De plectrumfabriek

Vincent van Warmerdam

Voor een beter betaalde baan in een theater annex bioscoop verhuist de vader met zijn gezin naar een winderig havenstadje. Voor Wessel, de jongste zoon, verandert er meer dan alleen het decor; het nieuwe huis boven het theater blijkt een wonderlijke maar rusteloze plek. Wessel laveert tussen zijn moeder, voor wie het dagelijks leven vaak te veel is, zijn vader, wiens artistieke ambities groter zijn dan zijn werk toelaat, en zijn broers, die zich van niets en niemand iets aantrekken. Hij maakt nieuwe vrienden en al zwervend in en rond het theater stoken ze elkaar op met hun verzinsels. Stan, een gitaarheld in wording, neemt daarbij een bijzondere plaats in.