Louis Paul Boon

Een van de boeiendste auteurs van de naoorlogse jaren is de in Aalst geboren Louis Paul Boon. Het lijkt alsof hij op de wereld kwam om papier te hanteren.
Over de centrale idee of grondgedachte in het werk van Boon bestaan verschillende opvattingen. Volgens sommigen is het thema anarchisme, volgens anderen het individualisme, terwijl ook de twijfel, het relativisme en het pessimisme genoemd kunnen worden.
Het thema kan samengevat worden als: in Boons werk tref je steeds individuen aan op zoek naar vrijheid en geluk. Het individu komt daarbij echter steeds in conflict met de maatschappij. Steeds zal het individu falen, want geluk en vrijheid in absolute zin zijn onbereikbaar. De meeste van Boons personages berusten dan ook in het kleine geluk: “Alleen het kleine kostbare ogenblik telt.” Hiermee is tevens Boons levensbeschouwing geschetst.

Hoewel Boons eerste roman De voorstad groeit (’42) onmiddellijk in de prijzen viel, werd zijn werk aanvankelijk weinig gewaardeerd. De realistische weergave van het leven in de lagere milieus, de onverbloemde seksualiteit, het cynisme en de anti-kerkelijkheid stootten veel critici tegen de borst. Pas in de jaren vijftig kwam daar verandering in. Onder invloed van de groeiende seksuele vrijheid en de grotere politieke bewustwording accepteerden de critici meer in de literatuur en werd Boons werk ten volle erkend: Boon ontvangt de Constantijn Huygensprijs in 1966, in 1971 de driejaarlijkse Staatsprijs van België en de Multatuliprijs in 1972. Zijn romans en verhalen zijn reeds in vele talen vertaald.

Op 10 mei 1979 overleed Boon in zijn huis in Erembodegem, door een hartaanval getroffen.

Zie ook www.lpboon.net