit behoedt hem echter niet voor de grillen van de sultan, die hem eerst laat vechten in de oorlog en hem vervolgens naar de gevangenis stuurt, of voor onverklaarbare ongelukken op de bouwplaatsen. En dan wordt Jahan ook nog eens halsoverkop verliefd op de dochter van de sultan.

Quotes:
‘Sinds ze werd aangeklaagd voor belediging van de Turkse identiteit, mengt ze zich vaak in het publieke en politieke discours, ageert ze tegen de conservatief-nationalistische krachten en strijdt ze voor de verbetering van de positie van de vrouw. Dat alles gaf ze nauwelijks een plek in deze roman, die leest als een ongecompliceerd zomerboek, met hier en daar tegelwijsheden en een zoete moraal.’ – NRC Handelsblad